De kat

Indien alles goed zou zijn gegaan, had in het najaar van 1978 de rock-opera “De Kat” in première moeten gaan in Sint-Niklaas. “In het voorjaar reeds waren zo’n twintig Waaslanders druk in de weer met een project, dat volgens hen een grote weerklank zou moeten hebben. Dàt is alleszins wat de initiatiefnemers, Ronny De Schepper, Johan de Belie en Walter Vercruyssen, beogen,” zo schreef ikzelf in “De Voorpost” en aangezien ik daarin schreef onder het pseudoniem Jan Segers kon ik op die manier over mijzelf in de derde persoon schrijven. Meer zelfs, ik kon ook mezelf interviewen:
– Verscheidene onder jullie hebben reeds enige reputatie in Vlaanderland. Ik denk aan Johan De Belie, alias Mark De decker, volgens mij de enige die een Paul Van Ostayen kan verwoorden zoals het moet…
R.D.S.:
Ja, Johan De Belie is iemand voor wie ikzelf persoonlijk enorm respect heb en met wie ik graag samenwerk. Hij regisseert bij ons en ik hou van de manier waarop hij het doet. Hij laat je echt je gangetje gaan als hij voelt dat je het beet hebt. Alhoewel er moet gezegd dat het niet voor iedereen de goede manier is van regisseren omdat hij niet zo vlug durft in te grijpen. Waarschijnlijk omdat hij dan denkt de bewuste acteur of actrice te raken op een plaats waar hij het zelf niet graag zou hebben.
Johan is erg gevoelig, dat merk je al spoedig in zijn stukken. Hij werd vooral bekend als auteur van enkele toneelwerken, ik denk maar aan Het Gezag, Iris en het spiegelraam en zijn laatste stuk (even slikken toch) Umbilicalis, waarvoor hij de Pol De Mont-prijs ontving.
Hij heeft nu een roman klaar, hij regisseert, alles wat maar enigszins met kunst en cultuur te maken heeft neemt hij onder de arm. Geloof me, iemand met capaciteiten en iemand die er helemaal niet mee te koop loopt, ook al studeerde hij aan het Conservatorium te Gent, te Antwerpen en het RITCS (regie) te Brussel. Ook hij startte in de Sint-Niklase Academie. Voorts wil ik nog wel kwijt dat al de andere mensen in het Stoktheater wel vroeger actief waren in het toneelwereldje, sommigen bij Sint-Genesius… (*)

Bovendien gebruikte ik voor de rock-opera zelf nog een ander pseudoniem, Ron Dovan, zodat de verwarring compleet was. Dat “internationale” pseudoniem was nodig omdat ik een Engelse synopsis heb bezorgd aan Ray Davies van The Kinks (meer nog dan Peter Townshend van The Who de grondlegger van het genre rock-opera) en aan de toen nog piepjonge Kate Bush. Geen van beide beroemdheden heeft echter op deze synopsis gereageerd.
Eigenlijk was de hele rock-opera gebaseerd op Myriam Dhondt (heeft u ‘m?), een meisje uit het Atheneum van Sint-Niklaas, waar ik toen les gaf. De allereerste dag dat we opnieuw naar Sint-Niklaas gingen wonen, liep ik haar tegen het lijf in de supermarkt. Ik dacht dat dit een voorteken is, maar ik heb haar sindsdien nooit meer ontmoet. De naam van het mannelijke hoofdpersonage, Sebastian, gaat dan weer terug op het gelijknamige nummer van Cockney Rebel.
In de rock-opera werd ook het nummer “Song for Salina” opgenomen, dat ik geschreven had voor (en op muziek van) Frank Van der Herten. Toen ik vader ging worden van mijn eerste kind, stuurde ik een tape van dit nummer naar niemand minder dan Rod Stewart. Indien het een meisje was, zou het kind immers de naam Salina krijgen en het was de bedoeling de single (gezongen door Rod Stewart: what was I thinking?) dan als “geboortekaartje” rond te sturen. Het werd echter een jongen en die kreeg vanzelfsprekend de naam Roderick. Maar “peter” Roderick Stewart liet – wat had je gedacht? – niks van zich horen…
Walter Vercruyssen is natuurlijk vooral bekend van The Bluebirds, maar hij speelde met zijn broer Guido ook bij “De fanfare van de Lochte Genteneirs” en op die manier kwam hij in contact met Walter Ertvelt en samen schreven ze voor Claire haar tweede hit (na “Vreemde Vogels”) “Fantasie”. Aan die samenwerking heeft de eerste Walter echter geen al te beste herinneringen, want een geplande elpee voor Claire ging de mist in, omdat de tweede Walter begon te flirten met Rob De Nijs. Claire was bijgevolg wel een voor de hand liggende keuze voor de vrouwelijke hoofdrol in de rock-opera, maar dat is er nooit van gekomen.
De oorspronkelijke keuze voor de mannelijke hoofdrol was Marijn Devalck. In tegenstelling tot Claire is er met deze wel degelijk contact geweest over het toekennen van de rol. Marijn speelde immers op dat moment bij het musicaltheater Arena uit Gent en via hem werd het scenario daar besproken. Geheel toevallig was op dat moment Marc Didden van Humo aanwezig, zodat die ook weet had van het project. Maar uiteindelijk is het project niet doorgegaan, zeker niet na een desastreuze auditie bij Peter Koelewijn. De componisten begonnen zich meer te concentreren op hun bigband en de rock-opera onafgewerkt lieten liggen. Niet dat het de bigband veel heeft opgeleverd: buiten een optreden in een zondagnamiddagprogramma van de toenmalige BRT werd er ook van hen niets meer vernomen…

” DE KAT ”

