Op 28 juli 1978 verscheen in het gewestelijk weekblad De Voorpost bovenstaand artikel waarin ik het met Jacques Raymond heb over een Witboek dat door SABAM kort daarvoor was gepubliceerd. Dat interview met Jacques Raymond kan je terugvinden op de pagina die ik aan hem heb gewijd, hier wil ik het vooral over het Witboek zelf hebben, via een artikel dat ik rond die tijd in De Rode Vaan heb gepubliceerd.

“Dit was dan de laatste elpee van de Engelse groep Supertramp.” Zo klonk het gewoonlijk op de BRT, eind jaren zeventig. Want, inderdaad, het is algemeen geweten dat een economische crisistijd weinig weerslag heeft op de platenindustrie. De vlucht uit de werkelijkheid zal daar wel weer de oorzaak van zijn. “En die doppers krijgen toch zoveel geld op de hele dag op hun luie kont te zitten,” zo voegde een verkoper van Climax-boeken op de markt van Ledeberg eraan toe. “Ze kunnen niets anders dan kinderen kweken!” En naar platen luisteren dus misschien…?
En toch, voor de “Vlaamse Vedetten” zijn het ook geen rooskleurige tijden. Als het zo verder gaat, zullen ook zij – volgens hun eigen zeggen – moeten gaan stempelen. Is het inderdaad zo erg? Als er dan geen crisis is in de showbusiness in ’t algemeen, waarom dan wel in Vlaanderen? We zitten nu evenwel niet te wachten tot Willy Sommers, John Terra, Cindy, Salim Seghers en John Horton evenveel zendtijd krijgen als Neil Young, Rod Stewart, John Lennon, Emmylou Harris en Leo Sayer, maar het is wel degelijk een probleem.

Om dit te illustreren moet ik met cijfermateriaal aankomen, dat mij ter hand werd gesteld door de heer Corbet van SABAM: “Van de in 1975 ontvangen bedragen ging 186.949.573 fr. naar het buitenland en bleef 203.937.803 fr. in België. Hierbij moet echter onmiddellijk een opmerking worden gemaakt. In het bedrag dat in België uitbetaald wordt, zit een deel van ongeveer tachtig miljoen dat aan uitgevers toekomt. Nu hebben de uitgevers dikwijls overeenkomsten met buitenlandse uitgevers die zij in België vertegenwoordigen, op grond waarvan zij ook het aandeel van die vreemde uitgever in België incasseren, waarna zij het hen zelf rechtstreeks overmaken. Dit gebeurt vooral met Amerikaanse werken en die betekenen toch een groot deel der ontspanningsmuziek die vandaag wordt gebruikt. Bovendien zit in de geciteerde bedragen ook toneel, film en beeldende kunst.
In 1976, toen deze bedragen werden uitgekeerd, ontvingen wij uit het buitenland 98.865.000 fr. Het is echter niet zinvol dit bedrag te vergelijken met de hoger geciteerde, want in dit bedrag zitten ontvangsten van verscheidene jaren (*). Sommige landen rekenen zeer vlug af, na één jaar, dat zijn de meeste Westerse landen. De Oost-Europese landen rekenen wel wat trager af en de Zuid-Amerikaanse bijvoorbeeld slechts na meerdere jaren.
SABAM heeft steeds het standpunt verdedigd dat er meer eigen werken moeten worden gebruikt in de BRT/RTB, maar ook in het concertleven, in de theaters, enzovoort. Binnenkort zal SABAM hierover trouwens een witboek publiceren.”
In antwoord op een parlementaire vraag heeft cultuurminister De Backer de resultaten bekend gemaakt van een steekproef die werd gedaan voor het eerste halfjaar 1975 aangaande de programma’s op de drie BRT-zenders. Zo zond BRT1 voor 50,68% Engelstalige nummers uit, 35,58% Nederlands, 8,4% Frans en 1,44% Duits. BRT2: Engels 62,65%, Nederlands 19,89%, Frans 9,55% en Duits 4,95%. BRT3: Engels 21,60%, Frans 21,60%, Duits 18,3% en Nederlands 12,2%.
Natuurlijk is het zo dat bij het percentage voor Frans ook onze Waalse broeders zitten en dat zelf het percentage voor Engels niet zomaar globaal mag worden bekeken. Er zijn immers genoeg Vlaamse artiesten die Engelse composities maken en in dat geval blijft het geld natuurlijk ook binnen onze grenzen.
Anderzijds is het ook zo dat het cijfer voor Nederlands evenmin in zijn geheel kan worden beschouwd. Integendeel, afgaande op mijn eigen waarneming zullen de door Jacques Raymond vervloekte Hollanders daar voor meer dan de helft tussen zitten, dus dat compenseert. Grof geschat mag men dus zeggen dat de BRT ongeveer voor één vierde eigen werk programmeert.
