De Gentse actrice Erna Palsterman neemt vandaag tram zes. Ik herinner me dat ik haar een vijftiental jaren geleden heb geïnterviewd voor Het Laatste Nieuws en de eindredactie zette daar toen al de titel “Erna Palsterman voelt het wegen der jaren” boven. Daar was ze vermoedelijk toen niet erg blij om, maar ik heb haar sindsdien niet meer teruggezien om haar uit te leggen dat ik geen schuld trof in deze onheuse bejegening. Dat interview zelf heb ik ondertussen ook nog niet teruggevonden, men zal het dus met een telefonisch interview moeten doen van nog eens vijftien jaar daarvóór…

Mallemunt mag dan dit jaar (1982) artistiek gezien niet zo’n hoge toppen hebben gescheerd; het is en blijft een trefpunt van de happy few en de unhappy masses van het Vlaamse artiestenwereldje. En als onze nationale drank dan rijkelijk gevloeid heeft, dan wil je nog wel eens iets opvangen dat eigenlijk niet voor je (rode) oortjes bestemd is… Zoals dat Theater Arena in Gent zich opnieuw aan « Mistero Buffo » waagt b. v. en dat Arturo Corso, die er tien jaar geleden met de Nieuwe Scène het theaterhoogtepunt van Vlaanderen van maakte, opnieuw de regisseur is. Daar moesten we natuurlijk het fijne van weten en omdat we voor emancipatie zijn, kozen we actrice Erna Palsterman voor een kort gesprekje.
« Holy cow » is een uitroep in het Engels die zoiets als « grote god » betekent (zonder oneerbiedig te willen zijn ten overstaan van onze gelovige lezers) en het is niet toevallig dat deze uitroep door ons hoofd flitste toen we van de Arena-plannen hoorden : is « Mistero Buffo » immers geen holy cow, geen heilige koe ?
Erna Palsterman : « Mistero Buffo » is inderdaad een unicum in het theater en in het begin zei iedereen van ons dan ook dat wij dit niet konden doen zoals zij het gebracht hebben. Arturo Corso zag dit ook wel in en heeft toen een paar wijzigingen aangebracht. De monologen die zo schitterend werden gebracht door Charles Cornette heeft hij vervangen door andere, zodat de vergelijkbaarheid is verkleind. Het groepswerk blijft wel ongeveer gelijk en daar was ik persoonlijk, voor de repetities begonnen, wel een beetje tegen. Ik vond dat, als we het dan toch deden, dan zouden we het beter helemààl anders doen. Maar nu we bezig zijn, zie ik dat de evolutie, de groei en de bewegingen die toen gemaakt zijn en die wij nu weer maken, zo prachtig zijn dat we ze het publiek niet mogen onthouden. Tenslotte zijn er toch heel veel mensen die het destijds niet hebben gezien.
— De grootste reden voor mijn verbazing is dat Arena toch bekend staat als een theater dat vooral glitter-musicals brengt, terwijl « Buffo » vooral opviel door z’n soberheid ?
E.P.
: En die soberheid blijft nu behouden. Het is een volks stuk en dat kun je niet met glans en glitter oplossen. Maar ik denk ook dat de glitter-indruk die Arena geeft eerder toevallig is. Als ik in gedachten immers alle producties overloop dan zaten daar wel een aantal musicals tussen in een gewoon decor. Ik denk aan « I love my wife » of aan recital-producties als « Side by side ». Maar we willen wél muziektheater brengen en dat houdt natuurlijk de gewone, nou ja « gewone », musicals van Londen en van New York in, maar ook producties als « Piaf » of « Mistero Buffo », die ook vormen zijn van muziektheater.
— Jullie beschikken in Arena over een treffelijke beatgroep, maar ik neem aan dat je daar nu weinig mee kunt aanvangen ?
E.P.
: De Vlaamse klank, die Wannes van de Velde indertijd heeft meegegeven aan de Italiaanse volksliedjes die erin voorkomen, behouden wij uiteraard, maar het orkest wordt wel vergroot. Dat betekent dat naast de gitaar, viool en accordeon die Wannes gebruikte er nog percussietoestanden bijkomen en zo’n grote akoestische basgitaar die in Braziliaanse muziek wel eens wordt gebruikt.
— Is deze productie een antwoord op de nogal zware kritiek die Arena vorig seizoen heeft te verduren gekregen ?
E.P.
: ‘k Weet het niet. We kunnen net zo goed falen, maar ’t zal wel niet. Ik denk trouwens dat de slechtste kritieken die we vorig seizoen gekregen hebben, dat die te maken hebben met het feit dat we het seizoen daarvóór zo’n schitterend seizoen hadden. De weerbots a.h.w.
— Er deden geruchten de ronde dat n.a.v. die kritiek er grote kuis werd gehouden in de artiestenstal ?
