Toen ik in 1971 in het zuiden van Engeland, meer bepaald in Hastings, net zoals Willem de Veroveraar 905 jaar eerder, voet aan wal had gezet, werd ik voor de « nachtelijke » (tot elf uur) strooptochten langs de plaatselijke bars onder de arm genomen door een bende autochtonen, die zich — gezien de tijdsomstandigheden — misschien nog het best als « hippies » laten omschrijven. En alhoewel ik in tegenstelling tot de meeste « ouwe zakken van ’68 » de beste herinneringen bewaar aan deze tijd van « love and peace », zou ik daarover toch een zedig stilzwijgen bewaren, ware het niet dat deze vrolijke snaken, waarvan er ten hoogste één verder was geraakt dan wat wij « lager middelbaar » zouden noemen, als ze genoeg « barleys » en « lager » op hadden, zich overgaven aan, ja aan « overgeven » zelf natuurlijk ook, maar — wat merkwaardiger is — aan het uitvoerig citeren van… William Shakespeare.

19 willy courteauxNee, niet « to be or not to be » of « my kingdom for a horse », wat zelfs in Vlaamse peutertuinen wordt afgedreund, maar hele passages, waarvan ondergetekende, die toen nog durfde te beweren dat hij Engels kende, geen ene moer begreep. Dat is op zich natuurlijk reeds vrij frustrerend, maar tot overmaat van ramp had ik ook geen deel aan de uitbundige leute die ermee gepaard ging. Integendeel, mijn « schoolse » kennis van Shakespeare scheen het jolijt zelfs nog op te drijven. De passages die zo vlot eruit rolden, waren immers aaneengeregen pareltjes van obscene woordspelingen.
SHAKE VOOR DE ARBEIDERS
Eén keer heb ik eens iemand horen beweren dat Pieter Corneliszoon Hooft het over schaamlippen had, toen hij schreef: « Dewijl mijn lippen op haer lieve lipjes weiden », maar die had toen niet gedronken en probeerde integendeel bloedserieus een universitair diploma te halen. Want alle « aardkloten » van Joost van den Vondel ten spijt, onze zogenaamd « klassieke » auteurs zijn noch spitsvondige vuilspuiters, noch gemeengoed bij de massa.
Dan ligt dat dus in Engeland met Shakespeare enigszins anders. Ongetwijfeld heeft dat uiteraard met de auteur zelf te maken die, acteur zijnde, heel goed wist dat je af en toe eens moet knipogen naar de goedkope plaatsen, maar dat verklaart niet alles, want William hengelde net zo goed naar « subsidies » en was dus ook niet te beroerd om de heersende klasse op te vrijen.
Toch was het, zoals Clive Barker in het artikel « Shakespeare for the Workers » (uit « The Chartists, Theatre, Reform and Research ») betoogt, de arbeidersklasse die hem het innigst aan haar boezem zou drukken. Zo had het eerste Shakespeare-festival plaats in 1864 in de Londense Hoxton-wijk, meer bepaald in The Britannia, een populair theater waar elke dag van half zeven (’s avonds uiteraard) tot na middernacht werd gespeeld. Om half zeven kwamen namelijk de fabrieksarbeiders en straatventers, omdat die ’s anderendaags vroeg uit de veren moesten, en pas naar de tweede vertoning kwamen de bedienden uit de « city ».
Nu is het opvallend dat theaters zoals The Britannia een dubbel programma hadden, namelijk enerzijds Shakespeare-stukken en anderzijds melodrama’s (overigens afgewisseld met variété-attracties), wat op zich reeds een opmerkelijke combinatie is, maar bij nader toezien doen we een nog interessantere vaststelling, namelijk dat de stukken van Shake het eerst werden geprogrammeerd. De arbeiders gingen dus naar wat nu algemeen als cultuur met een grote C wordt beschouwd en de bedienden naar de kleinburgerlijke boulevardstukken.