eerste scène

SEBASTIAN doceert. Hij draagt een nogal groteske professorale toga en zijn gebaren en mimiek zijn enigszins overdreven. Het mag echter zeker niet belachelijk worden. Het is de toon van iemand die voor de zoveelste keer hetzelfde lesje moet afdreunen en er door overdreven accentuering toch nog enige levendigheid wil aan geven. Zijn toehoorders (ongetwijfeld jonge THB’s) zijn niet te zien (ze zijn er ook niet).
Sebastian is een aantrekkelijke man van middelbare leeftijd en draagt een kortharige pruik.
SEBASTIAN: In onze maatschappij zijn er dus drie soorten mensen. Eerst en vooral hebben we natuurlijk de Technological Human Beings. Voorlopig behoren jullie daar allemaal nog toe. Jullie zijn immers allemaal gekweekt uit hoog-gekwalificeerde broedvrouwen die bevrucht werden met het allerzuiverste sperma uit de Centrale Zaadbanken. Als jullie echter niet goed je best doen en niet slagen in je examens, dan worden jullie misschien ABC-mensen, waarover je zeker wel al gehoord hebt. Dan weet je misschien ook reeds dat deze enkel dienen om uitgehuwelijkt te worden aan Technological Human Beings. Ikzelf heb zo drie vrouwen. De overste van ons opvoedingskamp, Nummer Twaalf, heeft vier mannen; en Nummer Eén, de geliefde leider van onze Natie, heeft zelfs vijf vrouwen. Streef er steeds naar zoveel mogelijk promotie te maken, dan krijgen jullie meer echtgenoten en meer aanzien! En dan heb je ook de beste keus.
Je kan dan een A-mens nemen, die toch oorspronkelijk Technological Human Beings geweest zijn en dus beter dan een B-mens, bij wie het zaad niet raszuiver bleek te zijn, en zeker beter dan een C-mens, die nog verwekt is op de vulgaire manier zoals dat vroeger gebeurde en zoals dat in onze maatschappij enkel nog de mensdieren doen. Ja, en daarmee zijn we dan bij de derde soort: de mensdieren.
Kun je ze nog mensen noemen? Amper. Eigenlijk zijn het gewoon dieren die eruit zien als wij, beschaafde mensen. We houden ze enkel in leven in kweekkampen of mensdierboerderijen met wetenschappelijke doeleinden. Door het bestuderen van hun gedragingen hopen we tot een beter inzicht te komen in de oerdriften die onze eigen technologische maatschappij jammer genoeg nog steeds blijken te bepalen. Het is onze overtuiging dat, hoe meer we de natuur onder controle kunnen krijgen en dus uiteindelijk uitschakelen, hoe efficiënter onze relaties binnen het strak omlijnde patroon van onze maatschappij zullen verlopen. (Totaal andere toon:) Zij zijn trouwens ook een soort van barometer voor het geval er weer een radio-actieve besmetting wordt vastgesteld. (Weer docerende toon:) Om ze zoveel mogelijk tot hun dierlijke staat terug te brengen werden de eerste proefmensdieren vele generaties terug gedwongen niet langer gebruik te maken van de taal. Ondertussen hebben hun nazaten dit reeds verleerd. Evenzo zijn dezen nu reeds meer behaard, omdat zij… (hij wordt onderbroken door de bel; plotseling wordt hij een ander mens, hij zakt in elkaar met z’n hoofd in de handen; de scène wordt helemaal donker.)

Tweede scène “the guests are met, the feast is set” (**)

Het toneel is dus donker. Door middel van een synthesizer wordt het geluid van een speedbus gesuggereerd.
Een blauwe spot op de voorgrond: de machinist (iemand uit het THB-koor). Hij transpireert.
MACHINIST: Verdomd heet deze namiddag, vindt u niet, mijnheer?
Stilte. (Relatief natuurlijk: het eentonig gedreun van de speedbus gaat door).
MACHINIST: Zeker veel te heet om in deze speedbus te zitten.
Stilte.
MACHINIST: Dat moet zeker de reden zijn waarom u de enige passagier bent, denk ik.
Groene spot op de achtergrond: Sebastian, zwetend, half in slaap. Hij draagt nog steeds zijn toga, maar de machinist draagt de gebruikelijke THB-kledij: een soort van rugbytrui met een groot nummer op, die ook een zekere rangorde weergeeft. Zo heeft Sebastian nr.12 en de machinist slechts 93 of zo. Het gedreun gaat een tijdje door om de verveling te laten aanvoelen.
MACHINIST (plots heel angstig roepend ): Verdomme! Een meisje op de sporen!
Hij begint te remmen. Een akelig geluid.
SEBASTIAN (schrikt wakker): Wat gebeurt er? Je weet toch dat het verboden is te stoppen onderweg!
MACHINIST (verschrikkelijk bang): Ik moet. Er staat een meisje op de sporen.
SEBASTIAN: Een meisje op de sporen? Onmogelijk! Doorrijden zeg ik of ik breng verslag uit bij het THB-Kwalificatiecomité.
MACHINIST (zwaar zuchtend): Je doet maar…
Brengt de speedbus eindelijk tot stilstand. De volledige stilte voelt nogal eigenaardig aan na al dat lawaai. Vanuit de achtergrond een rode spot op de machinist. Een vervormde stem komt uit een luidspreker:
STEM: Machinist 93. Meld je, machinist 93. Waarom ben je gestopt? Herhaling: waarom ben je gestopt? Over.
De machinist stopt zijn oren dicht. Ondertussen is een meisje binnen de lichtbundel van de rode spot komen te staan. Alhoewel ze nu pas negen is en ze op het eind van het stuk ongeveer tweeëntwintig is, lijkt het ons best steeds dezelfde actrice (rond de twintig) te gebruiken. Het is hoegenaamd niet noodzakelijk dat dit “ouder worden” door kledij of maquillage wordt aangegeven. Ze draagt geen uniform van een opvoedingskamp, maar een gewone jurk. Bovendien is ze niet “raszuiver”. Ze ziet er een beetje katachtig-joods uit, waardoor ze wel aantrekkelijk is. Ze bekijkt SEBASTIAN doordringend en hij haar. Zij “herkennen” elkaar niet, maar ze schijnen deze ontmoeting steeds te hebben verwacht. Lange stilte.
STEM: Antwoord, machinist 93. Meld je of we maken een rapport op, om het even wat er gebeurd is. Over.
SEBASTIAN komt weer tot leven. Hij loopt naar voren en grijpt de microfoon die voor de machinist staat. Deze kijkt angstig op.
SEBASTIAN (aarzelend): Speedbuscontrole. Speedbuscontrole. Nummer Twaalf roept op. Over.
STEM: Spreek Nummer Twaalf. Maar waarom antwoordt de machinist niet?
SEBASTIAN: Hij eh… is te zeer in de war… de hitte nietwaar… en de emotie…
STEM (na een aarzeling): O.K. Wat is er gebeurd?
SEBASTIAN: Eigenlijk niets. Het rode licht begon plots te branden en we dachten dat er iets vreselijks ging gebeuren, maar alles lijkt me in orde nu. Misschien werd het veroorzaakt door de warmte?
De machinist kijkt hem dankbaar aan.
STEM (na korte pauze): Waarom beantwoord jij deze oproep, Nummer Twaalf?
SEBASTIAN: Zoals ik je al gezegd heb: de machinist…
STEM: Jaja, maar waarom jij en niet iemand anders?
SEBASTIAN (terwijl hij naar Myriam kijkt duidelijk articulerend): Er is niemand anders…
Stilte.
STEM: In orde dan, Nummer Twaalf, maar we zullen een rapport opmaken over Nummer Drieënnegentig. Hij is niet geschikt voor het werk. Over en out.
Rode spot gaat uit. Blauwe ook. Myriam en Sebastian gaan samen in het groene licht staan.
MYRIAM (als een bandopnemer): Mijn naam is Myriam. Ik ben negen jaar oud en ik ben verdwaald van mijn weg naar het opvoedingskamp.
SEBASTIAN: Juist. Mijn naam is Sebastian. Ik ben dertig jaar oud en het hoofd van de plaatselijke mensdierenboerderij.
MYRIAM (kinderlijk): Dag Sebastian.
SEBASTIAN: Dag Myriam.
Black out.

