Het is vandaag al twintig jaar geleden dat de acteur Cyriel Van Gent op 73-jarige leeftijd is gestorven.

Cyriel Van Gent werd als Cyriel Verbrugghen geboren in Sint-Amandsberg, bij Gent, wat zijn artiestennaam verklaart. Het pseudoniem is afkomstig uit de tijd dat hij een bediendenbestaan leidde en zich telkens ziek meldde om ergens te gaan optreden. “Eigenlijk woon ik al mijn hele leven in Sint-Amandsberg. Van dit dorp hou ik nog veel meer dan van Gent, maar ik kon mezelf moeilijk Cyriel Van Sint-Amandsberg noemen! Met zo’n naam raakt een acteur niet heelhuids door het leven!” (TV-Story). In 1957 debuteerde hij op televisie in het kookprogramma “Koken met Archibald”, dat hij samen met Paula Sémer en John Bultinck presenteerde. Cyriel Van Gent werd op aanraden van zijn leraar Frans Primo enkel omwille van zijn figuur gekozen als Archibald en moest voor elke uitzending (die live ging!) vlug het gerecht inoefenen bij een Gentse dame.
19-rvvlaenderenjmorelcyrielvg-eeuwige-echtgenootTegelijk speelde hij in het theater “De eeuwige echtgenoot” van Dostojevski in Arca in een toneelbewerking gebracht door Rudi Van Vlaenderen, Jacky Morel en Cyriel van Gent (v.l.n.r. op de foto). De betaling geschiedde volgens Dré Poppe “in commune. Er werd niet betaald de eerste jaren. We hanteerden een kruisjessysteem. Een hoofdrol kreeg b.v. drie kruisjes. Een regie vijf, een medewerker voor de techniek één kruisje. Op het einde van het jaar werd de pot van inkomsten gedeeld door het aantal kruisjes. Beroepsacteurs die als gast optraden werden wél betaald. Cyriel Van Gent die meedeed in De Eeuwige Echtgenoot van Dostojevski zei: Als ik meedoe aan vijf voorstellingen van dat stuk verlies ik twee Schippers naast Mathilde. Dat moet je me vergoeden.” (De Gentenaar 7/6/1990)
Daarna was hij als Passepartout te zien in Jules Vernes “Reis om de wereld in 80 dagen” en een jaar later in “Manko Kapak” (1959). Hij was nadien nog heel vaak in die beroemde BRT-jeugdfeuilletons te zien, zoals “Het geheim van Killary Harbour” (1960), “Zanzibar” (1962), “De Tijdscapsule” (1963), “Kapitein Zeppos” (als de domme postbode Gust in 1964), “Axel Nort” (1965) en “Johan en de Alverman” (als Don Cristobal in 1965).

60-de-huisbewaarderIn 1966 werd “De huisbewaarder” van Harold Pinter opgevoerd in het Arcatheater met (op de foto v.l.n.r.) Marc van Nieuwenhuize, Hugo van den Berghe en Cyriel van Gent. Op televisie volgden nog “Midas” (1967) en “Het zwaard van Ardoewaan” (1971), maar dan hield de BRT jammer genoeg op met het opnemen van dergelijke series. Gelukkig kon Cyriel Van Gent voortaan ook in “volwassen” series terecht, zij het nog altijd als een clowneske figuur (b.v. in “De Paradijsvogels” uit 1973).
