Vijftig jaar geleden: vier winnaressen van het Eurovisie Songfestival

Vijftig jaar geleden: vier winnaressen van het Eurovisie Songfestival

Het Eurovisiesongfestival 1969 vond plaats in Madrid en kende niet minder dan vier winnaars. Of om nog preciezer te zijn: winnaressen! Van links naar rechts op bovenstaande foto: de Nederlandse Lenny Kuhr met “De troubadour”, de Franse Frida Boccara met “Un jour, un enfant”, de Spaanse Salomé met “Vivo cantando” en de Britse Lulu met “Boom bang-a-bang”.
Lees verder “Vijftig jaar geleden: vier winnaressen van het Eurovisie Songfestival”

Tennessee Ernie Ford (1919-1991)

Tennessee Ernie Ford (1919-1991)

Het is vandaag precies honderd jaar geleden dat de Amerikaanse zanger Tennessee Ernie Ford werd geboren.

Tennessee Ernie Ford werd geboren als Ernest Jennings Ford en werd vooral bekend door zijn coverversie in 1955 van het lied Sixteen Tons. Het nummer werd voor het eerst opgenomen door de Amerikaanse countryzanger Merle Travis in 1946. Het lied staat ook op zijn naam, maar in 1966 claimde de folkzanger George S.Davis dat hij in de jaren dertig het lied had geschreven met als oorspronkelijke titel Nine to Ten Tons. Tennessee Ernie Ford, wiens grootvader en oom in de mijnen hadden gewerkt, nam het nummer in 1955 op zijn repertoire. Fans vroegen hem of hij het ook op de plaat wilde zetten. Op 20 september 1955 nam hij het op, begeleid door een beperkt instrumentarium (fluit, klarinet, basklarinet, trompet, gitaar, piano, vibrafoon en slagwerk). Vooral de klarinet en de basklarinet, die samen na elk refrein de laatste regel naspelen, vallen op. Ford knipte gedurende de hele opname met zijn vingers, wat duidelijk te horen is in het eindresultaat.
Oorspronkelijk maakte Capitol Records, Fords platenmaatschappij, van Sixteen Tons de achterkant, maar al direct was er veel meer vraag naar Sixteen Tons dan naar You Don’t Have to Be a Baby to Cry, de officiële voorkant. Sixteen Tons werd Capitols snelst verkopende plaat ooit; binnen een maand gingen al meer dan een miljoen exemplaren over de toonbank. Uiteindelijk werden het er meer dan 20 miljoen. Het nummer haalde de eerste plaats in de Billboard Hot 100, terwijl You Don’t Have to Be a Baby to Cry niet verder kwam dan een 78e plaats. [Wat ikzelf wel merkwaardig vind voor een hitlijst op basis van verkoopcijfers, aangezien ze beide op één en dezelfde plaat stonden. Misschien werden in die tijd ook nog andere factoren meegeteld zoals airplay of de populariteit op juke-boxen.]
Ook in het Verenigd Koninkrijk bereikte Sixteen Tons de eerste plaats. Bij ons werd het nummer vooral bekend in de versie van Louis Neefs.
In de jaren zestig was Ford de televisiepresentator van het programma College of Musical Knowledge (een soort van Amerikaanse Muziekkampioen) en speelde in de serie I Love Lucy. In 1990 werd hij opgenomen in de Country Music Hall of Fame en in 1994 (als blanke nog opmerkelijker) in de Gospel Music Hall of Fame. (Wikipedia)

Lees verder “Tennessee Ernie Ford (1919-1991)”

“Het luisterlied zal niet meer sterven”

“Het luisterlied zal niet meer sterven”

In 1987 bracht ene Peter Colpaert de elpee “Het luisterlied zal niet meer sterven” uit. Met nummers als “Nu je hemel niet meer blauw is”, “Speen in Spain” en “Van Roodkapje en de boze wolf” bewees hij dat het luisterlied zo dood is als een pier. (*) Want ik wil hier kleinkunst zeer duidelijk afbakenen: het is kleine kunst. Dit houdt geen appreciatie in, maar wel een objectieve beperking. Zeer verdienstelijke mensen als Johan Verminnen of Raymond van het Groenewoud die een heuse popgroep met zich mee zeulen kunnen op die basis niet tot de kleinkunst worden gerekend.

Lees verder ““Het luisterlied zal niet meer sterven””