Michiel Hendryckx wordt zestig!

37 michiel hendryckxIn 1991 wilde de Gentse fotograaf Michiel Hendryckx niet alleen de wereld zien, hij wilde terloops ook even de ezel uithangen… Michiel Hendryckx, de beroemde (en ook wel beruchte) fotograaf van ‘De Gentenaar’ (later promoveerde hij naar ‘De Standaard’), ondernam dat jaar een negen maanden durende voetreis door Europa. Dat mondde later uit in het boek “Twee ezels”. Op zijn tocht werd hij immers oorspronkelijk enkel vergezeld door de ezel Odin, die hij later (wegens ziekte van Odin) moest inruilen voor een tractor. “De grootste stommiteit van mijn leven,” zou hij later (De Gentenaar, 22/7/2000) verklaren. “Ik was toen erg gelukkig en sindsdien is alles in mijn leven minder. Maar ik heb onderweg gezien dat het goed gaat met de wereld.” Die laatste indruk weegt ook nog door, tien jaar later, als hij met Jean Blaute en Wim Opbroucke op een motor door Europa trekt voor het Canvas-programma “De bende van Wim”. Vóór zijn vertrek in 1991 kregen zowat alle inktkoelies opdracht om Michiel te gaan interviewen. Zo ook ondergetekende tijdens het kortstondige bestaan van “Tempo”, het culturele stadsblad van Eric Goeman. Aangezien Michiel op die manier al “plat” was geïnterviewd, verkoos ik een gesprek met de andere ezel.
Tot u spreekt de ezel…

Mag ik me even voorstellen? Mijn naam is Odin. Ik ben een muildier van elf jaar oud, dat is zowat de leeftijd van een jongeman in mensentermen.
Hopelijk ken je het verschil tussen een muilezel en een muildier. Voor alle duidelijkheid: beide zijn het product van een mengeling tussen een paard en een ezel. Maar bij een muildier is de moeder een ezelin en de vader een hengst en bij een muilezel is het net andersom.
Onnozelaars vragen mij wel eens of zo’n paard zich niet te goed vindt om zich met een ezel in te laten. Vergeet dat maar. Die hiërarchie is een menselijke uitvinding. Integendeel, als je paarden en muildieren samensteekt, dan nemen wij doorgaans de leiding over gans de troep. In het Wilde Westen wil dat nog wel eens voorkomen.
Wij zijn dus zeer intelligent. De koppigheid van de ezel die men ons toedicht, is eigenlijk pure intelligentie. Een paard begrijpt veel minder en is daardoor vlugger bang. Als een ezel op een bepaald moment niet meer verder wil, is dat niet uit koppigheid, maar omdat er factoren aanwezig zijn, die hem beletten verder te gaan. Voor argeloze mensen is dit natuurlijk vaak moeilijk na te trekken. Misschien begint het tuig te spannen of misschien heeft hij iets gezien dat hem niet aanstaat.
Anders laten wij ons echter wel berijden. Galopperen, springen, al wat je maar wil. Maar je zal b.v. nooit een springconcours met muildieren aantreffen. Daarvoor hebben we teveel persoonlijkheid. Ik denk dat je een paard beter kunt vergelijken met een hond: volgzaam, slaafs, zich zeer sterk aan een meester hechtend. Terwijl een ezel meer de persoonlijkheid van een kat heeft.

