Het hoekje van Opa Adhemar (64)

Het hoekje van Opa Adhemar (64)

Met levende fauna in mijn onmiddellijke nabijheid bezit ik niet zo’n dwingende band. Niet meer sedert lang. Ooit huisde er in mijn onmiddellijke omgeving een varken. Ondanks de totaal ongeschikte behuizing van het gezin van mijn ouders, ik was vijf jaar denk ik, het betrof een nieuw gebouwd rijtjeshuis, hadden ze het onzalige idee zo’n spek- en worstenleverancier op te kweken op hun terrein. Mijn herinnering eraan is nihil. Verdrongen? Schaamte? Angst? Dat beest diende dag na dag, uur na uur, centimeter per centimeter ronder te worden en zat daartoe zijn leven uit te zitten in wat bedoeld was als een bezemhok, etend, slobberend. Toen hem op het voor hem zeer ongeschikte moment euthanasie opgedrongen werd door een daartoe ter hulp geroepen deskundige beul trok de ganse familie zich wenend terug; ‘varken wordt huisvriend’, melodrama in één bedrijf. Ze hebben niet één kotelet, niet één worst, niet één schelletje ham van hem geconsumeerd. Ze waren vleeseters, geen kannibalen.

Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (64)”

Het hoekje van Opa Adhemar (15)

Het hoekje van Opa Adhemar (15)

Een aantal jaren conservatoria en het RITCS, maar denkt u niet dat ik ondertussen verder stil zat. Hoewel dat officieel wel de bedoeling was want in geen van deze instituten werd het geapprecieerd dat je nog aan de gang bleef buiten hun muren. En ik deed niks anders. In de toneelclub van het genoemde jeugdcentrum, het cabaret Napkin, het STOKteater. Maar ook Sint-Genesius rook lont. Hoe of wat? Geen idee. In ieder geval hadden ze het plan opgevat enkele eenakters te programmeren en mij de regie van één ervan toe te vertrouwen. Tegen betaling nog wel. Ongehoord en ongezien. Bovendien mocht ik zelf de keuze maken. Het werd iets van Tennessee Williams. Het werd ‘The case of the crushed petunias’. Met een, voor het gezelschap en voor onze stad tamelijk revolutionaire regie.
Lees verder “Het hoekje van Opa Adhemar (15)”