Paul Koeck wordt 75…

Vandaag viert de Vlaamse schrijver Paul Koeck zijn 75ste verjaardag.

Paul Koeck werd geboren in Boom. Na zijn studies aan de Rijksnormaalschool te Lier en het Instituut voor Journalistiek te Brussel, werkte hij tot 1971 in het Antwerps onderwijs om vanaf toen fulltime schrijver te worden. Hij volgde cursussen voor het schrijven van film- en televisiescripts in Hilversum, Londen, Brussel en Sydney. Het is ook op die manier dat ik voor het eerst met hem kennismaak: via scenario’s voor Vlaamse TV-films. Daarna gooit Paul Koeck zich op het toneel…
Op 21 november 1978 bracht het Nieuw Vlaams Toneel de creatie van een nieuw stuk van Paul Koeck In naam van Oranje.
Paul Koeck: Ineens ontstaat er iets als een grens. Met de mensen die aan de verschillende kant leven kan het van dat ogenblik eigenaardig evolueren. Neem Vlaanderen en Nederland. De Nederlanders van vandaag zijn van mening dat ze o.m. zakelijker, progressiever, taalvaardiger, fantasierijker, toleranter zijn dan de Vlamingen. Alsof Vlaanderen ook een Staphorst zou hebben waar een van overspel verdachte vrouw kaalgeschoren op een platte wagen door het dorp wordt gevoerd. Alsof in Vlaanderen religieuze sektes zouden ronddwalen die het inenten tegen polio strikt afwijst met een epidemie als gevolg. Alsof … Er zijn tientallen voorbeelden. Ze worden aanschouwelijk voorgesteld door tegelijkertijd de 16de en de 20ste eeuw in beeld te brengen. De 16de eeuw met haar beeldenstorm en de twijfel van Willem van Oranje die de scheiding tussen Noord en Zuid veroorzaakte. Met de vlucht van de Antwerpse elite naar het noorden, waar ze zich nu hautain in hun Hollands-zijn wentelen. Vandaag wordt het huis van Oranje mee geleid door prins Bernhard. Net als Willem van Duitse afkomst. Net als Willem wilde hij zijn vrouw uitschakelen. Net als Willem heeft hij belangen in wapenhandel en bijgevolg in oorlogen, net als Willem is hij niet vies van percentjes, net als Willem manipuleert hij een volk van profijtjesjagers, net als Willem … « In naam van Oranje » wil het o.a. daarover hebben. Over vooroordelen, over minder- en meerderwaardigheidscomplexen en hun achtergrond. Over mensen aan de Schelde en de manipulaties aan de top die van alle eeuwen zijn.
Regie: Loet Hanekroot. Met: Betty Domus, Suzanne Saerens, Sam Bogaerts, Leo Haelterman, Ludo Leroy. Decor: Jan Fabre. Kostuums: Jeannine Lambrechts. Speelruimte: Ankerruitheater, Ankerrui 38 te Antwerpen.
Dit stuk heb ik echter niet gezien. De Paniekzaaier daarentegen…
Een jaar lang heeft u recensies van KVS Brussel moeten missen en het blijkt nu dat u niets heeft gemist. Is dit een grap of om te huilen ?
Het seizoen ’80-’81 werd op even (on)waardige wijze immers afgesloten met de creatie van « De paniekzaaier » van Paul Koeck.
Zoals gewoonlijk vertrekt Koeck van een interessante probleemstelling (hier radioactieve besmetting van het leidingwater), maar ondanks al zijn stielkennis is hij er nu niet in geslaagd om een echt boeiend werkstuk af te leveren.
Dat komt voornamelijk omdat Koeck aarzelde tussen satire en klucht en in een regie van Nand Buyl kon je er natuurlijk donder op zeggen dat het laatste de bovenhand zou halen. De acteurs (met een lichte uitzondering voor Sien Eggers) plooien zich met veel overgave naar de totaal geforceerde regie-aanwijzingen en maken zich dan ook hopeloos belachelijk.
Meer dan vier jaar later spreek ik met Paul Koeck “aan het lijntje”. De Paniekzaaier is al lang vergeten. Nu ligt De Gigolo op tafel…
« Je kunt maar één keer in je leven echt beminnen, denkt Do. » Do, voluit Theodorus Delcampo, is het hoofdpersonage van de nieuwe roman van Paul Koeck, « De gigolo ». Ook zonder de explicitering in een aantal interviews is het duidelijk dat Do een alter-ego van Koeck zelf is, die hiermee aan z’n eerste « therapeutische » roman toe is, na een flink aantal maatschappelijk geëngageerde werkstukken. Niet dat hij vanaf nu een andere toer opgaat, maar hij moest dit boek schrijven om opnieuw aan het werk te kunnen. Hij moest van zich afschrijven dat « Binnen een relatie (…) degene die het minste voelt voor de andere de sterkste is » (blz. 83). En « Theresa is de sterkste ». Het strikt persoonlijke genezingseffect overstijgt Koeck wel door een aantal zeer pregnante constateringen over man-vrouw-verhoudingen of relaties in het algemeen, maar toch is het boek vrij onopgemerkt op de markt gekomen. Een verklaring ?
Paul Koeck: Een samenloop van omstandigheden, hé. Toevallig wordt Jos Vandeloo zestig, schrijft Ward Ruyslinck een soort van schandaalroman en is er vooral « Het beleg van Laken » dat met veel omhaal is uitgebracht. Het is Walter echter zeker gegund, want ik waardeer zijn werk nogal omdat het zowat in dezelfde sociaal geëngageerde lijn ligt. Ter verdediging van mijn uitgever (Julien Weverbergh van Manteau) moet ik er trouwens nog aan toevoegen dat hij deze samenloop wel een beetje had voorzien, zodanig dat hij me had gevraagd om, indien mogelijk, in het voorjaar van dit jaar met mijn roman klaar te zijn. Maar ja, een roman dat kun je niet zo lekker plannen en dat is wat uitgelopen, zodat het uiteindelijk het najaar is geworden, waarvan vooraf geweten was dat het zeer zwaar zou worden.
En dan moet een uitgever natuurlijk een keuze maken, ook al zou het te simplistisch zijn te stellen dat hij het allemaal in de hand heeft. Maar op een gegeven ogenblik ontstaat er b.v. rond « Brief aan Boudewijn » een sfeer van « dit is een meesterwerk » en de Vlaamse markt heeft duidelijk nood aan nieuwe vedetten. Ruyslinck en Vandeloo zijn over de top heen wat belangstelling betreft, de verkoopcijfers dalen, men is daar wat op uitgekeken. Dat is allemaal gewoon het gevolg van de consumptiemaatschappij, die boeken consumeert zoals gadgets voor de keuken. Dat is tegenwoordig de trend : een boek wordt na twee jaar geliquideerd, stockeren is te duur, het is op onmiddellijke consumptie gericht. In het beste geval kun je dus alleen maar hopen dat die sfeer dan ontstaat rond een goed boek en rond een goed auteur die zo consequent en zo eerlijk mogelijk tracht te werken. En dat is met Walter zeker het geval. « Het beleg van Laken » heb ik weliswaar nog niet gelezen, maar « Brief aan Boudewijn » verdiende zeker die belangstelling. Maar helaas gebeurt het ook wel eens met een boek met minder kwaliteiten, omdat b.v. de inhoud lekker aanslaat of sensationeel is en dan is dat zeker te betreuren.
— Het toeval wil dat vorig jaar in ons boekennummer Walter van den Broeck aan het lijntje was en dan vroeg ik hem o.m. wat hij nu zoal las. Benieuwd wat dat bij Paul Koeck zal zijn…
P.K. :
Het klinkt misschien contradictorisch, maar het is zo dat ik weinig bezig ben met literatuur, ik ben bezig met schrijven. Ik lees heel veel, maar altijd in functie van. Ik heb nu eenmaal zo weinig tijd dat ik mij verder tracht te beperken tot boeken waarvan ik op basis van recensies en zo vooraf denk : hier is iets geprobeerd met de vorm. Een nieuw boek van Ruyslinck of Vandeloo daar kan je wel van veronderstellen dat het goed zal zijn, maar onderhand weet ik wel hoe zij het doen. Voor mijn vak kan het mij dus niet veel meer bijbrengen. « De naam van de roos » echter probeerde op een andere manier iets te vertellen. De vormgeving is vrij origineel en dan ga ik dergelijk boek lezen. Kundera is vrij nieuw van taalgebruik. de soberheid en de symboliek erachter, dat bepaalt dan mijn keuze. Zo heb ik ook een tijdlang de Zuid-Amerikaanse literatuur gevolgd omdat een Marquès, een Cortazar of een Borgès voor ons toch nieuwe elementen brachten qua vormgeving en daar ben ik nieuwsgierig naar.
In « De gigolo » mondt dit alles uit in een stijl die via het gebruik van associaties dicht in de buurt komt van de « stream of consciousness ». Niets nieuws dus, zullen allicht een aantal recensenten opmerken. Maar Paul Koeck zijn « Theresa » vond het boek erg goed en dan kunnen wellicht alle critici hun hart uitvreten.

