Cliff Richard wordt 75…

Cliff RichardCliff Richard viert vandaag zijn 75ste verjaardag. In 1981 verscheen een verzamelelpee « Love songs » die “tot een pareltje in zijn genre mag worden verheven”, zoals ik destijds (*) in De Rode Vaan schreef…

Twintig nummers die een tijdsspanne van twintig jaar overbruggen en die bewijzen dat Cliff (mits een goeie selectie, die ondingen als « Power to all our friends » of « Goodbye Sam, hello Samantha » achterwege laat) eigenlijk nooit echt weg is geweest.
Laten we gewoon het lijstje overlopen. Uit 1960 is er « A voice in the wilderness » en « Fall in love with you ». Hier klinkt Cliff nog aarzelend. Tensiotte was hij toen vooral een rocker. Uit 1961 « When the girl in your arms » en « Theme for a dream ». Cliff op z’n hoogtepunt (« The young ones », ook uit die tijd, is jammer genoeg niet weerhouden). 1962 : « The next time » (schitterende tekst eigenlijk binnen het triviale genre). 1963 : « Don’ talk to him » en « It’s all in the game » (zeer mooi al zullen puriteinen de originele versie van Tommy Edwards prefereren). 1964 : « Constantly », « The twelfth of never » en « I could easily fall » (of hoe Cliff zich door Beatlemania glansrijk heenslaat). 1965 : « The minute you’re gone ». 1966 : « Visions ». 1967 : « The day I met Marie ». Duidelijk aan het verzwakken, vandaar dat men overspringt naar zijn come-back in 1975: « Miss you nights » (zie commentaar bij « The next time » met dien verstande dat dit misschien zelfs boven het triviale uitstijgt). 1977 : « Up in the world », « When two worlds drift apart » (schitterend !). 1978 : « Can’t take the hurt anymore », om dan te eindigen met 1980 (« A little in love ») : Cliff misschien opnieuw een beetje aan het verzwakken, maar we twijfelen er niet aan of hij zal ons nog eens met een zeer sterk nummer verrassen. Is het op zijn volgende elpee niet, dan op die daarna…

« Als Cliff ons niet met z’n nieuwe elpee verrast, dan zal het met de volgende zijn, » schreef ik enige weken terug. Het zal dus inderdaad de volgende zijn. Deze “Wired for sound” (EMI 1C064-07541) bevat immers twee matige uitschieters, handig vooraan (de titelsong) en op het einde (« Daddy’s home ») gezet, maar daar tussenin zit niets opmerkelijks. En « Daddy’s home » klinkt b.v. toch hoegenaamd niet zo aangrijpend als het bijna gelijknamige nummer van Gary U.S.Bonds of « Fool to cry » van de Stones. (**)

Daarnaast was Cliff Richard, in navolging van zijn grote idool Elvis Presley, ook actief in Britse films. In 1959 speelde hij zijn eerste filmrolletje in “Serious charge” van Terence Young, waarin hij drie songs ten berde bracht, namelijk “Mad about you”, “No turning back” en het verrukkelijke “Living doll” van Lionel Bart (later de componist van “Oliver”). Ene Robert Connor vat het op de Internet Movie Database goed samen: “An unmarried vicar in a new parish (Anthony Quayle) accuses a local 19 year old (Andrew Ray) of being partially responsible for the death of a teenage girl. In defiance, the young man claims the vicar molested him. Out of spite, his story is backed up by a local woman (Sarah Churchill) still furious that the vicar rejected her advances. Unfortunately for the vicar, the woman is a highly respected member of the community – her father is the previous clergyman.”
“Given that this film was released in 1959,” gaat Connor verder, “its subject matter is pretty ground-breaking, especially for a British film. Yes, the depiction of disaffected youth hanging around coffee bars, breaking into swimming pools and grooving to Cliff Richard’s ‘Livin’ Doll’ is a little clumsy (Richard is asked to do little in a secondary role other than sulk or croon), but in an era when folks weren’t supposed to know about homosexuality (at least in the movies), this is quite a daring story, and occasionally quite subversive. We the audience are ever so slightly encouraged to wonder about Quayle’s sexuality as he spurns the advances of a good churchy woman, seems oblivious to his sexy young French maid (Liliane Brousse) and looks up to his strident mother (a wonderfully knowing performance by Irene Browne). Judith Furse’s probation officer is also deliciously ambiguous… So quite a grown up film then – a shame that these days it’s probably only known for being Cliff’s debut film.”
Nog datzelfde jaar mag Cliff in “Expresso Bongo” van Val Guest wél een hoofdrol vertolken en alweer is het een taboe-doorbrekende film (omdat er een striptease in voorkomt, Cliff speelt namelijk een rol die merkwaardig goed overeenkomt met wat The Beatles op datzelfde moment echt aan het beleven zijn in Hamburg). Deze keer is het ene H.Siegel uit British Columbia die de honeurs waarneemt op IMD: “Ignore anything or anybody that denigrates ‘Expresso Bongo’. It is loaded with period detail and attitude, is singularly risqué for it’s time and sports great music and one of the best scripts about England’s Tin Pan Alley, wisecracking and inside, besides an unprecedented performance by Laurence Harvey as you’ve never seen him, a hustler who recalls Sidney Falco in ‘The Sweet Smell of Success’. Maier Tzelnicker is tremendous as the record company executive who calls it ‘rock dreck’. Yolanda Donlan, Val Guest’s wife, plays a ‘Sweet Bird of Youth’ like aging diva Alexandra Del Lago who seduces Cliff Richard. See the opening strip number when the girls perform a burlesque version of the ‘Bonnie, Bonnie Banks of Loch Lomond’. It sets the tone for an overlooked gem.”

Ronny De Schepper

(*) De Rode Vaan nr.36 van 1981
(**) De Rode Vaan nr.46 van 1981

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.