Derde scène

Sebastians huis. Een echt decor is niet nodig. Zeker geen belachelijke James Bond-gadgets. Eenvoudige, geometrische vormen (kubussen, cilinders, prisma’s, enz.) voor praktische doeleinden. Op het toneel: Els, Tamara en Daisy. Tamara (A12) is een THB die “gedegradeerd” is op basis van haar moeilijk karakter en te lage intelligentie. In Sebastians huisgezin wordt ze dan ook “overtroefd” door de mooie, rijzige Els (B12) die wel intelligent is, maar niet “raszuiver” (bij voorkeur een zwarte actrice). Daisy (C12) tenslotte is een natuurlijk kind. Dit wordt door de maatschappij zozeer aangevoeld als iets verwerpelijks (omdat het overeenkomt met de mensdieren) dat zij geen enkele opleiding heeft gehad. Zij is echter zeer hartelijk, een soort moederfiguur; ABC-mensen verschillen uiterlijk niet van THB’s, alleen komt met A, B en C telkens een andere kleur overeen (bv. rood, groen en blauw), zodat zij niet verplicht zijn ook een soort sportkledij te dragen maar ook jurken e.d. Zij dragen ook kortharige pruiken in die kleur.
Zij zingen “HET LIED VAN DE ABC-MENSEN”. Ieder haar strofe, refrein samen. Refrein blijft vaag, een paar algemeenheden. In de strofes kan ieder haar karakter beklemtonen (zo kan er bij Els reeds een zekere kritiek schuilen).

Vierde scène

Sebastian en Myriam komen binnen. Sebastian is niet in zijn gewone doen. Myriam bekijkt op haar gewone, doordringende manier de drie vrouwen.
ELS: Sebastian… (traag, een beetje nieuwsgierig, ze verbergt haar gevoelens vooralsnog)
SEBASTIAN: Ik eh…. heb haar ontmoet op de speedbus.
TAMARA reageert onmiddellijk wantrouwig.
SEBASTIAN: Wel, eigenlijk stond ze op de sporen.
TAMARA (ijskoud): Dan zou ze dood moeten zijn. Het is verboden dat speedbussen stoppen voor iemand die toevallig op de sporen loopt.
DAISY: Tamara! Het is nog maar een kind.
TAMARA (gepiqueerd): Zij zou daar niet mogen staan op de eerste plaats! Wat deed zij daar trouwens?
SEBASTIAN (vliegt op): En wie is er hier eigenlijk de THB in dit huisgezin? Waarom al die herrie! Ik neem de verantwoordelijkheid.
TAMARA (begint te wenen): Ze zal ons in het ongeluk storten. Ons allemaal!
DAISY (nogal autoritair): Jaja, ga wat rusten.
Daisy en Tamara verlaten de kamer. Bij het voorbijgaan kijken Myriam en Tamara hatelijk naar elkaar. Zij blijven staan. Stilte.
DAISY: Zeg dag tegen Tamara, Myriam.
Myriam glimlacht dubbelzinnig. Plots haalt Tamara uit en krabt Myriam.
Iedereen protesteert maar Myriam veegt gewoon het bloed van haar wang en kijkt Tamara woedend aan. Tamara loopt naar haar slaapkamer. Net voor ze binnengaat, schreeuwt ze:
TAMARA: Ik zal jullie overdragen bij Nummer Een. Jullie allemaal!
De deur slaat met een klap dicht.
Ongemakkelijke stilte. Daisy gaat naar Myriam. Els en Sebastian kijken naar elkaar, ze beraadslagen a.h.w. met het ogen.
DAISY: Ik zal een bad voor je klaarmaken, liefje, je bent helemaal vuil.
De spanning is gebroken. Iedereen glimlacht. Daisy, Els en Myriam verlaten het toneel naar de andere kant. Sebastian gaat zitten en denkt na. Na een korte tijd komt Els weer binnen, ze is enigszins in de war.
ELS: Ik eh…. Sebastian, dit meisje…
SEBASTIAN: Myriam.
ELS: Ja, Myriam. Zij is… eh… zij heeft… (het is een taboe voor hen)
SEBASTIAN: Kom ermee voor de pinnen, liefste. We zijn nu reeds zo ver gegaan, dat we moeilijk onze rug kunnen keren en doen alsof er niets gebeurd is, is het niet? (teder)
ELS (houdt spanning vast, dan): Myriam is behaard.
SEBASTIAN: Wel, ze is toch negen jaar, nietwaar? En…
ELS: Dat is niet wat ik bedoel, Sebastian…
SEBASTIAN (begint het te snappen, maar is niet echt verwonderd): Je bedoelt…
ELS: Inderdaad.
Pauze.
ELS: Dit is geen verrassing voor jou?
SEBASTIAN (kortaf): Neen.
ELS: Je wist het dus.
SEBASTIAN (aarzelend): Neen…
ELS: Je bedoelt… (zoekt: hoe moet ik het formuleren?)
SEBASTIAN (neemt haar handen in de zijne – ongewoon in hun maatschappij – oprecht): Ik wou dat ik wist wat ik bedoelde, Els, echt. Ik heb er geen idee van waar Myriam vandaan komt, noch waar dit alles toe zal leiden. Ik… Zij kussen elkaar bijna (nog “onnatuurlijker”). Dit brengt hen even in verwarring. Sebastian zingt het LIED DER VERTEDERING.

Vijfde scène

Daisy brengt Myriam, die wel gewassen en gekamd is, maar nog steeds haar oude jurk draagt.
DAISY: Ze weigert THB- of ABC-klederen te dragen, mijnheer, ik zal er morgen dan speciaal voor haar maken. Maar kijk eens, is het geen schoonheid?
SEBASTIAN: Zeker en vast, Daisy, maar hou er asjeblieft mee op met steeds “mijnheer” te noemen. (Pauze) Misschien kon je nu proberen Tamara te halen. Misschien was het een shock voor haar en is het nu…
Daisy haast er zich opgewekt naartoe.
ELS (onderzoekend): Zeg es, Myriam…
MYRIAM (kinderlijk): Dag Els.
ELS (glimlachend): Dag Myriam.
Daisy komt binnen. Ze ziet bleek.
SEBASTIAN: Wel, wat scheelt er?
Myriam kijkt weg.
DAISY (verstikt): Het is Tamara, mijnheer…
SEBASTIAN (woedend): Ah, ze wil niet komen, hé? Goed dan, laat haar maar…
DAISY (onderbreekt hem): Ze is dood, mijnheer.
Pauze.
SEBASTIAN (heel traag): Dood?
Hij kijkt naar Myriam, die met haar rug naar hem gekeerd staat. Els kijkt naar hem en dan ook naar Myriam. Daisy snikt. Myriam kijkt naar de toeschouwers met een open blik. Terwijl het licht langzaam uitgaat speelt of zingt het orkest het TREURLIED. In het schemerduister helpen de acteurs elkaar bij het ontdoen van hun pruiken. Ze hebben nu lang haar. Sebastian trekt ook zijn toga uit en Daisy en Els hun lange jurken. Zij dragen nu jeans en een t-shirt. Daisy gaat even af om hetzelfde te halen voor Myriam. Nadien gaat zij weer even af om Myriams kleed en ook die van de anderen en de pruiken weg te doen.

