Een paar weken geleden meldden we reeds dat BRT-regisseur Anton Stevens op het Internationale Televisiefestival van Monte Carlo de grote prijs wegkaapte met een kunstfilm over het « Lam Gods ». Deze film heeft u (hopelijk) gisteren op TV2 gezien. Een tweede deel, over drie andere schilderijen van Jan Van Eyck, komt volgende donderdag 8 maart 1990 op het scherm. En met Anton Stevens zelf kan u hieronder kennismaken…

HET is half één ’s nachts en alles is rustig in de Gentse Sleepstraat. We zitten dan ook niet in het KP-lokaal, maar in een snookerzaal, waar Anton Stevens vrij onlangs het rustgevende effect van zachtjes aantikkende biljartballen heeft ontdekt. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat we het gesprek in het nabijgelegen etablissement « De Grote Avond » zouden voeren, maar teveel Gentenaars hebben ondertussen de weldaden van dit café ontdekt, zodat men zich er onmogelijk verstaanbaar kan maken zonder de stem te verheffen. En z’n stem verheffen, dat is nu juist iets wat Anton Stevens helemaal vreemd is. Deze geboren West-Vlaming (in Beernem om precies te zijn) van vooraan in de veertig spreekt rustig, zalvend bijna, terwijl hij de ene sigaret na de andere opsteekt, maar ondertussen vergeet aan zijn glas te nippen.
CONTROLE
Dat wordt nu zo stilaan acht uur dat we samen onderweg zijn (alleluia!). Eerst hebben we naar de beide documentaires gekeken op een werkband (zelfs met een tijdsbalk voortdurend in beeld en zonder klank was ik behoorlijk onder de indruk van het resultaat) en daarna hebben we in NT2 op de tegenoverliggende Minnemeerskaai een erg ontgoochelende opvoering van twee eenakters van Poesjkin bijgewoond. Typisch voor Anton is allicht dat zijn bewondering het meeste uitging naar de technische aspecten (b.v. het decor van Dagmar Fromme en de lichtregie van Jaak Van de Velde), maar evenzeer typisch is dat hij de acteurs verschoont voor hun matte prestatie. Het is inderdaad juist dat de saaie, ongeïnspireerde regie van de Duitser (eerst Oost, dan West) Gero Troike hun weinig kansen biedt, enkel Eddy Vereycken kan de indruk wekken dat hij een wezen van vlees en bloed uitbeeldt. Niet toevallig vertolkt hij de Mozart-figuur die model heeft gestaan voor de fameuze « Amadeus » van Peter Shaffer.
Deze milde houding ten overstaan van acteurs kwam mij als een verrassing over, niet zozeer omdat Anton een « lastig regisseur om mee te werken » zou zijn (« ze zeggen dat nochtans », lacht hijzelf), maar omdat hij in zijn jongste werkstukken (o.m. de bekroonde Van Eyck-film) zich meer en meer achter de montagetafel verschanst en het werken met acteurs schijnt te vermijden. Dat blijkt echter een vergissing te zijn. « Ik doe beide even graag, » zegt hij. « Ik hou echter wel van afwisseling. En bovendien : ook een film met acteurs wordt voornamelijk op de montagetafel gemaakt! Ik begrijp dan ook niet dat sommige regisseurs de montage uit handen willen geven. Ik wil controle hebben over het hele werkproces. Al van bij het begin, dat wil dus zeggen : ik wil inspraak hebben bij het schrijven van het scenario. Dàt is trouwens de voornaamste reden waarom ik na vijf jaar de Dienst Drama van de BRT heb verlaten om over te stappen naar Kunstzaken. Naast een paar persoonlijke conflicten natuurlijk, waarop ik nu niet wil ingaan, ook al omdat de mensen waarmee ik minder kon opschieten nu toch niet meer op die dienst werken. »
ANDERE MANIER
Inspraak in het scenario van « Van Eyck: het mysterie schoonheid » heeft Anton Stevens zeker gehad, ook al komt het basisidee van de schilder Harold Van de Perre. « Ik ben het niet al tijd volledig met hem eens, maar toch grotendeels, » zegt Anton. « Wat ik vooral bewonder is dat het een heel persoonlijke, heel originele visie is, die hij evenwel niet wil opdringen. En dat hij ze brengt op een niet hermetische manier. Er komt nergens een term in die alleen maar kan verstaan worden door iemand die door en door in de plastische kunst thuis is. Men leert wél op een andere manier naar schilderijen kijken en ik denk dat de meeste mensen daar dan ook iets kunnen van opsteken. »
De samenwerking tussen Stevens en Van de Perre beperkt zich overigens niet tot deze twee films over Jan Van Eyck, er zijn er ook nog telkens twee over Pieter Bruegel en Pieter-Paul Rubens gepland. Van de Perre geeft over deze meesters van de Vlaamse schilderkunst sinds jaar en dag met diamontages geïllustreerde spreekbeurten, maar dat wil zeker niet zeggen dat de inbreng van Stevens er enkel in zou bestaan om deze op beeldband vast te leggen. Integendeel, « het zijn twee totaal verschillende media met eigen wetmatigheden, » merkt Anton terecht op en er kwam dan ook heel wat technische arbeid bij te pas, o.a. met nogal duur materiaal, zoals het werken met ektachromes (een soort reusachtige dia’s) of de fameuze paintbox. Anderzijds heeft Stevens wel het rustige tempo van Van de Perre behouden. Men kan dus zeker niet beweren dat hij een « videoclip » over Jan Van Eyck zou hebben gemaakt. Het is juist deze « andere manier van kijken » in een beeldcultuur die meer en meer door het zappen wordt beheerst die door de internationale jury in Monte Carlo (met o.a. de schrijvers Fernando Arrabal en Jorge Amado en de wondermooie Eve Ruggieri) werd geapprecieerd.
