Mathieu van der Poel wint zijn eerste Wereldbeker mountainbike

Mathieu van der Poel wint zijn eerste Wereldbeker mountainbike

Mathieu van der Poel (foto Erik Westerlinck) heeft zijn rentrée in het mountainbiken niet gemist. Veertien dagen geleden won hij alle ritten van de vierdaagse Belgium Mountainbike Challenge en dus uiteraard ook de eindstand, maar het dient gezegd: de tegenstand was wel tamelijk zwak. Vorige week heeft hij echter ook aan de top zijn visitekaartje afgegeven: vrijdagavond heeft hij in het Duitse Albstadt de zogenaamde shorttrack-race gewonnen, de proloog waarin de startplekken voor de wedstrijd op zondag worden verdeeld. Op een verkort, snel rondje liet hij Europees kampioen Lars Forster en wereldkampioen Nino Schurter op spectaculaire wijze achter zich. In de eigenlijke race werd hij tweede na Mathias Flückiger. En nu heeft hij Nove Mesto (Tsjechië) ook alweer de proloog gewonnen, maar als klap op de vuurpijl heeft hij ook zijn eerste overwinning in een Wereldbekerwedstrijd binnen gehaald door wereldkampioen Schurter achter te laten in het zicht van de aankomst.

Zoals ik al vreesde, is de Wikipedia-pagina van Mathieu van der Poel (Kapellen, 19 januari 1995) veel te lang. In 2015 werd hij in het Tsjechische Tábor de jongste wereldkampioen veldrijden ooit bij de elite. In datzelfde Tábor won hij in 2017 het Europees kampioenschap veldrijden. Daarnaast werd hij vier keer Nederlands kampioen veldrijden, één keer Nederlands kampioen op de weg en één keer Nederlands kampioen mountainbiken. In 2018 werd hij, als eerste ooit, Nederlands kampioen in al deze drie wielerdisciplines.
N.a.v. het EK mountainbiken vroeg ik me nog af: “Wat scheelt er toch met Mathieu van der Poel?” en dat omwille van het feit dat de zoon van Adri, kleinzoon van Poupou en jongere broer van David, zowat alles wint wat er te winnen valt, behalve als het er ECHT toe doet, dan is hij nergens. Kort daarna antwoordde Mathieu al met de pedalen: na een prachtige tweede plaats in het EK op de weg (na Matteo Trentin, maar vóór Wout Van Aert), heeft ook op overtuigende wijze de eerste rit van de Arctic Race of Norway gewonnen. Het was een aankomst op een klimmetje en dan staat er geen maat op Mathieu, al dient te worden toegegeven dat, toen hij ingesloten kwam te zitten, hij zich op een nogal ongelukkige manier heeft vrij gemaakt, waardoor enkele renners ten val kwamen. De organisatoren waren echter (terecht) veel te gelukkig met een dergelijke winnaar om zelfs nog maar aan deklassering te denken!
Daarna heeft hij ook de slotrit in de Arctic Tour of Norway gewonnen, nadat hij een dag eerder al tweede was geëindigd na zijn ontsnapte ploegmaat Adam Toupalik. De hele Corendon Circus dient trouwens in de lof te worden betrokken. Alleen maar jammer dat ze in de enige bergrit in deze ronde allemaal (Mathieu incluis) werden weggereden, zodat een eindzege er niet inzat.
Na zijn brons op het wereldkampioenschap mountainbike in het Zwitserse Lenzerheide wilde Mathieu meteen doorgaan, maar zijn entourage kon hem overhalen om de wereldbekercrossen in de VS aan hem te laten voorbijgaan. Bij zijn wederoptreden in Meulebeke mocht hij al meteen weer met de zegebloemen zwaaien. Nadat hij in Meulebeke zijn eerste veldrit had gereden en meteen ook gewonnen, heeft Mathieu van der Poel daarna op de Hotond in Ronse ook de Grote Prijs Mario De Clercq binnen gehaald.
Een dag na zijn zware val in Lokeren heeft Mathieu van der Poel vriend en vijand weggeblazen in de Superprestige-opener van Gieten. Wout van Aert moest voor de zesde keer dit seizoen vrede nemen met de tweede plaats. Hij eindigde nog op dertig seconden, de andere deelnemers werden op anderhalve minuut gezet en meer. Een dikke enkel liet in Lokeren een sliert alarmbellen afgaan in het kamp-Mathieu van der Poel. De Nederlander had in Lokeren een verrekking opgelopen in de ligamenten van zijn rechterenkel. “Zal Van der Poel starten in Gieten?”, was dan ook de grote vraag. Na een geslaagde test op het parcours gaf Van der Poel zichzelf echter groen licht met het gekende gevolg.
