125 jaar geleden: Josef Fischer wint eerste Parijs-Roubaix

125 jaar geleden: Josef Fischer wint eerste Parijs-Roubaix

Op 19 april 1896 won de Duitser Josef Fischer de eerste editie van Parijs-Roubaix, die werd georganiseerd door de textielfabrikanten Theo Vienne en Maurice Perez. Sindsdien wordt dit “monument” onder de klassiekers elk voorjaar verreden (tenzij corona roet in het eten gooit natuurlijk) in het noorden van Frankrijk, precies een week na de Ronde van Vlaanderen. De wedstrijd staat bekend als De Hel van het Noorden (L’Enfer du Nord), omdat een belangrijk deel van de koers wordt verreden over de kasseistroken die karakteristiek zijn voor dit gebied. De omschrijving “Hel van het Noorden” werd het eerst in 1919 gebruikt door een journalist die de eerste editie na de Eerste Wereldoorlog volgde en diep onder de indruk was van de oorlogsverwoestingen in Noord-Frankrijk. Afhankelijk van de weersomstandigheden zijn deze stroken ofwel droog en stoffig, ofwel nat en uiterst modderig en glad. In de eerste edities werd er gebruikgemaakt van gangmakers (à la Bordeaux-Parijs), aanvankelijk met auto’s en motoren, vanaf 1901 alleen nog met fietsen. Vanaf 1908 werden de renners tot Beauvais gegangmaakt, na 1910 kwam dit te vervallen. Tegenwoordig is de organisatie van de wedstrijd in handen van de Société du Tour de France (A.S.O.: Amaury Sport Organisation), die ook de Ronde van Frankrijk organiseert. (Wikipedia)

Lees verder “125 jaar geleden: Josef Fischer wint eerste Parijs-Roubaix”

Mathieu van der Poel wint thriller in de Tirreno

Mathieu van der Poel wint thriller in de Tirreno

In de Tirreno schudde Mathieu van der Poel (bovenstaande foto Axel VH, onderstaande foto Erik Westerlinck) een kunststukje uit zijn mouw. De Nederlander van Alpecin-Fenix dynamiteerde de etappe over de “muurtjes” al op 65 kilometer van de streep. “Het was op dat moment verschrikkelijk koud. Ik hoopte het warm te krijgen door beginnen te koersen. Het ging goed tot het ingaan van de laatste ronde. Maar toen liep ik helemaal leeg. Ik weet zelf niet hoe ik nog tot aan de streep ben geraakt. De laatste 10 à 15 kilometer waren een hel voor mij. (Tadej Pogacar naderde nog tot op tien seconden!) Ik kan me niet herinneren dat ik ooit al zo diep ben geweest in een wedstrijd,” aldus Van der Poel. (Sporza

Lees verder “Mathieu van der Poel wint thriller in de Tirreno”

Veldrit te Overijse

Veldrit te Overijse

De Druivencross is een jaarlijkse wedstrijd in het veldrijden die gehouden wordt op en rond de Tenotsberg in het Belgische Overijse. De wedstrijd maakt geen deel meer uit van een klassement, al draagt de klassieker wel de bijnaam “de moeder aller crossen“. De Druivencross werd voor het eerst op 12 november 1960 georganiseerd met Pierre Kumps als winnaar. In de beginjaren werden er vaak twee wedstrijden in één kalenderjaar georganiseerd. Vijf keer werd op het parcours van de Druivencross een Belgisch kampioenschap veldrijden verreden. (Wikipedia)

Lees verder “Veldrit te Overijse”

Raymond Poulidor (1936-2019)

Raymond Poulidor (1936-2019)

Michel Wuyts had er tijdens de veldrit in Niel reeds een allusie op gemaakt, maar nu is het dus helaas zo ver: de voormalige topwielrenner en grootvader van de broers Van der Poel, Raymond Poulidor, overleed vannacht rond 2 uur op 83-jarige leeftijd. Raymond Poulidor verbleef sinds 8 oktober in het ziekenhuis nabij zijn woonplaats Saint-Léonard-de-Noblat. De aimabele Fransman kampte met oververmoeidheid en is hieraan dus uiteindelijk bezweken.
Lees verder “Raymond Poulidor (1936-2019)”

Gent-Wevelgem

Gent-Wevelgem

De wedstrijd werd op 9 september 1934 voor het eerste gereden en werd toen reeds georganiseerd door Gerard Margodt en Georges Matthys. Het was toen nog een vlakke koers voor junioren, die werd gewonnen door Gustaaf Van Belle. De tweede editie in 1935 (eveneens voor junioren) voerde echter al door de Vlaamse Ardennen met hellingen als de KwaremontKluisberg en Tiegemberg. Vanaf 1936 tot en met 1939 werd het een koers voor onafhankelijken. Pas na de Tweede Wereldoorlog op 29 juli 1945 wordt Gent-Wevelgem een koers voor profs. De eerste winnaar is Robert Van Eenaeme, die de wedstrijd al tweemaal had gewonnen (in 1936 en 1937) toen het dus nog een koers voor onafhankelijken was.