E.P.
: Er zijn geruchten geweest, o.k., maar die zijn fout ! Er is slechts één acteur weggegaan. namelijk Mark Coessens naar het jeugdtheater, maar voor de rest is alles bij het oude gebleven.
— Contracten bij acteurs, zijn die op jaarbasis ?
E.P.
: Altijd.
– Voel je elke voorstelling dan als een soort examen, een test aan ?
E.P.
: Neen. En ik denk dat ik wat dit betreft voor iedere acteur of actrice mag spreken. God, mocht je alleen maar spelen voor je contract of voor de ogen van de directeur dat zou maar spijtig zijn. Je speelt voor het publiek en dat is natuurlijk wél telkens een test.
— Je hebt het geluk gehad in een productie als « Piaf » te mogen aantreden, waarin je volop in de schijnwerpers stond. Zit er voor dit seizoen weer zoiets tussen ?
E.P.
: Neen, en dat vind ik enerzijds wel jammer omdat het applaus dat je krijgt, daarvan weet je dan zeker « dat is nu voor mij » en dat geeft wel een enorme kick, maar anderzijds heb ik persoonlijk in die voorstelling zoveel gegeven van mezelf, van mijn ervaring, die toch nog niet zo groot is, dat ik mij niet in de mogelijkheid zie, nog niet, om zoiets elk jaar te doen. Want je moet toch steeds vernieuwend trachten te werken en die vernieuwing haal je volgens mij uit ervaringen. En dat moet groeien natuurlijk. Daarom vind ik het toch niet zo erg omdat ik weet dat het niet erg gunstig zou zijn voor mij om met weer zo een productie uit te pakken. Maar zoals iedereen heb ik wel graag een serieuze brok in een stuk natuurlijk. Wat niet betekent dat de kleine rollen net zo goed als de grote moeten aangepakt worden.
— En héb je zo’n rol waar je speciaal naartoe leeft ?
E.P.
: Neen, ik geloof het niet. In « Buffo » is die ene vrouwenrol die Hilde Uitterlinde deed, moeder Maria dus, verdeeld. Er zullen m.a.w. verschillende Maria’s zijn. En de volgende productie die we doen is een Cole Porter, maar oh, dat is waar ook, dat mag ik nog niet zeggen want het is nog geen persconferentie geweest.
Drie jaar later werd de Piaf-productie hernomen door door de « musical-afdeling van het Ballet van Vlaanderen » (zeg dus maar : het vroegere theater Arena). Want de kogel is door de kerk: Theater Arena wordt bij het Ballet van Vlaanderen ondergebracht. Daarvoor heeft Poma dit gezelschap 24,4 miljoen extra toegeschoven. Maar reeds onmiddellijk zijn er spanningen gerezen met de leiding van het BVV. En dan hebben we het nog niet eens over de problemen rond de zaal of rond het aantal medewerkers dat door het BVV zal worden overgenomen, maar wel over de programmatie. Volgens de doorgaans goed ingelichte Laurens De Keyzer in « De Gentenaar » zou de directie van het BVV zich immers weinig opgetogen hebben uitgelaten over de voorgelegde programmatie van Arena voor volgend seizoen. Om kort te gaan, men zou hiervan slechts één, of hooguit twee voorstellingen van behouden en verder zou men de succesproductie « Jesus Christ Superstar » hernemen en zou de herneming van « Piaf » door Erna Palsterman, oorspronkelijk door haar echtgenoot (en medebeheerder van Arena) Jacky Berwouts als onafhankelijke productie gepland, nu toch onder de vleugels van Arena (of van het BVV als u wil) gebeuren. Aangezien wij (nog) niet over de gave van helderziendheid beschikken, weten wij uiteraard niet of de opmerkingen van de BVV-directie i.v.m. de programmatie terecht waren. Toch lijkt het ons toe dat een soort « overgangsjaar » geen slechte zaak is. Al zullen vele minder begunstigde theaters natuurlijk knarsetanden als ze worden geconfronteerd met zoveel « goedjonstigheid » vanwege een anders zo bitsig en gierig departement.