Een week later heeft Mathieu van der Poel met sprekend gemak de SP-cross in Boom gewonnen. Hij liet de tegenstand ter plaatste in de vierde ronde en hield de voorsprong daarna perfect onder controle. Wout van Aert reed niet mee.
Mathieu van der Poel (Corendon-Circus) heeft daarna in het Zwitserse Bern de derde manche in de Wereldbeker gewonnen. De 23-jarige Nederlander soleerde nog voor halfcross. Wout van Aert finishte als tweede op acht seconden. Toon Aerts werd derde en blijft leider in de wereldbekerstand. Na de Berencross in Meulebeke, de GP Mario De Clercq in Ronse, de Superprestigecrossen in Gieten en Boom is dit dus de vijfde zege van het seizoen voor Van der Poel, de eerste in de Wereldbeker. De eerste manches in Waterloo en Iowa, die Aerts won, liet van der Poel aan zich voorbijgaan.
Daarna heeft Mathieu met sprekend gemak de veldrit in Ruddervoorde gewonnen. De Nederlander boekte zo zijn derde zege op rij in de Superprestige. Wout van Aert werd tweede op ruime afstand, Toon Aerts vervolledigde het podium.
Vervolgens heeft Mathieu net als vorig jaar het EK veldrijden gewonnen. De Nederlander nam in Rosmalen na zijn offday op de Koppenberg klinkende revanche en ondanks een goede start van de Vlamingen was de strijd al na twee ronden beslecht. Van der Poel maakte er een ware onemanshow van, wereldkampioen Wout van Aert was weliswaar (veel) sterker dan de rest van het pak maar moest zich tevredenstellen met de tweede plek op ruime afstand van Van der Poel, Laurens Sweeck pakte het brons.
Geen wereldkampioen Wout van Aert op de Jaarmarktcross in Niel. En dus waren alle ogen gericht op kersvers Europees kampioen Mathieu van der Poel, die na zijn offday op de Koppenberg een achterstand van vier minuten goed te maken had op Toon Aerts in het DVV Verzekeringen Trofee-klassement. De Europese kampioen zegevierde zonder noemenswaardige problemen, maar klassementsleider Toon Aerts deed het opnieuw erg goed gaf aan de finish maar een handvol seconden toe op de Nederlander. Laurens Sweeck mocht als derde man het podium op.
Een dag later pakte Mathieu van der Poel in de Telenet Superprestige van Gavere uit van start tot finish. Toon Aerts was opnieuw een knappe tweede, Wout van Aert werd derde. De rest, aangevoerd door de jonge Thomas Pidcock, volgde op ruime afstand.
Een week later pakte Mathieu van der Poel in Tabor alweer op imponerende wijze zijn tiende zege van de winter. ’s Anderendaags heeft hij in Hamme de derde manche van de DVV Verzekeringen Trofee gewonnen. Deze keer nam hij uitzonderlijk zijn ploegmaat Tom Meeusen acht ronden op sleeptouw. Met de aankomst in zicht ging hij er dan toch alleen van door omdat hij zoveel voorsprong had verworven dat, ondanks het debacle van de Koppenberg, een eindzege in deze trofee, die volgens tijd wordt betwist, toch opnieuw binnen bereik is gekomen.
Een week later soleerde hij in de nieuwe Ambiancecross in Wachtebeke probleemloos naar zijn twaalfde zege van het seizoen. ’s Anderendaags pakte hij in het zand van Koksijde andermaal uit met zijn handelsmerk: razendsnel van start gaan: na amper vier minuten was de Europese kampioen reeds vertrokken. “Hij rijdt door het zand, alsof er geen zand is. Ik zag het al tijdens zijn opwarming. Hij springt gewoon van gleuf naar gleuf. Fenomenaal. Nooit gezien”, aldus zevenvoudig winnaar Sven Nys bij Sporza.
En wie gehoopt had dat de winterstages voor extra spanning zouden zorgen in het veldrijden, is een illusie armer. Mathieu van der Poel was ook in de Scheldecross op de Antwerpse Linkeroever een klasse te sterk voor de tegenstand: de Nederlander won met een minuut (!) voorsprong op Wout van Aert. Toon Aerts werd derde en blijft leider in de DVV-Trofee maar ziet Van der Poel zijn achterstand nagenoeg halveren.
