“In afwachting van iedereen te tonen dat ze niet zomaar het eerste het beste kleine meisje was, speelde ze als alle kleine meisjes met haar poppen, droomde van succes en applaus en pronkte voorlopig met het beroep van haar vader. Het woord ‘journalist’ ontlokte bij meningeen bewonderende blikken, die omsloegen in verschrikking als ze bij de volgende onvermijdelijke vraag ‘Rode Vaan’ of ‘Drapeau Rouge’ antwoordde. Eerlijk duurt dan wel het langst had ze op zedenleer geleerd, maar soms was liegen leuker en ‘Laatste Nieuws’ of ‘Le Soir’ maakte een veel gunstigere indruk, ‘haha, zozo’, zodat Lena regelmatig het fijne gevoel smaakte om dankzij een leugentje voor vol genomen te worden omwille van een vader, van wie ze had gewild dat hij zijn beroep elders zou hebben uitgevoerd.” (Dolores Thijs, Drüben is het gras groener, Antwerpen/Amsterdam, Manteau, p.23).

Was het omdat in de Ronde van Frankrijk dat jaar (1981) de ploeg Vermeer-Thijs van start was gegaan of was het – meer diepgaand – omdat verkrachting binnen het huwelijk kort daarvoor strafbaar was gesteld? Feit is dat we voor de tweede aflevering van de nieuwe rubriek in De Rode Vaan “Aan het lijntje” onmiddellijk aan Dolores Thijs hebben gedacht, de auteur van “De Vrouwenval”, een boek dat niet bepaald een rooskleurig beeld ophangt van het huwelijk. Overigens viel Dolores hiervoor de prijs van het beste literaire debuut te beurt. Weliswaar woont zij reeds jaren in Nederland, maar zij “voelt zich in hart en nieren nog steeds Vlaamse”, zoals ze zelf verklaart. En voor de petite histoire kunnen we er nog aan toevoegen dat ze de dochter is van onze gewaardeerde ex-collega Maarten Thijs. Maar op dat moment hield ons helaas niet het zoete verleden bezig maar de bittere actualiteit…
Dolores Thijs: Wat erg actueel is, dat is natuurlijk de toestand in Libanon. Maar wat kan ik daarover zeggen? Ik vind het gewoon schandalig wat daar gebeurt. Ik denk echter niet dat ik daarmee de enige ben. Het vervelende is eigenlijk dat je je daartegenover echt machteloos voelt, want wat kan je daar nu als enkeling tegen doen? Heel actueel is aan de andere kant het sportgebeuren in Spanje, maar als je dan het ene tegen het andere afweegt, dan denk je toch: waarover maken de mensen zich druk daar in die voetbalstadia? Eigenlijk vind ik dat ze hun energie aan andere dingen zouden kunnen besteden. En dan verder… ja, als je kijkt naar zo’n Reagan wat die allemaal uit z’n voeten slaat. Als je ziet hoe gevaarlijk zo’n man is! Daarover kan je je ook druk maken, maar ik denk niet dat ik iets nieuws vertel door dit allemaal te zeggen.
– Terecht merkt u op dat de tragische gebeurtenissen in Libanon in een bepaalde pers in de schaduw worden gesteld door zoiets als het wereldkampioenschap voetbal. Eén interpretatie hiervoor is onder meer dat West-Europa nog steeds met een stevige kater zit van de jodenvervolgingen onder de nazi’s en dat de Israeli’s die schuldgevoelens handig uitbuiten, zodanig dat de publieke opinie zich niet zo snel tegen hen keert. Indien dat klopt dan neem ik aan dat dit in Nederland nog meer het geval is dan hier?
D.T.:
Eigenlijk wel. Kijk, in Nederland heb je enerzijds die vredesbeweging die toch ontzettend ophef heeft gemaakt, de term “Hollanditis” komt tenslotte hier vandaan. Nu is dat allemaal wel meer op kernbewapening en zo toegespitst maar toch denk ik dat men in Nederland zich veel meer bewust is van de gevaren die er heersen in verband met een eventuele derde wereldoorlog en zo, meer dan in België heb ik zo het gevoel. Aan de andere kant is het wel jammer dat men moet constateren dat er een grote kliek is die niets doet, al hebben ze alle energie en jeugd in zich, maar die alleen maar gaan vergooien op voetbalvelden. Ik kan best begrijpen dat mensen van sport houden en zo, hoor, en het is zelfs nodig, maar ik vind het wel een beetje jammer dat men zich daar uitsluitend mee bezighoudt.