Zesde scène: “I looked upon the rotting sea, and drew my eyes away”

De acteurs nemen exact dezelfde plaatsen in als daarnet bij het einde van de vijfde scène. Nu zijn ze echter opgewekt. Daisy komt binnen met een telegram.
DAISY: Telegram!
SEBASTIAN: Heb je ‘m gelezen?
DAISY: …Neen.
SEBASTIAN: Waarom niet?
DAISY: Wel ik…
SEBASTIAN (lachend): Vooruit, lees ‘m.
Dat doet ze, maar ze zegt niets.
SEBASTIAN (nog steeds goedgemutst): Wel?
DAISY: Het is vanwege het Centraal Comité…
Sebastian grijpt hem; Els neemt Myriam bij haar pols.
SEBASTIAN: Het heeft niets te maken met Myriam. Ze weten het nog niet…
Els kalmeert.
SEBASTIAN: Maar het is in verband met de dood van Tamara…
Opnieuw nieuwsgierig.
SEBASTIAN: Het jaar van wettige rouw is voorbij. Ik moet een nieuwe A-vrouw kiezen. Om precies te zijn: ik had reeds lang verschillende mogelijkheden kenbaar moeten maken aan het Comité. Zij vragen zich af wat er scheelt. Daarom komt de nummer Eén van ons district naar ons kamp.
Pauze.
DAISY: Hij zal hier vanavond zijn…
ELS (zelfbewust): Ik zal een party organiseren voor vanavond.
DAISY: Maar hij mag Myriam niet zien!
ELS: Neen, breng haar naar haar bergplaats.
Daisy verlaat de kamer met Myriam.
ELS (na een pauze): Heb je enig idee wie je gaat voordragen?
SEBASTIAN (bezorgd): Neen! Als ik eerlijk mag zijn…
ELS (wacht geduldig): Wel?
SEBASTIAN (kijkt naar haar; om hulp smekend): Ik wil niet kiezen, Els.
ELS: Je zult gedegradeerd worden…
SEBASTIAN (pruilerig): Ik weet het…
ELS: Ze zullen je nauwer in de gaten houden…
SEBASTIAN: Dat is precies wat me dwars zit! Op die manier zullen ze ooit wel eens op Myriam botsen.
ELS: Ik denk van niet.
SEBASTIAN: Waarom?
ELS: Wegens Myriam.
SEBASTIAN: Wat?
ELS: Ik weet niet. Ik voel het gewoon zo aan.
Sebastian denkt na.
SEBASTIAN: Wel, ik geloof dat je gelijk hebt. Ik moet toegeven dat ikzelf ook nogal gerust ben in de afloop van de zaak. Alhoewel. Gedegradeerd!
ELS: Je houdt van je werk, is het niet?
SEBASTIAN: Ik hou van mensdieren, ja.
ELS: Is dat niet verboden? Wordt er niet van jou verondersteld dat je ze louter wetenschappelijk zou benaderen?
SEBASTIAN (onderbreekt haar): Och verdomme, dat ze naar de hel lopen!
Hij is verbaasd over zijn eigen opstandigheid. Ze kijken elkaar aan en lachen gelukkig.
ELS: Je zult gedegradeerd worden…
Sebastian zucht.
ELS: Maar we zullen je des te meer beminnen.
SEBASTIAN (opgeschrikt): Wat zei je?
ELS: Ik zei (traag gearticuleerd): we zullen je des te meer beminnen.
SEBASTIAN: Ik heb je dit woord nog nooit horen gebruiken… noch iemand anders, nu ik eraan denk…
ELS: Sebastian?
SEBASTIAN: Ja?
ELS: Jij bemint Myriam, is het niet?
SEBASTIAN: Inderdaad.
ELS: En je bemint Daisy?
SEBASTIAN: Ook ja.
ELS: En ik ook. Ik bemin hen allebei. En ik bemin jou ook.
SEBASTIAN (kleurend, in de war): Maar dat mag je niet… ik bedoel… THB’s en ABC’s…
ELS (hem imiterend): Och verdomme, dat ze naar de hel lopen!
SEBASTIAN: Els! (kust haar)
Daisy komt binnen.
DAISY: Ik heb Myriam… (bemerkt hen) Ah? Dus jullie ook…
SEBASTIAN (een beetje beschaamd): Wat bedoel je?
DAISY (lachend): Myriam heeft ons elkaar reeds een tijdje geleden leren kussen. We vinden het nogal fijn, niet Els?
(Ze kussen; tegen Sebastian:) Ik hoop dat je niet bang bent door mij besmet te worden? (Ze strekt haar armen uit naar
hem; Sebastian kust haar, al minder onhandig dan daarnet).
Ondertussen gaat Els af. Als Sebastian en Daisy elkaar hebben losgelaten, komt ze nogal theatraal terug op:
ELS: The guests are met, the feast is set!
NUMMER EEN en zijn gevolg komen binnen.
PARTYTIME: dat de regisseur z’n verbeelding maar de vrije loop laat. Belangrijk is dat de sfeer enkel maar ontspannen lijkt, in werkelijkheid kijkt iedereen gespannen uit naar wat gaat volgen.
NUMMER EEN (neemt Sebastian goedgeluimd bij de schouder): Wel, Nummer Twaalf, heb je ondertussen je keuze gemaakt?
SEBASTIAN: Ik héb geen keuze, edele heer…
NUMMER EEN (buiten zichzelf van woede): Je hebt er geen! Wie denk je wel dat je bent, mijnheer Sebastian? (het gebruik van de naam is als een scheldwoord voor “normale” THB’s). Denk je dat omdat de laatste rapporten over je projecten zo gunstig waren dat je dan zo maar…
SEBASTIAN (mat): Ik geef mijn ontslag.
NUMMER EEN (sprakeloos): Je geeft je ontslag??? NIEMAND heeft ooit zijn ontslag gegeven, Nummer Twaalf, niet zolang IK het voor het zeggen heb! Wij ONTSLAAN onbekwame personeelsleden! (Sebastian maakt het gebaar “noem het zoals je wil”). En wie ontslagen wordt, moet steeds een psychische test ondergaan! (Dit heeft niet het gewenste effect, dit maakt hem nog meer woedend). En geloof me, ik zal het je niet gemakkelijk maken! (bulderend). En ga naar de kapper! Je vrouwen ook! (stapt resoluut weg). Dit is een schande! (slaat met de deur).
Terwijl het orkest HET MENSDIERENTHEMA begint te spelen, verandert de belichting (de Party was hel verlicht, nu gaat Sebastian troost zoeken bij zijn mensdieren, hier is dus een zachte, warme verlichting) en verlaten de gasten de scène.
Nogal onopvallend nemen zij elementen mee die aan het interieur van Sebastian kunnen herinneren, wat nu volgt speelt zich immers af op de mensdierenboerderij.
Els en Daisy willen de bezoekers uitgeleide doen om hun sympathie terug te winnen, maar slagen er niet in. De bezoekers zijn te bang van Nummer Eén (en vooral de psychische test) om omgang te willen hebben met “outcasts”.
Wanneer Sebastian nog alleen op het toneel zit, komen de mensdieren zingend op. Daar zij niet kunnen spreken, is dit zingen eerder neuriën. Zij raken elkaar (en ook Sebastian) liefdevol aan. Zij zijn naakt, maar in tegenstelling tot de geklede THB’s van daarnet is er bij hen helemaal geen obsceniteit te vinden.

