Vandaag is het precies dertig jaar geleden dat mijn leermeester bij De Rode Vaan, Lode De Pooter, officieel met pensioen is gegaan. In de praktijk maakte dat weinig verschil uit: Lode bleef haast dagelijks naar de redactie komen om daar zijn functie als redactiesecretaris uit te oefenen, ook al was deze functie na zijn pensionering theoretisch aan mij toegewezen. Dat heeft echter nooit problemen gegeven, Lode en ik, die in de nieuwe lokalen van de Lemonnierlaan naast elkaar zaten, bleven gewoon de taken verdelen naargelang het uitkwam.

Wie Lode De Pooter zegt, die zegt natuurlijk ook Maggy De Weert (op de foto een beetje verborgen achter mijn arm), want Maggy was zijn vrouw, een rasechte Vlaamse (uit Mechelen meen ik mij te herinneren) die op “Le Drapeau Rouge” redactiesecretaris was, precies dezelfde functie dus die Lode op “De Rode Vaan” uitoefende. Maggy heeft nog een tijdlang geprobeerd een reünie van de vroegere redacteurs van “Le Drapeau Rouge” en “De Rode Vaan” in elkaar te flansen en ik vind dat ze dat, ondanks de vorige mislukkingen, toch nog maar eens moet proberen, al denk ik niet dat ikzelf hierbij aanwezig zal zijn…
We nemen de draad van de geschiedenis van De Rode Vaan op, op het moment dat Filip Delmotte zich ontpopt als een vlijtige leerling, die vlot de functie van redactiesecretaris overnam. Bovendien was de “nieuwe Rode Vaan”, waarop in de epiloog van het interview met Piet Lampaert wordt gealludeerd (inclusief nieuw formaat, zijnde… het vroegere formaat), en die vanaf 1989 zou verschijnen, eigenlijk zijn geesteskind. Jan Mestdagh en ikzelf zouden kort daarna eveneens verdwijnen naar andere oorden, maar vooraleer afscheid te nemen, brachten wij samen nog een “bezoek” aan collega Lode De Pooter, die op dat moment met pensioen was gegaan. (“Het bezoek” was het wekelijkse grote interview in de nieuwe Rode Vaan.)
Naar aanleiding van de voorstelling van de nieuwe formule van de Rode Vaan was er trouwens in de Brusselse Ancienne Belgique een sobere maar gemeende hulde aan Lode De Pooter (bovenstaande foto), onafgebroken redacteur sedert 1947 tot een ziekte hem in 1988 dwong in te binden. Maar dan nog bleef hij vanuit zijn rolstoel een “gepriviligieerde medewerker”, zoals hij zichzelf graag noemde, die zelfs nog een reisreportage over de Sovjet-Unie afleverde (foto nr.2). Over de laatste dagen van het “reëel bestaande socialisme” zoals de geijkte uitdrukking was. (Ik vroeg me dan altijd af wat het “reëel onbestaande socialisme” of het “irreëel bestaande socialisme” wel kon zijn.)
10 met Lode De Pooter in het Huis van de VriendschapZijn eigen journalistieke opvattingen getrouw (hij was een fervente tegenstander van wat hijzelf de “moi je”-journalistiek noemde) sprak hij daarin niet over zijn eigen rolstoel-avonturen, die nochtans een merkwaardig licht zouden laten schijnen op de integratiepolitiek van de gehandicapten in de USSR, maar dit terzijde.
45 depart avion course de la paixDEPANNAGE-ELEMENT VOOR BOON
Van alle gesprekken in de “bezoek”-reeks tot dan toe was dat met Nic Bal Lode het meest bevallen. Dat verwondert ons geenszins. Niet alleen had hij in al die jaren een vriendschappelijke band met die man bewaard, ook beroepshalve heeft hij er als televisie-journalist veel mee te maken gehad.
Voor Lode is een journalist echter op de eerste plaats een dagbladjournalist. Echtgenote Maggy werkte op dat moment trouwens nog altijd op Le Drapeau Rouge. Over een communistisch journalistenpaar gesproken! Maar wat de Rode Vaan betreft, kan je dus slechts gedurende enkele jaren van “communistische journalisten” spreken (van 1945 tot 1958). In die tijd volgde Lode ieder jaar de Vredeskoers. Op deze foto uit 1956 (uit het archief van de deelnemende Waalse renner Roger Baudechon) staat Lode trouwens als derde van links gereed om op het vliegtuig te stappen.
Lode De Pooter: Voor mij genoeg om daarvan totaal in de greep te geraken. Ik ben op 1 juli 1947 begonnen als een soort depannage-element op de redactie omdat daar toen belangrijke verschuivingen hadden plaats gehad. Er waren namelijk een viertal mensen verdwenen, waaronder Louis Paul Boon, zogezegd omwille van fractievorming. Op die manier bleef er slechts een kwartet journalisten over om een krant te maken waarvan toch een aanzienlijk grotere oppervlakte dan nu dagelijks diende te worden gevuld. En dat voor een oplage die rond de 40.000 exemplaren draaide.
In die eerste jaren stonden wij wel bijna op gelijke voet met andere bladen, omdat de papierschaarste zo groot was dat ook zij niet zo’n enorme omvang hadden. Het was dus niet zo dat men reeds op het eerste gezicht kon zien dat wij een blad waren van de Communistische Partij. Wij zagen er eigenlijk net zo uit als De Volksgazet of Het Vrije Volksblad of Het Volk. Dat is dus iets helemaal anders dan nu, wanneer de mensen vooral tijdens het weekend die enorm dikke pakken zien en dan die relatief dunne Rode Vaan.
Dat alles bracht mee dat de Rode Vaan ook door die andere bladen gelezen werd en dat er polemieken ontstonden. Zo zijn we bijvoorbeeld gedurende lange tijd met Het Handelsblad in polemiek gegaan, want dat was ook een kleiner blad uit het Antwerpse dat graag had dat er reactie kwam op hun artikels. Het gevolg was wel dat er een levendige journalistiek ontstond. En ook dat is weer een van de grote verschillen met de dag van vandaag: er zijn geen journalistieke polemieken meer met andere bladen. Dat is misschien de meest typische achteruitgang: dat we in de journalistiek geen echte rol meer spelen. Zij laten ons ‘links’ liggen, maar wij doen ook weinig om iets uit te lokken (*). Niet dat de Rode Vaan nu slechter zou zijn, maar de omstandigheden zijn totaal anders. We hebben nu niemand meer in het parlement, niemand meer in provincieraden, zelfs bijna niemand meer in gemeenteraden (ondertussen is ook Willy Minnebo uit Zwijndrecht naar Groen! overgestapt en meteen ook burgemeester geworden, RDS) en dan is het moeilijk voor het blad om in directe politieke competitie te treden met de confraters. Want hoe je het ook draait of keert, de Rode Vaan zal toch altijd met de politiek moeten leren leven en er zijn inspiratie en voedingsbodem in vinden, hoe goed andere rubrieken ook mogen zijn.
