Alhoewel ik doorgaans een supporter ben van de Gentse burgemeester Daniel Termont (zo lang hij zich niet ontpopt als rabiate N-VA-hater) moet het mij toch van het hart dat ik het niet eens ben met zijn negatieve reactie op het feit dat schepen van sport Christophe Peeters mee naakt op de foto is gegaan met de (overigens erg appetijtelijke) Gentse rugbyspeelsters (*). Termont beweert dat Peeters zijn schepenlint te schande heeft gemaakt, omdat dit lint de edele delen van de schepen bedekte. Ik zou integendeel stellen dat die onnozele vod eindelijk eens voor iets nuttigs heeft gediend. Volgens mij is Daniel gewoon jaloers omdat hij (net zoals ik trouwens) niet meer in aanmerking komt voor naaktfoto’s. En daarom, om hem en ook wel Chris Peeters een beetje te troosten, hierbij een artikel over naakt en erotiek in fotografie en plastische kunst.

Maar eerst strooi ik nog wat citaten over exhibitionisme in het rond:
“Ja, als je op toneel gaat, ben je exhibitionist, hoedanook.” (Albert Mol)
“Dat exhibitionisme zal er wel inzitten, denk ik.” (Nand Buyl)
“Zangeres of hoer, dat is hetzelfde.” (Jean Genet)
“Natuurlijk, als je bij het toneel gaat, zit er een element van exhibitionisme in je.” (Willem Nijholt)
«En als toneelacteur ben je trouwens exhibitionistisch aangelegd. Je laat je graag zien.» (Paul Codde)
“Succes is de bevrediging van je ijdelheid. Ik ben een showman. Een exhibitionist.» (Rudi Carrell)
«Ik heb een geweldige drang om me te uiten, naar buitenuit. Ik ben misschien wel een beetje een exhibitionist. Ik ben een acteur die tot veel dingen bereid is.» (Hugo Metsers).
“Acteren is vaak een zeer masochistische vorm van exhibitionisme.» (Laurence Olivier).
KUNST IS EEN VROUW
Hoewel de tentoonstelling “Kunst is een vrouw” in september 2000 niet bepaald op veel publiciteit kon rekenen (wegens de blote affiche?) kwamen er toch veel belangstellenden afgezakt naar het Gentse Vleeshuis. Zou het kunnen dat dit vooral te wijten was aan de naaktportetten van organisator Chris Dickx uit Zingem, die de vrouw als onderwerp hebben (“de vrouw als kunst”)? Of zou het andere luik van de tentoonstelling “vrouwen als kunstenaars” dan toch de publiekstrekker zijn?
Bij de twintig vrouwelijke kunstenaars die zowat alle aspecten van plastische kunst vertegenwoordigen, zit trouwens ook een fotografe, met name Hilde Braet. Zij toont de SM-foto’s die je ook op haar website kan vinden, maar daarnaast ook foto’s van een bevalling bijvoorbeeld. “Harde beelden,” noemt Chris Dickx het. “Zij fotografeert vrouwen alsof ze een man was.”
Zijn eigen foto’s zijn inderdaad veel romantischer, met veel klassieke poses. Niet verwonderijk, want ze zijn meestal gebaseerd op bestaande kunstwerken, die Dickx in zijn eigen beeldtaal tracht opnieuw te creëeren. “Zelfs de meest ‘aanstootgevende’ foto, die met de kousenband, is een ‘reproductie’ van een schilderij van een zekere Janssens uit 1930.”
Voor het realiseren van zijn foto’s doet Chris Dickx geen beroep op professionele modellen. “Het zijn allemaal klanten in mijn zaak in Zingem. Als ik er wat in zie, doe ik ze een voorstel en sommigen happen toe, anderen haken af en op nog anderen moet ik een tijdje inpraten. Een naaktportet is voor negentig procent psychologie en voor tien procent fotografie.”
