John Nelson was een van de meest getalenteerde middellangeafstandsrijders die deelnam aan het hele tweede seizoen (1900-1901) op de houten baan van Los Angeles. Nelson, afkomstig uit Zweden, had al naam gemaakt tijdens het racen op het oostelijke circuit in het begin van zijn carrière, vooral in zijn woonplaats Chicago, maar in 1900 overtuigde racepromotor Jack Prince Nelson ervan om in Los Angeles te overwinteren, waar hij tweemaal per week races zou mogen krijgen. Nelson accepteerde de uitnodiging en genoot van een succesvol seizoen van vijf maanden. Zoals de meeste racers in die tijd, keerde Nelson in de lente en zomer van 1901 terug naar de oostelijke staten om daar deel te nemen aan de veel prestigieuzere races.
Halverwege augustus 1901 citeren bronnen Nelson die zei dat hij van plan was voor de winter terug te keren naar zijn “thuis” in Zuid-Californië. Of Nelson tegen die tijd al dan niet op de hoogte was van de ondergang van de wielerbaan, kan niet worden vastgesteld. Hoe dan ook zou de mogelijkheid om in een warmer klimaten te overwinteren nooit gerealiseerd worden. Er zou nooit een vervolgraceseizoen in Los Angeles komen.
Op 4 september 1901 was immers Nelson verwikkeld in een vijftien mijl lange wedstrijd achter motoren tegen de internationale ster en Welshe kampioen Jimmy Michael in Madison Square Garden. Michael was in 1895 wereldkampioen geworden in deze discipline en Nelson in 1899 in Montréal vóór de Australiër Ben Goodson en de Canadees George Riddle.
Na twee mijl “ontplofte” het achterwiel van Nelsons gangmakende motorfiets, waardoor Nelson met geweld crashte. Daarna werd hij ook nog overreden door de gangmaker van zijn tegenstander. Omdat zijn linkerbeen zwaar gekwetst was, werd Nelson met spoed naar het Bellevue-ziekenhuis gebracht, waar doktoren verklaarden dat hij op zijn minst een jaar uit de racewereld zou zijn. Twee dagen later maakten de doktoren bekend dat er gangreen was ontstaan, waardoor Nelsons been moest worden geamputeerd, en de operatie vond onmiddellijk plaats. Het was een zware opgave, waarbij de chirurgen op een gegeven moment hun ernstige bezorgdheid uitten dat hij de operatie niet zou overleven. Een uur later werd echter gemeld dat hij gemakkelijk kon rusten.
Het optimisme was van korte duur. De amputatie was te laat om de verspreiding van bloedvergiftiging te voorkomen, en op 9 september 1901 stierf de tweeëntwintigjarige John Nelson. Er werd naar een zondebok gezocht en als de voornaamste schuldige werd Nelsons manager, F.Ed Spooner, aangeduid wiens motorfietsen de afgelopen winter in Los Angeles voortdurend defect waren en gerepareerd moesten worden. Nelson was “bitter” over de situatie, maar omdat Spooner de leiding had over de financiën en niet bereid was te betalen voor meer dan stukje bij beetje reparaties, viel er niets aan te doen. W.L.Loos, die bij de meeste races in Los Angeles aanwezig was, vatte waarschijnlijk de mening van de meeste volgers destijds samen: “Het is jammer dat de carrière van de kleine kerel werd afgebroken, maar misschien is het net zo goed dat hij stierf, want de amputatie van zijn been sneed zijn middelen om in zijn levensonderhoud te voorzien af.”
Arthur “Artie” Bell was zelf een succesvolle professional uit Los Angeles, maar in de nacht van de noodlottige crash bestuurde hij, met Arthur Stone op de achterbank, de motorfiets die Jimmy Michael gangmaakte. Eind oktober vertelde Bell, hersteld van een gebroken arm en been, de crash vanuit zijn perspectief: “Ik bestuurde de motor van Jimmy Michael in de noodlottige race. We raceten op het circuit van Madison Square Gardens maar startten aan weerszijden. De eerste paar mijl hadden we het moeilijk, maar Michael was in grootse vorm en we knabbelden geleidelijk aan de voorsprong van Nelson, totdat we in de vijfde mijl langszij kropen. Terwijl we een van die zenuwslopende pogingen waagden om te passeren, ontplofte de achterband van Nelsons gangmaker. De baan was op het stuk net zo steil als de bochten van de oude Velodrome hier in Los Angeles. Het enige dat ik mij herinner, is dat in de crash die volgde, ik door de lucht vloog alsof ik uit een kanon werd geschoten. Ik landde, verbijsterd, boven de baan met een gebroken linkerenkel en linkerarm … Mensen zeggen dat Michael aan een blessure ontsnapte door de balustrade op te rijden, maar hoe hij me heeft gemist is een mysterie … Stone ontsnapte met een hersenschudding en enkele blauwe plekken.” Hoewel Bell de schuld voor de crash niet bij Spooner legde, zei hij wel dat “Spooner niet erg behulpzaam was na de dood van Nelson. De kleine Zweed was aan Spooner gebonden door een ijzersterk contract en laatstgenoemde profiteerde zeer rijkelijk van de alliantie, maar toch bleven de begrafeniskosten voor zijn partner beperkt tot een zeer mager bedrag…”
De ironie van het lot wil dat de jongere broer van John, Joe, drie jaar later op dezelfde piste eveneens zou sterven tijdens een stayerswedstrijd.
Referentie
DOSSIER COUPS DE PEDALES: MORTS EN COURSE (Rudi CREETEN)