Klei in de vleugels

33 paul jambersVertelde Paul Jambers (volgens de kenners) misschien niet veel nieuws over het reilen en zeilen van de hedendaagse muziekindustrie in Vlaanderen in de « Panorama »-aflevering van vorige week (3-3-88) dan zette hij de zaken toch netjes op een rij. Eerste conclusie: de platenverkoop loopt (dramatisch) terug. Vijfduizend exemplaren heet een reuze-oplage te zijn. Tweede besluit: er is gebrek aan kwaliteit en de BRT, die dikwijls het verwijt te horen krijgt niet genoeg werk van eigen bodem te brengen, moet zich niet verlagen tot de rol van promotor van banale en minderwaardige waar. Een stel « competenten » uit de Vlaamse perswereld kwam dit (met argumenten) vertellen. Onze eigen R.V.-specialist ontbrak (natuurlijk ?!) in dit rijtje maar voor ons is dit geen reden om tegen Paul Jambers te keer te gaan omdat hij op het einde van zijn reportage een nummertje aandring-journalistiek ten beste gaf wanneer een « glorie » van het Vlaamse lied (Tony Servi) hem niet te woord wilde staan. Of hij van deze vorm van journalistiek tegenover mindere goden (er was reeds een voorgaande bij de studentendoop-reportage waar hij af te rekenen kreeg met privé-bewakingsdienst die hinderend optrad) een merkteken dient te maken, willen wij evenwel in twijfel trekken. Er zijn veel andere en belangrijkere domeinen waarin de TV-reporter kan en moet aandringen om een repliek uit te lokken. Zelfs als hij er dan zijn Millet-jasje aan scheurt (zie D. Buyle).

Nu de winterstop voor de voetballers definitief voorbij is, nu het wielerseizoen op de weg herbegonnen is en nu de atleten hun laatste rondjes in zaal lopen, is het weer al sport geworden wat de klok slaat op de televisie. Hoe men het ook draait of keert, zij blijft een van de grote trekpleisters op de buis. Tijdens de afgelopen dagen hebben vele honderdduizenden kijkers aldus weer uren voor het kleine scherm doorgebracht. Eerst om er te genieten van K.V.Mechelen-D.Minsk en nadien om te treuren bij Benfica-Anderlecht (2-3-88). Later om gelukkig te staren naar Gent-Gent (5-3-88). Tenslotte om af en toe op te veren in Boedapest (5-3-88 en 6-3-88). Het meest verwachte gebeuren, nl. de reportage van de openingsklassieker van het wielerseizoen, ontgoochelde daarvan het meest. Er viel echt weinig te beleven tijdens de finale van deze wedstrijd, een moment van hard fietsen op een lange kasseistrook te buiten gelaten. Niet dat wij Ronny Van Holen de eerste overwinning van het seizoen niet gunden maar erg veel tegenstand diende deze aanvaller van het laatste uur niet te overwinnen. Het weinig aantrekkelijk sportief verloop bracht met zich dat het eerder gapen werd dan meeleven voor de kijkers thuis, zoekend naar wie er nu wie was in hun nieuwe plunjes vol vage pastelkleuren en overladen met sponsornamen in zo verre dat er geen enkele meer leesbaar was. Overvloed schaadt in alles maar hier kwam toch op een wel heel krasse manier naar voren hoe de sport steeds meer en meer commerciële onderneming is geworden waarvan velen een graantje willen meepikken en zich tenslotte onderling opeten. Vreugdevol stemt het ons niet. Het is nu te hopen dat tijdens de komende klassiekers toch enkele figuren sterker naar voren zullen komen uit deze vormeloze massa van sandwichmannen die steeds feller moeten duwen en trekken om aan hun broodbeleg te geraken. Vraag het maar aan de « Zero »—kleppers, de enigen die nog niet over een sponsor beschikken en precies daarom een zo goed herkenbare trui dragen. Een raar wereldje dit van het veloke…
HET EERSTE MIRAKEL VAN HET KINDEKE JEZUS
Jan Decleir is momenteel in. Op de planken speelt hij de « Gilles » van Claus en op de televisie bracht en brengt hij Fo. « Het eerste mirakel van het Kindeke Jezus » (6-3-88) was de eerste bijdrage in laatstgenoemde reeks en zondag a.s. volgt nog « De tijger ». Later misschien iets over dit wrede dier. Nu eerst een woordje over het wichtje dat toch niet zo braaf bleek als algemeen aangenomen wordt. Wanneer wij de groteske fabel van Dario Fo mogen geloven was de kleine Jezus eerder een opschepperig kereltje dat graag in de kijker stond en daarbij al eens misbruik maakte van de macht die zijn vader hem geschonken had vanuit de hemel. Jan Decleir zette dit baasje met woord en gebaar aanvankelijk op een overtuigende en grappige wijze voor het voetlicht. Wij