“Mijn modellen hebben ook inspraak in de manier waarop ze worden afgebeeld, met andere woorden of ze herkenbaar zullen zijn of niet. En door die openheid zijn de meesten heel tevreden over het resultaat. Ze waren hier bijna allemaal aanwezig op de opening.”

En dat kan dan zowel een zakenvrouw zijn die aan het hoofd staat van een bedrijf met een miljoenenomzet als een gewoon meisje uit de straat. “Vaak krijg ik vrouwen over de vloer die mijn foto’s zien en zeggen: van mijn dochter zou je ook zo’n mooie foto kunnen maken.”
DORPSFOTOGRAAF
Chris Dickx heeft ook portretten gemaakt van de vrouwelijke kunstenaars die hij heeft uitgekozen, maar dit zijn geen naaktportetten. “Ik wilde de twee strikt gescheiden houden, ook al boden een aantal kunstenaressen zich spontaan aan om naakt te worden gefotografeerd. Maar dat doe ik dan later wel eens.”
Eigenlijk is het allemaal begonnen met die portretfotografie. “Een viertal kunstenaressen, die elkaar voorheen niet kenden, vonden dat het wel leuk zou zijn om eens samen te exposeren. En dan ben ik verder op zoek gegaan met als criterium dat elke discipline vertegenwoordigd moest zijn.”
Chris Dickx zelf werd geboren in Brugge, maar groeide als zoon van een militair op in Duitsland. Toen hij dan opnieuw in Brugge zijn opleiding aan de academie en zijn middenstandsopleiding had voltooid, vestigde hij zich in Zingem, louter en alleen omdat daar nog geen fotograaf actief was. “Ik ben dus wat men noemt een dorpsfotograaf. Maar ik kijk daar niet op neer. Het is dankzij mijn zaak dat ik dit soort dingen kan doen.”
1000 NUDES
“Weet je wat het probleem is bij naaktfotografie?” stelde een amateurfotograaf me onlangs als retorische vraag: “Het is gewoon makkelijker. Al dat gerotzooi met die kleren, wat moet je daarmee?” Een betere uitvlucht om vrouwen voor de lens uit de kleren te doen gaan, had ik nog niet gehoord. Nochtans had ik al wat ervaring met dergelijke smoesjes. En niet alleen ik. De uitvinding van de fotografie wordt meestal gesitueerd op 19 augustus 1839 als Louis Daguerre (1787-1851) zijn uitvinding voorstelt aan de Franse Academie. Welnu, nog geen twee jaar later, wordt zijn medewerker André Le Fèvre door de politie gearresteerd als hij in de Jardin des Tuilleries een zogenaamde “daguerreotype” van een naakte dame die iets probeert te doen met een pony tracht te verkopen. Ter verdediging voert hij aan dat het de verbeelding van een Griekse mythe betreft. Hij wordt tot zes maanden opsluiting veroordeeld en sterft er aan pneumonie.
In 2005 verscheen bij het prestigieuze Taschenbuch Verlag een heruitgave van het in 1995 voor het eerst gepubliceerde standaardwerk “1000 Nudes, A History of Erotic Photography from 1839-1939”.
In 1980 opende de achttienjarige Benedikt Taschen in Keulen een winkeltje om zijn reusachtige stripverzameling te slijten. Minder dan een jaar later liet hij reeds catalogi drukken, maar het duurde nog tot in 1984 vooraleer hij een echt kunstboek (over Magritte) uitgaf. En dat tegen een billijke prijs, want het had hem persoonlijk altijd al dwars gezeten dat kunstboeken zo duur waren. Het werd (uiteraard) een succes en kort daarna volgden boeken over Picasso, Van Gogh en wie weet ik al meer. Vrij vlug kwam ook de fotografie aan bod. Verreweg het beroemdste werden zijn “1000 Nudes”, verzameld door Uwe Scheid (1944-2000).