Anton Stevens: Ach, aan dat zappen zullen we wel nooit ontsnappen — en dat rijmt nog ook. Maar die aparte benadering was nodig, want iedereen kent het Lam Gods. Dat heeft op allerlei koekendozen of kalenders gestaan. Daar is dus niks nieuws aan. Maar via het medium televisie kan je daar helemaal anders tegenaan kijken. We maken daarbij uitgebreid gebruik van allerlei trukages, maar bewust vermijden we alle glamour en glitter van de videoclip. Al die technische ingrepen staan immers in een dienende functie ten opzichte van de inhoud. Want dat is nu juist mijn credo — oeioei nu word ik werkelijk wel heel serieus — dat ik probeer eerlijk te blijven tegenover mijn onderwerp, tegenover mijzelf en tegenover mijn publiek. Want dat maakt het juist interessant dat menanders tegenaan kijken. We maken daarbij uitgebreid gebruik van allerlei trukages, maar bewust vermijden we alle glamour en glitter van de videoclip. Al die technische ingrepen staan immers in een dienende funktie ten opzichte van de inhoud. Want dàt is nu juist mijn credo — oeioei nu word ik werkelijk wel heel serieus — dat ik probeer eerlijk te blijven tegenover mijn onderwerp, tegenover mijzelf en tegenover mijn publiek. Want dát maakt het juist interessant : dat men niet enkel naar het programma KIJKT, maar ook dat men ZIET waar men naar kijkt. Vandaar dat we niet het zoveelste verhaaltje over het leven van Jan Van Eyck brengen, maar integendeel intens naar het schilderij kijken, het vergelijken met andere schilderijen van tijdgenoten of uit andere eeuwen en culturen enzovoort.
— De films over Van Eyck waren klaar eind ’89, Bruegel is voorzien voor eind ’90, Rubens voor eind ’91. Moeten we ons dan voorstellen dat het werkelijk telkens een jaar duurt om tweemaal een film van een klein uur klaar te krijgen ?
A.S.:
Natuurlijk. Maar dan moet je er wel álles bijrekenen. Dat wil zeggen : vertrekken van een wit blad papier tot en met het afgewerkte programma. Er komt immers ontzettend veel bij kijken. Er bestaat natuurlijk een tekst van Van de Perre als basismateriaal, maar dat kan enkel maar een vertrekbasis zijn. Je schrijft dan een scenario, waarvoor je al je beelden moet gaan zoeken in musea overal ter wereld bijna. De belastingbetaler mag gerust zijn: we gaan daar niet zelf naartoe (wellicht zouden we die schilderijen trouwens toch niet mogen filmen), maar we laten speciale opnames maken van details die we in de film willen hebben. Dan volgt het monteren, inclusief de muziek die specifiek voor de film wordt opgenomen door de Limburgse groep Capilla Flamenca. Het is weliswaar bestaande muziek (van tijdgenoten van de schilders), maar door sonorisator George De Decker wordt die tot op de seconde juist getimed op het ritme van de film. Dan worden er vier versies gemaakt (Nederlands, Frans, Engels, Duits) met daarnaast nog een ‘internationale’ band, dit wil zeggen een klankband waarop b.v. de Japanners (die de hele reeks hebben aangekocht) de tekst in hun eigen taal kunnen inspreken.
