In 1989 ben ik een cursus dictie gaan volgen bij Griet Pauwels. Dat was na mijn ontslag als perswoordvoerder van Norbert De Batselier. Ik wilde met andere woorden alle opties open houden en probeerde mijn lelijke Waaslandse tongval (vergelijk met Tom Lanoye en Herman Brusselmans) kwijt te spelen om eventueel ook voor radio of televisie te kunnen werken (alhoewel ik dat liever niét zou doen, ik was daar veel te zenuwachtig voor).

Even leek het te lukken, toen ik als verslaggever uit het Gentse Kuipke aan de slag kon bij Jan Wauters, maar toen men vond dat ik daar ook voetbalverslagen van A.A.Gent moest bijnemen (iets waarvoor ik liever paste), greep Luc Van Langenhove juist mijn lelijke “l” (vooral dan in het geval van Etienne De Wilde, die in die tijd zowat alles won op de Gentse piste) aan om mij te ontslaan. Toen hield ik het ook bij Griet voor bekeken. Niet dat ik haar aansprakelijk hield voor mijn falen, integendeel, de fout lag wel degelijk helemaal bij mij.

IMG_0001

Ik ben dan ook altijd vriendschappelijke banden blijven behouden met Griet, wat enkele jaren later goed uitkwam toen ik haar moest interviewen voor Het Laatste Nieuws over de zogenaamde “Paarse Zetellezingen”. En nog veel later was ik eens bij haar en haar vriend (een andere oude bekende) André Vermaerke te gast in het kader van de happening “dichters aan huis”, maar dat is weer een heel ander verhaal, net als het interview met haar vader, keramist Achiel Pauwels.
DE PAARSE ZETELLEZINGEN
De 160 stoelen van het Achilles Mussche-zaaltje in de Stedelijke Openbare Bibliotheek op het Zuid volstonden niet om alle fans van de Nederlandse schrijfster Charlotte Mutsaers een plaats te geven. Daarmee werd de overdonderende populariteit van de zogenaamde Paarse Zetellezingen nog eens onderlijnd. Het mag dan ook duidelijk zijn dat de zogenaamde Paarse Zetels voortaan in de bibliotheek zullen blijven staan en dat men niet meer terugkeert naar het nog veel kleinere zaaltje van de Culturele Dienst in het Museum Vanderhaeghen.
Daar staan nog altijd de échte paarse zetels van Maurice Maeterlinck, die oorspronkelijk thuishoorden in zijn somptueuze kasteel Orlamonde in Nice. Men is immers wel zo verstandig geweest om voor de reeks lezingen, die naar deze zetels werd genoemd omdat ze oorspronkelijk ook plaatsvonden in het Museum. Het succes werd echter zo groot (denk maar aan het gesprek met Nic Balthazar waarvoor men zelfs een televisiescherm in de hall diende te plaatsen) dat men sinds de eeuwwisseling opnieuw de bibliotheek aan het zuid is gaan opzoeken, wat overigens reeds sinds tientallen jaren de pleisterplaats was voor de “Middagen van de Literatuur”, zoals deze gesprekken oorspronkelijk heetten. De naam werd gewijzigd omdat er soms ook wel zijsprongetjes naar andere domeinen worden gemaakt, maar de voorkeur van gastvrouw Griet Pauwels gaat nog altijd uit naar literatuur.
“Dat doe ik eigenlijk nog altijd het liefste,” zegt Griet, “een schrijver interviewen. Maar dat belet niet dat ik de andere gesprekken ook graag doe. Zo had ik het met historicus Ludo Milis bijvoorbeeld over de middeleeuwen. Normaal gezien ken ik daar niets van, maar op deze manier steek ik daar toch wat van op.”
Griet staat erom bekend dat ze haar interviews altijd zeer grondig voorbereidt. “Eigenlijk veel te grondig,” bekent ze zelf. “Daarom dat ik nooit aan presentatiewerk op televisie heb gedacht. Dat gaat me veel te vlug. Radio, dat zou nog gaan, al waren mijn ervaringen met de nachtradio niet zo positief.”
En Radio 3 is ondertussen ook al Klara geworden…
GEEN THEATER
Het hoofdberoep van Griet Pauwels is lesgeven aan de academie (ooit aan ondergetekende, al ben ik helaas geen voorbeeld om mee uit te pakken) en verder brengt zij monologen, poëzie… Kortom, zowat alles wat met “woord” te maken heeft, maar geen theater.
Slordigheid, vooral op het gebied van taalgebruik, is op het toneel regel geworden,” vindt ze.
En dan heb ik het niet over stukken die in het dialect worden gespeeld, want in sommige gevallen zoals bijvoorbeeld bij Arne Sierens, is dit zeer zinvol. Nee, het gaat over stukken die zogezegd in het Algemeen Nederlands zijn. Om nog te zwijgen over de articulatie, de verstaanbaarheid, enzovoort. We gaan er technisch gewoon op achteruit.”
Als geboren en getogen Gentse heeft ze haar opleiding nochtans in Brussel gekregen. “Omdat ik niet bij Tine Ruysschaert les wilde volgen,” flapt ze eruit. Maar over haar privé-leven is ze minder spraakzaam, maar ik wéét natuurlijk dat ze samenwoont met regisseur André Vermaerke en dat ze uit een artistieke familie komt met vader Achiel, de bekende keramieker, en een zus die in zijn voetsporen is getreden, terwijl een broer in Nederland toneel speelt.
Zelf heeft ze geen kinderen en op de drempel van de veertig heeft ze beslist er ook geen meer te krijgen. “Ik heb er geen spijt van,” zegt ze, “want ik kan maar één ding tegelijk goed doen.”
HONDSE BAAN
Maar wàt ze doet, doet ze dan inderdaad ook goed. Haar verdienste bij de Paarse Zetellezingen is immers niet gering, want ondanks haar grondige voorbereiding heeft ze het niet altijd onder de markt. Zo weigerde Charlotte Mutsaers voor te lezen uit eigen werk, weigerde ze haar fascinatie voor allerlei thema’s toe te lichten en weigerde ze vooral te antwoorden op de autobiografische referenties in haar werk. Alleen wilde ze wel uitleggen waarom ze zo aan haar hond is verknocht: als baby werd ze door haar moeder in het hondenhok gedropt en dat beest heeft haar als het ware grootgebracht. (Wat ze ook niet vertelde: hoe ze tot de literatuur was gekomen door als vijftienjarige “De man die zijn haar kort liet knippen” van Johan Daisne te lezen.)
Toch nog deze kanttekening. De belangstellenden voor deze lezingen zijn meestal vrouwen en wat Koot en Bie “oudere jongeren” noemen. Allemaal intellectuelen die op hun wenken worden bediend. Ook dit is een symptoom van de tweesporenmaatschappij en van de kloof die steeds groter wordt tussen beide gemeenschappen, zodat het gevolg vooral is dat er een immense leegte gaapt tussen de twee. Wie de kloof wil overbruggen valt met andere woorden tussen twee stoelen. Of tussen twee (al dan niet paarse) zetels als u wil.
En oh ja, om het zogenaamde Mattheuseffect nog eens te beklemtonen: de toegang is voor deze goed verdienende bevolkingsgroep nog altijd gratis.

Ronny DE SCHEPPER

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.