Uit het Blommenkindersdagboek (32)

Uit het Blommenkindersdagboek (32)

27 februari 1968
Ken afwezig. Naar het Sportpaleis in Antwerpen. Terwijl de bus een half uur (!) vertraging had, schreef Etienne de mop van de dag op zijn naam: toen de lach van agent De Cleen ten hemel steeg, zei hij “er weent iemand”. In het Sportpaleis was alles zeer duur (dit tot spijt van Etienne die zich moest intomen) en we moesten steeds recht staan op het middenplein. Voor de rest: de schilders doen goede zaken bij de Antwerpse meisjes. Red had reeds honger, dadelijk toen hij binnenkwam (ongelooflijk). Peter Post en Rik Van Looy verloren beiden hun dernyreeks tegen Theo Verschueren. Ron Baensch kende Ron Dovan nog en beiden voerden een kort gesprek, waarbij Dovan Baensch vroeg om toch nog te blijven rijden, maar Baensch weerde het lachend af. Rons moeder ging bij de cabine van Van Looy en ook deze kende haar nog (*). Erik en Roger De Vlaeminck reden een ereronde. Om half één ging men naar huis. Veel te vroeg, zeiden de Blommenkinders, maar Rons ouders waren vermoeid door het lange staan. (Erik Westerlinck)
Lees verder “Uit het Blommenkindersdagboek (32)”