Maar nogmaals, we leven nu in een totaal ander klimaat. Er was toen nog geen televisie, zelfs de radio had al die verschillende rubrieken nog niet. De dag van vandaag heeft de openbare omroep een zeer groot gedeelte van de journalistieke arbeid van de pers bijna afgenomen. Zij hebben niet alleen verschillende rubrieken over binnenlandse politiek en overal correspondenten in het buitenland, maar zelfs het regionale nieuws wordt nu door hen ingepikt. Voor de geschreven pers is die concurrentie dus heel groot.
RUBRIEK GEBROKEN ARMEN EN BENEN
– Maar dat is natuurlijk voor àlle kranten het geval geweest. Hoe komt het dan dit dit voor de Rode Vaan fataal geworden is?
67 Lode De PooterLode De Pooter:
Dan komen we terecht bij het gewestelijk nieuws, dat een beetje pejoratief de rubriek ‘gebroken armen en benen’ wordt genoemd, maar dat reeds in de jaren vijftig een breuk deed ontstaan tussen de zogezegd politiek geëngageerde bladen en de andere. Het beste voorbeeld daarvan is nog altijd De Volksgazet, dat het als dagblad veel langer heeft uitgehouden dan wij – zij zijn toch bijna twintig jaar later gesneuveld – maar dat ook die gewestelijke informatie niet meer had. Vooral op het vlak van de sport speelt die lokale informatie een grote rol: dat men steeds op een lager niveau verslagen van voetbal- of wielerwedstrijden is gaan geven. En de verantwoordelijken van de bladen die daarop afgestemd waren, wierven geen lezers met editorialen, met cursiefjes of met grote culturele bijdragen, maar door te zeggen: bij ons stonden er vier botsingen meer dan in de andere bladen. En tot op de dag van vandaag wordt er in de Vlaamse pers op die manier aan abonnementenwerving gedaan. En de Rode Vaan heeft daaraan, mede door gebrek aan papier, mede door gebrek aan plaats, maar ook door de algemene politieke achteruitgang nooit kunnen meedoen.
24 john van tongerloo en lode de pooterWant dat mag je toch nooit vergeten: hoe goed de Rode Vaan ook had kunnen zijn, hoe dik of hoe compleet van informatie, ze zou natuurlijk nooit of nooit de politieke achteruitgang van de partij hebben kunnen opvangen. Ze zou naar mijn mening echter wel een afremmende taak kunnen hebben gehad. Kijk maar naar bepaalde bladen in het buitenland: The Daily Worker in Engeland destijds of de Volksstimme in Oostenrijk. Die bladen zijn of waren professioneel zeer goed gemaakt. The Daily Worker heeft zelfs meerdere onderscheidingen gekregen omdat het journalistiek van een hoog niveau was, ondanks het feit dat het op een beperkt aantal bladzijden verscheen.
ALS HET POLITIEK MAAR JUIST IS
Lode De Pooter: En één van de grootste tekortkomingen bij ons is geweest dat men veel te weinig aandacht heeft besteed aan de vorming van journalisten. Denken we maar aan het gevleugeld woord van één van de kameraden, die ik opzettelijk niet met name wil noemen: hoe je het zegt, komt zo nauw niet, als het politiek maar juist is. Het is een van de elementaire fouten geweest steeds primitievere teksten te plaatsen als editorialen of als resoluties van partijbijeenkomsten. In plaats van ervoor te zorgen dat de partijleiders zich konden uitdrukken op een behoorlijk niveau voor radio en televisie, dat ze geen slogantaal spraken. En ook in plaats van voor de Rode Vaan meer journalisten aan te trekken die capaciteiten hadden op het gebied van schrijven en die men alleen maar wat zou moeten leiden wat de politieke oriëntatie betreft.
Er is geen enkele beweging, geen enkele partij die aan aanhang kan winnen als zij er niet in gelukt op een concrete, begrijpelijke manier haar gedachte uit te drukken. En dat is onze grootste tekortkoming geweest doorheen al die jaren, wie er ook aan het bewind mag hebben gestaan. De mensen aan het hoofd van de Rode Vaan hebben altijd teveel aan hun positie binnen de partij gedacht en te weinig aan de versteviging van het blad zelf, alhoewel dat toch nog altijd veel meer mensen bereikt dan gelijk welk vlugschrift of gelijk welke meeting men organiseert.
Als men ziet dat vandaag de bladen volstaan met cursussen voor bedrijfsleiders, dan stelt men vast dat de vertegenwoordigers van het kapitaal wel goed hebben ingezien hoe men zijn waren dient te verkopen. Maar bij de Rode Vaan heeft men dat steeds verwaarloosd, zodat de lectuur te droog was, er te veel herhalingen in voorkwamen en vooral: dat te veel journalisten zelf niet overtuigd waren van wat ze schreven. Dat men de indruk krijgt dat zij een lesje moeten opzeggen, dat zij moeten schrijven ‘in functie van’ en niet naar hun eigen temperament. Dat zij geen artikels schreven omdat ze zelf overtuigd waren van bepaalde wantoestanden of wraakroepende situaties. Wat de binnenlandse politiek betreft heeft het blad in al die jaren te weinig journalisten met een hart gehad. Op al die tijd heb ik er misschien drie of vier gekend waarvan ik kon zeggen nadat ik het artikel had gelezen: nu ben ik ook verontwaardigd, nu protesteer ik ook.
Maar kom, we mogen niet wanhopen. Tenslotte verklaren wij al jàren dat het socialisme het beste systeem is en de mensen willen dat nog altijd niet aanvaarden. Dat is geen reden om te wanhopen, maar wel om naar betere, meer overtuigende argumenten te zoeken.