Achtste scène: “he rose the morrow morn”

Myriam voegt zich bij de mensdieren (ook naakt?) en zij zingt “IK BEN EEN MENS”.
Naar het einde toe verduistert de scène en iedereen gaat van het toneel. Voor de volgende scène komen eerst het THB-koor (cfr.Party) op, nadien Sebastian, Els en Daisy (met Myriam ergens op de achtergrond, goed zichtbaar voor de toeschouwers – bv. door spot – maar niet voor de spelers) en tenslotte Nummer Eén.

Negende scène: “The water, like a witch’s oils, burnt green, and blue, and white”

Volledig gezongen (ook de dialogen).
Een lek in een van de fabrieken heeft de watervoorraden van het hele gebied vergiftigd. Er zijn vele slachtoffers. De meeste THB’s zijn machteloos. Ze zijn dom gehouden over de werkelijke oorzaak van de ramp en heel hun leven is trouwens zo op specialisatie en vakidiotie toegespitst geweest dat, indien zij het wel wisten, er toch niets aan konden verhelpen. Dat kunnen Sebastian en de zijnen wel. Sebastian is immers erg bekwaam op dat gebied (cfr. trouwens zijn hoge functie). Bovendien is Els een erg praktische, pragmatische vrouw die van aanpakken, van organiseren weet. Daisy is dan weer het oerbeeld van de moeder, een begrijpende, liefhebbende vrouw, die de slachtoffers troost schenkt. Op de achtergrond en zgz. onzichtbaar (zij moet immers nog steeds verborgen blijven) staat Myriam als imposante figuur. Zij is eigenlijk de motor achter dit functioneren van Sebastian en zijn gezin. Hoe dan ook, zij winnen erg aan populariteit en Nummer Eén kan Sebastian gewoonweg niet degraderen zonder dat dit opstandigheid zou uitlokken. Hij geeft dit willens nillens toe.

Tiende scène: “So lovely ‘t, that God himself scare seemed there to be”

Door de belichting wordt een woestijn gesuggereerd.
Alle spelers op de voorgrond verdwijnen langzaam van het toneel. Myriam komt traag naar voren, terwijl ze “MEDITATIE” zingt. Naar het einde toe gaat Myriam weer naar haar oorspronkelijke plaats, verder blijft de belichting hetzelfde, een verzengende hitte, droogte suggererend.

Elfde scène: “I pan, like night, from land to land; I have strange power of speech”

Een paar THB’s komen het toneel opgerend. Ze worden achternagezeten door woedende mensdieren, die er verschrikkelijk uitzien: vreselijke huidaandoeningen, ontstekingen, open wonden, gezwellen, enz. Ze kunnen een bewaker grijpen en doden hem. De andere kan echter ontsnappen en een soort van THB-politiemacht verwittigen, die een paar mensdieren neerschieten en zo de opstand neerslaan. Wanneer de rebellie onder controle is, verdwijnen zij onopvallend weer van het toneel. De mensdieren blijven alleen achter om “hun wonden te likken” en neuriën ondertussen het “REVOLUTIETHEMA”. Dit gaat stilaan over in Myriams “PREDIKLIED”, wanneer zij zich bij mensdieren komt voegen.
“Ergens is een wit zinderende stilte waarin ademen en bewegen nog mogelijk is; Voel, o voel met je hand in het vlees van de tijd en laat je je schuin achterover hellen tot wanneer je zeepaardjes hoort rinkelen. Dit is het sein om te vertrekken, op te stijgen jezelf weg te wuiven: promoveer jezelf weg, roep de anderen op tot een gewelddadig aanwezig zijn en vlucht, vlucht terug naar jezelf, naar de oertijd, het geslachtsrijke bestaan, de vruchtbare overgave, het bewuste samenzijn.”