De verdienste van Scheid bestaat er vooral in de “anonieme” fotograaf ook zijn plaats te geven in de geschiedenis. Gezien het onderwerp (vooral vrouwelijk naakt) zullen we immers nooit weten wie de makers waren van de eerste foto’s in dat genre. En als dat dan toch al eens het geval is, dan is dat alweer door een gerechtelijke vervolging. Zo is er Jacques Moulin die in 1851 tot een boete van honderd frank en een gevangenisstraf van een maand veroordeeld wordt. Opvallend: zijn model, “de weduwe René”, krijgt het dubbele als straf en zijn “dealer”, Malacrida, moest zelfs vijfhonderd frank ophoesten en hij ging voor een jaar achter de tralies. Dan toch een vorm van erkenning voor “de artiest”?
Tussen 1840 en 1860 werden in Parijs vermoedelijk zo’n vijfduizend zogenaamd erotische “daguerreotypes” gemaakt, waarvan er naar schatting twaalf honderd zijn bewaard.
In die periode werden er ook zo’n zestigtal in beslag genomen, begrijpelijk weinig want een “daguerrotype” is per definitie eenmalig en kostte zelfs bij het uitbrengen reeds een weekloon, zodat de meeste het bezit waren van diezelfde Victoriaanse burgerij die naar buiten uit deze praktijken verketterde.
Maar de techniek stond niet stil, zodanig zelfs dat men tien jaar later reeds duizenden “stereokaarten” in beslag kon nemen. En in 1875 ging het reeds over 130.000 foto’s en 5.000 negatieven. Het lijkt veel, maar in Frankrijk alleen al heeft men weet van twintig miljoen erotische postkaarten, enkel en alleen in de periode tussen 1919 en 1939.
Gregory Ball: “Iets dat mij te binnenvalt, bij het aanhalen van zo’n titel als ‘1000 Nudes’, is dat men op dit onderwerp blijkbaar nooit uitgekeken raakt. Het zou nog 10.000 mogen zijn, maar het onderwerp blijft fascinerend en iedere nieuwe beeld is opnieuw een openbaring en is even boeiend. Toen ik op de schildersklas zat was het ook zo dat én mannen én vrouwen liever vrouwelijke naakten schilderden. Ik stelde soms de vraag waarom, en het antwoord was zeer eenvoudig: naakte vrouwen zijn mooier. Of er nu erotiek bij te pas komt of niet, een vrouwenlichaam is gewoon bijzonder mooi van vorm, misschien het mooist dat god in al zijn wijsheid en vakmanschap ooit geschapen heeft. Dat de mannelijke en vrouwelijke aandacht onverbiddelijke naar dit beeld getrokken wordt is dus op puur esthetisch vlak absoluut geen wonder.”
Het is dan ook misschien niet zo merkwaardig dat de eerste vrouwelijke fotografen, zoals “madame Yevonde” of de Engelse Rosalind Maingot, meteen ook van vrouwelijke naaktfotografie hun specialiteit maakten. Bij madame Yevonde waren het “femmes fatales”, Rosalind Maingot ging eerder de oosterse toer op, met oosterse modellen, maar ook met de gewoonte om het schaamhaar weg te retoucheren.
Een eeuw later is het nog niet anders. Denk maar aan Erika Langley met “The Lusty Lady”, een fotoboek over peepshowdanseressen uit 1997. Het speciale is dat Langley nergens de toelating kreeg om te fotograferen, tenzij in The Lusty Lady, een peepshow voor en door vrouwen. En dan nog op voorwaarde dat ze er zelf kwam werken. En ze dééd het.
Het is zelfs zo erg dat Corinne van Houten er in haar artikel “Painting around the Phallus” in “Savante 2” (1993) haar beklag over maakt dat vrouwelijke plastische kunstenaars zo weinig in het mannenlichaam geïnteresseerd zijn!
Traditioneel onderscheidt men in de naaktfotografie vijf kategorieën:
– artistiek
– erotisch
– pornografisch
– wetenschappelijk
– sportief.