Hij was echter veel meer dan dat zoals hij liet zien in 1974 toen Cyriel Van Gent in het NTG, waar hij bijna z’n hele leven heeft gespeeld, te zien was in Brechts “Dreigroschenoper” in een vertaling van Seth Gaaikema en in een regie van Konrad Zschiedrich uit de DDR. Soms mocht hij zelfs een regie doen zoals bij Feydeau’s “Een vlo in het oor” (1973) of “Mijnheer gaat op jacht” van dezelfde auteur (1976). In 1977 bracht hij het laatste stuk van Ben Travers (hij zou sterven in 1980) “The bed before yesterday” als “Te bed of niet te bed”, op dat moment al tien jaar de titel van het populaire radioprogramma van Jos Ghysen. Daarna was er nog “Knock of de triomf van de Geneeskunde” van Jules Romains, een jaar later. In april 1974 regisseerde Hugo Claus in het NTG “Het recht van de sterkste”, de toneelbewerking door Jan Christiaens van de gelijknamige roman van Cyriel Buysse. Ikzelf heb het stuk op televisie gezien (dergelijke captaties moeten we nu ontberen), maar ik herinner me er niet veel meer van. Niets eigenlijk. Als ik echter op de recensie van Mark Vlaeminck in De Standaard van 16 april 1974 moet afgaan, was het geen groot succes. De titel “vervelende Buysse-smartlap” zegt reeds meer dan voldoende. In 1975 verleende Cyriel zijn medewerking aan de luisterspelversie van L.P.Boons “Pieter Daens” (in 1979 zou hij trouwens meespelen in de NTG-bewerking door Frans Redant en Walter Moeremans) en in 1983 is hij één van de minnaars van Mrs.Warren in het stuk van George Bernard Shaw, « Madame Warrens Broodwinning ».
58-cyriel-van-gent-in-de-koning-sterftIn 1984 speelde hij in “De koning sterft” van Eugène Ionesco (foto), in “Vrouwen van Troje” van Euripides, in “Dantons dood” van Georg Büchner en in “Thuis” van Hugo Claus (bovenstaande foto), waarin regisseur Walter Moeremans heeft toegestaan dat hij als vader Theo Vandaele helemaal in de oude “naturalistische” traditie acteerde, iets wat wij niet meer gewoon zijn in het beroepstheater. In 1985 is hij in Ibsens “Bouwmeester Solness” “als dokter zoals steeds Cyriel Van Gent. Ik heb hem nog nooit anders gezien”, zoals ik in mijn recensie schrijf. Maar datzelfde jaar neemt hij nog revanche voor deze uitspraak met wat ik persoonlijk achteraf zijn beste prestatie vond, namelijk die van Tiete in het stuk “Blindeman”. Hugo Claus laat in het NTG het drama van « Koning Oedipus » zich immers afspelen als « vermaak » door tien Gentenaars die aan de Watersportbaan als bij wonder ontsnapt zijn aan een onmiddellijke dood door de « bom », terwijl hun anderzijds een zekere dood wacht. Een jaar later was Cyriel te zien in “Lijmen/Het Been” en rond die tijd speelde hij ook Smie in “Peter Pan”.
Soms speelde hij wel een karikatuur van zichzelf, zoals in « De golven van de liefde en de zee » van de Oostenrijkse schrijver Franz Grillparzer in het NTG (1987). In “My fair lady” (uit datzelfde jaar) past die aanpak dan weer uitstekend. Soms is hij trouwens gewoon het slachtoffer van zijn imago. Het is echt griezelig als de hele zaal in lachen uitbarst als Cyriel Van Gent ligt te kreperen in “King Lear” (1987). Geef mij datzelfde jaar dan misschien toch maar “Koning Ubu”. In 1988 mocht hij schitteren in « Einfach kompliziert » of « Gewoonweg ingewikkeld » van Thomas Bernard. Diens recept is gekend : modderen met frustraties uit de opvoeding, angst en haat voor de mensen, pessimistische levensvisie, eenzaamheid. Een stuk van Bernhard is kankeren over het leven, knorrig woorden en zinnen in zwarte gal dopen en tussen de tanden draaien. Met telkens lichte betekenisnuances.
In dit stuk, een anderhalf uur durende monoloog, is Cyriel Van Gent de knorrepot. Vereenzaamd in een kale en kille kamer blikt een tweeëntachtigjarige acteur-filosoof terug op zijn leven, dat gevuld was met muziek, literatuur, toneel en filosofie. Grimmig. Hij voelt zich als toneelspeler een miskend genie, spuwt zijn haat uit tegen de medemens die verzuipt in alledaagsheid en domheid. De meest eenvoudige dingen worden in zijn leven gewoonweg ingewikkeld. Tussen deze kommer door een komisch intermezzo : zijn gevecht met de muizen. « We kunnen tenminste zeggen dat we in ons leven elke tweede dag een muis hebben gevangen ». Ook een ontroerend moment: een negenjarig meisje brengt hem melk. Hij drinkt nooit melk, maar zij is zijn enig mogelijke contact met de buitenwereld.