– En die pro-joodse gevoelens?
D.T.:
Het is ook wel zo dat talrijke Nederlanders opportunistisch reageren. Als ze moeilijkheden krijgen met de oliebevoorrading, dan gaan ze de Arabieren wat over het hoofd aaien. Haalt een pro-Israel houding echter meer uit, dan zullen ze eerder naar die kant optrekken… Maar aan de andere kant als ik even mag inpikken op die figuur van Hitler – misschien ga ik nu heel vervelende dingen zeggen – maar als je kijkt wat een Begin presteert dan denk ik niet dat die heel ver af zit van een figuur als Hitler. Hij is gewoon bezig met een genocide!
– U schrijft steeds boeken die erg nauw verbonden zijn met de realiteit. Met ùw realiteit. Het eerste ging over uw huwelijk, het tweede over uw jeugd in Oost-Berlijn. Persoonlijk vind ik dit ook een vorm van “actualiteit”, ook al is die dan aan een (recent) verleden gebonden. Maar u heeft nu een derde boek in de maak?
D.T.:
Ja en dat is dan toch iets meer actueel, ook al lees je daarover niet elke dag in de krant. Het gaat immers over iemand die in Merksplas heeft gezeten. Ook De Rode Vaan heeft daaraan trouwens ruim aandacht besteed (De Rode Vaan nr.7 van 1981, waarbij in de marge van een interview met L.Adriaans, een verhaal verscheen van een ex-gedetineerde van het opvangcentrum voor geestelijk gestoorde delinquenten in Merksplas). Met een paar andere mensen heb ik me erg ingezet voor die zaak en dat is voor ons allemaal eigenlijk wel een ontgoocheling geworden. Kijk, die toestanden bestààn, dat is een feit, dat is bewezen, maar de persoon waarvoor we ons hebben ingezet, daarvan hebben we gewoon moeten vaststellen dat die de moeite niet waard is geweest omdat hij ons allemààl in de luren heeft gelegd. Hij heeft eigenlijk iedereen misbruikt. En wij met onze sociale bewogenheid, wij zijn daar echt als bloedhonden op afgestormd. Het is dan wel jammer dat je achteraf moet beseffen dat je het eigenlijk allemaal hebt gedaan voor iemand die het niet waard was. Maar goed, aan de andere kant kan je denken dat het goed is dat die toestanden aangeklaagd worden, want er zijn toch nog altijd mensen die er nog zitten en misschien ten onrechte. Maar het is wel een verhaal met een anti-climax geworden, ja.
– Wat uw eerste boek betreft is er wel actualiteit heet van de naald, nietwaar? Verkrachting binnen het huwelijk is nu strafbaar gesteld.
D.T.:
Ik vind het heel goed dat dit gebeurt want het is natuurlijk normaal dat verkrachting bestraft wordt, omdat het toch een daad van agressie is (en dan wil ik het nog niet eens hebben over vrouwen die uit schaamte of weet ik veel ervoor terugschrikken daarvan aangifte te doen) en dat mannen dit binnen het huwelijk zo maar konden doen, dat was natuurlijk ontoelaatbaar. En toch leek dat precies allemaal heel normaal. De meeste vrouwen pikten dat zelfs, door de kerk is immers steeds verkondigd dat “vrouwen hun man maar ter wille moesten zijn”. Maar dat “ter wille zijn” dat kan heel veel omsluiten natuurlijk. Gelukkig heb je dan die hele emancipatiebeweging gehad die de vrouwen ervan bewust heeft gemaakt dat je niet zo maar alles hoeft te slikken, omdat het toevallig van een man afkomstig is, je bent tenslotte een gelijkwaardig wezen. Dus ik vind dat heel goed, hoor, dat dit nu strafbaar is gesteld, ik vind dat prima!
Drüben is het gras groener
Het spreekt vanzelf dat wij op De Rode Vaan met belangstelling uitkeken naar het tweede boek van Dolores Thijs dat enkele maanden na dit gesprek is verschenen. Of misschien zouden we beter zeggen: met nieuwsgierigheid, want tegenover het feit dat we wisten dat het zou gaan over haar verblijf als kind in de DDR, stond de ontgoocheling van haar eerste boek, “De Vrouwenval”, óók autobiografisch en óók door sommige RV-redacteurs meebeleefd. Dat boek strandde immers op een gemaakte stijl en een rancuneuze afrekening, waarbij zelfs haar mannelijke tegenvoeter, Jef Geeraerts (“Het zevende zegel”), als een galante ridder het strijdperk mag verlaten.
