Er zijn twee films die mij mijn ganse leven vergezelden. Nee, het is geen prent uit de Sissi-reeks. Stel u voor, het is mij zelfs bespaard gebleven om ook maar één van deze gedrochten (excusez le mot, beste fans) aan mijn netvlies voorbij te laten gaan, en dat gedurende inmiddels 71 jaren, je moet het maar doen! En evenmin is het The sound of music.

Ik geef toe, die zag ik dan wel meermaals. Je ontsnapt er ook bijzonder moeilijk aan; vooral in de donkere periode van kerst en oudjaar. Er is altijd wel een televisiezender die zich geroepen voelt om wat Edelweiss over ons hoofd en hart uit te strooien, en ons politiek correct te laten dartelen over de alpenweiden, hand in hand met Julie Andrews. Het zijn twee andere films, met de genoemde hebben ze alvast één iets gemeen: romantiek. En – eventueel, voor de meest gevoeligen en liefhebbers ook een dosis tranen – maar ze zijn dan toch heel wat subtieler. Helaas worden ze geen van beide nog afgestoft door de populaire media. Gelukkig bezit ik hen op…, schrik niet, op een ouderwetse videoband. Bovendien zijn ze beschikbaar op dvd. En werd er van de film die ik als tweede wil vermelden zeer recent… maar dat vertel ik dan ten gepasten tijde wel.

Morte a Venezia. Je moet niet van Venetië houden om dol te zijn op deze film uit 1971 van Luchino Visconti. ‘Dood in Venetië’. Naar de roman van Thomas Mann ‘Der Tod in Venedig’ (1912). Het scenario volgde zeer trouw het kleine boek van de Duitse auteur, met slechts één afwijking die belangrijk mag lijken maar het uiteindelijk niet was. Bij Visconti zou het hoofdpersonage Gustav von Aschenbach een componist zijn, in de roman was hij een schrijver. Maar de essentie bleef: een gevoelige, overgevoelige figuur, de esthetiek dreef van hun beider wezen, stijl en elegantie… Maar dit stelde Visconti wel in de gelegenheid tot enkele bijgevoegde dialogen over muziek en cultuur, én meteen wist hij zo de klemtoon te leggen op de gebruikte muziek. Want die is inderdaad essentieel. Dan hebben we het vooral over Gustav Mahler, het adagio van de vijfde symfonie, en een deel van zijn derde symfonie; maar ook de spetterende ballade ‘Chi con donne vole’ van Armando Gil.

De dood in Venetië… maar eerst voelt en weet de bejaarde Gustav von Aschenbach, hij logeert in het ‘Grand Hotel des Bains’ aan het Lido, zijn levenskrachten en emoties opfleuren. Dat gebeurt wanneer een Pools gezin eveneens zijn intrek neemt in het riante hotel en hij daar de 14-jarige zoon Tadzio opmerkt. Een beeld van een knaap. Homo-erotiek? Pedofilie? Esthetiek? De knaap staat in ieder geval als een symbool voor schoonheid, zuiverheid – maar onderhuids schuilt iets verdorvens of is dat slechts een vermoeden? Hij groeit niet uit tot een lustobject, Visconti blijft de relatie te zuiver benaderen. Al wou Warner Bros in eerste instantie de verfilming afschrijven wegens het onderwerp. Terwijl bij de galapremière te Londen Elizabeth II en prinses Anne enthousiast aanwezig waren om het project (financiële steun voor de stad Venetië) te onderschrijven.

Inderdaad, wanneer de bejaarde componist de knaap ziet opdagen, in het gezelschap van zijn moeder en broertjes en zusjes, is hij dadelijk getroffen door de engelachtige schoonheid, het frêle, maar ook reeds vaag sensuele dat de jongen uitstraalt. Hij is gecharmeerd, geboeid, verliefd, geobsedeerd… Op een reële ontmoeting stuurt hij niet echt aan. Wel tracht hij steeds weer, in het restaurant, op de boulevard, op het strand waar Tadzio met leeftijdgenoten speelt, een glimp van de knaap op te vangen. Is het ordinair gluren? Nee, dankzij de regie en mede door het schitterend camerawerk krijg je als toeschouwer de indruk dat het een zuiver spel blijft, een esthetisch genieten. Nooit – zo besef je – zal von Aschenbach toenadering zoeken, het lichamelijke aspect is nauwelijks aan de orde al is hij dolgelukkig met een glimp van verstandhouding, met een toevallig oogcontact. Natuurlijk danken we dit ook aan het subtiel acteren van Dirk Bogarde.