Twaalfde scène

Op het einde van de vorige scène hebben Sebastian, Els, Daisy en een paar overgelopen THB’s en ABC’s (herkenbaar omdat zij gedeeltelijk nog hun vroegere kledij en andere kenmerken – bv. de pruik – dragen, maar sommigen onder hen dragen de pruik niet meer en ook reeds jeans e.d.) zich bij Myriam en de mensdieren gevoegd. Zij vormen samen een hechte groep.
Van de andere kant van het toneel komt Nummer Eén op, oud, grijs, ziek en hulpeloos. Tijdens het prediklied heeft hij reeds op Sebastian geroepen, maar zijn stem ging verloren in de zang, nu kan hij zich toch verstaanbaar maken.
NUMMER EEN: Nummer Twaalf! Nummer Twaalf!
Sebastian luistert niet, opzettelijk of gewoon omdat hij niet meer gewend is zo genoemd te worden.
NUMMER EEN (eens diep ademhalend): Sebastian!
Nu luistert hij onmiddellijk. Hij glimlacht. Niet gemeen (“eindelijk zijn de rollen omgekeerd”) maar ook niet onnozel Jesusfreak-achtig (“vergeven en vergeten”). Hij glimlacht gewoon omdat hij gelukkig is.
NUMMER EEN (bijna onhoorbaar): Dus dit was je geheime wapen?
SEBASTIAN: Mijn geheim wapen, vadertje?
NUMMER EEN (moet het “vadertje” inslikken): Hoe lang zal je rijk duren, denk je?
SEBASTIAN (lachend): Mijn rijk? Ik weet hoegenaamd niet waarover je het hebt, Num… Hoe is je echte naam eigenlijk?
NUMMER EEN (verschrikkelijk verveeld): Sebastian.
SEBASTIAN (lacht): Wat een toeval!
NUMMER EEN (hoog ermee oplopend): Dat is geen toeval.
SEBASTIAN (verstikt door de lach): Neen?
NUMMER EEN: Ik ben tenminste blij dat jij de nieuwe Nummer Eén bent.
SEBASTIAN (ernstig dit keer): Dat ben ik helemaal niet!
NUMMER EEN: Je… (hij wordt onderbroken door Myriam, Els en Daisy die elders op het toneel mensdieren hebben verzorgd maar nu terugkeren).
MYRIAM: Wat gebeurt er hier?
SEBASTIAN: Oh? Dit is nummer Eén. Het schijnt dat zijn naam ook Sebastian is.
MYRIAM (nogal streng): Dat weet ik.
DAISY (neemt haar in de armen): Heb medelijden met hem, Myriam, hij is oud en ziek en…
MYRIAM: En ver dood. (Nummer Eén kijkt op; zij haten elkaar). Daarom zal ik hem sparen. Maar ik zal geen medelijden hebben met hem.
Iedereen voelt zich nogal ongemakkelijk. Gelukkig is er weer Daisy.
DAISY: De zon, kijk naar de zon. Ik verwonder me, verwonder me voortdurend over alles om me heen. Het is een fantastisch gevoel.
ELS (gaat naar haar toe, kust haar zacht): Waarom?
DAISY: Alles is telkens nieuw. Ik verwonder me over de zon, over Sebastian, over de hele wereld.
SEBASTIAN (kust haar nogal wild): Liefste, ik wist het niet. (Nummer Eén maakt een gebaar van walging)
ELS: Wat heeft dit allemaal te betekenen?
MYRIAM: Zie je dat dan niet? Ze is zwanger.
ELS (onverwacht, ze is zelfs verbaasd over zichzelf): Waarom zij? (maar onmiddellijk verontschuldigend:) Of waarom niet? (Ze kust Daisy en Sebastian; op de achtergrond komen ook de “overgelopen” THB’s en ABC’s dichter bij elkaar, raken elkaar aan – in verwondering bijna -, strelen elkaar, kussen)
DAISY: Dat is een voldoende reden. Komaan nu, we hebben nog werk op de plank, we kunnen ons niet de hele dag staan “verwonderen”.
Lachend en het revolutie-thema zingend verlaat iedereen – op uitzondering van Nummer Eén uiteraard (hij kan niet eens meer rechtstaan) – het toneel. Sebastian was eerst wel mee op weg, maar hij aarzelt en keert op z’n stappen terug, samen met twee mannen van Myriams groep.
SEBASTIAN: Waarom zou ik zogezegd de nieuwe Nummer Eén worden, Sebastian?
NUMMER EEN: Omdat er altijd een Nummer Eén zal zijn, Nummer Twaalf, zelfs indien hij het niet wil zijn.
SEBASTIAN: Wilde jij het ook niet soms?
NUMMER EEN: Oh jawel. Myriam had het bij het rechte eind: medelijden is aan mij verspild. Ik leefde op de manier zoals ik wenste te leven.
Terwijl van achter de scène het revolutiethema opnieuw aanzwelt, sterft Nummer Eén. Hij wordt door de twee groepsleden van het toneel gedragen. Sebastian blijft peinzend staan, dan rent hij uitbundig zingend achter Myriam aan.

Dertiende scène: “The death-fires danced at night”

De groep “kampeert”: enkelen liggen op de grond, anderen daar omheen, angstig, bezorgd, in paniek.
Myriam staat bij de twee ABC-ers en een THB-er rond een ABC-er die bewegingloos op de grond ligt.
MYRIAM: Draag hem weg van hier!
ABC-er: We kunnen…
MYRIAM: Haal hem onmiddellijk weg!
Inmiddels wordt een eindje verder Daisy geholpen door Sebastian en Els, ze leggen haar op de grond. De dode/stervende ABC-er wordt weggedragen terwijl Myriam star toekijkt. Een THB-er loopt half-hysterisch op Myriam toe.
THB-er: Wat zal er met ons gebeuren!
MYRIAM: Als we onze hersenen bij elkaar houden, halen we het wel; maar schreeuwen zal alvast niet veel helpen. Ga daar kijken of je iets kan doen.
De THB-er loopt met een moedeloos gebaar in de aangeduide richting terwijl Sebastian om Myriam roept. Myriam bemerkt de groep rond Daisy en kijkt eerst heel wat minder zelfverzekerd, herwint dan haar koelbloedigheid (?) en gaat op de groep toe.
MYRIAM: Wat is er aan de hand?
ELS: Daisy.
Myriam knielt bij Daisy, de anderen kijken toe. Myriam recht.
MYRIAM: Hetzelfde.
SEBASTIAN: Pest?
ELS (knielt bij Daisy maar wordt door Myriam weerhouden): Onmogelijk.
MYRIAM: Laat haar!
SEBASTIAN: Je moet je vergissen, Myriam.
MYRIAM (schamper): Vergissen!
SEBASTIAN: Zij is aan niets schuldig.
MYRIAM: Niemand van ons is in die mate schuldig.
SEBASTIAN: Het kan niet. (Hij knielt bij Daisy)
MYRIAM: We moeten verder. Els, zorgt ervoor dat iedereen klaar is.
ELS: Daisy?
MYRIAM: Ik zorg voor haar. Ga nu.
Els gaat snel van groep tot groep; iedereen verlaat tijdens de volgende dialoog de scène.
SEBASTIAN: Wat zal er met Daisy gebeuren?
MYRIAM: Wat is er met de anderen gebeurd?
SEBASTIAN: Je wil haar toch niet achterlaten?
MYRIAM: We moeten onszelf beschermen; haar kunnen we niet meer redden.
SEBASTIAN: Ze kan toch niet zomaar kreperen.
MYRIAM: Het is de enige oplossing, sentimentaliteit helpt ons allemaal naar de verdommenis. Ga nu, je moet niet ook besmet worden.
De scène moet nu leeg zijn.
SEBASTIAN: je bent hard, Myriam.
MYRIAM: Ga, het is een bevel.
Sebastian af. Myriam knielt bij Daisy.
MYRIAM: Daisy.
Ze streelt haar over het hoofd, plots niet meer beducht voor besmetting; om alle verdere pathos te vermijden liefst een totaal roerloze Daisy tijdens het lied: ze kan zelfs al dood zijn, zodat geen tekenen van begrip of vergiffenis nodig zijn.

Veertiende scène: “The moment that his face I see,
I know the man that must hear me:
to him my tale I teach”

Overgang 13-14: instrumentale, zachte versie van de treurzang wordt opgepikt door Myriams groep als het zachte begin van het revolutie-thema zoals het reeds in de negende scène werd uitgevoerd. Stilaan begint er een mars-tempo in op te duiken dat steeds feller wordt. Tenslotte wordt “Revolutie” uitbundig gezongen.

PAUZE

Vijftiende scène: “And is that woman all her crew?
Is that a death? and are there two?
Is death that woman’s mate?”

Instrumentaal.
De wereld stort steeds in elkaar.
Geluid- en lichteffecten.
Paniek.
Ballet.
Myriam begint dan te zingen om de paniekstemming tegen te gaan.
Haar volgelingen vallen haar – eerst aarzelend, tegen hun zin – bij.

