Een onderzoek uit de jaren tachtig in Nederland heeft uitgewezen dat 80 procent van de jongens en meisjes tussen 15 en 19 jaar vaak platen of cassettebandjes draait, dat 65 procent geregeld een discotheek bezoekt, dat 25 procent naar popconcerten gaat en dat zo’n 20 procent zelf muziek maakt. Popmuziek speelt dus een belangrijke rol in het leven van vele jongeren en in voorbije decennia (vooral de jaren vijftig en zestig) was de muziek tevens de basis voor een alternatieve, rebellerende jeugdcultuur. Ondanks het feit dat de belangstelling voor popmuziek nog is toegenomen, is dit laatste aspect sedert de jaren zeventig echter weggevallen.

« De jeugdcultuur werd overvleugeld door een cultuur van jeugdigheid die niets meer inhield dan een bepaalde stijl van uiterlijk, omgang en consumptie waaraan iedere kritische lading ontbrak », zoals Tom ter Bogt stelt in het themanummer « Jeugdcultuur en popmuziek » van het Nederlandse tijdschrift « Jeugd en Samenleving », dat zich over deze problematiek buigt. Met andere woorden, popmuziek wordt nu — net als Kuifje — gemaakt voor « jongeren van 7 tot 77 jaar ». Of zoals zijn kompaan Pieter-Jan Mol het stelt : « Waar Van Hall faalde (de burgemeester van Amsterdam tijdens de provo-rellen, red.), slaagde Veronica. » Vertaald « in het Vlaams » zou dat dan kunnen zijn dat de jeugdcultuur hier is geaccapareerd door Guy Verhofstadt en de zijnen, daar waar in de jaren zestig nog portretten van Che Guevara, Angela Davis of Mao Tse Toeng een jongerenkamer sierden.
Natuurlijk, er is sindsdien nog punk geweest en reggae, maar deze bewegingen waren ook binnen de jeugd in het algemeen erg marginaal. En bovendien, zo merkt Pieter-Jan Mol op in zijn theoretische stuk « Strijd als strategie » : « Zolang er nog culturele bronnen buiten de markt geplunderd kunnen worden, kunnen jeugdculturen hun vitaliteit daaruit putten, zoals de reggae en de Afrikaanse muziek de laatste jaren bewijzen. (..) Een uitsluitend op het niveau van de stijl tot uiting gebrachte identiteit leent zich immers uitstekend voor commerciële exploitatie door een markt die juist gedijt bij de gratie van stilistische differentiatie ».
Dit inleidende stuk bevat wel heel belangwekkende informatie (o.a. over de rol van de Engelse KP en de Frankfurter Schule van Adorno, Marcuse e.d.), maar is misschien toch iets te moeilijk om een breed (jongeren-)publiek te bereiken. Het mechanisme van het accapareren door de industrie wordt echter uitstekend uiteengezet in « Badlands, omtrent de muziekindustrie » van Tom ter Bogt, die als het ware de hitparades marxistisch ontleedt (echt waar !) en tot verbluffende resultaten komt, die we op onze muziekpagina’s zeker nog wel eens zullen uitdiepen.
Daarna werpt Pieter-Jan Mol nog een verhelderend licht op de woelige jaren zestig in Nederland via de geschiedenis van het jongerenblad « Hitweek » : « Paradise Lost, een generatie op drift ». Twintig jaar na de feiten blijkt dit zogenaamd progressieve blad er met name op het gebied van politiek en seks toch wel vaak eigenaardige zienswijzen op nagehouden te hebben.
Tot slot krijgen we dan nog een kijkje op de hedendaagse jongerenbeweging zoals die zich o.m. manifesteert bij de Nijmeegse vrije radio Rataplan die is gegroeid uit de krakersbeweging. Dat is trouwens het enige negatieve dat op dit zeer aan te raden werkje valt aan te merken (naast een aantal storende slordigheden in de spelling van namen van popgroepen e.d.) : de twee auteurs hebben zelf aan de katholieke universiteit van Nijmegen gestudeerd en, al geven ze hier en daar toe dat ze daarmee enigszins in de marge van de « Hollandse » jongerenbeweging actief zijn, toch hebben ze de neiging hun eigen impact een beetje te overschatten. Althans in de ogen van buitenstaanders, zoals wij Vlamingen in dat geval toch wel zijn.

(Met dank aan Raymond Thielens voor bovenstaande collage. Volgens de regels van de lay-out zouden de foto’s omgekeerd moeten staan, zodat ze naar elkaar kijken, maar Raymond vertelde me dat hij opzettelijk voor deze vorm had gekozen omdat Che dan naar links kijkt en Verhofstadt naar rechts.)

Referenties
Ronny De Schepper, Jeugdcultuur: Guevara of Verhofstadt? De Rode Vaan nr.42 van 1985
« Jeugdcultuur en popmuziek » telt 144 pagina’s. Het nummer kost 12,50 gulden en is te verkrijgen door bovengenoemd bedrag over te maken op giro 2956320 van Jeugd en Samenleving, Maliesingel 27, 3582 BH Utrecht onder vermelding van 8/9-1985. Abonnementen kosten 48 gulden per jaar (studenten 39,50 gulden).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.