Die « knipogen » zijn natuurlijk een van dé grote « wolfijzers en schietgeweren » voor iedere Shakespeare-vertaler. Zo ook voor Willy Courteaux, hier in Vlaanderen toch wel het meest met die « titel » vereenzelvigd. In zijn « woord vooraf » bij zijn vertaling van het « Verzameld Werk » schrijft hij o.m.: « Waar Shakespeare woordspelingen gebruikt in humoristische tonelen (en ze zijn, ronduit gezegd, niet altijd geestig of spitsvondig) kunnen ze in veel gevallen in het Nederlands door andere vervangen worden, omdat in deze tonelen de inhoud minder belangrijk is. Moeilijker wordt het echter waar de woordspeling voorkomt in een dramatische context en een grimmig of ironisch karakter krijgt ( … ). Eveneens vaak moeilijk te behouden zijn de dubbelzinnigheden met seksueel karakter. Ze zijn haast niet te tellen. De moderne lezer die de tekst niet aandachtig bestudeert aan de hand van verklarende nota’s zal er slechts een deel van opmerken, en daarvan zal hij er slechts een deel begrijpen. (In Shakespeare’s Bawdy heeft Eric Partridge al deze woorden en toespelingen samengebracht en verklaard : het is een boek van 225 pagina’s). De geciviliseerde Elisabethaan durfde niet alleen praten over maar ook lachen om dingen waar wij in onze hypocritische preutsheid om blozen; alleen in de platte volkstaal heeft het Nederlands een erotische terminologie, die uiteraard niet bruikbaar is: obsceen is Shakespeare ontelbare keren, grof of vulgair nooit, tenzij in de oren van hen die openhartige sensualiteit voor iets vulgairs houden. De obsceniteit kan in heel wat gevallen gehandhaafd worden in de Nederlandse tekst, ook al zal ze soms voor ons wat omsluierd zijn omdat bepaalde woorden voor de Elisabethaan een uitgesproken seksueel karakter hadden waar het Nederlandse equivalent deze seksuele bijbedoelingen niet automatisch voor ons oproept ». Hij geeft dan als voorbeeld een paar woorden als « circle » (cirkel) en « bauble » (stuk speelgoed, sieraad), waaruit blijkt dat Willy een brave jongen is, want wij met onze one track mind, zien wel degelijk de dubbelzinnige mogelijkheden van deze woorden.
Terloops weze opgemerkt dat dit een citaat is uit het « woord vooraf » van de eerste druk (uit 1971, al is dat « woord vooraf » in 1966 gedateerd… ?), want bij de tweede druk (dan eigenaardig genoeg opeens foutief met « voorwoord » aangeduid) weet de auteur enkel te melden dat « het hem om technische en andere redenen niet mogelijk (was) een omwerking te ondernemen die verderging dan het corrigeren van een aantal slordigheden, fouten en ongelukkige formuleringen. »
Heb je dat gehoord, mijnheer Mortier? Laat die jonge wonderknaapjes maar eens wat meer werk opknappen bij « Humo », zodat W.C. niet verplicht is zich af en toe even op de W.C. terug te trekken om daar in ’t geniep naar fouten in dit omvangrijke werk (1.206 bladzijden op twee kolommen) te speuren. Hopelijk merkt hij overigens bij een volgende séance op dat zijn inleiding op de koningsdrama’s wordt ontsierd door een vreselijke montagefout, waarvan wij nochtans dachten dat alleen maar De Rode Vaan daarop een patent had.
POËZIE
En ons vermanend vingertje blijft in de lucht. Hoe omvangrijk en hoe bewonderenswaardig deze monnikenarbeid (zestien jaar) ook is, toch is de titel « Verzameld Werk » misleidend. Het gaat hier immers enkel om het dramatische oeuvre van de onverslijtbare bard uit Stratford-upon-Avon. Voor de slechte verstaanders: komedies zijn óók « dramatisch werk ». Werk voor het theater dus. Maar géén poëzie. Geen sonnetten, geen « Venus and Adonis », geen « Rape of Lucrece », geen « Lover’s Complaint », geen « Passionate Pilgrim », geen « Phoenix and the Turtle ». ’t Is maar dat je ’t weet.
Toch begint Courteaux terecht met het citaat van T.S.Eliot: « Het hele werk van Shakespeare is één gedicht ». En een beetje verder: « …de onoverkomelijke moeilijkheden die men ondervindt bij het vertalen van elk poëtisch werk…» (cursivering van ons). Inderdaad, de vertaling van Courteaux is eerder gechikt om gelezen te worden (« bestudeerd » lieten we hem daarnet zelfs zeggen in een citaat) dan om gespeeld te worden, ook al denkt hij daar blijkbaar zelf zo niet over (p.XIV). Nochtans lost deze zienswijze heel wat discussies op die gewoonlijk rijzen als men ziet dat een theaterbeest pur sang als Dirk Tanghe, maar zelfs ook een dichterlijke dramaturg (of een dramaturgische dichter) als Hugo Claus toch liever naar een eigen vertaling grijpen als ze een Shakespeare willen brengen, al dan niet in bewerkte vorm.
We zouden er nochtans een dure eed durven op zweren dat de vertaling van Willy Courteaux (net als die van Burgersdijk trouwens) dan altijd wel ergens op hun werktafel zal rondslingeren, welke harde woorden er ook soms aan cafétogen mogen vallen. En die stille erkenning, die moet voor Willy een voldoende beloning zijn. Zeker nu hij er nog onze openlijke bewondering bij krijgt. Want ondanks deze of gene aanmerking is dit een boek dat we koesteren. Als ooit mijn appartement zou afbranden, zou ik dit boek het eerst trachten te redden. Ja, zelfs eerder dan mijn Engelse uitgave. Want hier hebben mijn kinderen tenminste nog iets méér aan. Of zal ik het maar toegeven ? Ik ook…

Referenties
R.D.S., De knipoogjes van William Shakespeare, De Rode Vaan nr.5 van 1988
William Shakespeare, Verzameld Werk, vertaald en ingeleid door Willy Courteaux. DNB-Uitgeverij Pelckmans.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s