BEWEGENDE BEELDEN
— Over Japanners gesproken, het laatste gedramatiseerde werkstuk van Anton Stevens was een vrije verfilming van de parabel van « De Japanse Steenhouwer », zoals we die in Multatuli’s « Max Havelaar » terugvinden. Het valt op dat, ook als hij met acteurs werkt, Stevens toch meer een lyrisch filmer is dan episch of dramatisch… Zou men kunnen zeggen dat hij een schilder is met bewegende beelden ?
Anton Stevens:
Dat zou ik dan alvast niet als een verwijt beschouwen… Maar ik heb wèl verteld. Ik heb zaken gemaakt als ‘Mur Italien’, dat een puur vertelsel is, of ‘Het huis aan de Sint-Aldegondiskaai’. En dat was het grootste compliment dat ik toen kon krijgen. Ook op de dienst Kunstzaken heb ik trouwens met acteurs gewerkt. Voor ‘Het Rollende Leven’ (over de naturalistische romanschrijver Gustaaf Vermeersch, RDS) heb ik zelfs de prijs van de Radio-en TV-critici gekregen. Maar dat soort docudrama is natuurlijk enorm duur en dat kunnen we ons nu niet meer permitteren. Zo had ik al helemaal het plan uitgewerkt om ‘Là-bas’ van Joris Karl Huysmans te verfilmen, maar dat zou ettelijke miljoenen gekost hebben en dat zat er dus niet meer in.
— Wat de lezers zich wellicht wel het best zullen herinneren, dat is de eerste reeks van « De Collega’s »…
Anton Stevens:
« Ja, maar daar heb ik enkel de beeldregie van gedaan, Jan Matterne zelf stond in voor de acteursregie. Maar ik heb dat heel graag gedaan. Het was hard werken (overdag waren er de opnames — tot twee afleveringen per week ! — en ’s avonds moest ik dan aan mijn beeldregie werken) maar ik heb mij daarmee goed geamuseerd. Al was ik achteraf wel dringend aan rusten toe, dat wel. Maar daar heeft een kijker geen boodschap aan natuurlijk. Het is nu eenmaal geen job die je tussen 9 en 5 doet. Ook deze films, waar we nu mee bezig zijn, dat zijn zaken waarmee je gaat slapen en waarmee je ook weer opstaat. Dat is misschien niet altijd even prettig voor de mensen waarmee ik samenleef, maar dat zijn nu eenmaal de consequenties.
LOST ARC
— Die bezieling voor je onderwerp vind ik zeker terug in documentaires over de graal of over magisch-realistische schrijvers zoals Jean Ray of Hubert Lampo. Is een zekere hang naar mysticisme Anton Stevens soms niet vreemd ? Is hij een « raider of the lost arc »?
A.S.:
Ja, O.K., wat wil je dat ik daarop zeg? Ik heb mij altijd een beetje geïnteresseerd voor paranormale verschijnselen, ja. Zonder daar blind in te geloven voel ik op plaatsen zoals op Malta, waar ik op zoek was naar de Tempeliers, wel bepaalde vibraties. Ik zit daar liever dan in de MacDonalds, om maar iets te zeggen. Maar meer moet je daar ook niet achter zoeken. Van Eyck was trouwens ook een alchemist, maar in het programma hebben we daar niet te veel willen op hameren.
— Ik herinner me in die zin ook eens een boeiend gesprek tussen pot en pint over de Praagse golem
A.S.:
Ik ben altijd bezeten geweest door een ‘Drang nach Osten’. Na mijn studies aan het HRITCS heb ik dan ook een werkbeurs van een jaar aangevraagd in Praag omdat ik daar de ‘Untergang des Abendlandes’ bijna visceraal aanvoelde. En dat heeft mij altijd aangetrokken, zodanig zelfs dat ik daar nog altijd om de twee jaar eens naartoe moet. ’t Wordt nu trouwens ook weer tijd, voel ik.
— Omdat er nu een toneelschrijver aan het hoofd staat die op een autoped door het paleis snort?
A.S.:
In die zin heb ik dat niet bekeken, maar ik vind het wel heel tof. Ik heb Vaclav Havel nooit persoonlijk ontmoet, maar ik heb de meeste van zijn stukken wel gelezen en ik hoop dan ook vooral dat hij nog altijd tijd vindt om te blijven schrijven.

Referentie
Ronny De Schepper, Anton Stevens: “Eerlijk zijn tegenover mijn onderwerp”, De Rode Vaan nr.9 van 2 maart 1990

foto

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s