Half juni ontving ik dan van SABAM het witboek dat men een jaar eerder al had aangekondigd. Wat de reden mocht zijn voor het laattijdig verschijnen, kon ik niet achterhalen, maar alleszins heft het de samenstellers voor enige problemen gesteld. Zo heeft o.m. de BRT zich op de borst geklopt en binnen haar programma’s meer ruimte gemaakt voor eigen producties. Dat echter de samenstellers van de brochure (ik zal steeds die vage omschrijving moeten gebruiken, want nergens is een naam te vinden) “Dolle Dinsdag” in dat verband als een positieve inbreng begroeten, bewijst echter dat de problemen zeker nog niet van de baan zijn…
In de begeleidende brief stond ook nog: “Door dit document drukken de 7.000 leden van onze vereniging (letterkundigen, toneelauteurs, scenaristen, tekstschrijvers en componisten) hun ongenoegen en hun diepe bezorgdheid uit.”
Nu ben ik toevallig ook lid van SABAM en voor zover ik weet heeft niemand ooit naar mijn mening gevraagd. M.a.w. raadpleging van en overleg met de “basis” is er blijkbaar dus niet geweest.
GRIEVEN
In de brochure wordt vooral de lakse houding van de overheid aangeklaagd. Men plaatst het probleem binnen het economische kader, meer bepaald i.v.m. de tewerkstelling (in de platensector alleen al werken acht tot tien duizend mensen). Dit komt echter niet heel goed uit de verf omdat het bijvoorbeeld onduidelijk blijft hoeveel van voornoemde mensen werkloos zou worden indien het percentage “Belgische” muziek nog zou dalen bij de BRT, bij de platenfirma’s, bij het aantal optredens, enz.
Ook wordt nergens met een woord gerept over de werkloosheid binnen diezelfde industrie, vooral dan van creatief talent, zoals dit bij de discussie in Nederland wél het geval was. Hier kwam dan als oplossing het zogenaamde “Popplan” van de Stichting Popmuziek uit de bus (met een “huisorkest”, jamsessions, spreiding van kwaliteitspop door heel Nederland), waaraan de Nederlandse Tweede Kamer haar principiële goedkeuring heeft gehecht. (Alleen waren er ook hier discussies over subsidiëring en we weten dus niet in hoeverre dit plan in de praktijk uitvoerbaar is gebleken.)
De klacht tegen de overheid vernauwt zich vrij snel tot een klacht tegen het omroepbestel dat in zijn huidige vorm immers een staatsinstelling is en een monopoliepositie bekleedt (in 1978 was er van VTM en tutti quanti uiteraard hoegenààmd nog geen sprake, RDS). Men laat wel de termen “zuilensysteem” en “commerciële omroep” even vallen, maar men houdt zich verder gelukkig op de vlakte (**).
Voor 1976 stelde SABAM de volgende percentages vast van Belgische producties op radio en televisie: voor de BRT-radio was dat 8 à 12 procent, voor de RTB-radio 5 à 8 procent, voor de BRT-televisie 15 procent en voor de RTB-televisie 21 procent.
Vanwaar het vrij grote verschil komt wat de televisie betreft, daar hebben wij het raden naar (het staat immers nergens verklaard). Wat de radio betreft, hier menen we wel een “hint” te hebben. In de brochure wordt immers gewezen op het belang van de uitzending “De charme van het chanson” (BRT1). Samensteller en presentator Johan Anthierens zal alweer een duim groeien, binnenkort past hij niet meer binnen een televisiescherm!
Zelf zou ik daar graag bij aanstippen dat deze functie nadien is overgenomen door omroep Brabant die vast en zeker het werken binnen het kader van kleinkunst en volkskunst heeft gestimuleerd. Ik hoef maar te verwijzen naar interviews met Waalse jongens die binnen hetzelfde genre bezig zijn (Julos Beaucarne of André Bialek bijvoorbeeld) en dan blijkt duidelijk dat zij hiernaar met een zekere bewondering opkijken. Het is zelfs zo dat een deel van hun succes te wijten is aan het feit dat zij bijvoorbeeld van het Brabantse deel van het Vlaamse circuit hebben mogen gebruik maken.
SABAM stelt dan voor dat die houding zou veranderen in een “gezond-chauvinistische politiek”. Zij verwijzen hierbij naar een aantal landen (ook uit Oost-Europa), maar vooral naar Canada, waar premier Trudeau door zijn actie voor meer “Maple Leaf Music” (30 procent zendtijd) er niet alleen in geslaagd is de emigratie naar de Verenigde Staten (Paul Anka, Gordon Lightfoot, Neil Young, Joni Mitchell, The Band enz.) stop te zetten, maar zelfs het procédé om te keren.