Hier wordt het tijd dat ik even blijf stilstaan bij Michiel Hendryckx, de man met wie ik Europa ga rondtrekken. Ik weet niet of hij een hondenmens is of een kattenmens, maar aangezien vrouwen vaak een voorliefde voor katten hebben, begin ik ook in te zien waarom Michiel mij verkozen heeft boven een paard. Michiel is namelijk een vrouwen-man. Dat zegt hijzelf. Hij heeft die uitdrukking uit een boek van Cees Nooteboom. (*)
“Ik hou zeer veel van vrouwen,” zegt Michiel. “Dat wil zeggen dat ik een man ben die enkel maar functioneert met het klankbord van een vrouw. Vrouwen-mannen zijn ook meestal vrij ‘vrouwelijke’ mannen. En dat klopt ook wel: ik kan mij uren bezighouden met dingen die eigenlijk in het archief van de vrouwen zitten.”
Nu ben ikzelf wel gecastreerd, maar ik kan nog altijd een ezelinnetje appreciëren. Ik kan zelfs nog een erectie krijgen. Alleen… het hoeft allemaal niet zozeer meer. En dat lijkt ook wel het geval te zijn bij Michiel.
“Ik kan dat zeer goed uit mijn hoofd zetten,” zegt hij. “Ik heb destijds b.v. heel bewust ervoor gekozen om mijn legerdienst in Duitsland te doen en heel weinig naar huis te komen. Dat maakte dat ik soms drie maanden in Duitsland was, zonder vrouw en zonder prostituées. Wel, na een week gaat mijn libido op ralenti draaien. Ik ben ook eens een maand helemaal alleen op reis geweest naar Spanje met mijn scooter en ik heb er geen moment last van gehad.”
Michiel noemt dat trouwens ook de ‘filosofische’ reden waarom hij met mij op pad gaat. “Een muildier is namelijk een dier dat aan het einde staat van een voortplantingslijn,” zegt hij. “Een groot misverstand is dat de meeste mensen denken dat muilezels of muildieren ‘onzijdige’ dieren zijn. Nee, je hebt daar wel degelijk merries en hengsten in, maar dan met dat verschil dat ze onvruchtbaar zijn. De hengst kan dus wel sperma spuiten, maar de zaadcellen zijn volledig verlamd. Het is dus een dier dat op het einde van een evolutie staat. Optrekken met een dier dat zich niet kan voortplanten vind ik wel charmant. Het is zo on-macho.”
Zou je van zo’n man niet gaan houden? Maar goed, geen sentimentaliteit, we staan er allebei op dat we een puur zakelijke relatie onderhouden. Daarvoor heeft Michiel me trouwens op de eerste plaats gekozen. Omdat ik zo sterk ben. Ik heb ook heel goede voeten, mijn hoeven zijn van een heel grote kwaliteit. En één van de belangrijkste redenen: ik eet gras. Als je met een paard zo’n reis zou ondernemen en je geeft dat alleen maar gras, dan stort dat gewoon door zijn poten. Je moet daarvoor haver en gerst kopen, terwijl ik tevreden ben met niets. Dat komt dus goed van pas voor zijn budgettering. Niet alleen omwille van het geld trouwens, maar ook omwille van de bereikbaarheid. Als ik twee dagen in de natuur zit met die kadee, moet hij niet beginnen zoeken naar haver of zo.

Michiel wou dus een muildier en een muildier zou het zijn. Maar: why me? Pourquoi moi? Eerst en vooral heeft hij heel hard moeten zoeken. In België werd hij door iedereen uitgelachen. Dat ga je onmogelijk nog vinden, zei men. Maar dan in Frankrijk heeft hij aan de bovenloop van de Loire eindelijk monsieur Gillard aangetroffen, een groot specialist op het gebied van ezels en muildieren. In de zomer heeft hij daar met mij een aantal proefreizen gemaakt om te kijken of hem dat lag, want hij had daar geen enkele ervaring in. Dat is erg meegevallen. Voor hem, maar ook voor mij. Michiel denkt immers dat hij mij gekozen heeft, maar daar is niks van aan. Ik heb hèm gekozen. Omdat hij b.v. zo mooi over vrouwen kon vertellen, zoals ik reeds heb gezegd.
Ik had het immers best naar mijn zin bij monsieur Gillard. Ik ben daar geboren en nadien verkocht aan de scouts van Lyon. Twee keer ben ik daarmee over de Alpen getrokken met 150kg bagage op mijn rug. De laatste dag was er zelfs een meisje dat haar voet had verzwikt en ik heb ze ook nog op mijn rug genomen. Daarna werd ik opnieuw aan monsieur Gillard verkocht omdat de wei waarop ik stond werd verkaveld of zoiets. We zijn daar toegekomen met een camionet die vol zat met wenende scouts. Nu wil ik niet sentimenteel worden, maar ik moest toch ook even balken.
Michiel heeft nochtans gelijk: hij is een groot tegenstander van heel die romantische sfeer van dierenliefde. Die liefde is immers gebaseerd op belonen en straffen, terwijl onze relatie er één moet zijn op basis van wederzijds respect. Het is wel hard voor mij, maar met de mensen van ‘De Gentenaar’ en van ‘Koffers en C°’ waarvoor Michiel stukjes maakte, was hij overeengekomen dat als het op een bepaald moment niet meer zou klikken tussen ons beiden, hij me zou achterlaten bij een boer of zo. Die zou hij dan betalen om me zoveel maanden te laten staan en dan zou hij zich een fiets kopen of zoiets. Waar het voor hem immers op aankomt is wég te zijn en dat moet niet ten koste van alles met mij zijn.
’t Is te hopen dat het zo ver niet moet komen, maar het zou kunnen, hij heeft het tenslotte nog nooit gedaan. Anderzijds zegt hij ook wel eens: “Misschien loop ik ooit nog wel in de val van de sentimentaliteit en wil ik je geen uur meer missen.”

