Nauwelijks vijftien jaar was Doris Lessing toen zij haar eerste verhalen verkocht aan twee tijdschriften. In 1951, een jaar na de publicatie van haar eerste roman (The grass is singing), verscheen de eerste van een ganse serie verhalenbundels onder de titel ‘This was the old chief’s country’, tien novellen die speelden in Zuid-Afrika. De laatste verzameling zou het licht zien in 2003: ‘The Grandmothers’ (Ndl. vertaling ‘De grootmoeders’, uitg. Prometheus, 2004).

De titel verwijst naar het eerste verhaal uit de bundel die vier qua onderwerp en sfeer zeer verschillende teksten bevat. Met ‘The Grandmothers’ bevinden we ons in Australië. Lessing baseerde zich op een reële gebeurtenis daar, zo vertelde zei later aan Anne Fontaine die het werk in 2013 verfilmde onder de titel ‘Adoration’. Al dadelijk maken we kennis met de hoofdpersonen én met het besluit van de dramatische ontwikkeling. Dan is het ganse verhaal een flashback van het leven van de grootmoeders Roz(eanne) en Lil(liane). Hoe ze als twee onafscheidelijke vriendinnen opgroeien. Hun huwelijk. Maar waarin de echtgenoten een tweederangs rol blijven spelen, tot de ene sterft en de andere buitenspel raakt wegens een job in een andere stad. De vrouwen blijven, met elk een zoontje, in hun respectievelijke huizen wonen in het stadje van hun jeugd. Opgroeiende zonen… Tom, zoon van Roz, wordt verliefd op Lil; Ian, zoon van Lil, wordt verleid door Roz… De nieuw gevormde koppels gaan zelfs samenwonen, ieder in de eigen woning. Al daagt er voor de weduwe Lil een kandidaat bruidegom op; die afgeschrikt wordt met de insinuatie dat de vriendinnen lesbisch zijn. De sfeer is zwoel. Maar Ian en Tom worden ouder, maken hun carrière in de sporen van hun moeders, en conformeren zich. Ze huwen. Het einde van de relatie met de moeders… die zich daar blijmoedig bij neerleggen. De jonge echtparen vestigen zich in de onmiddellijke nabijheid, beide verheugen zich in de komst van een dochtertje dat door de onderscheiden grootmoeders zal opgevangen en vertroeteld worden. Geen vuiltje aan de lucht. Tot één der jonge moeders een bundeltje oude brieven ontdekt, passionele brieven van Tom aan Lil: de geheimen uit het verleden komen aan het licht en de jonge vrouwen verlaten met veel misbaar, en met hun dochtertjes, hun echtgenoten. Een strak geschreven verhaal, bijna afstandelijk zoals het startte door de ogen gezien van de jonge serveerster, jobstudente, die de catastrofe meemaakte. De personen, de relaties zijn zonder commentaar, bijna journalistiek, neergezet – maar wel nauwkeurig. Het is opvallend dat Lessing deze tekst de titel ‘Grandmothers’ meegaf terwijl het gegeven dat de vrouwen, Roz en Lil, tenslotte niet essentieel als oma’s fungeren – dit is niet de kern. Was de auteur niet bijna 85 toen zij dit schreef, en was zij, begrijpelijk, zoals zij elders in meerdere werken zelf aanduidde, niet geoccupeerd met thema’s als ouder worden en seksualiteit… Het is al bij al een boeiend verhaal dat zonder ooit expliciet te zijn toch zwoel is, zindert. Sfeerschepping. Een waardeoordeel over wat deze quasi incestueuze relaties, deze halfslachtige Oedipoescomplexen (want de jongens ervaren elkaars moeder net zo goed als hun eigen moeder gezien de nauwe band tijdens hun jeugd), zal Lessing niet geven. Zodat, uit de wijze waarop de verhoudingen voorgesteld worden, vooral de nadruk komt te liggen op tederheid, beschutting, warmte, het koesteren. 