Het is een stuk dat op het lijf geschreven is van Bernhards lievelingsacteur Minetti en dat Cyriel Van Gent op eenzelfde zeurderige betweterige toon brengt in de tweede zaal van het NTG (NT2). Een mooi afscheid van de scène voor Cyriel Van Gent. Sterk geacteerd à la Minetti. Maar anderhalf uur lang aankijken tegen een zwartgallige zeurkous die al na tien minuten in een doodlopende straat zit vergt heel wat incasseringsvermogen. De laatste scène was sowieso overbodig. Men kan zich afvragen of men Bernhard niet anders moet brengen : onderkoeld, grappig, relativerend, karikaturaal. De lach was te schaars. De regisseur moet de humor niet schuwen bij Bernhard : naast gal mag er ook honing zijn. Toch was Cyriel in 1989 opnieuw in het Tolhuiscomplex te zien in „Christus wordt weer gekruisigd” naar de roman van Nikos Kazantzakis (1948) in een bewerking van Jan De Vuyst.

the-homecomingOp 14 september 1991 werd “The homecoming” van Harold Pinter opgevoerd in het Arcatheater. Het stuk werd door regisseur Achiel Van Malderen samen met zijn acteurs in het Gents vertaald. Over die omzetting naar het Gentse dialect wordt uiteraard veel gepraat. In de originele versie is de tegenstelling tussen de Engelse arbeidersklasse, waartoe de familie behoort, en de Amerikaanse universiteit, waar de oudste zoon doceert, van groot belang, dus ergens lijkt het logisch deze factor te introduceren.
Dat neemt anderzijds niet weg dat het Gents, vooral in de mond van Cyriel Van Gent (die net als 25 jaar geleden in het NTG de hoofdrol, namelijk die van de vader, voor zijn rekening neemt) gewild of ongewild een komisch effect met zich meebrengt, die de kracht van het drama ondergraaft. Akkoord dat Cyriel Van Gent en Walter Cornelis, als zijn ietwat sullige broer Staf, misschien iets te gretig inspelen op de lach die blijkbaar gewoon door hun figuur reeds bij de toeschouwers wordt opgewekt. Maar je zou net zo goed kunnen zeggen: welk drama? De onverwachte wending die het stuk na de pauze neemt, is in zijn expliciteit toch wel erg “on-Pinteriaans” en doet in zijn geheel afbreuk aan de interessante sociale confrontatie die deze “thuiskomst” met zich had kunnen meebrengen. Nog in 1991 incarneerde Cyriel Kwatta, de apenkoning (in de Disney-versie beter gekend als King Louie), in “Jungle Book”, opnieuw in een regie van Dirk Tanghe.
Na “Het gezin Van Paemel” (30 maart 1991) nam Tanghe afscheid na drie jaar als vast regisseur bij het NTG. De pastoor van Cyriel Van Gent werd misschien een beetje voorspelbaar in beeld gebracht, maar ik heb de indruk dat de toeschouwers het niet anders willen. In 1993 is hij met Bob Van der Veken te zien als Vladimir en Estragon in “En attendant Godot“, in een regie van Sam Bogaerts. In mijn recensie noem ik het duo “een soort reïncarnatie van de Dikke en de Dunne”. In “Onder de torens” van Hugo Claus (opnieuw in een regie van Bogaerts) is Cyriel Van Gent Miele, de machinist die als lakei verkleed, de juryleden moet ontvangen om te beslissen welk stuk zal worden gekozen om de vernieuwde schouwburg te openen. In 1994 speelt hij rechter Alzheimer in “Tante Euthanasie gaat achteruit” van Kamagurka en in 1995 was er nog “Verhalen uit het Weense woud” van Ödön von Horvàth (1901-1938). En we gaan eruit met een uitspraak van Cyriel, kort voor zijn dood: “Tegenwoordig denkt men te veel na in het theater. Als het theater te verstandelijk wordt, blijft het publiek daar koud bij. Het is toch de bedoeling dat je de mensen ontroert en meesleept, ze de kans geeft zich te laten gaan.”

Een gedachte over “Cyriel Van Gent (1923-1997)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.