De dag nadien duurde het precies drie minuten en 35 seconden vooraleer Mathieu van der Poel de anderen ter plekke liet en fluitend naar zijn vijfde zege in vijf Superprestigemanches fietste. Wout van Aert finishte nogmaals als tweede en Toon Aerts als derde.
Een week later heeft hij in Sint-Niklaas de derde manche van de Soudal Classics gewonnen, ’s anderendaags gevolgd door de wereldbekerwedstrijd in Namen. Eigenlijk was er in Namen meer strijd nà de wedstrijd dan tijdens. Dat had namelijk te maken met de “cooling down” van Wout Van Aert, die alweer eens tweede was geworden. Het zit namelijk zo: al sinds Wachtebeke rijdt de wereldkampioen na een cross uit op de rollen. En dat werkt de tegenstanders op de zenuwen omdat ze langer moeten wachten op het begin van de ceremonie. “Het was al een paar keer dat we écht moesten wachten”, aldus Van der Poel. De Française Christelle Reille, werkzaam bij de Internationale Wielerunie (UCI), duwde dan ook op de timer op het moment dat Mathieu van der Poel en Toon Aerts (alweer derde) zich begonnen schoon te wrijven voor de ceremonie. “Het is me deze week gezegd dat ik tien minuten kreeg”, zei een pissige Van Aert. ’s Anderendaags verontschuldigde hij zich al, omdat hij wellicht inzag dat een podiumceremonie bij het veldrijden toch wel uitzonderlijk is. Dit jaar hebben we (“dankzij” de opwarming van de aarde) gelukkig bijna altijd met milde temperaturen te maken gehad, maar ik herinner mij uit het verleden podia met Marc Janssens of Erwin Vervecken, waarbij de gevierde renner stond te bibberen van de kou!
Twee dagen later heeft Mathieu Van der Poel in Heusden-Zolder de zevende manche van de Wereldbeker naar zijn hand gezet, waarna hij in Loenhout zijn zegeteller op 19 heeft gezet.
Daarna heeft hij ook de Superprestigemanche in Diegem gewonnen. De Nederlander kwam iets voor halverwege ten val na een botsing met een steward terwijl hij aan de leiding reed, maar kon desondanks toch opnieuw wegrijden van de concurrentie. Michael Vanthourenhout werd tweede, de laatste podiumplaats was voor Toon Aerts. Voor Van der Poel was het zijn twintigste zege van het jaar.
Daarna heeft Mathieu het nieuwe jaar ingezet zoals hij het oude heeft afgesloten: met een zege. Van der Poel reed geen vlekkeloze cross op het parcours van Sven Nys in Baal (Thibau Nys deed daar b.v. iets wat we Mathieu nog niet hebben zien doen), maar had aan de finish toch genoeg voorsprong om Toon Aerts te onttronen als leider in de DVV-trofee.
Een week later was hij, na een dag eerder in Gullegem, ook tussen de universitaire gebouwen van de VUB en ULB weer outstanding en won met overmacht. Toon Aerts werd tweede, Michael Vanthourenhout mocht als derde man mee op het podium. Wout van Aert van zijn kant zat in Frankrijk (waar hij won).
Vervolgens heeft hij in het Nederlandse Huijbergen zijn nationale titel in het veldrijden verlengd. De renner van Beobank-Corendon reed al vroeg in de wedstrijd weg van de concurrentie en soleerde vervolgens oppermachtig naar zijn vijfde Nederlandse titel. De strijd voor het zilver was een pak spannender, Lars van der Haar haalde het uiteindelijk van ploegmaat Corné van Kessel.
’s Anderendaags heeft Mathieu de veldrit in Otegem, waarin de nieuwe kampioenen traditioneel hun trui komen showen, gewonnen. Wout Van Aert bleef langer dan gewoonlijk bij hem in de buurt maar moest uiteindelijk toch het hoofd buigen. Kersvers kampioen Toon Aerts werd na een kort nachtje toch nog derde.
Daarna heeft Mathieu de laatste Wereldbekermanche in Hoogerheide gewonnen. De Nederlander kende een moeilijk moment halfweg en moest zelfs even Toon Aerts laten rijden, maar in de tweede helft van de cross hervond hij zijn oude vorm en soleerde naar de zege.
