Voorlopig gaat Vincent Bal nog door het leven als de zoon van theaterdiva Eva Bal, maar binnenkort zal Eva ongetwijfeld de moeder van Vincent worden genoemd, want deze jongen gaat het maken,” zo schreef ik in 1996, toen zijn kortfilm “The Bloody Olive” het Filmgebeuren mocht openen. Maar helaas moet ik twintig jaar later vaststellen dat mijn profetie nog altijd niet uitgekomen is…

De korte inhoud vertellen van “The Bloody Olive” zou doodzonde zijn. Het verrassingseffect is namelijk essentieel. Laten we ons beperken tot het gegeven dat een moordzaak wordt opgelost via een aantal schijnmoorden. Het gaat allemaal razendsnel, dat moet ook wel in een filmpje van tien minuten, maar dat heeft dan weer het voordeel dat men het eigenlijk verscheidene keren na elkaar kan zien om na te gaan of alles klopt. Op het moment dat ik Vincent ga interviewen in “De Ultieme Hallucinatie” heb ik echter slechts één keer van de olijf mogen proeven en moet ik me dus op Vincent verlaten als ik hem vraag om te bevestigen dat de logica wel degelijk wordt gevolgd: “Het klopt allemaal. Alleen hebben we de verklaringen achterwege gelaten om het tempo hoog te houden.”
Als stripfanaat heeft Vincent zich gebaseerd op het stripverhaal “Imbroglio” van Lewis Trondheim uit 1992, dat wat de dialogen betreft vrij getrouw wordt gevolgd.
Ik kocht het vorig jaar in een stripwinkel op aanwijzen van de uitbater en ik zag er meteen stof in voor een kortfilm.”
Wil dat dan zeggen dat hij opzettelijk voor dat genre opteert?
Voorlopig nog wel, ja, omdat kortfilms makkelijker te realiseren zijn. Eigenlijk hou ik ook van het genre op zich, maar het probleem is natuurlijk dat kortfilms weinig kans krijgen om gezien te worden. Vandaar ook dat we met vijf afgestudeerden van Sint-Lucas de vzw Kort hebben opgericht om kortfilms te promoten.”
Is hij dan voorstander om kortfilms, al dan niet in een los verband (denk aan “Elixir d’Anvers” o.l.v. Robbe De Hert), samen te voegen?
Niet echt. Financieel gezien is het de moeite niet waard en zelfs de ‘groten’ slagen er niet in er een hecht geheel van te maken, denk b.v. maar aan ‘New York Stories’. En zo een aantal kortfilms na mekaar is echt vermoeiend. Je moet je telkens opnieuw inleven. Vijf is werkelijk het maximum.”
Maar uiteindelijk dient een film toch om in de bioscoop te worden gezien en daarom geef ikzelf de voorkeur aan de koppeling aan een langspeelfilm,” besluit Vincent Bal.
Maar dan komt men naar die film kijken en niet naar jouw product?
Dat geeft niet. Men zal toch nooit alleen op een kortfilm afkomen. Haak hem daarom maar aan een langspeelfilm vast. Liefst een erg populaire. Dan zien vele mensen ook mijn film.
Inhoudelijk mag de film dan schatplichtig zijn aan de strip, de voornaamste verdienste is toch de “look” (zwart-wit, gesitueerd in 1951, een goed jaar overigens, de muziek van Hans Helewaut van Elisa Waut, die aansluit op het jazzy “Let’s go to the movies”) en die komt helemaal van Vincent Bal.
Met de hele ploeg hebben we tal van films uit die tijd gezien: ‘Key Largo’, ‘The invasion of the body snatchers’, Hitchcock-films, enz. Men gedroeg zich toen ook anders voor de camera. Helemaal niet realistisch, eerder gestileerd.”
“The Bloody Olive” is de eerste kortfilm die Multimedia (Erwin Provoost) produceert sedert “Vodka Orange” van Dominique Deruddere. Misschien mogen we daaruit dan afleiden dat Vincent Bal binnen vijf jaar ook in Hollywood filmt? Hoe is hij eigenlijk bij Multimedia terechtgekomen?
Erwin Provoost geeft les in Sint-Lucas en was nogal onder de indruk van mijn eerste ‘officiële’ kortfilm ‘Aan zee’. Dat mijn volgende film, ‘Tour de France’, ondertussen enkele bekroningen in de wacht heeft gesleept (b.v. op de festivals van Dresden, Clermont-Ferrand en op het Filmfestival van Brussel 1995 waar hij de prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor het jong talent kreeg), zal wel niet nadelig geweest zijn, maar heeft er eigenlijk niets mee te maken, de afspraken lagen al vast. Wat ik belangrijk vind, is dat dankzij de inbreng van Multimedia en van het fonds Film in Vlaanderen alle medewerkers konden betaald worden. Niet veel, maar toch. Voor ‘Tour de France’ b.v. hebben de meesten hun medewerking gratis verleend. Op die manier – en door het succes – zijn we uiteindelijk uit de kosten geraakt, maar dat kan je toch niet blijven maken. Vandaar dat ik zo fier ben op ‘The Bloody Olive’. Het is mijn eerste echt professionele film. Voor het eerst op 35mm gedraaid b.v. Bovendien neem ik thematisch ook afstand van mijn vroegere films. Deze is ‘internationaler’ en zal dan ook in het Frans en het Engels worden ondertiteld. Al bleek men ook b.v. in Mexico zich te kunnen herkennen in het groeiproces dat in ‘Tour de France’ wordt geschetst. Ja, zelfs Eddy Merckx bleek men daar te kennen. En wat dan wél gemeenschappelijk is met mijn vorige films? De melancholie of noem het nostalgie. En de humor. Vooral de humor. Telkens verschillend, maar wel steeds mijn humor.”