TONEEL
Over het hoofdstuk “toneel” kan ik kort zijn, aangezien ik deze problematiek elders reeds heb aangesneden. Zo breng ik even in herinnering dat het NTG voor het komende seizoen géén nieuwe Belgische productie voorziet (dat kàn sinds het theaterdecreet van 1975; vroeger moest men om voor subsidiëring in aanmerking te komen tenminste één nieuw “inheems” stuk creëren), omdat er naar hun mening geen interessant stuk voorhanden is op dit moment. Onze plaatselijke medewerker beaamde dit, maar sindsdien regende het lezersbrieven op de redactie waarin men allerlei mensen opsomde die met goed materiaal voor de dag zouden kunnen komen. Het tegendeel was dus bewezen. (***)
Opmerkelijk is de zinsnede in het Witboek dat de premies die bij nieuwe eigen creaties worden verleend aan auteur en gezelschap binnenkort wellicht zullen wegvallen. Overigens wijst SABAM erop dat het hier enkel om professionele gezelschappen gaat en dat de amateurgroepen in zo’n geval op een premie van SABAM zelf zijn aangewezen. Nochtans keurt SABAM het premiesysteem als zodanig niet goed. Integendeel, de nivellering van de eigen theaterproducties is er volgens hen zelfs enigszins aan te wijten: vele gezelschappen wensten namelijk de premie binnen te rijven zonder dat zij bekommerd waren over het kwaliteitsniveau van het stuk. Zo kregen de veelschrijvers hun kans.
Anderzijds is het wel zo dat zonder premie de auteur uitsluitend is aangewezen op een percentage van de inkomsten (en dus van de publieke belangstelling), wat meestal zeer gering is, zodanig dat sommige talentrijke auteurs gaan uitkijken naar meer lonende toestanden zoals romans of televisie. Dat maakt dat ook op deze manier weer enkel de “amateuristen” blijven doorgaan. Daarom stelt SABAM voor de auteur ook een percentage van de subsidie te geven. Plus een forfaitair bedrag bij elke creatie.
ERNSTIGE MUZIEK
Het hoofdstuk over de “ernstige muziek” is heel kort, de grieven zijn hier immers klein. Het is inderdaad zo dat de staat wel een poging doet om de Belgische componisten meer bekendheid te laten verwerven. Het schijnt echter te laat te zijn: de moderne componisten van “ernstige muziek” zijn van hun publiek vervreemd (typisch: in de Belgische Mediatheek in Gent kon men vorig jaar werk van Belgische componisten gratis meenemen, maar zelfs gratis bleven ze liggen) en de dader is toch ook hier weer de overheid.
Het is wel een proces dat (volgens de brochure) op gang gekomen is in 1930 en het protest komt dus vrij laat (misschien doen de desastreuze gevolgen zich nu pas gelden). Vanaf dat jaar is er namelijk een verandering gekomen in het concertwezen. Het is het jaar dat men overschakelt op “festivals”. En het is uiteraard geweten dat men in een festival graag uitpakt met superproducties liever dan risico’s te nemen met “nieuwe” namen.
LICHTE MUZIEK
“Last but not least” komen de werkelijke “aanstokers” van de ontevredenheid op de proppen: de artiesten die men meestal samenbrengt onder de noemer “lichte muziek”. Gewoonlijk heb ik een hekel aan deze benaming omdat bijvoorbeeld jazz, kleinkunst, volksmuziek en rock hier ook onder vallen, maar deze keer dekt de vlag wel de lading.
De jazzmusici in België hebben wel degelijk problemen, maar zij staan nergens in deze brochure vermeld. Over het goed functioneren van het kleinkunst- en volkskunst-circuit heb ik het reeds gehad en de paar zonderlingen die met goede pop aan de kost kunnen komen maken daar meestal ook gebruik van.
In dit hoofdstuk komt vooral de omzet van platenfirma’s ter sprake en we moeten dus wel uiterst voorzichtig zijn, want artistieke belangen komen hier veel minder ter sprake dan commerciële. Ergens wordt gezegd dat als we Belgische zangers meer zendtijd geven, dit de kwaliteit ten goede komt, maar het verband tussen die twee zaken moet iemand mij toch eens duidelijk maken. Dat, omgekeerd, de Belgische zangers meer zendtijd zullen krijgen als hun producties beter worden, lijkt me vrij vanzelfsprekend.