Wanneer Venetië bedreigd wordt door een uitbraak van cholera trachten de autoriteiten dit nieuws te verdoezelen om de toeristen niet op de vlucht te jagen. De componist heeft evenwel bevestiging van het nieuws; tijdens een avondlijke tocht merkt hij dat er voorzorgsmaatregelen getroffen worden. Hij plant zijn vertrek maar gaat eerst langs bij de barbier die ook zijn gelaat onder handen neemt (bijna wit) en zijn lippen roodt… hij ziet er uit klaar “om verliefd te worden” aldus de kapper! Hij besluit te blijven en licht, subtiel, Tadzio’s mama in over het naderend besmettingsgevaar – het gezin vertrekt in allerijl. In een dramatische slotscène zien wij hoe Tadzio op het strand een blik gunt aan Gustav, zich afwendt en naar de zon kijkt, zijn arm naar de zon uitstrekt. Von Aschenbach sterft, een hartaanval, of is hij een eerste choleraslachtoffer? Wellicht het hart, gezien er medisch gezien geen andere aanwijzingen zijn, maar het blijft (buiten de film) een onderwerp van discussie. Voor deze scène opteerde Visconti voor Mussorsky’s ‘Lullaby’, de componist von Aschenbach waardig.

Wie treffen we naast Bogarde nog aan in de cast? Nora Ricci als de gouvernante van het gezin. Silvana Mangano (1930 – 16.12.1989) als de moeder. Zij acteerde in meer dan veertig films o.m. in ‘Teorema’ en ‘Decamerone’ van Pasolini. En tenslotte uiteraard in de rol van de Poolse Tadzio: Björn Andrésen, Zweedse nationaliteit, °1955. Hij was zestien toen hij in deze film acteerde. Er zouden er nog zo’n twintig volgen maar hij werd vooral bekend als zanger. Hij had  het moeilijk om, gezien zijn uiterlijk én zijn rol als Tadzio,  het imago van homo kwijt te raken. Bovendien bleek hij als popzanger in Japan zeer succesvol maar daar werd hij meteen vooruit geschoven als het ideaal van de bishonen, androgyne jongeren – een cultus met kunstzinnige vertakkingen. Het werd hem helemaal teveel toen Germaine Greer zijn foto gebruikte voor de cover van haar boek ‘The beautiful boy’, weliswaar met toestemming van de fotograaf maar zonder Andrésen in kennis te stellen… Wij konden hem nog op het televisiescherm zien in een aflevering uit 2010 van de krimi ‘Wallander’. ‘Death in Venice’ verwierf de Gouden Palm te Cannes in 1971.

Reeds eerder, in 1966, wist Claude Lelouch mij te verblijden met een film die ik eveneens al die jaren koester: ‘Un homme et une femme’. Die velen wellicht een draak zullen vinden. De romantiek is dan ook groot, de tragiek eveneens. En de liefde spat van het scherm. Bovendien zijn er twee vertederende kinderen. En huppelt er in een scène zelfs een hond over het strand. Want ja, grotendeels gebeurt het allemaal in Deauville, Normandië. Al zijn er scènes in de auto, terwijl de regen langs de ramen lekt… Edoch, zo tranerig is het tenslotte niet al zal menige gevoelige ziel wel een traantje kunnen wegpinken af en toe. Hoofdpersonen zijn Jean-Louis Duroc, F1-piloot, weduwnaar (echtgenote overleden aan kanker) en Anne Gauthier, haar echtgenoot was stuntman en kwam om het leven door een ontploffing tijdens een opname. Hoe ze elkaar ontmoeten…