Dat het er met die stijl in “Drüben is het gras groener” niet veel op verbeterd is, kan je al afleiden uit het citaat waarmee ik deze bijdrage heb geopend en dat, als je goed nagaat, slechts twee zinnen beslaat! Natuurlijk kan je aanvoeren dat veel van mijn paragrafen óók maar twee zinnen bevatten, maar ik heb tenslotte geen literaire pretenties.
Bovendien is die ouderwetse periodebouw slechts één euvel van de stijl van Dolores, haar dialogen (vaak pseudo-dialectisch) vormen een tweede. Maar al goed, soms lijkt het er zelfs sterk op dat dit boek min of meer als vergoelijking is geschreven voor haar kreupel Nederlands, als men merkt hoe “verduitst” Dolores als kind wel was (in haar brief vanuit het pionierskamp, p.97-98) en wat voor opstellen ze moest maken (“De Sovjet-Unie stuurde ons maaidorsersmachines” of “Wij strijden voor een verenigd vaderland“, p.58).
Veel zullen deze opmerkingen echter niet uithalen, want Dolores heeft blijkbaar de woorden van haar mentor, Herr Neuman, steeds ter harte genomen: “Het is prachtig dat je dat wilt, maar je moet niet willen schrijven zoals een ander (Schiller, RDS), je moet schrijven zoals jezelf. Onthou dat. En trek je niet te veel aan van kritieken. Er zullen nu eenmaal altijd lui bestaan die een ander het licht in de ogen niet gunnen” (p.127-128).
Laten we nu op onze beurt uw nieuwsgierigheid niet langer op de proef stellen. We moeten u trouwens ontgoochelen. Onze confraters hebben in de pers immers het aandeel van de lotgevallen van de RV-redactie in Dolores’ boek schromelijk overdreven. De belevenissen van vader Maarten (in het boek Marc genoemd, terwijl Dolores ook voor zichzelf de naam Lena heeft bedacht en terecht in de derde persoon schrijft, want het is geen echte autobiografie) op de redactie in de Kazernestraat dienen immers gewoon als aanloop tot het eigenlijke Berlijnse “avontuur”.
Op de koop toe slaagt Dolores erin om op die paar bladzijden (p.8-29) een vreselijke fout te maken. Zo wordt op pagina 8 terecht gezegd dat Maarten, Louis Paul Boon opvolgde als cultuurredacteur, wordt Boontje op pagina 14 terecht reeds op de redactie van “Vooruit” gesignaleerd, maar toch duikt “Louis” weer op bij het afscheidsfeestje van Maarten (p.26), zodat een collega hem begrijpelijkerwijze verwarde met onze nog steeds actieve Lode De Pooter die ook even in het verhaal mag figureren (p.9). (Een gelijkaardige domme fout maakt Dolores ook op pagina 90 wanneer het tienermeisje Baby met… Baby dialogeert.)
De hoofdbrok van het boek (p.29-133) wordt echter gevormd door het verblijf in Berlijn, waar Maarten te werk is gesteld als RV-correspondent, betaald door “Neues Deutschland”. Het is een schizofreen relaas geworden, waarin de druiven der gramschap meestal zuur, maar soms ook zoet zijn. Schizofreen, zeg ik, en wel op twee manieren.
Enerzijds heb je de Maarten/Marc, beaat wonderaar van “het” socialisme, geconfronteerd met zijn kritische, maar vooral praktische vrouw (die nergens bij name wordt genoemd). Dit laatste vergt al meteen een verduidelijking. Zo krijg ik nergens de indruk dat moeder Thijs in de grond anti-socialistisch is. Maar zij is vooral praktisch aangelegd en aarzelt dan ook niet om socialistische slogans aan te wenden (“Erst komt das Fressen, dann komt die Moral!”, p.67) om het systeem zelf (in dit geval, de gebrekkige voedseldistributie) te hekelen.
Ook “Marc” heeft trouwens schizofrene trekjes. Zoals gezegd is hij (op die leeftijd en in die welbepaalde historische omstandigheden, namelijk in volle koude oorlog) een kritiekloos aanbidder van het Sovjet-systeem, zoals dat is gekopieerd in de DDR. Maar toch aarzelt hij niet om van zijn gepriviligeerd statuut als buitenlands correspondent gebruik te maken om goede sier te maken en vooral om zijn vrouw op zijn hand te krijgen door haar allerlei materialistische voordelen voor te spiegelen in haast zuivere reclamestijl.