Zestiende scène: “He singeth loud his godly hymns
that he makes in the wood”

LIED VAN HET WOUD: een instrumentaal nummer waarin het woud tot leven komt. Magisch-realistisch zoals de “Boléro” van Ravel. Een dwarsfluit als solo-instrument. Zachte, mysterieuze muziek. Dreigend ook, wat als het ware “bevestigd” wordt door het plotse verschijnen van een groep die om zo te zeggen een “spiegelbeeld” is van Myriams groep. Zij worden geleid door een andere “kat”, rol die vertolkt door dezelfde actrice die ook Tamara voor zich nam. De gelijkenis zou duidelijk moeten zijn.

In de vorm van een ballet op een soort van freejazz ontspint er zich als het ware een territoriumgevecht tussen de twee “katten”. Myriam doodt tenslotte de andere na een woest gevecht, vol van ongecontroleerde haatgevoelens.
Na afloop van het gevecht scharen de volgelingen van de gedode Kat zich als makke schapen bij de “kudde” van Myriam.

Zeventiende scène: “I fear thee and thy glittering eye,
and thy skinning hand so brown.”

Na het gevecht worden Myriam en Sebastian door de belichting afgezonderd. Tijdens het gesprek betrekt de belichting de hele groep langzaam bij het gesprek.
SEBASTIAN: Ik word misselijk van dit alles. Waar heeft het ons toe geleid? Vernieling, ziekte, geweld, dood. Al wat we te zien krijgen is telkens meer vernieling, meer doden.
MYRIAM: Ik heb jullie een betere wereld beloofd, niet de hemel die jij blijkbaar verwacht.
SEBASTIAN: Betere wereld?
MYRIAM: Beter dan wat je bezat, geen wereld van lief-zijn voor elkaar misschien, maar een wereld zonder hypocrisie, een samenleving waar geen schijnheiligheid meer nodig is.
SEBASTIAN: Is dat de hemel waarheen je ons wil leiden?
MYRIAM: Dat is de enige hemel die we ooit zullen bereiken. Verder zal niemand gaan. Maar ik beloof jullie die hemel, voor allen die mij willen volgen.
De leden van beide groepen komen samen in fond. Cour blijft Myriam alleen terwijl jardin de Monnik verschijnt. De Monnik is een al wat oudere man, zeer eigenaardig. Het is a.h.w. het oerbeeld dat iedereen zich vormt van tovenaars, heremijten e.d. zonder echter karikaturaal te worden. Hij zingt zijn themalied, dat muzikaal voortbouwt op het “lied van het woud” en tekstueel op het lied van Myriam uit de vijftiende scène.

Achttiende scène: “The bride hath paced into the hall,
red as a rose is she”

De woorden van Myriam en de Monnik moeten meer dan plechtig klinken, als een krachtmeting op hoger niveau.
MONNIK: Zullen jij en de jouwen mij volgen?
MYRIAM: We zullen samen verder gaan.
MONNIK: We zullen samen verder zoeken.
Ze ontmoeten elkaar midden scène, reiken beide handen.
HUWELIJKSLIED.
Op het einde nemen ze plaats op een soort dubbele troon
(bv. op scène gerold door de volgelingen van de Monnik). Op de tweede troon kan het lijk liggen van de tweede Kat om aan te duiden dat deze reeds een “huwelijk” had aangegaan met de Monnik (een pact afgesloten). Aan de voet van de troon van de Monnik zelf ligt SALINA opgerold als een spinnende poes.
Het lijk van de tweede kat wordt nogal ruw afgevoerd door volgelingen van Myriam.
Myriam en de Monnik nemen (terwijl ze nog zingen) plaats op de troon. Salina vleit zich (terwijl ze overigens goedkeurend wordt gadegeslagen door Myriam) tegen de laarzen van de Monnik.
Wanneer Sebastian bezwaren maakt tegen het “huwelijk”, biedt de Monnik hem Salina aan. Deze zingt een “liefdeslied” (helemaal anders van toonaard dan het huwelijkslied), waarbij ze Sebastian tracht te verleiden. Sebastian wijst haar echter kort af (opnieuw heel even de melodie van het huwelijkslied) en voor een paar scènes verdwijnt Salina naar de achtergrond. Steeds tracht ze echter – trouw aan het bevel van haar meester – in de nabijheid van Sebastian te zijn.

Negentiende scène: “The lighting fell with never a joy”

Instrumentaal. Het toneel komt in een vreemd licht te staan (geen donder en bliksem deze keer, dus geen ‘free jazz’, eerder een dreigende, eentonige melodie, desnoods één noot lang aangehouden steeds aanzwellend met meer instrumenten) en dit veroorzaakt blindheid bij iedereen (ook bij de Monnik!), behalve bij Myriam.
Ordeloze troep van waaruit geschreeuwd wordt:
Blind!
Wat gebeurt er?
Ik ben blind!
Is dit de hemel?!
Ik zie niets meer!
Pest!
(Vloeken)
We gaan naar de hemel heeft ze beloofd!
Nee, naar een betere wereld!
Blind!
(Vloeken)
MYRIAM (door de indringendheid van haar stem wordt iedereen stil): Ik zal jullie leiden als voorheen.
De blinden vormen een ketting, Myriam voorop.
WANHOOPSTHEMA (vocaal; iedereen behalve Myriam)

Twintigste scène: “Day after day, day after day,
we stuck nor breath nor motion,
as idle as a painted ship
upon a painted ocean.”

Sebastian is achtergebleven op het toneel. Hij is niet zozeer bekommerd om zijn fysische blindheid, dan wel om het feit dat deze hem duidelijk zijn psychische blindheid heeft getoond. Hij is Myriam veel te idealistisch gevolgd. Net op het moment dat hij aan alles twijfelt en desnoods bereid is ter plaatse te blijven om daar te sterven, keren Myriam en Salina terug. Myriam bekijkt hem even bijna medelijdend, doet een stap maar bedenkt zich dan. Ze oriënteert Salina (die dus ook blind is) naar Sebastian en gaat zitten afwachten wat er gebeurt.
Salina beweegt zich schoorvoetend over het toneel. Wanneer zij tegen iets aanschopt, veert Sebastian – onmiddellijk weer de oude (Myriam glimlacht tevreden) – energiek recht. Hij neemt een dreigende houding aan in de richting van het geluid.
SEBASTIAN: Wie daar?
Salina die met vooruitgestoken armen op hem afkomt, voelt zijn gebalde vuisten, omvat ze lieflijk en doet ze ontspannen.
SEBASTIAN (hij kan het zelf nauwelijks geloven): Myriam?
Salina neuriet ontkennend.
SEBASTIAN: Els dan.
SALINA (ditmaal ontgoocheld): Neen.
SEBASTIAN: Oh, jij ben het.
SALINA (droog): Ik ben het.
SEBASTIAN: Ben jij ook blind? (Instemming) Ja. Uiteraard. Stom van me. Iedereen is blind, behalve… behalve….
SALINA: Myriam.
SEBASTIAN: Myriam.
SALINA: Is het zo moeilijk zelfs enkel haar naam uit te spreken? Toen ze als kind bij je verbleef moet je het wel honderd keer gedaan hebben.
SEBASTIAN (voor zichzelf): Het lijkt wel honderd jaar geleden.
SALINA: Myriam is niet van deze wereld, Sebastian, je moet niet het onbereikbare wensen. Niemand is trouwens wellicht zo gelukkig geweest als jij. Jij hebt haar het dichtste benaderd als maar mogelijk is.
SEBASTIAN (gelukkig): Dat is waar.
SALINA: Ik heb de indruk dat we onze bestemming echter naderen.
SEBASTIAN: Echter?
SALINA: Wat zal met Myriam gebeuren denk je, eens ze haar doel heeft bereikt?
Pauze.
SALINA: De Monnik heeft het hard te verduren. Deze beproevingen zijn te zwaar voor iemand van zijn leeftijd.
SEBASTIAN: Ja, hij is ook maar een mens.
SALINA (nadrukkelijk): Ja, hij is ook maar een mens.
Sebastian begrijpt haar. Hij steekt aarzelend zijn hand uit naar Salina, maar nog voor hij haar aanraakt, trekt hij ze terug. De intro van “LIED VOOR SALINA” begint. Het is Salina die tracht zich tegen Sebastian neer te vlijen. Uiteindelijk geeft Sebastian zich schijnbaar gewonnen. Terwijl hij met haar haren speelt, zingt hij echter dat het geen zin heeft verder aan te dringen. Vanaf nu zal dan ook het “opdringerige” in Salina verdwijnen. Wel zal ze hem terloops af en toe aan haar liefde herinneren door een aanraking of zo.