En wat nu met het BVV zelf, dat tenslotte toch ook een « revolutionair » jaar achter de rug heeft (na jaren heeft Jeanne Brabants de artistieke leiding uit handen gegeven aan de geëmigreerde Rus Valery Panov) ? Reeds bij de kennismaking (« De drie zusters ») strooiden we hoopgevende zinsneden rond zoals « nieuwe wind », « verbreding van het genre » en « grotere theatraliteit », maar tegelijk stelden we toch vast dat « de choreografie zelf nog vrij klassiek » bleef (r.v. nr 42 van vorig jaar). Hetzelfde kon ongeveer worden gezegd van « Romeo en Julia », waarbij we terloops ook reeds wezen op het goede presteren van de twee Van Cauwenberghen (Tom en Ben) en Vivian Loeber (r.v. nr 2). De cirkel werd dan rondgemaakt met de « double-bill », « Panovaria » en « Sacre du printemps », een echte round-up van de prestaties van dit seizoen. Zo konden we bij « Sacre du printemps » vaststellen dat opnieuw reeds betreden paden werden bewandeld (al kan je Panovs choreografieën een zekere sensualiteit niet ontzeggen), maar vooral uit « Panovaria » bleek dat wie op een echte revolutie zat te wachten bedrogen uit zal komen. Anderzijds kon men zich tevens overtuigen van de enorme technische vooruitgang die het gezelschap heeft geboekt. Naast de reeds genoemde namen was in dat opzicht vooral de prestatie van Panovs eigenste echtgenote Galina opvallend. Kunnen we dus besluiten met Panov te loven voor zijn inspanningen op dit vlak én voor het feit dat hij de oogkleppen heeft afgelegd (vandaar ook de belangstelling voor Arena), een échte vernieuwing heeft hij niet gebracht. Immers uit brochureteksten e.d. blijkt dat bij de man enige visie op het balletmedium zelf ten enen male ontbreekt.
Maar goed, om terug te keren naar het samengaan van de twee afdelingen (ballet en musical): dit wordt pas voor volgend seizoen aangekondigd, waarbij men hoopt “On your toes” te kunnen brengen, de musical waarin Galina Panova reeds op Broadway en de West End de hoofdrol vertolkte. Maar in afwachting was er dus “Piaf” en laten we het vooraf maar meteen duidelijk stellen, vooraleer men ons weer gaat verwijten leverpatiënt te zijn – wat ook zo is, by the way (*) : « Piaf » van Pam Gems, gebracht door de « musical-afdeling van het Ballet van Vlaanderen » is zeker de moeite waard.
Dit gezegd zijnde delen we niet in de kritiekloze euforie die zich heeft meester gemaakt van een aantal confraters en dat om een aantal welbepaalde redenen, die zich toch duidelijk buiten het puur persoonlijke vlak situeren.
Zo is de productie vooreerst een (vrij getrouwe, hebben we ons laten vertellen, want we hebben de vroegere opvoeringen niet gezien) herneming van een stuk dat z’n succes reeds bij herhaling heeft bewezen. Ze zou er zelfs sowieso gekomen zijn, ook al was de oplossing van de « overname » van Arena door het BVV (waarvan de directie dit overigens niet graag in deze termen gesteld ziet) er niet gekomen. We zijn er m.a.w. nog altijd niet wijzer op geworden hoe de interactie tussen deze twee instellingen gaat verlopen. In het geval van « Piaf » is dat maar goed ook (god verhoede dat middenin een « optreden » van La Môme er plotseling een ballet op de scène zou komen gehuppeld), maar we kijken toch benieuwd uit naar die andere herneming, nl. « Jesus Christ Superstar » om te zien wat dat nu geeft.
Ten tweede waren we vooraf « geconditioneerd » om in Erna Palsterman ook effectief de grote/kleine dame van het Franse chanson te zien herleven. Er werd o.m. gesproken van het feit dat men soms de indruk had dat het « geplaybacked » was enz. Nu, qua acteertalent heeft Erna dit zeker kunnen waarmaken — iets waarover men het merkwaardig genoeg veel minder heeft. Op haar stem moet ze evenwel veel roofbouw plegen. Niet toevallig glijdt ze dan ook uit in het laatste nummer voor de pauze (« La belle histoire d’amour ») en helemaal op het einde (« Les trois cloches », met een evenmin vlekkeloze Daan Van Den Durpel). Er wordt nu eenmaal erg veel van haar gevergd. En bovendien krijgt ze weinig steun van het orkest. Meer zelfs, de leider himself (pianist Bart Bracke) gaat zo vaak in de fout, dat je je gaat afvragen of er soms iets mis is met de monitors die ervoor moeten zorgen dat het orkest zichzelf én de zangeres kan horen.
Ten derde heeft Pam Gems ongetwijfeld een cockney-tekst geschreven die dan het argot van Parijs zou moeten benaderen, in de Nederlandse versie (van Jacky Berwouts) wordt dat dan een over en weer wippen zonder enige logica tussen een soort van dialect en een soort van algemeen Nederlands.
En tenslotte vielen de meeste nevenfiguren toch wel erg bleekjes uit tegenover de krachtige Palsterman. Dat mag dan nog de bedoeling geweest zijn van regisseur Jaak van de Velde, maar dat mag toch niet beletten dat zij hun rol naar behoren zouden moeten verdedigen. Nieuwkomer Werner Welslau b.v. liet wel een erg lauwe indruk na, terwijl Norma Hendy (in andere stukken nochtans niet slecht) hier een zekere Marlene op de scène zet, waarvan wij vrezen dat Marlene Dietrich werd bedoeld, maar die eerder op Ilsa, de wolvin van de SS, geleek. En zeggen dat zij misschien ooit ook de rol van Piaf (als « understudy ») zal moeten schragen !