De roep van Lode naar meer en overtuigender argumenten werd blijkbaar niet beantwoord: de mensen willen nog altijd niet aanvaarden dat het socialisme het beste systeem is, laat staan dat de communistische pers de beste zou zijn…

Referentie
Ronny De Schepper & Jan Mestdagh, “Als het politiek maar juist is”, De Rode Vaan nr.9 van 3 maart 1989

16 De Pooter Lode(*) Dat wij niets uitlokten, kan zeker niet aan Lode worden verweten. Zo liet hij mij destijds in de “Minibrokjes” (of was het al in de latere rubriek “Snippertjes”?) eens het gerucht lanceren dat de legendarische Russische voetballer Blochin in België zou komen spelen. Dat was volkomen uit de lucht gegrepen, maar het was Lode zijn manier om te protesteren tegen de waanzinnige transfergeruchten die je op de sportbladzijden van iedere krant kon terugvinden. Typisch was helaas dat inderdaad geen enkel ander blad het gerucht oppikte, niet om het te ontkennen en zeker niet om het verder te verspreiden!
Deze “vondst” van Lode had eigenlijk ook te maken met een grappige anekdote van een aantal jaren daarvóór. Toen Sportkring Lokeren de Poolse speler Wlodek Lubanski naar hier wilde halen, belden ze naar de redactie en vroegen aan Piet Lampaert om bij de Poolse regering een goed woordje te doen. Piet zegde hen alle medewerking toe, maar uiteraard gebeurde er niets, het was immers niet zo dat De Rode Vaan zoiets zou kunnen “regelen”. Maar wonder boven wonder, de transfer kwam toch in orde en het bestuur van Lokeren belde naderhand terug om ons hartelijk te bedanken voor onze tussenkomst!

25 met lode de pooter en johan verminnen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.