Als lid van het Speeltheater heb je o.a. meegespeeld in “De boot”, waarvan Jaco Van Dormael (“Toto le Héros”, “Le huitième jour”) een kortfilm heeft gemaakt. Heeft dat bijgedragen tot je fascinatie voor het medium?
Dat heeft meegespeeld, zeker, maar ook in andere films waarin ik kleine rolletjes heb vertolkt, zoals ‘Mijn vriend de onderzoeksrechter’ van Fons Rademakers, werd ik aangesproken door de sfeer op de set. Daarom dat ik er de voorkeur aan geef boven stripverhalen tekenen – naast het feit dat ik niet zo’n goed tekenaar ben – omdat het ene een nogal solitaire bezigheid is, terwijl een film maken een sociaal gebeuren is. Wat ik aan mijn liefde voor het stripverhaal wel heb overgehouden, is het feit dat ik van al mijn films een uitgebreid storyboard teken.”
En ondertussen? Reklamefilmpjes draaien?
Toch niet. Er wordt aan gewerkt, want ik heb daar principieel zeker geen bezwaar tegen, maar firma’s hebben nogal de neiging om terug te vallen op ‘vaste waarden’.”
Whatever happened to his elder brother Martijn?
Sedert The Dinky Toys op de fles zijn werkt die nu voor VTM, godbetert.”
Tot slot, vanwaar de titel “The Bloody Olive”?
Die komt van mij. Maar zoek er niets achter. Ik vond het gewoon goed klinken.”
En de toekomst, jongeheer Bal?
Voor het moment schrijf ik aan een langspeelfilm, een normale betrachting van iedere filmmaker, neem ik aan.”
Tipje van de sluier?
Sex, drugs en rock’n’roll! (lacht) Nee, ik maakte maar een grapje, ‘De man van staal’ is gebaseerd op een eigen scenario, waarbij ik nog eens teruggrijp naar mijn ervaringen met het Speeltheater, waar het tenslotte ook voor mij allemaal is begonnen. Hoofdpersoon is immers een schuchter jongetje (gespeeld door Ides Meire, bekend als de jonge Brecht in de TV-serie “Terug naar Oosterdonk” van Frank Van Passel) dat van zichzelf vindt dat het niet mag wenen. Toch is het geen jeugdfilm, zoals b.v. ‘Toto le Héros’ dat ook niet was.”
In afwachting van deze langspeelfilm werkte Vincent Bal nog eens samen met het Speeltheater van moeder Eva. De voorstelling “Voetstappen in de nacht”, gebaseerd op het kortverhaal “Sept petites croix dans un carnet” van Georges Simenon, wordt in de Kopergietery “doorkruist” door videobeelden van zijn hand en muziek van Johan De Smet. De première had plaats op 13 april 1997.
In 1999 kwam toen zijn eerste langspeelfilm uit. “Man van Staal” heb ik niet gezien, maar ik vermoed dat dit uiteindelijk de film is geworden, waarover hij met mij heeft gesproken. In 2001 volgde dan “Minoes”, maar daarna duurde het tot 2012 vooraleer hij “Nono, het zigzagkind” uitbracht. Dat heb ik allemaal niet gezien. “Brabançonne” in 2014 heb ik wél gezien, maar het zal mij niet aanzetten om die vorige films te gaan bekijken. Deze film vertrekt van het conceptBrassed off meets On connaît la chanson en dat had wel enig potentieel, maar de uitwerking is zo clichématig dat het niet mag verwonderen dat geen enkele serieuze acteur zich hieraan wilde verbranden. Ook het publiek bleef massaal weg, zodat deze film één van de grootste flops uit de Vlaamse filmgeschiedenis werd. Of moet ik in dit geval zeggen: de Belgische filmgeschiedenis? (Totaal onbegrijpelijk: Amaryllis Uitterlinden won the Ensor for Best Actress for this role at the 2015 Ostend Film Festival. Wie mogen haar tegenstanders dan wel geweest zijn???)

Ronny De Schepper

(*) Twee broers luisteren in de zomer van 1975 naar de ritverslagen van Jan Wauters over de Ronde van Frankrijk. “Hun mislukte amoureuze uitstap met enkele chiro-meisjes valt samen met de legendarische nederlaag van Eddy Merckx in die beruchte Tour,” schrijft Luc Joris in De Morgen van 9/2/1995.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s