Een tweede vorm van schizofrenie ligt op het literair-technische vlak. Door het gebruik van de derde persoon distantieert Dolores-de-schrijfster zich van Dolores-het-kind (alias Lena), maar tegelijk wordt de werkelijkheid zoals zo vaak gebeurt in een roman toch geobserveerd door de ogen van de hoofdpersoon, in dit geval dus Lena. Dat maakt dat op dit vlak twee opvattingen over de DDR met elkaar in botsing komen: Dolores als kritische volwassene anno 1982 en Lena als onkritisch kind anno 1956-1959.
Deze dubbelzinnigheid op diverse niveaus wordt ook weerspiegeld in de titel. Waar “Drüben” oorspronkelijk slaat op de DDR (p.29), wordt hij later toepasselijk op het westen (p.40).
Wat overigens die “werkelijkheid” betreft, ondergetekende kan daarover geen uitsluitsel geven omdat hij geen bezoek heeft gebracht aan de DDR, maar twee collega’s hebben mij onafhankelijk van elkaar na lezing van het boek bevestigd dat zelfs nu nog realiteiten als “het ideologisch bombardement” en de schaarste van bepaalde producten waarheidsgetrouw zijn geschetst.
Dat alles bij elkaar genomen hoeft het ons niet te verwonderen dat het exemplaar dat wij op de redactie hebben ontvangen, ons niet ter recensie werd toegestuurd, maar dat we het reeds in een tweedehands boekenwinkel voor 200 frank in plaats van 325 frank op de kop hebben kunnen tikken.
Maakt dat echter ook “Drüben is het gras groener” het lezen niet waard? Neen, dat nu ook weer niet. Het zal u mogelijk wel reeds opgevallen zijn dat ik meestal kinder- en jeugdromans voor mijn rekening neem en ergens situeert dit boek zich ook in die belangstellingssfeer. Het mooiste is voor mij dan ook het liefdesverhaaltje dat Dolores erin verweven heeft en waarin de 14-jarige Lena aanpapt met de 17-jarige Wolfgang. Oorspronkelijk is hij lid van een erg op het westen en de rock’n’roll-cultuur georiënteerde jeugdbende (ook al kennen ze dan de tekst van “Rock around the clock” niet goed van buiten, p.86), uiteindelijk laat hij Lena echter in de steek om naar het westen te vluchten. Althans dit is één versie om de feiten weer te geven. Maar zoals gewoonlijk is er ook weer een tweede. Als anti-militarist weigert de jongen immers de gebruikelijke paramilitaire (schietoefeningen!) jeugdbewegingen te doorlopen en dienst te nemen in het leger en daardoor mag hij niet verder studeren. Daarom blijft er hem niks anders over dan naar het westen te gaan. U mag zelf uitzoeken welke versie het best in uw kraam past.
Typisch is echter dat precies heel deze liefdeshistorie compleet uit de lucht is gegrepen. Misschien kan dit voor Dolores Thijs een aansporing zijn om haar fantasmen meer in fictie uit te leven dan in pseudo-autobiografische geschriften. In die optiek wachten we alvast op haar vierde boek, aangezien het derde zoals hoger vermeld alweer autobiografisch is…
De jongen van het Wolvenplein
Deze vaststelling blijkt op het eerste gezicht te kloppen, want dat derde boek “Het Jaar Nul – Leven met de dood van een kind” (1987) heb ik om voor de hand liggende redenen aan mij laten voorbijgaan, maar dat is dus niet het boek waarover ze met mij heeft gesproken aan de telefoon. Nee, dat werd uiteindelijk haar vierde boek (1988) en ik heb het uiteindelijk wél gelezen, zij het door een nogal stom toeval.
De titel is namelijk “De jongen van het Wolvenplein” en ik had domweg gelezen “De jongenS van het Wolvenplein” toen ik het op een of andere boekenuitverkoop tegenkwam. En ik dacht dus dat het over die bende ging waarmee ze in de DDR uithing en die ook op een pleintje samenkwamen. Nee dus, het was wel degelijk het boek waarvan ik mij op voorhand had voorgenomen het niet te lezen, omdat ik wel dacht hiermee in een Mireille Cottenjé-historie terecht te komen. Iets wat Dolores zelf ook wel heel goed besefte, want op p.19 valt haar naam al. Verder duikt o.a. ook Gie Laenen (toen nog onbesproken) even op (p.61) en psychiater Luc Adriaens, die ik ook al kende uit De Rode Vaan, zodat ik me afvraag of met name Jan Vermeersch zich destijds ook niet voor deze zaak heeft ingezet.