In de selectie van Scheid zijn al deze kategorieën vertegenwoordigd, maar de overgrote meerderheid behoort tot de tweede en de derde kategorie (over het bijna onmogelijke onderscheid tussen beide hebben we het elders reeds uitgebreid gehad) maar daar zijn we zeker niet rouwig om. Bovendien geeft inleider Michael Koetzle toe dat die andere criteria vaak slechts een dekmantel waren voor alweer de erotische component (grappig is dat ook hij “afstand” als een criterium hanteert, maar dan niet tussen “erotisch” en “pornografisch”, maar tussen “artistiek” en “erotisch”, p.31). Hij geeft als voorbeeld de zogenaamd “etnografische” foto’s van naakte negerinnen. Want inderdaad, die foto’s zeggen ons tegelijk ook heel wat over de tijdsomstandigheden, zelfs al gaat het hier dus meestal over fotografen die in de marge van de samenleving opereerden en daarom anoniem bleven.
Zo is de reeks “La mariée de Montmartre” (ca.1890, p.237) eigenlijk een staalkaart van alle mogelijke standjes. Gezien de titel mogen we zelfs veronderstellen dat het hier om een “didactisch” werk gaat, waarbij de modale vrouw wordt voorgelicht wat allemaal mogelijk is op seksueel vlak binnen (maar uiteraard ook buiten) het huwelijk. Het wordt allemaal zeer natuurlijk voorgesteld – en dat is het ook uiteraard. Nu kijken we daar niet meer van op, maar in die tijd was het vast een handig instrument om de “huwelijksplicht” aantrekkelijk te houden, zodat men eigenlijk kan stellen dat Kerk & Staat de verspreiding hiervan in de hand hadden moeten werken in plaats van ze zo heftig te bestrijden.
Het is alleszins heel iets anders, dan die andere reeks “Les Satyres” (eveneens ca.1890, p.220) die ons een merkwaardig triootje toont, want het is niet het gebruikelijke één man met twee vrouwen, maar twee mannen met één vrouw. Toegegeven, de mannen doen niks met elkaar, maar het blijft toch een merkwaardige vorm van biseksualiteit. Maar daar gaat het allemaal niet zozeer om, wat mij wél stoort is dat op de laatste foto’s de vrouw met een mes wordt bedreigd. Er wordt dus gesuggereerd dat zij al die handelingen onder dwang verricht. Wellicht omdat de fotograaf ervan uitgaat dat dit nog opwindender is voor de kopers, die in dit geval wel bijna uitsluitend uit mannen zullen bestaan.
Vrouwvriendelijker zijn uiteraard de lesbisch getinte foto’s van twee of meer vrouwen, die zo vroeg opduiken dat ik zelfs ben vergeten te noteren wat nu juist de oudste foto in dat genre was. Veel meer viel het mij op dat de vrouwen meestal op een dergelijke manier gefotografeerd waren dat de ene frontaal naar de camera stond en de andere met haar rug. Alsof de voornaamste bedoeling van de fotograaf was de vrouw op één foto in haar geheel te tonen. (Bij foto’s van één vrouw wordt trouwens ook vaak een spiegel gebruikt, zodat men ook voor- en achterkant tegelijk heeft.)
Deze opstelling valt me zelfs op bij de eerste SM-foto’s, die eveneens rond 1890, opduiken (p.235), maar de opstelling komt ook nog voor in 1900 (p.222-223) en zelfs in 1920 (p.224). Om dat gewenste effect te bereiken wordt er wel gezondigd tegen een aantal “erkende” SM-regels. Zo zijn beide vrouwen meestal naakt (p.222-223, 235), of valt hun kledij juist open op de “gewenste” plaats (dus bij de vrouw in vooraanzicht vooraan en bij die op de rug achteraan, p.224), maar alleszins wordt het cliché van een (redelijk) geklede meesteres en een ontklede slaaf verlaten. Een heel mooie uitzondering hierop vormt de foto p.205 (ook al ca.1890), waarbij het slavinnetje aan een Sint-Andreaskruis “hangt” (ze doet eigenlijk alsof), terwijl de geklede meesteres achter haar, haar kutje toont aan de voyeuristische toeschouwers (aan ons dus).