In ‘Victoria and the Staveneys’ wordt de twaalfjarige Victoria gedurende twee dagen opgevangen in het gezin der Staveneys, een rijke blanke familie; een hele tegenstelling voor dit meisje dat opgroeit als zwarte in een armoedige omgeving. Zij heeft er kennis gemaakt met de zonen Edward en Thomas, hun moeder Jessy. Een sprong in de tijd. De heel mooie Victoria, nu negentien, heeft zich een weg door het leven geknokt via allerlei jobs. In haar hoofd is steeds het beeld blijven spoken van de uren doorgebracht in het sprookjeshuis der Staveneys. En achter de kassa van een platenwinkel ontmoet zij plots Thomas – een herkenning. Hij is gecharmeerd, zij is betoverd… een korte relatie volgt. Maar ook een gevolg: baby Mary. Victoria zal de vader hiervan niet in kennis stellen. Zij huwt, er komt een tweede kind Dickson, haar echtgenoot verongelukt. En dan, gestimuleerd door een vriendin, besluit zij toch om contact op te nemen met Mary’s vader, Thomas. De Staveneys zijn wat men zou kunnen noemen een ‘progressieve’ familie. Steeds bekommerd om de verdrukte medemens, om wie in armoede leeft, voor de kleurlingen. Niet alleen in woord, ook in daad. Het nieuws over het bestaan van Mary wordt – is het vreemd? – enthousiast begroet; behalve door de oudste zoon Edward die vreest dat het een poging tot chantage is. Al dadelijk wordt de kleine Mary, vier jaar, liefderijk ontvangen – door papa Thomas, door oma Jessy en haar opa. Zij is dan ook een wolk van een meisje, een bonbon, een te knuffelen pop, en net niet al te donker van huid. Niet zo zwart als haar stiefbroertje Dickson, die ook wild is – en niet zo welkom blijkt. Maar Mary… nieuwe kleertjes, uitstapjes, logeren, vakantie met het gezin, een andere school… Victoria ziet het met lede ogen aan. Maar zij beseft dat, hoewel haar dochter langzaam steeds meer van haar vervreemdt, hier een andere toekomst voor haar opgebouwd wordt. Dat Mary een ander leven zal kunnen leiden dan haar beschoren is. “Zij zal een Staveney willen worden. Ja, dat moet ik onder ogen zien. Want dat is wat er zal gebeuren.” concludeert zij.  Lessing behandelt hier thema’s die steeds in haar werk opduiken, armoede, de klassen, de lamentabele gezondheidszorg, sociale problematiek, de rassenkwestie. Maar essentieel is hier naar mijn mening, en vreemd wordt daar in de commentaren aan voorbij gegaan, net dat aspect in de zaak rond het rassenvraagstuk waar de auteur vaak de nadruk op legt in haar werk: dat is de foute benadering door de blanken, de verkeerde inschatting. Hoe goed bedoeld ook schiet het soort medelijden, het betuttelen – waar hoe dan ook (ongewild, onbewust) een superioriteitsgevoel aan ten rondslag ligt, het doel voorbij. Daar mengt zich tevens een sentimentaliteit zoals die zich manifesteert tegenover het ‘snoesje’ Mary, een popje dat vertroeteld wordt. Terwijl de iets te zwarte Dickson nog als een bedreiging ervaren wordt. De Staveneys voelen zich goed, meerwaardig vermits ze zich bekommeren om hun minderbedeelde medemens – ze tillen zichzelf naar een hoger moreel niveau, daar puren ze voldoening uit. Is dit reële bekommernis? Nee dus, Lessing wijst het af. Hier laat zij Mary profijt trekken van dit alles, een vooruitzicht op een beter leven. Terwijl haar moeder achterblijft, met een bittere smaak, walgend van alles waar de Staveneys voor staan.