In 1999 hernam Erna nogmaals de rol van Edith Piaf en deze keer ging ik haar interviewen voor Het Laatste Nieuws, maar dat interview heb ik zoals gezegd voorlopig nog niet weergevonden, zodat ik hier enkel met een “outtake” (wegens plaatsgebrek) kan komen aandraven. Acteur Bart Dauwe beklaagde zich er immers over dat hij na een wereldreis van zes jaar nog amper aan de bak kwam: het theaterwereldje kwam hem voor als een gesloten kringetje, een kliekje waarin enkel plaats is voor vriendendiensten. Als ik Erna Palsterman met deze vaststelling confronteer, is ze het er niet mee eens, maar ze is wel even bitter: “Die theatervriendschappen duren nooit langer dan de duur van een productie. Het klinkt misschien hard maar echte vriendschap is veel kostbaarder dan theatervriendschap. Het enige wat we allemaal willen is tenslotte spélen. En met wie, dat doet er niet echt toe.”
Op 2 april 2014 ging ik dan in de eerste lentezon lunchen op het terras van het Vosken op het Sint-Baafsplein. Twee cafés verder, bij De Rechtvaardige Rechters merkte ik Karel Van Keymeulen op. Wat ik niet doorhad, was dat hij op dat moment ook Erna Palsterman aan het interviewen was (ik herkende haar totaal niet meer). Zij maakte toen namelijk een comeback in de toneelversie van de bekende film “Pauline & Paulette” van Lieven Debrauwer in een regie van Frank Van Laecke.
Karel gaat met Erna helemaal terug naar het begin: « Erna Palsterman was al jong door het theater gebeten. Toen ze 14 was, vroeg Blanka Heirman, haar lerares voordracht aan de academie, of ze wilde meedoen in Een dag uit de dood van Piet Snot in NTGent.
`Ik kon dat omdat ik zo klein was.’
Haar kleine gestalte – `ik ben een 1.50 meter, ik ben smal’ – remde haar toneelcarrière af.
`Na het conservatorium dacht ik dat ik alle rollen kon spelen, maar ze vroegen me niet. Ik leed daaronder. Het duurde een tijd voor ik dat door de ogen van een regisseur zag en er mij kon bij neerleggen. Dat heeft liters alcohol gekost. Ja, ik raakte zwaar verslaafd, maar ik sta tien jaar droog en dat is voor het leven. Een verslaving sluipt langzaam in je lijf De dag dat je beseft dat je iets nodig hebt, is het te laat. Ik zocht op een bepaald moment hulp bij mijn moeder. Zij heeft me naar een ontwenningskliniek gebracht.
Ik zei tegen een psychiater:
Ik weet dat het vijf voor twaalf was.
Eén minuut voor twaalf, je hebt veel geluk gehad, antwoordde hij.
Een van de spijtige gevolgen is dat mijn geheugen niet meer zo goed is.’

Erna Palsterman was gehuwd met decorontwerper Jacky Berwouts.
‘Hij kreeg een trombose en raakte aan de linkerkant verlamd. Ik verzorgde hem tot het niet meer kon. Maar hem naar een verzorgingstehuis brengen, was niet simpel.Hij is vorig jaar overleden. Die jaren waren zeer zwaar, maar ik heb veel om dankbaar te zijn. Toen ik 38 was, ontdekten ze aneurysma, een verwijding van aders in mijn hoofd. Ze konden me opereren. Ik kreeg mijn leven al twee keer terug.’ »

Referentie
Jan Draad, Erna Palsterman aan het lijntje, De Rode Vaan nr.34 van 1982
Ronny De Schepper, Vorige weken in uw schouwburg, De Rode Vaan nr.33 van 1985
Ronny De Schepper, Parijse sferen in Gent, De Rode Vaan nr.41 van 1985
Karel Van Keymeulen, “Mijn leven al twee keer teruggekregen”, De Gentenaar, 3 april 2014

(*) Ben ik een leverpatiënt (geweest) ? Ik slaag er nog alle dagen in mezelf te verbazen. Maar, wacht eens even, dat moet in die periode geweest zijn dat ik allerlei uitslag had wegens overmatig alcoholverbruik. Mijn toenmalige (ik geloof zelfs: eenmalige) huisdokter vroeg me toen zelfs of ik soms alkoholieker was. En nee, dat was ik niet, ik had gewoon een gevoelige lever. Dààrop zal deze onthulling slaan, denk ik.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s