Van prinsen en prinsessen tot hasjies en Dario Fo

Er was eens… een tijd dat kinderen nog onmondige wezens waren, kleine potjes met grote oren, kleine volwassenen zonder eigen wereld, zonder eigen bewustzijn. Het was de tijd dat ik mijn eerste seksuele fantasieën kreeg bij het lezen over Roodkapje in het bos, de tijd dat Eric Hulsens met rode oortjes over Hans en Grietje hoorde vertellen, de tijd dat er nog opstellen werden gemaakt over « De Herfst » en niet over « De atoomdreiging in het Westen », de tijd dat een kind nog niet aan zijn ouders vroeg in welke mate de Marxistische leerstellingen van toepassing zijn op « Piet Fluwijn en Bolleke », de tijd dat een baby van acht maanden nog niet rondkroop met een sticker « Atoomenergie ? Nee bedankt » op zijn luier. En toen kwam… Jeugd en Theater, later herdoopt in het Brialmonttheater. Hulsens schrijft ingewikkelde theorieën over hoe moeilijk het is voor een kind om kind te zijn, mijn schedel is gaan kalen onder het probleem volwassen te worden, en jeugdliteratuur behandelt nu de krakersproblematiek, het terrorisme, verkrachting en pedofilie.
Lees verder “Van prinsen en prinsessen tot hasjies en Dario Fo”

De Provence, reisverhalen

06 brantes“Er zijn in de wereld slechts twee aardse paradijzen: de leeszaal van het British Museum en… de Provence,” aldus de Britse schrijver Ford Madox Ford, die lange tijd in de Provence verbleef en dankzij zijn vader Francis Hueffer (F.M.F. is een pseudoniem) zelfs een mondje Provençaals sprak en toegelaten werd tot de Félibrige, het genootschap ter verdediging van deze taal, dat door de dichter Frédéric Mistral (1830-1914) in 1854 was gesticht. Maar niet enkel vader en zoon Hueffer waren weg van de Provence, tal van schrijvers getuigen hieronder over hun liefde voor de enige aards paradijs (buiten het British Museum dus)…
Lees verder “De Provence, reisverhalen”