Eénentwintigste scène: “We were a ghastly crew”

Myriam neemt Sebastian en Salina stilzwijgend bij de hand en leidt hen weg. Het toneel wordt verduisterd, de dreigende muziek weerklinkt weer. Wanneer het weer wat lichter wordt, ligt iedereen verspreid uitgeput op het toneel. Alleen Myriam en de Monnik ontbreken.
Iedereen kijkt in één richting alsof ze vandaar iets verwachten.
Myriam verschijnt.
MYRIAM: De Monnik is dood.
De reactie van de groep laat weinig emotie vermoeden, eerder het “verwachte nieuws”.
MYRIAM: Wij willen jou als Monnik.
SEBASTIAN: Ik!
Myriam knikt kort.
SEBASTIAN: Waarom een leider naast jou, en waarom ik?
MYRIAM: Jij, omdat wij allen het zo willen.
Sebastian buigt het hoofd en de groep heft het loflied aan. Terwijl ze zingen, verlaten ze, elkaar verder helpend, het toneel.

Tweeëntwintigste scène: “I bit my arm, I sucked the blood,
and cried, ‘a sail! a sail!'”

Het decor is veranderd. Aangenamer (zonder een “aards paradijs” of zoiets te zijn). Een zacht schijnsel. Myriam komt op “en ziet dat het goed is”. Ze loopt opgewekt opnieuw af in dezelfde richting en komt even later weer op met Sebastian.
SEBASTIAN: Is dit het?
MYRIAM: Dit is het.
Ze maakt een snel gebaar en plots staat heel het toneel in een fel licht.
SEBASTIAN (schreeuwend): Ik zie weer! Ik kan opnieuw zien!
Zijn geschreeuw wordt opgevangen door de groep achter de schermen. Zij proberen op eigen kracht op het toneel te komen, dit geeft aanleiding tot geharrewar. Myriam en Sebastian rennen vlug weer weg en brengen de rest van de groep op het toneel. Telkens iemand in het licht van de spots komt, kan hij of zij weer zien en uit dit uiteraard uitbundig. Bijna spontaan gaat het gejubel over in een lied.

Drieënentwintigste scène

Het gejuich sterft niet onmiddellijk uit. Myriam moet om stilte verzoeken.
MYRIAM: De belofte is vervuld. Dit is jullie land. Vraag niet waar we zijn, ik kan enkel zeggen dat dit het eindpunt van de reis is. Of deze plaats de belofte van de tocht zal vervullen hangt verder van jullie af. Onthou deze boodschap: de reis was het enige wat belang had, de reis was noodzakelijk om het einddoel te bereiken, en waar we nu staan, dat is enkel in functie van de volbrachte tocht. Ik wens geen dank, mijn enige hoop is dat jullie zullen begrijpen. En het geheim van dat begrijpen ligt in onze gezamenlijke reis. Jullie zijn gelouterd en het beloofde land ligt in en tussen jullie. Het zij zo.
Black-out behalve spot op Myriam en Sebastian.
MYRIAM: De belofte is vervuld, Sebastian, ik moet je verlaten. Je zal het verder alleen aankunnen, of met de hulp van de nieuwe Kat… Ik heb gehoord dat je Salina hebt afgewezen.
SEBASTIAN (de nieuwe “Nummer Eén”): Ze is lief, maar niet geschikt voor deze taak.
MYRIAM: De Monnik had haar nochtans aan jou toegewezen.
SEBASTIAN (fier): De oude Monnik was ook niet geschikt voor die taak.
MYRIAM (dankbaar): Jij dacht dus ook eerder aan hààr.
SEBASTIAN: Ja.
Spot op Els, die reeds achter de rug van Myriam klaar stond. In het voorbijgaan zoent zij Myriam innig. Dan gaat ze bij Sebastian staan. Deze legt zijn arm om haar schouder. Ze kijken elkaar aan. Ze zijn gelijken. Ze zijn sterk.
MYRIAM: Ik ga nu. Ik ga zoals ik kwam en wees niet bedroefd, alles zal goed zijn nu zolang je de boodschap begrijpt. De reis was belangrijk, niet deze plaats. Het ga jullie goed.
AFSCHEIDSLIED van Myriam, eventueel met repliek van Els en Sebastian en koor van iedereen.

Vierentwintigste scène

Naar het einde toe van de vorige scène,is het toneel stilaan weet verduisterd. Wanneer het licht nu weet opgaat, staan Sebastian en Els nog alleen op de plaats waar ze daarnet met Myriam stonden.
SEBASTIAN: De Kat is van ons weggegaan en het is onze taak haar belofte in onszelf te vervullen. Laten we met elkaars hulp gelukkig worden. Els?
Finale: het hoofdthema van de musical (“Revolutie”).

(*) Bij nader inzien lijkt mij dit toch geen interview dóór en mét mezelf. En ik wil het dan nog niet eens over de zinsconstructies hebben, maar over feiten zoals dat ikzelf toch geen toneel speel (en dus niet geregisseerd kon worden) of dat ik een beetje de draak zou steken met de titel van een toneelstuk van Marc/Johan. Ik denk dat de geïnterviewde eerder Guy De Vriese is. Van de interviewer heb ik geen idee.
(**) De titels van sommige scènes zijn citaten uit “The Rhyme of the Ancient Mariner” (S.T. Coleridge).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.