We gingen dus op stap voor een kampeerreis door Europa. Ook dààrom had Michiel voor mij gekozen. Omdat hij van plan was te kamperen, buiten te leven dus. “Al van mijn achttiende jaar heb ik deze droom,” zegt Michiel. “Nu ben ik de veertig gepasseerd en alhoewel het niets te maken heeft met midlife crisis en wat weet ik allemaal, dacht ik toch: als ik het nu niet doe, komt het er misschien nooit meer van.”
Ik kijk hem even vragend aan en alsof hij mijn twijfels heeft geraden, gaat hij verder: “Er is helemaal geen sprake van een crisis. Ik heb integendeel een aantal heel mooie voorstellen gekregen om boeken te maken en zo, naast mijn werk op de krant wat nog altijd het belangrijkste is. Ik heb dat allemaal afgezegd, want ik dacht dat je om zo’n tocht te ondernemen toch nog altijd een flinke dosis gekte moet hebben. Ik hoop dat ik die nog heb als ik vijftig jaar oud ben, maar ik kan het risico niet lopen. Ik heb heel veel dromen en om gelukkig te zijn vind ik dat je zoveel mogelijk moet trachten om je dromen te verwezenlijken. Als kind in De Panne hadden wij een buurman die met een knalrode Citroën DS reed. Ik heb altijd gezegd: zo wil ik er ook ooit één hebben en toen ik 28 jaar was heb ik mij die inderdaad kunnen aanschaffen.”
“Ik ben dus iemand die de loopbaanonderbreking die de minister destijds heeft ingevoerd, ook gebruikt waarvoor ze was bedacht, namelijk een soort herbronning, een beetje stoom aflaten en de kans geven aan iemand die hetzelfde beroep doet om eens een jaar een fantastische ervaring op te doen. Ik neem dus geen loopbaanonderbreking om naar een ander werk uit te kijken, zoals zovelen doen. Ik wil nadien wél meer gaan schrijven. Door het feit dat ik al die jaren foto’s heb gemaakt bij stukken die in de krant verschenen, heb ik echt zin gekregen om zélf ook eens te gaan schrijven. Ik zat er tenslotte al die tijd met mijn neus op. Als je iedere dag op restaurant gaat eten, krijg je na verloop van tijd toch ook zin om eens zelf eten te koken?”
En wat dan nog? “Ik stap graag. Ik ben nog padvinder geweest, misschien zit dat er ook nog wat in. Ik ga dus naast je stappen. Ik ga niet als de Moeder Maagd op de vlucht naar Egypte of haar zoon bij zijn intocht in Jeruzalem op een ezel zitten. Dat is allemaal te bijbels. Geef mij dan maar liever Robert Louis Stevenson, de Engelse schrijver uit de 19de eeuw die je wel kent van Schatteneiland en Dr.Jekyll en Mr.Hyde. Dat moet een heel boeiend man geweest zijn. Op een bepaald ogenblik was hij verliefd op een vrouw en om te weten of hij haar wel tot vrouw zou nemen, trok hij als een soort bezinning naar Frankrijk, naar de Cévennes, wat in de negentiende eeuw een nog volledig onherbergzaam gebied was. Hij kocht daar een ezel en schreef het boek Travels with a donkey. Dat boek is eigenlijk één klaaglied over de problemen die hij gehad heeft met z’n ezel.”
Ik balk van plezier, maar Michiel schijnt me verkeerd te hebben begrepen: “Trek nu weer geen parallellen met mijn privé-leven, hé. Ik weet niet hoe goed je me kent, maar ik ben een gelukkig man. Denk ik. Het klinkt misschien pretentieus om dat te zeggen, want daar rust een even groot taboe op als op… nou ja. Ik ben iemand die z’n leven in de hand tracht te houden en ik heb reeds vaker zo’n beslissingen genomen. Ik vertrek dus niet als iemand die overstressed is of wiens liefdesleven een puinhoop is. Het is ook geen louteringstocht naar Santiago de Compostela zoals sommigen me in de schoenen willen schuiven.”

