(Mary) Flannery O’Connor werd geboren te Savannah (Georgia) op 25.03.1925, waar – in het huis waar zij haar jeugd doorbracht – een museum ingericht is. Er is nog een tweede te bezoeken in Milledgeville waarheen het gezin in 1940 verhuisde. Het zuiden van de US, een gegeven dat voor de auteur en haar werk essentieel zou blijken. Zij overleed op 03.08.1964, geveld door de vreselijke ziekte lupus die ook haar vader getroffen had en die haar belemmerde meer te schrijven dan zij wou, en haar levensduur drastisch bekortte.

Zij schreef twee romans die in het Nederlands vertaald werden, ‘Wise Blood’ (verfilmd door John Huston) en ‘The violent bear it away’. Daarnaast is zij vooral bekend, en populair, geworden dankzij haar 32 verhalen. Ook haar brieven werden later gepubliceerd. Hoewel zij uitgesproken katholiek (rooms) bleef is dat in haar werk niet echt te merken. Misschien wel in de opvattingen, het opkomen voor de underdog, haar morele standpunten, haar empathisch vermogen; maar niet in de uitwerking die allesbehalve zoetsappig is. Terwijl haar personages niet alleen de godsdiensten, maar ook het bestaan van god, hemel en hel in vraag stellen. Terwijl het ganse oeuvre een sfeer van fatalisme ademt zoals samengevat in die ene zin uit haar oeuvre die Bono citeert bij de U2-song ‘Exit’: “Where you come from is gone, where you thought you where going to never was there, and where you are is no good unless you can get away”. 
Uitgeverij Bruna bundelde in 1969 vier verhalen uit de in 1965 postuum gepubliceerde ‘Everything that rises must converge’, heruitgegeven door Pranger (Amsterdam, 1980). De lezer wordt geconfronteerd met personages die wankelen, die vaak een gestoorde visie op de realiteit hebben of net een correcte maar al te idealistische die hen ten gronde zal richten. Botsingen met de medemens zijn steevast onvermijdelijk. En erger, de conflicten met henzelf.

‘De kreupelen zullen ons voorgaan’: Sheppard, een sociaal werker ontfermt zich in de goedheid van zijn hart, te grote naïeve goedheid, over een verwilderde weesjongen. Hij neemt hem op in zijn halve gezin, weduwnaar met een zoon zijnde. Zijn wens om de kreupele, lichamelijk misdeelde, maar vooral psychisch misvormde jongen op het ‘rechte pad’ te brengen mislukt niet alleen, hij blijft ontgoocheld achter; maar in de ruïne rest hem ook het beeld van zijn zoon die definitief beïnvloed blijkt door de kwade genius, omgeturnd tot iemand die gelooft in god, hel, hemel en het nabestaan – denkbeelden waartegen hij zich steeds verzette.

In ‘Dag des Oordeels’ staat een bejaarde man centraal. Hij leefde gelukkig in het Zuiden met als gezelschap een zwarte, tot zijn dochter hem naar New York haalt om bij haar en haar echtgenoot in de flat te komen wonen waar de nodige oppas en verzorging verzekerd is. Maar waar hij niet aardt. Niet in een flat, niet in de stad; niet met de opvattingen betreffende rassenrelaties: zijn taalgebruik tegenover de gekleurde medemens is – hoewel hij geen probleem heeft wat de omgang betreft – bevreemdend in het Noorden. Een verhaal dat bol staat van onbegrip, dochter-vader; blank-zwart; de echtgenoten… zodat de goede bedoelingen tragisch moeten eindigen.
Ook in ‘Alles wat verrijst, moet eens samenkomen’ is de rassenproblematiek aan de orde. Het verhaal speelt net nadat kleurlingen de toelating kregen dezelfde autobussen te gebruiken als de blanken en zich overal van een zitplaats te voorzien. Een volwassen zoon vergezelt zijn moeder op een busrit. Hij, uitdagend progressief, wil zijn moeder die angstig iedere zwarte begluurt, een lesje leren en onderneemt enkele al te opvallende stappen. Die de auteur de gelegenheid bieden humor, ironie, of sarcasme binnen te smokkelen. Wanneer er een klein gekleurd kindje opdaagt wijzigt het scenario, dit is vertederend – ook voor de moeder die het een cent wil geven. Wat, dergelijke aalmoes, zo’n neerbuigendheid, niet geapprecieerd wordt, en het faliekant voor haar eindigt. Een schrijnend verhaal, de wet is dan wel gewijzigd, de denkbeelden… ook het opzettelijk krampachtig gedoe van de zoon geeft natuurlijk stof tot nadenken.

Tenslotte is er ‘Uitzicht op het bos’. Hoofdpersoon is een oude man die op zijn grote farm woont met het gezin van zijn dochter en schoonzoon. Met hen heeft hij een zeer stroeve relatie die vooral te wijten is aan hun sterk uiteenlopende opvattingen. Hij is progressief, wil de stad zien groeien. Dit heeft gevolgen: hij verkoopt percelen van zijn land voor het aanleggen van nieuwe wegen, bouwen van een supermarkt. Terwijl zijn schoonzoon en dochter het land willen behouden. De enige hoop van de oude man is zijn jongste kleindochter, de tienjarige Mary Fortune die steeds met hem optrekt. Omwille van die band is het kind helaas het slachtoffer van haar brutale vader die haar vrijwel dagelijks zonder motivering een pak slaag geeft. Toch ontkent het kind dit; adoreert zij ondanks alles haar vader? Bij de voorgenomen, en tenslotte ook uitgevoerde, verkoop van een belangrijk perceel, waartegen nu ook Mary Fortune zich verzet (het zou hun ‘uitzicht op het bos belemmeren’) barst de bom. Ook de kleindochter keert zich nu tegen hem, alle gevoelens van liefde en tederheid smelten weg, ontaarden. Als een furie keert zij zich tegen de oude man. In gruwel en dood eindigt een conflict dat jarenlang smeulde; maar dat het zijn besluit kent op deze wijze, net tussen de twee mensen die pagina’s lang liefdevol en in vertrouwen met elkaar omgingen, maakt het pas vreselijk, een shockeffect!

Het zijn geen vrolijke verhalen, het zijn geen vrolijke individuen die de teksten van Flannery O’Connor bevolken. De thema’s zijn niet bepaald lichtvoetig, de rassenkwestie, godsdienst, fundamentalisme, armoede. De humor die zij af en toe in haar teksten binnensmokkelt is hooguit licht ironisch, vaak veeleer sardonisch en scherp. Na lezing blijf je in ieder geval wel eventjes ademloos zitten, nadenken en beseffen dat het leven geen rozengeur is. Al hoeft het niet altijd zo bitter te eindigen, in moord of krankzinnigheid – een gewone dood kan al volstaan. Die is de personages van O’Connor niet gegund, een sarcastische grimlach vergezelt hen en (bij sommigen) hun gestrande goede bedoelingen.

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.