In Deauville stuiten ze op elkaar, komen tot de bevinding dat hun respectievelijk kind (elk één, jongen Antoine – meisje Françoise, beide zo’n acht, negen jaar) daar op dezelfde kostschool zitten… en bijgevolg… Al vlug worden de kinderen bevriend, de ouders idem, en mag het iets meer zijn? Strandwandelingen, restaurantbezoek, Anne rijdt met Jean-Louis in de auto naar Parijs waar ze beide wonen. Er is ook een scène waar hij, snelheidsspecialist, tracht de sneltrein waar zij zich in bevindt voor te zijn… Haar onrust wegens zijn beroep, analoog aan de angst en herinnering betreffende wat haar echtgenoot overkwam. De liefde, uiteraard, eind goed… Maar schitterend geacteerd en met unieke muziek van Francis Lai met vooral die ene deun die nog steeds moeiteloos standhoudt: “Mon coeur dit bas da ba da ba…”. Op tekst van Pierre Barouh. Het duo schreef talrijke liedjes voor o.m. Piaf, Yves Montand, Petula Clark, en kreeg in 1970 de Oscar voor hun muziek van ‘Love Story’.

De subtiele regie, de onderlijning door de beklijvende muziekscore, én de acteerprestaties, die tillen deze film boven het niveau van een melodrama uit. Met in de rol van de F1-piloot Duroc, Jean-Louis Trintignant. En naast hem de goddelijke Anouk Aimée als Anne Gauthier die in 1967 voor deze rol een oscarnominatie in de wacht sleepte. Haar echte naam is Françoise Dreyfus, ‘Anouk’ ontleende zij aan een filmpersonage, de naam ‘Aimée’ werd haar gesuggereerd door Jacques Prévert die voor haar het scenario schreef van de film ‘Les Amants de Verone’  waarin zij speelde, onder de regie van André Cayatte, naast Serge Reggiani. We zagen haar ook in ‘La dolce Vita’ en in ‘Otto e mezzo’ van Fellini. Maar natuurlijk mag ik niet onvermeld laten dat zij schitterde in ‘Un soir, un train’ (1968) van onze eigen André Delvaux naar de roman van – zeg maar ‘mijn’ – Johan Daisne ‘De trein der traagheid’ waar zij de rol van Anne vertolkte naast Yves Montand, Senne Rouffaer, François Beukelaers. En zie ik daar, vreemd genoeg, niet ook opduiken, een goede bekende, ooit door mij geregisseerd, Willy Coppens, geplukt uit de gelederen van toneelkring Sint-Genesius en uit de cast van wijlen mijn stuk ‘Het Gezag’… ooit acteerde hij dus naast Anouk Aimée, godin van het witte doek, vier maal gehuwd, o.m. met tekstschrijver-zanger Pierre Barouh…

Maar laat dit niet het einde van het liefdesverhaal zijn! Of toch? Het grote liefdeskoppel blijft helaas niet bij elkaar, zoals blijkt uit het vervolg, gedraaid in 1986, ‘Un homme et une femme: vingt ans déjà’. Duroc is inmiddels organisator van rally’s. En het kwam tot een breuk. Onder regie van Lelouch, met dezelfde hoofdacteurs. Dat zou evenwel nog niet het einde betekenen! Vorig jaar, in 2019, flikkerde het bioscoopscherm opnieuw op. ‘Les plus belles années d’une vie’, regie Claude Lelouch, met… jawel Jean-Louis Trintignant, Anouk Aimée en nu ook Monica Bellucci. Nog een vervolg op ‘Un homme et une femme’; de film bleek dus na zoveel jaren ook door de betrokkenen niet vergeten, integendeel! Nu blijkt Jean-Louis Duroc, verblijvend in een verpleeghuis, langzaam te dementeren. Zijn zoon Antoine zorgt er voor dat de herinneringen van jaren her kunnen herleven, dat zijn vader en Anne Gauthier, ‘un homme’ en ‘une femme’ heropstaan. Deauville, de Ford Mustang, de Rallye Monte Carlo, het Hotel Normandy Barrière, tél. Montmartre 1540… alles herleeft, alles herbeleven ze… En, de rol van de zoon van Jean-Louis, Antoine Duroc, wordt hier vertolkt door de man die in de eerste film het kleine jongetje was uit het verleden opgediept… Terwijl ook nu Francis Lai voor de muziek tekende. Van 1966 tot heden, de liefde triomfeert. In ieder geval in een film als ‘Un homme et une femme’, en schenkt ons ‘les plus belles années’…