Een buitenbeentje in het oeuvre van Lessing mag het genoemd worden, dit volgende verhaal: ‘The Reason for It’. Het is een mythologische tekst, of lijkt althans zo. Het naschrift verduidelijkt dat het een 5.000 jaren oud manuscript is dat werd gevonden en ontcijferd. Oud dus, maar actueler dan ooit. Lessing beschrijft hier de evolutie van de ‘beschaving’ aan de hand van het relaas dat de laatst overlevende van de raad van de Twaalf, een soort democratisch functionerende groep, aan het perkament toevertrouwde: de geschiedenis van zijn wereld. Die dé geschiedenis blijkt te zijn. Waar eerst verspreide dorpjes waren en men leefde van visvangst en jacht groeide het gebied, na de komst en vestiging van nomaden, uit tot een agglomeratie met grotere steden. Landbouw en veeteelt ontwikkelden zich. Toen volgde een periode van industrialisering. Waar dit alles oorspronkelijk spontaan geregeld werd, bleek er de betwijfelbare noodzaak van een leider zich op te dringen, wat leidde tot een harde dictatuur. Gevolgd door een periode met een verlichte heerseres, matriarchaat: onder haar zouden de steden bloeien, cultuur en wetenschappen werden essentieel. Het tijdperk van de verlichting was aangebroken. Zij zou een democratie invoeren met de Raad van de Twaalf. Het is één van hen die – nadat de andere overleden zijn en hij zag hoe het Rijk ten gronde ging – de geschiedenis hier opschreef. Hoe de steden, eens zo welvarend, ten onder gingen: bij het overlijden van de vrouw die voor het Rijk zo’n weldaad bleek, dienden de Twaalf een opvolger te kiezen. Dat bleek de foute keuze: iemand zonder intelligentie, louter een streber… Die zich als oligarch ontpopte tot een machtswellusteling die louter oog had voor de uitbouw van het leger, met de wens tot expansie van zijn gebied, het maken van slaven. De cultuur, onderwijs, opvoeding werden verwaarloosd, mensen opgeëist voor de strijdkrachten met nefaste gevolgen voor de landbouw en het onderhoud van alle voorzieningen. De ondergang van een voorspoedig imperium, rijk aan cultuur. Het manuscript besluit met de overweging hoe belangrijk het is dat er verhalen bestaan, en hoe essentieel dat die verhalen ook opgeschreven worden opdat ze niet verloren zouden gaan. De verwijzingen naar wat er in het verre en in het nabije verleden gebeurde, en hoe het er actueel in de wereld aan toegaat, zijn overduidelijk. Terwijl Lessing de sfeer van de mythe toch knap weet vol te houden. Of het naschrift, dat dit afdoet als een oud manuscript, nodig of nuttig is, stel ik in vraag.

Tenslotte is er ‘A Love Child’ dat gezien zijn volume best een kleine roman mag genoemd worden i.p.v. een verhaal. Tweeledig: enerzijds behandelt het een facet van de oorlog, anderzijds is het een love story. Hoofdpersoon is de jonge James Reid. De gevolgen van WO I laten zich nog voel in de maatschappij, sociaal, familiaal, psychologisch voor wie uit de strijd terugkeerde zoals James’ vader; hij is een zwijgende getuige. Hoe reageren de ouders wanneer de jongen gemobiliseerd wordt in de aanloop naar het nieuwe conflict dat zich aankondigt? Burgerzin? Kanonnenvlees? En James zelf, een dromer die vooral belangstelling heeft voor literatuur, poëzie. We leerden hem inmiddels kennen tussen studiegenoten, vrienden – wat eenzelvig. Een sarcastische beschrijving over de rekrutering en opleiding, tot – na een lange periode van verveling – de ‘soldaten’ inschepen richting India. Op een omgebouwd cruiseschip, begeleid door marineschepen die hen moeten beschermen tegen onderzeeërs. Een gruwelijke tocht wordt het. Bijna iedereen is zeeziek, er is honger en vooral dorst, het stormt, er is de angst. Waartoe? De ellende van de reis, de waanzin waarin deze duizend jonge mensen worden ondergedompeld, omhelst bijna de helft van dit verhaal. Al theoretiseert Lessing niet, haar pacifisme blijkt duidelijk. Zij veegt nu ook de vloer