Dit geweldige seizoen vond dan eindelijk toch zijn bekroning in het Deense Bogense, waar hij voor de tweede keer de wereldtitel veldrijden bij de profs pakte. Daarna heeft hij de Brico Cross in Maldegem gewonnen en pakte hij de eindzege in de DVV Verzekeringen Trofee door de Krawatencross in Lille te winnen. Vervolgens won hij in Hoogstraten en een week later in de Noordzeecross in Middelkerke en werd zo de tweede renner ooit (na Sven Nys) die in één seizoen alle wedstrijden van de Superprestige heeft gewonnen. Van der Poel is vanzelfsprekend ook eindwinnaar van het oudste regelmatigheidscriterium in het veldrijden en dat voor de vierde keer in vijf jaar en de derde keer op rij.
’s Anderendaags was hij ook in zijn laatste veldrit van het seizoen onklopbaar. In Hulst rekende hij halfweg af met toptalent Tom Pidcock. ’s Ochtends hadden Mathieu en Tom nog samen het populaire online-game Fortnite gespeeld (en gewonnen), enkele uren later speelden ze samen tussen de vestingen van Hulst (in Zeeland). Pidcock ging als een wervelwind van start gegaan, waarna Mathieu hem bij haalde en hem enkele ronden masterclass gaf. Aan de meet werd Pidcock nog voorbij gestoken door een sterk terugkomende Lars Van der Haar.
Daarna sprintte Mathieu in de openingsrit van de Ronde van Antalya meteen naar de overwinning vóór de nobele onbekenden Dusan Rajovic en Bas van der Kooij. “Toegegeven, het zijn niet de grootste namen. Maar die renners deden er toch alles aan om hier te winnen. De ploeg heeft de hele dag perfect gecontroleerd en op het einde had ik ook nog twee man van de vijf die de sprint perfect inleidden. Dat ik mijn eerste wegwedstrijd ook meteen win is sowieso goed voor het vertrouwen. De eindzege? We zeiden vooraf dat we vooral een rit wilden winnen. Dat is nu gelukt. Afwachten wat de komende dagen zal brengen, maar ik denk dat de derde rit met de aankomst bergop te zwaar zal zijn.” En gelijk had-ie. In de einduitslag werd hij 63ste op bijna vier minuten van de Poolse winnaar Szymon Rekita.
Daarna heeft hij op een indrukwekkende wijze de Grand Prix de Denain gewonnen. De Nederlandse kampioen van Corendon-Circus werd enkele dagen eerder nog in een ambulance afgevoerd na een spectaculaire val in Nokere Koerse en er werd gevreesd voor het einde van zijn voorjaar, maar nog geen vier dagen later won hij solo de Franse kasseienkoers. Met drie goed geplaatste aanvallen op kasseistroken wist hij zijn concurrenten af te troeven.
In Dwars door Vlaanderen nam hij al op meer dan zestig kilometer van de finish het initiatief. Vanuit het peloton kwamen van de grote namen enkel Tiesj Benoot en Bob Jungels nog vooraan aansluiten. Uiteindelijk zouden vijf vluchters onderling uitmaken voor wie de winst zou zijn: Van der Poel haalde het voor Anthony Turgis en Bob Jungels.
Daarna heeft hij de eerste etappe in het Circuit de la Sarthe op zijn naam geschreven. De Nederlandse kampioen haalde het in een massaspurt voor onze landgenoot Boris Vallée (Wanty-Gobert) en de Fransman Bryan Coquard (Vital Concept). In het eindklassement eindigde Van der Poel tiende, op 1’20” van winnaar Alexis Gougeard. Bij het begin van dit seizoen had Mathieu gezegd dat de Brabantse Pijl de klassieker was die het meest in zijn bereik lag. En hij heeft woord gehouden, na twee eervolle vierde plaatsen in Gent-Wevelgem en de Ronde van Vlaanderen, heeft hij de kroon op het werk geplaatst door een elitegroepje bestaande uit Julian Alaphilippe, Tim Wellens en Michael Matthews te kloppen in de sprint. Maar de hoofdvogel moest nog komen: een paar dagen later heeft hij de Amstel Gold Race gewonnen. Dat is op zich reeds een formidabele prestatie, maar de manier waarop… Ik kijk nu al zestig jaar naar de koers, MAAR DIT HAD IK NOG NOOIT GEZIEN!!!