Dat kutje is ook geschoren, wat zéér uitzonderlijk is. Op bijna àlle foto’s of ze nu zedig of wulps, lesbisch of heteroseksueel, traditioneel of sadomasochistisch zijn, staat het struikgewas in volle bloei. Zelfs bijknippen was er amper bij, zodat het er de schijn van heeft dat het overvloedig tonen van schaamhaar een afrodisiastisch effect had in die tijd. Meer zelfs, bij sommige foto’s is het duidelijk dat de voornaamste bedoeling was het tonen van overvloedig schaamhaar! Dit gebruik gaat nog door tot in de jaren vijftig, zoals we o.m. leren uit een fragment uit het boek “Bidden wij voor Owen Meany” van John Irving dat zich afspeelt in december 1953: “De vrouwelijke geslachtsdelen gingen haast altijd schuil achter schaamhaar – sommige vrouwen bezaten veel meer schaamhaar dan Owen en ik ooit voor mogelijk hadden gehouden” (p.166).
Als het haar afwezig is, is het zelfs eerder aan andere redenen te wijten (retouches of gewoonweg jonge of weinig behaarde meisjes) dan omwille van het feit dat het zou weggeschoren zijn. Alweer willen we dus eerder de aandacht trekken op de uitzondering, met name de heel mooie foto uit 1875 (p.123) en vooral die uit 1850 (p.69), waarop een vrouw zich als het ware op een “sportieve” manier aanbiedt voor anale penetratie. Een foto waarbij alvast makkelijker een glimlach op onze lippen speelt dan bij de gewild komische foto’s, die meestal niet te euh… pruimen zijn (als we dan toch in de fruitsector zitten: een leuke uitzondering is “buy the apples” uit 1890, p.167). Wél komisch, alhoewel niet zo bedoeld, zijn de foto’s waarbij de vrouwen poseren met een opzichtig nagemaakt dier (slang of leeuw). De duurtijd van het poseren voor een foto mocht dan nog fel teruggebracht zijn tegenover de tijd van mijnheer Le Fèvre (toen was het nog van drie tot dertig minuten, afhankelijk van het weer), toch bleef het fotograferen van een levend dier wellicht een té riskante affaire.
ROBERT DE VOS
Dat lot is gelukkig niet meer weggelegd voor de huidige fotografen. Zo bijvoorbeeld toen fotokring Nieuw Gent zijn dertigste verjaardag vierde. Voor het grote publiek betekende dit dat men in het Dierenpark van Lochristi een kleine retrospectieve van het werk van de leden kon gaan bekijken en daarbij sprongen vooral de naaktfoto’s van Robert De Vos in het oog…
“Vijftig jaar geleden ben ik begonnen met portretfotografie,” zegt hij. “Maar daar was ik rap op uitgekeken. Je kan immers maar één perfect portret van iemand maken. Daarom schakelde ik daarna over op modelfotografie. Maar al vlug bleek dat deze foto’s gauw verouderden, omdat de mode zo snel verandert. De overgang naar naakt lag voor de hand…”
Hij doet het voorkomen of het allemaal zo eenvoudig verlopen is, maar ik merk toch op dat het alleen maar vrouwelijk naakt is…
“Een vijftal keer reeds zijn mannen mij komen vragen om naakt gefotografeerd te worden. Maar ik heb daar geen zin in. Het waren trouwens allemaal homo’s. Ik heb daar niks tegen, integendeel, ik ben een groot bewonderaar van Robert Mapplethorpe, die gespecialiseerd is in mannelijk naakt, maar het is mijn ding niet.”
Kan ik inkomen, maar het is wel het bewijs dat er – hoe broos ook – toch erotiek bij te pas komt, want anders zou dat voor hem geen verschil mogen uitmaken…
“Het is ook nóg moeilijker om aan de muur te hangen,” gooit hij het over een andere boeg. “Vandaar trouwens dat ook vrouwelijke fotografen meestal vrouwen als onderwerp nemen.”