luisterden geboeid naar zijn taal en keken bewonderend naar zijn gebaar. Wij genoten van de vaardigheid van de voordrager (al is het altijd gemakkelijker dit in het dialect dan in het AN te doen) en hadden respect voor zijn fysieke inspanning. Maar na een half uur verminderde onze aandacht. De kunde werd routine en… erger, het verhaaltje bezondigde zich aan herhalingen, aan hernemingen van effecten. Wanneer tenslotte de passage kwam over het mirakel zelf — Jezus de Palestijn veranderde vogeltjes uit klei in levende diertjes om toch maar op een goed blaadje te staan bij de Joodse vriendjes (?) — had de fabel al veel van haar spankracht verloren. Het publiek in de zaal — dat betaald heeft voor de prestatie van de artiest — blijft deze misschien wel volgen. De gratis-kijker thuis acht het veel eerder voor bekeken. En dat gebeurde hier met ons en waarschijnlijk ook met vele anderen. Het deed niets af van de verdienste van de acteur. Deze blijft groots. Maar een voorstelling voor televisie vraagt toch een speciale vorm, niet alleen inzake visuele aanpak (deze was goed) maar ook in duur. Deze werd hier ietwat overschreden en ze zullen voor velen de vogeltjes uiteindelijk lood in de vleugels gekregen hebben. En niet meer opgestegen zijn…
LABYRINT
Met bewondering hebben wij opgekeken naar de prestatie van de opvoedsters die dankzij heel veel geduld in contact komen met doofblinde kinderen en sommigen onder hen zelfs tot spreken brengen. Elke vooruitgang, hoe klein ook, betekent voor deze kinderen (en hun begeleiders) een overwinning, iets dat hen meer mensen maakt. In de documentaire van Mita Bergé, « Kinderen van de stille nacht », die in «Labyrint» (7-3-88) voorgesteld werd, kwam zulks op duidelijke wijze tot uiting. Ook de inspanningen van enkele actrices die een stuk over zo iemand (de gekende Helen Keller) instuderen, boezemden ontzag in. Een meestal stille en toch een sprekende prent in haar eenvoud. De mens in dienst van de medemens, nog altijd een groots iets…
UITGELEZEN
We vertellen wellicht niks nieuws als we stellen dat elke medaille twee kanten heeft. Het Franse boekendiscussieprogramma « Apostrophes » mag dan enerzijds wonderen hebben verricht voor de verspreiding van het betere boek, op televisiegebied heeft het echter ook voor een ramp gezorgd. Ieder televisienet wil immers « Apostrofke spelen ». Zo ook de BRT, of om meer precies te zijn producer Eric Pertz, met « Uitgelezen » (7-3-88). Men ziet daarbij echter wel over het hoofd dat het Franse taalgebied nu eenmaal oneindig veel groter is dan het Nederlandse en dat er dus navenant meer kandidaten zijn om een keuze uit te maken als geschikte gesprekspartner rond een bepaald onderwerp. Nog afgezien van andere redenen is dat b.v. ook één van de oorzaken waarom « Mike » altijd « Mike » zal blijven en nooit « Wogan » zal worden, want ook hier volgen de Verreths en de Will Tura’s elkaar in een onstellend snel tempo op. Daarnaast heeft Pertz de fout begaan om voor zijn eerste onderwerp, Gorbatsjov en zijn Perestroïka « een revolutie op papier? », alleen maar « specialisten » samen te brengen, terwijl Bernard Pivot er toch ook voor zorgt dat er mensen aan tafel zitten die weliswaar iets met het onderwerp te maken hebben, maar dan vanuit een heel ander gezichtspunt, waardoor de discussie tegelijk levendiger en toch minder technisch wordt. Nu kregen we vaakeen welles-nietes confrontatie waaraan je als kijker weinig had, omdat je zelf natuurlijk niet over voldoende gegevens beschikt om een eigen oordeel te vellen. Moderator Eric Defoort komt wat dit betreft de verdienste toe een al te groot hermetisme toch te hebben afgeremd door nu en dan een korte verklaring te eisen, maar anderzijds was hij niet voldoende streng om b.v. een Carolina De Maegd in haar woordenvloed te remmen. Kortom, ondanks het feit dat het onderwerp ons sowieso interesseerde en we op de koop toe ook nog een ex-collega aan de gesprekstafel mochten begroeten, zijn we vaker in de ijskast gedoken dan strikt genomen noodzakelijk was. Toegegeven, sommige factoren heb je blijkbaar nooit in de hand. Hofland b.v. mag dan in geschrifte nog een briljant en spits commentator zijn, in betreffend programma heeft hij daarvan althans slechts een glimp laten merken… (E. & R. in De Rode Vaan nr.11 van 1988)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.