Maar goed, in het Witboek vertrekt men dus van de catalogi van platenfirma’s. Bij Polygram (Polydor-Phonogram) neemt de eigen productie slechts 3 à 8 procent van de totale omzet in beslag. Decca-Fonior wordt als voorbeeld gesteld met 17 à 25 procent (****). EMI daarentegen wordt zwaar met de vinger gewezen: slechts één elpee op een hele catalogus! Hier is men dan wel erg nonchalant met de gegevens omgesprongen, want is het niet juist de dochteronderneming van EMI, namelijk IBC, die een poging doet om Belgische kwaliteitspop op te sporen en te verspreiden. Denk maar aan hun medewerking aan de door Humo en de Beursschouwburg georganiseerde Rock Rallye.
VOLKSBEWUSTZIJN
Verder stelt men vast dat de belangstelling voor de eigen productie “stagneert”. Nu stagneren betekent nog niet achteruitgaan, dacht ik, en bovendien heb ik vrij toevallig in het vrouwenweekblad “Goed Nieuws” van 5 februari 1957 (dus bij de opkomst van de rock’n’roll) de volgende relevante klacht gelezen: “Niet alleen het begrip ‘thuis’ is tegenwoordig verwaterd. Met het volksbewustzijn is het al even erg gesteld. Natuurlijk is dat weer een groot woord, maar is het niet eigenaardig dat de Halbstarken (een in onbruik geraakte benaming voor nozems, RDS) een uitgesproken afkeer hebben van Belgische platen? We weten het wel, de kwaliteit van de liederen van eigen bodem laat soms wel wat te wensen over, maar wat denkt ge zoal als ze u zeggen: ‘We luisteren alleen naar een plaat als ze in ’t Engels gezongen is. Niet omdat we een afschuw hebben van onze eigen taal, maar we voelen die eigen liedjes aan als iets vreemds. Rock’n’roll-muziek – liefst in ’t Engels – dàt spreekt tot ons hart’.”
Ook hier is er dus die vermenging van “volksbewustzijn” en “Belgisch”. Het Witboek begint zelfs met die fout: men verwijst steeds naar de “eigenheid van ons volk”, maar die is Vlaams! Zeker sinds Eddy Merckx heeft opgehouden met koersen bestaat “het Belgische volk” niet meer. Bij het gebruik van die “romantische” terminologie moeten we trouwens dubbel op onze hoede zijn want we komen hiermee snel in het vaarwater van zekere personen die – om het met de uitdrukking van Miel Appelmans van Tliedboek te zeggen – een Schotse doedelzakspeler op dezelfde hoogte plaatsen als een Turkse tramconducteur en ze allebei buiten willen.
Uit welke hoek de bijdrage over lichte muziek komt, blijkt trouwens duidelijk uit het geëmmer over Avro’s Top Pop, terwijl men overheidsinitiatieven als het Bestuur voor Jeugdvorming gewoon even terloops vermeldt. Inderdaad, hier gelden immers kwaliteitsnormen en daarvan wil de “bizness” liever niet horen. Wat natuurlijk niet wegneemt dat ik wel de kritiek kan volgen op de nutteloosheid van de BRT Top 30, omdat die niets anders is dan Avro’s Top Pop van de maand ervoor. Zelfs typisch Hollandse snertproducten als “Heideroosje” worden door de Vlaamse kopers blijkbaar geslikt. Of “Big City” van Tol Hansse. Op zichzelf niet slecht maar toch duidelijk niet voor export bedoeld!

Ronny De Schepper

(*) Ik vind het ook merkwaardig dat de uitgekeerde bedragen bijna tot op de centiem bekend zijn, terwijl het ontvangen bedrag mooi afgerond op een duizendtal eindigt…
(**) Dit stuk is een samenvoeging van twee artikels uit De Rode Vaan (helaas heb ik zelf de precieze verwijzingen niet bijgehouden). De Rode Vaan in het algemeen en collega Lode De Pooter in het bijzonder heeft altijd de monopoliepositie van de BRT verdedigd. Alhoewel ik moet toegeven dat de concurrentie van de commerciële zenders bepaalde voordelen heeft gehad (onder meer de wereldvreemdheid van de Reyerslaan werd erdoor ondergraven), toch zijn er genoeg nadelen (vertrossing van de kwaliteit en vooral de commercialisering van de openbare omroep door het aantrekken van managers en het sponsoren van bepaalde programma’s) om deze strategie ook nu nog altijd niet volledig af te zweren.
(***) Zoals ik elders al heb geschreven, opmerkingen over de lezersbrieven die op De Rode Vaan toe kwamen, moet men altijd met een korrel zout nemen. Zo zal die “regen” van lezersbrieven wel voornamelijk bestaan hebben uit een vlammend schrijven van vader Christiaens die vond dat “zijne Jan” te weinig aan bod kwam…
(****) Ik kan me vergissen, maar ik meen me te herinneren dat de Belgische tak van deze firma niet lang daarna op de fles is gegaan!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.