Toen geruchten de ronde deden dat Frank Dingenen voor VTM een serie “Flats” zou schrijven, waarbij er diverse verhaallijnen door elkaar heen zouden lopen, telkens met bepaalde bewoners van dat flatgebouw in de hoofdrol, suggereerde ik hem dat mijn toneelstuk “Gentse Feesten” één van die verhaallijnen zou kunnen zijn, maar blijkbaar had ik het niet goed geformuleerd, want in de brief die ik als antwoord kreeg (zie hieronder), legden Paul Koeck en Riet Lenaerts uit dat het niet de bedoeling was om één afgewerkt stuk per aflevering te maken. Maar dat was dus ook mijn bedoeling niet: ik had wel degelijk voor ogen dat mijn verhaal in diverse stukjes zou worden gekapt die au fur et à mesure in de serie aan bod zouden kunnen komen. Enige tijd later ontving ik een brief van Frank Dingenen zelf, die het blijkbaar beter had begrepen, maar goed, die serie is er dus nooit gekomen…
99 VTM04-brief-van-frank-dingenen

Referenties
Ronny De Schepper, Wie paniek zaait, zal verveling oogsten, De Rode Vaan nr.20 van 1981
Jan Draad, Paul Koeck aan het lijntje, De Rode Vaan nr.44 van 1985

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s