Dat ik evenwel ben blijven doorlezen is dan toch een pluim(pje) dat Dolores op haar hoed mag steken. Het boek leest namelijk heel makkelijk en het gezeur wordt binnen de perken gehouden. (*)
Het roept echter ook vragen op: de helft van het boek bestaat immers uit brieven van “de jongen” zelf (hij wordt Armand Verschueren genoemd, een fictieve naam uiteraard, en komt zowaar uit Temse, p.94; hij is slechts drieëneenhalf jaar jonger dan ik, maar het is vrijwel onmogelijk dat ik hem ooit zou hebben ontmoet). Zeer hoogdravend zijn die brieven niet, maar toch in zekere mate “literair”. Of laat ik het nog anders stellen: tot nu toe kon ik “hem” slechts op één zware fout betrappen: dank zei i.p.v. dank zij (p.74), wat bovendien ook nog in het rapport van de psycholoog wordt opgepikt (p.92). Wat moet ik daar dan van denken? (**) Dat Dolores ze grondig heeft herwerkt? (Het is alleszins opvallend dat ze haar eigen brieven weglaat: wat erin staat, komen we enkel te weten door de antwoorden die “Armand” in zijn eigen brieven geeft.) Ze dekt zichzelf alleszins in met de opmerking dat “hij het allemaal nog aardig op papier (kon) zetten” (p.100) Er komt zelfs een discussie over auteursrechten aan te pas (p.121).
En dan is er nog iets. Halfweg wist ik nog altijd niet waarvoor hij eigenlijk was veroordeeld. Was ook dat een literaire ingreep of wist Dolores ook nog altijd niet wat voor vlees ze eigenlijk in de kuip had? Dat laatste zou dan toch erg dwaas geweest zijn om zich zo ontwetend in een avontuur te storten!

Ronny De Schepper

(*) Maar het is er wél, zelfs zodanig dat ik zowaar een beetje Belgicist leek te worden: de houding van “in Nederland is alles zoveel beter dan bij die domme Belgen” irriteert me namelijk enorm en ondanks het feit dat justitie toen nog volledig federaal was – en nu ook nog grotendeels – voelde ik me toch ook als Vlaming in het kruis getast. Het is immers heel eenvoudig om die “domme Belgen” te veranderen door “domme Vlamingen”, zeker in de ogen van Nederlanders die altijd de indruk wekken dat België enkel uit Vlaanderen bestaat en dat Wallonië al door Frankrijk is geannexeerd.
(**) Op p.120 haalt hij ook nog Herman Van Veen en Paul Van Vliet door elkaar wat het nummer “Meisjes van dertien” betreft, maar dat kan net zo goed Dolores zelf zijn natuurlijk.

Referenties
Jan Draad, Dolores Thijs aan het lijntje, De Rode Vaan nr.28 van 1982
Ronny De Schepper, De diverse fantasmen van Dolores Thijs, De Rode Vaan nr.50 van 1982

Een gedachte over “De diverse fantasmen van Dolores Thijs

  1. Ik ben Hedwig Saerens, Klei 16, 1745 Opwijk. Ik heb in 1988 HET JAAR NUL gekocht en sinsdien 4 x gelezen. En weet je wat ? NIET TE GELOVEN op 2 augustus 2012 is mijn zoon
    overleden, gestikt onder 5 ton meel in een silo. HIJ (de baas) was niet in orde met de veiligheidsvoorschriften. Ik heb me nog nooit zo verbonden gevoeld als met Dolores, hoe zij haar verdriet en woede beschrijft…Ik probeer haar een e-mail te sturen maar ik woon in BELGIE en mijn computer vertikt het te verzenden… ik zou zo graag eens haar een bericht sturen, zij is de enige die mij kan begrijpen, mijn e-mail adres is hedwig.saerens1@telenet.be
    Ik zal nog proberen haar te bereiken maar voor het ogenblik doe ik veel stommiteiten door de medicatie die ik neem om het voor mij leefbaar te houden, mijn zoon zijn naam is PETER en hij was drieeneenhalf toen hij voor het eerst op zijn korte dikke beentjes… zou Dolores dit lezen…

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s