Analyse van een stripverhaal (3): De Smurfin

In het middelbaar onderwijs moeten de leerlingen een boek leren bespreken. Dat lijkt me ook vrij logisch. Probleem is dat in technische scholen en beroepscholen de leerlingen zelfs niet eens meer een boek lézen, laat staan bespreken. Daarom bedacht ik het volgende: laat ik hen een stripverhaal doen ontleden. Dat lezen ze nog wel en de gebruikte methodiek is tenslotte dezelfde. Daarna hebben we in de klas de resultaten besproken aan de hand van enkele stripverhalen. Ik denk dat dit uiteindelijk een goede beslissing gebleken is. Ik zal deze resultaten in de loop der tijden weergeven, waarbij men zal kunnen vaststellen dat de vragen telkens weerkeren, maar uiteraard met verschillende antwoorden.

A.Algemene gegevens
REEKS: De Smurfen
TITEL: De Smurfin
B.Feitelijke gegevens
SCENARIST: Yvan Delporte (Brussel, 24 juni 1928 – aldaar, 5 maart 2007)
TEKENAAR: Peyo (Pierre Culliford, Brussel, 25 juni 1928 – aldaar, 24 december 1992)
IN WELK JAAR GETEKEND OF UITGEGEVEN? 1969
VERTALING? UIT WELKE TAAL? Vertaald uit het Frans
HOEVEEL BLADZIJDEN? 40
HOEVEEL TEKENINGEN? 600
HOEVEEL LACHREACTIES? (Aantallen weergegeven per leerling – men zal opmerken dat de ene al wat goedlachser is dan de andere – het eerste getal is van mezelf) 21, 7, 30, 8, 3, 4, 9, 10, 10, 10, 11
VERHOUDING? 7/200
WAAR SPEELT HET VERHAAL ZICH AF? ???
IN WELKE TIJD? Op basis van het eerste verhaal (“De fluit met zes smurfen”) zou men kunnen zeggen: in de Middeleeuwen, maar op basis van dit verhaal is dit hoegenaamd niet duidelijk.
C.Woordenschat
1.Staan er moeilijke of vreemde woorden in? Zoek de verklaring ervan op.
Neen.
2.Staan er opmerkelijke onomatopeeën (klanknabootsingen) of andere taaleigenaardigheden in?
Het Smurfentaaltje.
3.Staan er taalfouten in?
Neen.
D.Analyse
1.Noem de voornaamste figuren. Wie zijn zij? (uiterlijk, beroep, gepersonifieerde dieren, rol in het verhaal…) Beschrijf hun karakter (Paul Jambers zou later zeggen: wat drijft hen?): positief of negatief?
De Grote Smurf: de onbetwistbare baas, heeft toch z’n zwakke kanten (het is het amorfe, kleurloze – nou ja – smurfenvolkje, met als exponent de Brilsmurf, die hem het leiderschap opdringen). Hij is ouder dan de andere smurfen maar juist werkzamer (het lijkt wel Willy Courteaux). Zijn baard is een teken van wijsheid.
De Smurfin: “een ijselijke vervloeking”, zie voor een uitvoerige beschrijving: p.6, met haar 130 jaar is ze nog heel jong.
De tovenaar Gargamel: een mens en tevens het symbool van het kwaad.
De Smurfen komen als inidivu niet uit de verf, enkel de Zaniksmurf en de Lolsmurf.
2.Is het verhaal moraliserend? (Verdedigt het een bepaalde moraal?) Is het verhaal maatschappij-kritisch? Leg uit.
Neen. Er komt b.v. een Gapsmurf in voor en zelfs die wordt niet negatief voorgesteld.
Smurfen zijn wel asociaal (nooit vrijwilligers).
3.Rollenpatroon. Krijgen jongens en meisjes (mannen en vrouwen) elk specifieke rollen toegewezen? (Welke?) Zijn meisjes/vrouwen minder belangrijk dan of ondergeschikt aan mannelijke figuren?
De Smurfen vormen net als de kabouters een homogene mannenmaatschappij (hoe de voortplanting is geregeld, daar hebben we het raden naar).
De Smurfin vertegenwoordigt alles wat slecht is.
De Dichtsmurf is de grootste zwakkeling (hij zet de dam open).
4.Welke maatschappelijke klassen spelen een rol in het verhaal? Worden bepaalde klassen positiever voorgesteld dan andere? Overheerst een bepaalde klasse? Gaat de schrijver hiermee akkoord?
Geen klassen, wel een leider.
5.Komen in het verhaal de opvattingen van de schrijver i.v.m. vrijen, verloofd zijn, trouwen, voortplanting, seksualiteit… tot uiting? Wat zijn de emotionele en/of familiale verhoudingen tussen sommige figuren?
Iedereen is verliefd op de Smurfin. Dat wordt als iets verderfelijks beschouwd.
6.Komt er geweld voor in het verhaal?
Niet veel. (De Lolsmurf krijgt wel op z’n kop.)
Wel in droom: “ik heb haar gewurgd.”
E.Synthese
1.Is het verhaal realistisch of is het vooral gebaseerd op fantasie? In welke verhouding?
100% fantasie
2.Is het verhaal humoristisch? Welk soort humor?
Het draait volledig rond de “vondst” van het Smurfentaaltje. Verder nogal voor de hand liggende grappen.
3.Zitten er diepere waarden in?
Anti-feministisch.
4.Bespreek het taalgebruik (beeldrijk, arm, kinderachtig, te geleerd…)
Arm (wegens het Smurfentaaltje).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.