Dertig jaar geleden: rijden of ploeteren?

Dertig jaar geleden: rijden of ploeteren?

Volgend weekend worden in het Deense Bogense de wereldkampioenschappen veldrijden betwist. Dertig jaar geleden was dat niet anders, zij het dat ze toen plaats hadden in Pontchâteau, waar vorige week nog de wereldbeker werd betwist. In de sportrubriek van De Rode Vaan gaf ik een vooruitblik onder de titel “rijden of ploeteren?” Zo zie je maar weer dat de discussie over de staat van de omlopen bij het veldrijden van alle tijden is…
Zondag worden in het Franse Pontchâteau de wereldkampioenschappen veldrijden betwist. Traditiegetrouw (voor Frankrijk) wordt een erg berijdbare omloop in het vooruitzicht gesteld. Aangezien vorig jaar reeds drie wegrenners op het ereschavot mochten plaatsnemen (Pascal Richard, Adri Van der Poel en Beat Breu), staat het uitstippelen van een veldritparcours dan ook meer en meer ter discussie. Hier te lande stelde de BWB een commissie samen, waarin men water en vuur probeerde te verzoenen : « krachtpatsers » Albert Van Damme en Bert Vermeire moesten samen met « acrobaat » Erik De Vlaeminck de omlopen keuren. Zelfs een klein kind kon voorspellen dat dit op herrie zou uitdraaien. Het conflict kende zijn hoogtepunt n.a.v. de Belgische titelstrijd in Bioul, waar met Roland Liboton (foto) ondanks de modderpoel toch de beste veldrijder won. Is dit nu koren op de molen van de « modderploeteraars » ?