met de structuur, met de hiërarchie. De normen vervagen, verdwijnen tenslotte zelfs volledig onder de druk van de omstandigheden: men is letterlijk in hetzelfde bedje ziek en er bestaan geen graden meer. Hetzelfde zal gebeuren wanneer men uiteindelijk een tussenstop maakt in Zuid-Afrika, Kaapstad – ook bij een feest daar mag men de graden negeren. Bovendien blijkt James overal, lezend en omgeven door boeken, een buitenbeentje. Daar start wat het tweede facet van het verhaal zou genoemd kunnen worden, over de liefde, hij wordt – zoals er gebruikelijk is – opgevangen in de woning van de kolonialen. Bij Daphne die hem, de zieke soldaat vertroetelt. De tweede dag van hun vierdaags oponthoud is er een feest ter ere van de militairen maar inmiddels is het onvermijdelijke reeds gebeurd: de wat vereenzaamde Daphne die niet aardt in Afrika, hunkerend naar een kind zoals haar vriendin Betty die naast haar woont heeft, is verliefd op James. Ze beleven een hun tedere nachten in een weekendhuisje. “Hun vrijen leek niet de liefde maar de tragedie te vieren”. Wat bindt hen werkelijk? Zoveel pijn in deze jongeman en in haar… En de toon van zijn stem: “melancholie… dat was niet erg, maar dan toch wel dat kleine beetje verbittering”. Is het passie? Liefde? Waar James zich zijn verdere leven aan zal vastklampen… Want hij vertrekt naar India, bevorderd tot officier in een administratieve functie. Hij schrijft brieven aan Daphne die hij niet kan verzenden, hij kent haar adres noch familienaam. Tot een volgende groep soldaten hem weet in te lichten: zij heeft een zoon, Joe; hij rekent – dit moet zijn kind zijn! En hij bekomt het adres van haar vriendin Betty om contact te nemen. Er volgt via haar een weigering van Daphne. Nadat de operatie in India, hoofdzakelijk het onderdrukken van de oproer om de Britten uit India te verdrijven, beëindigd is, keert James terug naar het ontredderde Engeland. Hij belandt in een administratieve job, huwt, er komt een dochter… en hij blijft dromen over het bestaan van zijn zoon. Zodat hij – de jongen moet inmiddels twaalf jaar zijn –  naar Kaapstad vliegt, met medeneming van het dikke pak nooit verstuurde brieven. Daphne blijkt niet meer te wonen waar hij haar ooit vond. Betty wel: zij weigert het nieuwe adres van haar vriendin te geven, belooft wel de brieven te overhandigen en geeft James een foto van – inderdaad – zijn zoon, de verwantschap is overduidelijk. Zal hij deze zoon ooit ontmoeten? Enkele jaren later reist hij met zijn echtgenote nogmaals naar Kaapstad in de hoop daar ergens de jongen, nu een student wellicht, te vinden… Vergeefs. Hij wacht, zal blijven wachten, terwijl het leven kabbelt. In ‘A Love Child’ is Lessing op haar best. De sfeerschepping, de beschrijving van de periode tussen de wereldoorlogen, van deze na WO II, van alles wat de jonge rekruten moeten doorstaan… Het sarcasme waarachter zij onverholen haar kritiek spuit, kritiek op alles wat haar stoort zoals we ook uit al haar werk en commentaren weten. Scherp, eigenzinnig, gefundeerd, uit het hart. Er is, eens in Afrika, de natuur – hoe sterk de impact is van de schoonheid maar ook van de wreedheid op de niet aangepaste Europeaan. En, het kon niet uitblijven, het aandeel van links en van wat rest van het communisme, de sporen ervan – middels een uitgebreide passus over het (culturele) entertainment van de overzeese troepen. Tenslotte de wijze waarop zij de mooie, vertederende relatie tussen James en Daphne neerzet, zijn verdere obsessie; evenals, vaak met slechts enkele zinnen, zij duidelijk nevenpersonages schildert maar ook de tragiek van andere meer uitgebreid hanteert als aanklacht. Dit ‘verhaal’ verdiende een aparte uitgave als roman, liever dan weggemoffeld te worden in een bundel.   

Johan de Belie                                                

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.