Jeroen Van Herzeele wordt 55…

Jeroen Van Herzeele wordt 55…

Jeroen Van Herzeele (foto YouTube), zoon van Clee, leerde eerst klassieke saxofoon aan het conservatorium, maar dit vond hij toch niet de juiste methode en daarom studeerde hij verder aan de jazz-studio in Antwerpen. Daar kreeg hij les van Dave Pike, Peter Hertmans en John Ruocco. Momenteel doceert hij aan het conservatorium van Brussel. Van Herzeele speelde met bekende jazzmuzikanten als Toots Thielemans en Philip Catherine, en speelde in een lange lijst van bands zoals Octurn, het Ben Sluijs Quartet, Kris Defoort’s Dreamtime en vele andere. Als bandleider is hij actief met zijn eigen trio en met zijn band Greetings From Mercury. (Wikipedia)

Twintig jaar geleden: cultuur in Gent

Twintig jaar geleden: cultuur in Gent

In de Hotsy Totsy is vanavond een uitstekend saxofonist te gast. Het is de Amerikaan John Ruocco. die echter reeds sinds jaar en dag in België verblijft en dan ook vaak met onze eigen beste jazz-musici optreedt. Vanavond is dit gitarist Peter Hertmans. Contrabassist Sal La Rocca maakt dit elitetrio rond. * Aangezien het nog altijd rustig is wat de programmatie aangaat, besteden we weer even aandacht aan twee nieuwe cd’s, die telkens ook een uitstekende blazer in de kijker plaatsen. Omdat het over klassieke muziek gaat, betreft het hier echter twee hoboïsten. Ze bieden vergelijkingsmateriaal aangezien de hoboconcerten van Carl Philipp Emanuel Bach worden gespeeld door Paul Dombrecht en zijn II Fondamento, die op zogenaamd “historische” instrumenten spelen, terwijl die van Antonio Vivaldi gebracht worden door Joris Van den Hauwe (foto Pinterest) op een moderne hobo. Hij wordt echter begeleid door het Collegium Instrumentale Brugense van Patrick Peire, die eveneens ervaring heeft met de historische uitvoeringspraktijk. Hoe het dilemma oplossen? Koop ze beide. (HLN, 3/3/1998)

“Brussels by night”

We signaleerden het reeds bij ons interview met Marc Didden (*): van zijn film “Brussels by night” is ook een boek verschenen. Wat we echter toen nog niet wisten, dat is dat het hier het originele scenario betrof, dus met « plans » en regie-aanduidingen, en geen herwerking tot een roman. Vooraf vertelt Didden op z’n typische manier (waarvan een afkooksel nu als de « Humo-stijl » wordt omschreven) hoe hij tot het maken van deze film is gekomen. Maar wat hij niet vertelt (en dat had ik toch wel gewild) dat is waarom dit scenario nu wordt uitgegeven. Toch niet om er geld mee te verdienen, zeker ? « Indien u van plan bent dit scenario te lezen, wat ik aanneem, » zo schrijft hij snaaks, « doe het dan asjeblief nadat u de film hebt gezien » en nog : « als u dit boekje alleen gekocht heeft omdat u eigenlijk zelf zin hebt om een scenario te schrijven : schrijf er dan een ! » Met andere woorden, de twee enige bestaansredenen voor dit boekje (uitgeverij Kritak. 71 blz., 180 fr., verkrijgbaar in de VPU-winkel) worden door hemzelf (terecht) van de kaart geveegd.
Maar iets optimistisch om mee te eindigen natuurlijk ! Ik merk dat de film opgedragen werd aan Natalie Wood (en aan Bert Bertrand). Of is dat in de gegeven omstandigheden ook al niet positief ?
Lees verder ““Brussels by night””