Net zoals bij het wielrennen op de weg is België zijn dominantie in het veld reeds lang kwijt. Op het jaarlijkse internationale titeltreffen wordt ons land sedert enkele jaren steevast in de hoek gedrumd door Zwitserland (bij de profs) en door Tsjechoslovakije (bij de amateurs), terwijl in de Super Prestige-wedstrijden het onze noorderburen zijn die de plak zwaaien. Toch bezitten wij nog altijd wellicht de intrinsiek beste veldrijder, Roland Liboton. Dat is ongetwijfeld in tegenspraak mei zijn uitslagen (ondanks het record dat hij vestigde met zijn tiende Belgische titel op rij), maar het beantwoordt veeleer aan het beeld dat wij ons vormen van « de » veldrijder: een compleet atleet, dus zeker een getraind loper maar meer nog een sterk wielrenner, daarnaast begiftigd met een flinke dosis techniek en acrobatie. Juist wegens dat evenwicht zouden wij aan Roel de voorkeur geven boven Hennie Stamsnijder en Adri Van der Poel, die elk op hun manier toch een klein beetje naar één van de twee uitersten overhellen.
Maar zoals gezegd, daarmee schuiven wij Liboton nog niet als voornaamste titelkandidaat vooruit voor zondag. Daarvoor komt Adri Van der Poel nog het meest in aanmerking, al werd hij vorige zondag in Wetzikon verslagen door een opnieuw sterk op dreef zijnde Hennie Stamsnijder. In Pontcháteau dient er echter veel geklommen (op de fiets wel te verstaan) en dat zou wel eens het verschil tussen beide Nederlanders kunnen maken. Anderzijds mogen we veronderstellen dat het toch nog genoeg veldrit zal zijn, opdat de Franse wegrenners Lavainne, Arnould en de gebroeders Madiot te kort zouden schieten.
Indien dit niet het geval zou zijn, dan zouden de « ploeteraars » (de supporters noemen hen « krachtpatsers ») misschien weer wind in de zeilen krijgen. Maar niet door Bioul. Daar kende de moreel onberekenbare Liboton immers gewoon weer eens een uitzonderlijk dagje en dan rijdt (of « loopt » desnoods) hij iedereen naar huis. Voor hetzelfde geld laat hij het echter afweten en spreekt banbliksems uit over de omloop. Hij had dit trouwens vooraf nu ook gedaan. En terecht. Het refreintje is reeds zo goed gekend dat we ons afvragen of het nog wel zin heeft het nog eens op te dreunen: de toewijzingscommissie die in de zomer, als alles droog ligt, vlug even komt kijken om daarna de beentjes onder tafel te strekken; het afwezig zijn van een alternatief parcours ingeval van slechte weersomstandigheden; meerdere wedstrijden op één dag zodat de eventueel toch nog berijdbare stukken volledig « omgeploegd » zijn als de profs aan de beurt zijn enz.
Het is dan ook een uitstekend idee geweest van de BWB om een paar legendarische veldrijders uit te nodigen samen in een keuringscommissie te stappen. Alleen getuigde het niet erg van grote moed om beide extremen, zeg maar Erik De Vlaeminck en Albert Van Damme, te proberen verzoenen. Men had beter een resolute keuze gemaakt en het spreekt vanzelf dat wij dan — met alle respect voor grote kampioenen als Albert Van Damme of Bert Vermeire — de mening van Erik De Vlaeminck bijtreden. Cyclo-cross is nog altijd een onderdeel van de wielersporten niet van de atletiek, zelfs al stelt Fred Vandervennet (vroeger marathonloper en nu « physical coach » van de wielerploeg Sigma) dat het lopen met een fiets zo een specifieke discipline is dat « Hennie Stamsnijder Vincent Rousseau zou voorbijlopen ». Dit kan misschien wel zijn, maar dat geldt dan voor lopen met eender welke last op de schouders en is bijgevolg geen argument om teveel lopen bij cyclo-cross goed te praten. Of zoals iemand anders het uitdrukte : zou men zich kunnen voorstellen dat Eric Geboers de helft van het circuit zijn machine zou moeten voortduwen omdat de omloop niet berijdbaar is?
Vandervennet is ook slechts in bescheiden mate er voorstander van dat veldrijders hun seizoen op de weg zouden voorbereiden. Bovendien beveelt hij dan nog wel het gebruik van hun crossfiets aan (gehoord, Liboton ?), omdat door de verschillende houding bepaalde spieren anders werken. Anderzijds vindt hij uiteraard wel dat de basisconditie tijdens de zomer dient te worden onderhouden en wijst hij juist daarom met een beschuldigende vinger in de richting van Liboton (ze zijn streekgenoten). Een stapje verder gaande voegt hij eraan toe dat een goede middenmoter op de weg misschien meer kans maakt in het veld — wat ons inziens dan weer in tegenspraak is met de door hemzelf geprezen « specificiteit » van het veldrijden, maar wie zijn wij om de woorden van een specialist in twijfel te trekken.
Alleszins zouden wij precies omwille van dat specifieke karakter niet graag zien dat een « zuivere » wegrenner in Pontchâteau zou zegevieren. Zowel in Frankrijk (Système U tegen Toshiba) als in België (Liboton en Messelis bij ADR tegen De Brauwer en Danny De Bie bij SEFB) hebben wij dit jaar kunnen vaststellen dat de ploegentaktiek ook in het veld een rol is beginnen spelen. Als de sponsors trouwens net zoals wij om minder slijk vragen, is dat niet om sportieve redenen, maar wel opdat men de publiciteit op de truien beter zou kunnen lezen… Nu, voor dat soort invloeden uit de wegwielrennerij bedanken we uiteraard. De dégoutante nummertjes die regerend wereldkampioen Pascal Richard dit seizoen heeft opgevoerd (take the money and run) mogen niet voor herhaling vatbaar zijn.
Nee, een omloop die een specifieke veldrijder bekroont, dat is het beste argument tegen de moddercrossen hier te lande. Dus geen gebuisde wegrenner — en uiteraard zeker geen gebuisde veldloper, waarvoor men in Frankrijk echter geen schrik hoeft te hebben. Waarom zou b.v. een Danny De Bie niet eens voor een verrassing kunnen zorgen ? Terwijl bij de liefhebbers de West-Duitser Mike Kluge precies op tijd in vorm is. Want dat is dan weer een ander aspect : de drie ereplaatsen voor wegrenners waren vorig jaar zeker niet aan het parcours te wijden, maar veel meer aan het feit dat zij volop aan het pieken waren naar hun vorm voor het wegseizoen, terwijl de « echte » veldrijders hun kruit reeds hadden verschoten in de lucratieve SP-crossen. Een probleem waarmee Roland Liboton in het verleden ook steeds heeft af te rekenen gehad. Dit jaar kwam hij er echter niet aan te pas. Wordt juist dit falen nu zijn sterkste troef?