Twee films die mijn leven begeleidden. Denk evenwel niet dat ik een cinefiel ben, absoluut niet. Ooit, de jaren toen ik studeerde aan het RITCS zag ik een heleboel films. En leerde er ook veel over, de artistieke en de technische aspecten, van scenario tot camerastand en belichting, van psychologie tot decor. Maar daarna… mij trof je vrijwel nooit meer in een bioscoop aan. Boeken ja, lezen… Zo is er één werk dat eenzelfde status bezit als voornoemde films in de zin dat het mij reeds mijn ganse leven vergezelt en vaak uit de kast gehaald wordt. En vaak betekent: bijna jaarlijks, en dan steevast in de duistere periode rond kerst en oudjaar. Heeft het iets te maken met een passage waar het sinterklaasfeest en de vallende sneeuw zo romantisch beschreven wordt? Of een andere waarin, bij storm en ontij het hoofdpersonage wanhopig door de nachtelijke stad stormt? Geen idee. Ik heb het over ‘Eline Vere’ van Louis Couperus, een roman die hij schreef in 1887-1888  en waarmee hij debuteerde. Het werk verscheen eerst als feuilleton in de liberale Haagse avondkrant ‘Het Vaderland’.

Hoofdpersoon is Eline Vere, een jongedame van nobele afkomst die na de dood van haar ouders tijdelijk bij haar tante inwoont. Wij vinden haar evenwel, na het overlijden van ook deze tante, in het riante huis van haar oudere zus Betsy, schoonbroer Henk van Raat en hun peuter Ben. Het ganse gebeuren speelt zich grotendeels af in Den Haag, en dan meer bepaald in de kringen van de gegoede burgerij en de aristocratie. In een ‘geestdodend’ Den Haag. Waar conventies hoogtij vieren. Waar men op de toppen van de tenen loopt. Maar waar ook genoten wordt, gevoeligheden sterk spelen, relaties opgebouwd worden (zeer subtiel). Zodat Couperus die hier duidelijk een psychologische roman neerzet, meteen een zedenschets meegeeft. Want er defileren nogal wat families in dit lijvige boekwerk, de gezinnen de Woude, van Rijssel, van Erlevoort, Verstraeten, Ferelijn, telkens met kinderen, schoonfamilie, kleinkinderen…

Centraal blijft natuurlijk Eline Vere, is zij egoïstisch, neurasteniek, overspannen, gewoon overgevoelig, gekunsteld, neurotisch… draagt zij de kiemen van haar vader, een kunstschilder, ook zo’n weemoedig type in zich mee? Zij dweept met een in de stad optredende Belgische bariton Theo Fabrice, een bizarre verliefdheid. Die even bruusk afgeremd wordt als zij, onlogisch, begon. Dan breekt, een poos, de enige rustige periode van haar leven aan: zij verlooft zich met Otto van Erlevoort, een rustige natuur, iemand op wie zij kan steunen, in wie haar getormenteerde natuur kalmte weet te vinden. Tot haar neef Vincent Vere ten tonele verschijnt – draagt ook deze in zich de vloek van het geslacht Vere, de zwaarmoedigheid, de onontkoombare depressie? – en zij op hem verliefd wordt of veeleer met hem dweept analoog met haar verhouding tot de zanger. En zij haar verloving verbreekt.

Opgemerkt: tussendoor beleven we mee allerlei avonturen van en binnen de andere families, steeds binnen de enge kring van de Haagse bourgeoisie. Met uitstapjes naar Scheveningen, naar hun landgoed, naar een boerderij. Met tribulaties over huwelijken die afhankelijk zijn van status, financiën en liefde, maar waarbij dan toch telkens dat laatste aspect blijkt te primeren – Couperus is niet zo genadeloos! Maar ‘zien en gezien worden’, dat staat voorop in die kringen, in die overbeschaafde wereld die de auteur onder het vergrootglas legt. De gebruiken, hoe men met elkaar omgaat, hoe ze maatschappelijk functioneren… het is een soms genadeloze ontleding terwijl er voor de individuen met een monkellach veel tederheid schuilgaat in de benadering door de schrijver omdat hij steeds naar hun gemoedsstemming en individuele achtergrond en psychologische basis peilt.