Robert De Vos onderbreekt het gesprek geregeld aangezien zijn modellen Annie, Kristel en Sylvie binnendruppelen. Telkens wordt er hartelijk gezoend, maar ook de echtgenoten of ouders krijgen een warme begroeting. Laat dus duidelijk zijn dat alles in een sfeer van vertrouwen gebeurt.
“Ik heb er al een stuk of veertig gehad,” zegt Robert, waarbij hij dezelfde terminologie gebruikt als de eerste de beste macho. “En bijna allemaal komen ze nog naar mijn tentoonstellingen. Dat zou zeker niet waar zijn, mocht dat vertrouwen er niet zijn. Mijn eerste model heb ik zelfs 25 jaar lang gefotografeerd, want voor mij komt het model op de eerste plaats. Dan pas de locatie: liefst buiten. En ten derde het licht.”
We weten nu wat de fotograaf bezielt, maar wat bezielt die modellen eigenlijk?
“Dat zou je aan henzelf moeten vragen,” antwoordt Robert, maar vooraleer we dat effectief kunnen doen, gaat hij verder: “Ik denk dat àlle vrouwen die er goed uitzien, dat graag willen doen. Als hun man geen bezwaren maakt natuurlijk…”
Robert De Vos was zo bescheiden dat hij me destijds niet vertelde dat hij ooit nog de fotowedstrijd voor Snoecks 88 had gewonnen. De opdracht was foto’s in te sturen over het onderwerp “mensen in een onalledaagse situatie”. En Robert won de wedstrijd “omdat er niet alleen volledig voldaan was aan de gestelde opdracht, maar ook omdat deze foto toch wel erg typerend is voor wat Snoecks voor zoveel mensen begerenswaard maakt: een uitgave waarin lezen in en kijken naar beiden een belangrijke rol spelen.” De kleurenfoto in kwestie was dan ook die van een telefooncabine op een druk bezette parking, waarin een naakt meisje staat te bellen, terwijl een jongeman, lezend in “De Telegraaf”, braaf zijn beurt afwacht…
MICHELE FRANCKEN
Michèle Francken, hier gefotografeerd door Dominique Dierick van Het Nieuwsblad, behoort ook tot diegenen die hun modellen gemakkelijk uit de kleren praten. Michèle maakt deel uit van een heuse fotografendynastie. Haar grootvader François was de eerste portrettist van Gent en ook haar vader Lucien maakte vooral op dat vlak naam. Maar hij zette ook al de eerste stappen in de naaktfotografie. Het is in deze tak dat dochter Michèle zich heeft gespecialiseerd.
“In essentie is naaktfotografie ook portretfotografie,” zegt ze en als voorbeeld toont ze me een vierluik, waarbij het hoofd van een vrouw, haar handen, buik en borsten geïsoleerd staan afgebeeld. Zo krijgen we inderdaad een “portret” van de hele vrouw. Een mooi portret ook, want Michèle wil vooral de schoonheid in beeld brengen.
Vindt ze vrouwen dan mooier als mannen? Want hoewel ze – in tegenstelling tot sommige collega’s – beide geslachten naakt in beeld brengt, is er toch duidelijk een vrouwelijk overwicht.
“Maar dat is gewoon te wijten aan het aanbod,” antwoordt ze. “Het zijn nu eenmaal meestal jonge vrouwen die zich aanbieden.” Dat blijkt overigens niet altijd voor een naaktfoto te zijn. Maar Michèle praat haar klanten vaak uit de kleren. “Soms komt iemand binnen voor een portret en gaat buiten met een naaktfoto. Dikwijls zijn ze zelfs fier en mag ik de foto zonder problemen opnemen in een tentoonstelling.”
Zelf experimenteerde ze op haar zeventiende om haar lichaam op de gevoelige plaat vast te leggen. “Die foto’s zouden mooi in een overzichtstentoonstelling passen. En onlangs bekeek ik mezelf in de spiegel en bedacht ik dat ik dat misschien nog eens zou moeten doen,” besluit ze blozend.