Lees verder “Dertig jaar geleden: rijden of ploeteren?”

Raymond Poulidor wordt tachtig…

Raymond Poulidor wordt tachtig…

Raymond Poulidor is wellicht de populairste Franse wielrenner aller tijden. Dat werd hij mede door zijn underdog-positie ten opzichte van Jacques Anquetil, die hem vijf maal te vlug af was in de Ronde van Frankrijk. Niet dat ze daardoor ook vijanden waren in het dagelijkse leven. Integendeel. Toen bij Anquetil kanker werd vastgesteld, belde hij Poulidor op om hem te melden “dat hij wéér tweede zou worden”. Gevoel voor (zwarte) humor had hij dus wel, maître Anquetil.b.v.
Lees verder “Raymond Poulidor wordt tachtig…”

Marc Dierickx wordt zestig…

40 marc dierickxMarc Dierickx, de voormalige profwielrenner uit Temse, viert vandaag zijn zestigste verjaardag. Marc Dierickx heeft bijna zijn hele carrière in dienst gereden van Adri Van der Poel. Ook na zijn actieve loopbaan bleef hij de familie Van der Poel bijstaan in het uitbouwen van een veldrit-dynastie. Hijzelf werd, ondanks het feit dat hij zelf nooit aan veldrijden heeft gedaan, trouwens een veel gevraagd parcoursbouwer.
Lees verder “Marc Dierickx wordt zestig…”