Wolfgang Staudte (1906-1984)

Wolfgang Staudte (1906-1984)

Het is vandaag al 35 jaar geleden dat de Duitse regisseur Wolfgang Staudte is overleden. Hij is bij ons vooral bekend door de eerste verfilming van “Ciske de Rat”, naar het bekende boek van Piet Bakker, in 1955, met Dick van der Velde als Ciske, Jenny van Maerlant als “de slechte moeder” en Jan Teurlings als haar minnaar.

Zijn belangrijkste werk kwam tot stand toen hij voor de Defa in de Sovjet-zone van Berlijn films kon produceren. “Die Mörder sind unter uns” was de eerste naoorlogse DEFA-film van Wolfgang Staudte, die was gedebuteerd met “Das Grosse Spiel” van Robert A.Stemmle in 1942. Het is een film over voetbal en het merkwaardigste is dat Wolfgang Staudte er een belangrijke rol in vertolkt. In 1907 geboren had hij nochtans een toneelopleiding gevolgd bij Max Reinhardt en Piscator, waardoor hij als “eerder links” gekend was. Hij was ook te zien in “Das Mädchen Juanita” in 1943. In “Die Mörder” maken we ook kennis met Hildegarde Knef (1925-2002), die tijdens de oorlog nochtans een verhouding had gehad met de getrouwde nazifilmpropagandist Ewald von Demandowasky, een medewerker van Joseph Goebbels.
In 1948 volgt “Die seltsamen Abenteuer des Herrn Fridolin B.” en in 1949 het arbeidersdrama ‘Rotation’ als reactie op het feit dat in het Westen oude nazi’s belangrijke posities kregen. ‘Rotation’ vertelt het verhaal van Hans Behnke die door de komst van de nazi’s weer werk krijgt en zich aanvankelijk vol enthousiasme aansluit bij de NSDAP. Maar als Behnke zich bewust wordt van het onrecht om hem heen, wordt hij actief in het verzet. Zijn eigen zoon, lid van de Hitlerjugend, verraadt hem. Behnke wordt ter dood veroordeeld, maar door de komst van het Rode Leger blijft hij toch nog gespaard.
Ondanks het feit dat Staudte met ‘Rotation’ kritiek leverde op de denazificatiepolitiek in het Westen, werd het in het Oosten steeds moeilijker om kritiek te uiten op het regime. Dit laat zich het best illustreren door de wijze waarop de Oost-Duitse censor ‘Rotation’ behandelde. De scene waarin Hans Behnke en zijn zoon – met wie hij zich inmiddels heeft verzoend – samen het Hitlerjugend-uniform van de jongen verbranden, werd afgekeurd. Beslissend voor de censor waren de woorden van de vader: “En dat was je laatste uniform.” Dit was niet naar de zin van de communistische leiders. De film bleef driekwart jaar op de plank liggen, tot er een compromis kwam: de scène bleef, maar zonder de tekst van de vader.
Willi Forst regisseerde in 1950 “Die Sünderin” met in de hoofdrol opnieuw Hildegarde Knef, die hierna zou uitwijken naar Hollywood waar ze als Hildegarde Neff (een naam waaraan ze een hekel had) te zien was in films als “Decision before dawn” (1951) en “The snows of Kilimanjaro” (1952). “Die Sünderin” werd aangekondigd met de volgende slagzin: “Mit Schlägereien, Tumulten und Verboten, mit Sinkbomben, Polizei und Tränengas versuchten Gegner, die Aufführung dieses Filmes zu verhindern. So wurde ‘Die Sünderin’ zum grössten deutschen Skandal-Film!”
In 1953 draait Staudte nog “Der Untertan”, maar de regie van “Mutter Courage” wordt hem door Helen Weigel uit handen genomen. Hij vestigt zich dan in West-Berlijn, waar hij in 1956 nog “Rose Berndt” en in 1959 “Kirmes” draait.
Voor de Gentse filmcriticus Daisne bestonden er een handvol perfecte meesterwerken van films. Eén daarvan was ‘Wälsungenblut’ van Rolf Thiele uit 1965. Michel Apers: “Het is een incest-verhaal, maar Daisne schreef pagina’s lyrische volzinnen over de aristocratische, absolute liefde die hij in die film vond. Dat het om incest ging was niet belangrijk, want het ging om iets Hogers.”
In de jaren zeventig stapte Staudte over op televisieseries zoals Der Kommissar en Tatort.

Lees verder “Wolfgang Staudte (1906-1984)”

De Duitse fictiefilm onder het nazisme

In 1931 was er nog een Duitse film die ophef maakte: “Mädchen in Uniform” van Leontine Sagan naar het toneelstuk “Gestern und Heute” van Carla Winsloe. Daarin werd de Pruisische tucht aangeklaagd in een adellijk instituut voor jonge meisjes. Het SM-aspect van de fysieke straffen en de “speciale vriendschappen” tussen leraressen en leerlingen en leerlingen onderling werden hierin niet beklemtoond, maar de film werd wél verboden omwille van het “anti-militarisme”.
Hertha Thiele (1912-1984) draait nog “Kuhle Wampe” naar een scenario van Bertolt Brecht met muziek van Hans Eisler en met Ernst Busch, die hierin het “Solidaritätslied” zingt. Ze kan nog één communistische film draaien met de toepasselijke titel “Kleiner Mann was nun?”, want daarna zijn de fascisten aan de macht en verlaten zijzelf en de meeste van haar medewerkers het land.
Vanaf 1933 kwam de filmindustrie net zoals alle andere kunstvormen onder directe controle te staan van de Nazi’s. Vanaf toen waren enkel de leden van de Reichsfilmkammer gemachtigd om films te maken. Ook UFA wordt ondubbelzinnig fascistisch: Erich Pommer wordt de laan uitgestuurd. Fritz Hippler werd hoofd van de filmafdeling. De censuur die reeds bestond tijdens de Weimarrepubliek werd gevoelig uitgebreid. Veel Duits talent verliet bijgevolg het moederland en vertrok richting Hollywood. Dit was zo met Conrad Veidt, Peter Lorre, Billy Wilder, Elisabeth Berger, Lilian Harvey, Lucie Mannheim, Werner Richard Heymann, Felix Bressart, Douglas Sirk, Otto Preminger, Fred Zinnemann, Fritz Lang, Marlene Dietrich, Dolly Haas (1910-1994), Anton Walbrook, Robert Siodmak, Fritz Kortner (de auteur van “The strange death of Adolf Hitler”, 1947), Ludwig Donath, Brigitte Helm, Sig Arno, Kurt Weill, Bertolt Brecht, Friedrich Hollaender, Mischa Spoliansky, Roda Roda, Walter Mehring, violiste Erica Morini, Albert Basserman en zijn vrouw Elsa Schiff.
Lees verder “De Duitse fictiefilm onder het nazisme”