Eline Vere zelf, terug naar haar… Ten prooi aan depressies brengt zij enkele jaren door afwisselend in Parijs bij vrienden, te Brussel bij een oom en zijn jongere echtgenote, in Den Haag bij een moederlijke oude dame, om tenslotte, alleen, kamers in een pension te betrekken. Ondertussen ontmoette zij een Amerikaan, Lawrence St Clare die haar ten huwelijk vraagt – zij vraagt bedenktijd. En beseft dat in feite haar grote, enige liefde Otto van Erlevoort was met wie zij ooit verloofd was. Eline stopt een foto van hem in een medaillon dat zij om de hals draagt, het zal haar niet verlaten. Haar leven sleept zich verder, leeg, alleen weemoed en pijn resten nog. En zij kampt met slapeloosheid die zij bevecht – jarenlang – met druppels morfine. Nachtmerries, hallucinaties, ondervoeding, uitputting… verslaving. Het wordt haar fataal. In de hang naar rust neemt zij een te hoge dosis, zal zij eindelijk droomloos slapen? Of betekent dit het einde… men mag haar dan niet vinden met het portret van Otto bij haar, en zij – drama ten top – slikt het fotootje in. Geen bewuste zelfmoord, wel gezochte rust…

‘Eline Vere’ past perfect binnen het naturalisme. Daar is vooreerst het determinisme: erfelijkheid (het geslacht Vere lijkt voorbestemd met de vader, Eline, Vincent, en het kondigt zich ook aan in Ben, zoontje van Betsy zoals via details gesuggereerd wordt), opvoeding en milieu. Dan is er het fatalisme, het noodlot dat als een doem boven enkele personen hangt, onontkoombaar. Tenslotte de algemene sfeer van pessimisme die over het geheel hangt, in ieder geval waar het de hoofdpersonen betreft; want uiteindelijk keert het voor de meeste der ten tonele gevoerde figuren nog ten goede – gelukkige huwelijken; al rest de vraag of het alles uiteindelijk zo onverdeeld positief is vermits Couperus de ouderen steevast laat belanden in treurige zwaarmoedigheid, eenzaamheid… hoe fraai, leuk, frivool hun jeugd er ook uitzag!

Ook het ten tonele voeren van pathologische figuren als Eline en Vincent kadert in het naturalisme en in de psychologische roman waarvan de auteur zich een meester toont. Graag verwijs ik naar wat Lodewijk Van Deyssel, toen de belangrijkste criticus, noteerde in ‘De Nieuwe Gids’ van 20.03.1890, dat “hij Eline Vere 3x gelezen had”, het boek is “vrolijk-mooi, lief-weemoedig, rijkjes-aanminnig, heerlijk-bevallig, prachtig-lieftallig”… dat als besluit van een uitgebreide, ongemeen lovende recensie.

‘Eline Vere’ werd op het toneel gebracht in een bewerking door de echtgenote van Couperus. In 1991 was de filmversie te zien in een regie van de Belg Harry Kümel met o.m. Monique van de Ven (Betsy), Thom Hoffman (Vincent), Michael York (Lawrence), Johan Leysen, Michael Pas, Mary Dresselhuys, Koen De Bouw, en als Eline de Franstalige Belgische Marianne Basler. Deze laatste acteerde in talloze films, o.m. in ‘Midnight in Paris’ van Woody Allen, was te zien op toneelpodia en in televisiefeuilletons in Frankrijk en Wallonië. De film bleek geen kassucces. De Avro zond in 1993 in drie delen van elk 60 minuten een feuilleton uit, op basis van de filmbeelden aangevuld met bij de montage ongebruikt materiaal.    

Johan de Belie

Een gedachte over “Het hoekje van Opa Adhemar (36)

  1. Wat een verademing om deze dagelijkse berichten te lezen!

    Dankjewel om het vooral niét over de huidige crisis te hebben.

    En dank aan die crisis voor de tijd om nu ook echt dagelijks iets degelijks te kunnen lezen.

    Warme groet Nele

    Verstuurd vanaf mijn iPhone

    >

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.