Dat ze graag eens zou exposeren samen met een paar andere vrouwelijke fotografen zoals Lucille Feremans uit Temse lijkt me normaal, aangezien Feremans dezelfde “gladde” stijl hanteert (zij het met een briljante techniek). Maar dat ze Hilde Braet de voorkeur geeft boven Priscilla Bistoen (°Gent, 1967) vind ik verrassend. Bistoen wil weliswaar vaak een verhaal vertellen met haar foto’s (**), maar ook zij wil toch vooral naar schoonheid streven. Braet daarentegen vindt erotiek ook terug bij “gewone” mensen, jong of oud, mager of dik.
Maar hoe moeilijk het allemaal ligt om de lijnen precies af te bakenen, kan men misschien afleiden uit het feit dat Bistoen een bewonderaarster is van de Franse fotografe Bettina Rheims, terwijl dit toch eerder iemand is die dichter bij het werk van Braet aanleunt. Priscilla zegt hierover tegen Fons Mariën: “Bettina is harder in haar foto’s dan ik. Ze vereist van haar modellen dat ze uit de kleren gaan, probeert hen tot het uiterste van wat ze aandurven te provoceren. Voor mij hoefde naakt niet altijd. Bettina’s foto’s zijn dan ook seksueler dan die van mij. Zij speelt vaak met mannelijke erotische clichés, zoals sexy lingerie. Mijn foto’s zijn wel sensueel, ze zijn wel zinneprikkelend, maar het gaat verder dan het kruis.”
Net als Bettina Rheims of Hilde Braet specialiseert de Limburgse Malou Swinnen zich ook in foto’s die teruggaan op de sadomasochistische canon, in haar geval zwart-wit foto’s van gemaskerde vrouwen. Later begon ze ook mannen als slaven af te beelden. En natuurlijk is er in die categorie ook het werk van Liliane Vertessen (zie elders op deze blog), maar zij weigert zichzelf een fotografe te noemen.

Ronny De Schepper

(*) Het artikel is van Rudy Tollenaere, maar wie de mooie foto heeft genomen, staat er niet bij op de website van De Gentenaar.
(**) Bij haar eindwerk “De Rode Reeks” uit 1995 b.v. zijn de vrouwen gefo­togra­feerd tegen een dieprode achtergrond, terwijl ze elk een perso­na­ge uit de Griekse mythologie, uit Bijbelse verhalen, legenden, sprookjes vertolken. Zo herkennen we o.a. Carmen, Judith, Leda, Sa­lomé, Judith en Ophelia. De ensceneringen verwij­zen vaak naar afbeel­dingen in de schilderkunst, waar het klas­sieke verhaal een verontschuldiging was om vrouwelijk naakt uit te beelden. Priscilla koos haar modellen in functie van deze rollen uit haar kennissenkring, maar sprak ook gewoon vrouwen aan op straat of op café. Die rode achtergrond is een bewuste keuze geweest: rood is de eerste kleur waaraan de mens een naam gaf, zo ontdekte ze in haar literatuurstudie. Het donkerrrood dat ze uitbeeldt is vrouwelijk, geheimzinnig. Dit rood roept associ­aties op met theater en passie, bloed en liefde. Dit rood draagt ertoe bij de foto’s de krachtige expressionistische uitdrukking te geven, die ze nastreefde. (Fons Mariën)

Selectieve bibliografie
Ploss & Bartels, Das Weib in der Natur- und Völkerkunde, 1884
Otto Steinert, Akt international, 1954
Erich Stenger, Die Erotik in der Photographie, 1931
Carl Heinrich Stratz, Die Rasseschönheit des Weibes, 1901
Willi Warstat, Der schöne Akt, 1929

5 gedachtes over “Christophe Peeters in “De naaktkalender”

  1. Ze wordt op dit moment heruitgezonden, maar het zou natuurlijk al puur toeval moeten zijn dat je deze reactie nog tijdig kunt lezen. Ik heb getracht het je per mail te melden, maar die kwam terug als zijnde “undeliverable”.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.