Mijn naam is mij door monsieur Gillard gegeven en Michiel vindt het heel pretentieus om aan iemands naam te raken. “Je kan dat vaak vaststellen in huwelijken,” zegt hij. “Die vrouw heet Rita en na een week heet ze Snolly Snokkie of zo. Ik vind dat zeer vernederend.”
Anderzijds is het wel leuk dat ik Odin heet. Aangezien iedereen dat op z’n Frans uitspreekt, denk je er niet meteen aan (ook ikzelf niet), maar het is eigenlijk de naam van de Germaanse oppergod. En het eindpunt van onze reis is de Olympos in Griekenland, m.a.w. de woonplaats van zijn Griekse collega, Zeus.
Leid daar nu niet uit af dat we een uitgestippelde weg zouden volgen, we hadden enkel dat eindpunt en dat was alles. Verder waren er natuurlijk een paar streken die Michiel wilde zien. Hij wilde b.v. zeker naar Hongarije gaan omdat hij het journalistiek interessant vond om het ‘ontwaken’ van het Oostblok mee te maken. Hij wou ook door Zuid-Duitsland reizen, want daar rust een heel merkwaardig taboe op bij zijn generatie. Maar verder had hij zijn reis hoegenaamd niet gepland. Hij zou wel stafkaarten ter plekke kopen, zei hij en liep verder gewoon naar waar de zon schijnt. Want uiterààrd gaan wij naar het Zuiden. “Dat is toch een natuurlijke trek die in ons, noorderlingen, zit?” zegt Michiel. Hij zou ook zeer graag door Albanië passeren, zij het dat hij daar anderzijds wel een beetje schrik voor heeft, want hij denkt dat die mensen daar zodanig weinig hebben dat, als er zo’n proper uitgedoste westerling passeert, ze misschien wel voor zijn zakken zijn kop zullen inslaan.
Echt alleen, zullen we toch niet zijn. “Als alle mensen die zeggen mij voor een week te komen opzoeken, dat inderdaad gaan doen, dan sleep ik bijna de Gentse Feesten achter me aan,” zei Michiel.
Nog een leuke anecdote om te eindigen. In Lokeren lopen we door wat Michiel een “sociale VTM-wijk” noemt, je kent dat wel. Er zijn daar kinderen van zo’n acht jaar op straat aan het spelen en één daarvan roept naar z’n vriendjes: kijk, een reiziger! Dat charmeerde Michiel enorm. Alleen al dat hij dat woord gebruikte en niet ‘toerist’ of zo. Het was als in dat lied van Boudewijn De Groot ‘De reiziger is thuis’. (**)
“Nu weet ik het zeker,” zei Michiel tegen mij. “Dat met jou op stap gaan, de beste keuze is die ik ooit kon maken. Je refereert aan het collectief onderbewustzijn.” Dan barstte hij in lachen uit. “Zo serieus!” verwonderde hij zich over zichzelf. “En zeggen dat ik eigenlijk gewoon een tiep ben die eens een jaartje op stap wil gaan, in een tentje slapen en ’s avonds een briefje schrijven onder een wilg.”
Ikzelf antwoordde niet.
Sprekende ezels zijn er toch al veel te veel. Of niet soms?

Referentie
Ronny De Schepper, Even de ezel uithangen, Tempo april 1991

P.S. Op 13 juni 1991 schreef Michiel Hendryckx in “De Gentenaar” dat hij zijn ezel Odin willens nillens in München heeft moeten achterlaten wegens “drukwonden”. Hij ging van daar verder met… een tractor.

(*) Cees Nooteboom, Rituelen, p.120-121.
(**) Vergelijk met: “Heel lang heb ik hardnekkig geloofd dat de heilige Christoffel, de schutspatroon van de reizigers, niemand anders was dan de zalig verklaarde Christoffel Columbus. Het verbaasde me natuurlijk wel een beetje dat ze een verdoolde zeeman verkozen hadden tot hoge zegenaar van alle reizen… En toch was ik nogal teleurgesteld toen ik mijn abuis ontdekte. Was het eigenlijk niet zeer gegrond dat ze de man die dankzij zijn dwaling een wereld ontdekte, gekozen hadden om pelgrims geluk te brengen? Als je inderdaad daar aankomt waar je moet zijn, ben je al geen reiziger meer maar een eenvoudige toerist.” (Pierre Mertens, Koninklijke rust, p.14)

2 gedachtes over “Michiel Hendryckx wordt zestig!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s