Lees verder “Gent-Wevelgem”

Dertig jaar geleden: rijden of ploeteren?

Dertig jaar geleden: rijden of ploeteren?

Volgend weekend worden in het Deense Bogense de wereldkampioenschappen veldrijden betwist. Dertig jaar geleden was dat niet anders, zij het dat ze toen plaats hadden in Pontchâteau, waar vorige week nog de wereldbeker werd betwist. In de sportrubriek van De Rode Vaan gaf ik een vooruitblik onder de titel “rijden of ploeteren?” Zo zie je maar weer dat de discussie over de staat van de omlopen bij het veldrijden van alle tijden is…
Zondag worden in het Franse Pontchâteau de wereldkampioenschappen veldrijden betwist. Traditiegetrouw (voor Frankrijk) wordt een erg berijdbare omloop in het vooruitzicht gesteld. Aangezien vorig jaar reeds drie wegrenners op het ereschavot mochten plaatsnemen (Pascal Richard, Adri Van der Poel en Beat Breu), staat het uitstippelen van een veldritparcours dan ook meer en meer ter discussie. Hier te lande stelde de BWB een commissie samen, waarin men water en vuur probeerde te verzoenen : « krachtpatsers » Albert Van Damme en Bert Vermeire moesten samen met « acrobaat » Erik De Vlaeminck de omlopen keuren. Zelfs een klein kind kon voorspellen dat dit op herrie zou uitdraaien. Het conflict kende zijn hoogtepunt n.a.v. de Belgische titelstrijd in Bioul, waar met Roland Liboton (foto) ondanks de modderpoel toch de beste veldrijder won. Is dit nu koren op de molen van de « modderploeteraars » ?

Net zoals bij het wielrennen op de weg is België zijn dominantie in het veld reeds lang kwijt. Op het jaarlijkse internationale titeltreffen wordt ons land sedert enkele jaren steevast in de hoek gedrumd door Zwitserland (bij de profs) en door Tsjechoslovakije (bij de amateurs), terwijl in de Super Prestige-wedstrijden het onze noorderburen zijn die de plak zwaaien. Toch bezitten wij nog altijd wellicht de intrinsiek beste veldrijder, Roland Liboton. Dat is ongetwijfeld in tegenspraak mei zijn uitslagen (ondanks het record dat hij vestigde met zijn tiende Belgische titel op rij), maar het beantwoordt veeleer aan het beeld dat wij ons vormen van « de » veldrijder: een compleet atleet, dus zeker een getraind loper maar meer nog een sterk wielrenner, daarnaast begiftigd met een flinke dosis techniek en acrobatie. Juist wegens dat evenwicht zouden wij aan Roel de voorkeur geven boven Hennie Stamsnijder en Adri Van der Poel, die elk op hun manier toch een klein beetje naar één van de twee uitersten overhellen.
Maar zoals gezegd, daarmee schuiven wij Liboton nog niet als voornaamste titelkandidaat vooruit voor zondag. Daarvoor komt Adri Van der Poel nog het meest in aanmerking, al werd hij vorige zondag in Wetzikon verslagen door een opnieuw sterk op dreef zijnde Hennie Stamsnijder. In Pontcháteau dient er echter veel geklommen (op de fiets wel te verstaan) en dat zou wel eens het verschil tussen beide Nederlanders kunnen maken. Anderzijds mogen we veronderstellen dat het toch nog genoeg veldrit zal zijn, opdat de Franse wegrenners Lavainne, Arnould en de gebroeders Madiot te kort zouden schieten.
Indien dit niet het geval zou zijn, dan zouden de « ploeteraars » (de supporters noemen hen « krachtpatsers ») misschien weer wind in de zeilen krijgen. Maar niet door Bioul. Daar kende de moreel onberekenbare Liboton immers gewoon weer eens een uitzonderlijk dagje en dan rijdt (of « loopt » desnoods) hij iedereen naar huis. Voor hetzelfde geld laat hij het echter afweten en spreekt banbliksems uit over de omloop. Hij had dit trouwens vooraf nu ook gedaan. En terecht. Het refreintje is reeds zo goed gekend dat we ons afvragen of het nog wel zin heeft het nog eens op te dreunen: de toewijzingscommissie die in de zomer, als alles droog ligt, vlug even komt kijken om daarna de beentjes onder tafel te strekken; het afwezig zijn van een alternatief parcours ingeval van slechte weersomstandigheden; meerdere wedstrijden op één dag zodat de eventueel toch nog berijdbare stukken volledig « omgeploegd » zijn als de profs aan de beurt zijn enz.
Het is dan ook een uitstekend idee geweest van de BWB om een paar legendarische veldrijders uit te nodigen samen in een keuringscommissie te stappen. Alleen getuigde het niet erg van grote moed om beide extremen, zeg maar Erik De Vlaeminck en Albert Van Damme, te proberen verzoenen. Men had beter een resolute keuze gemaakt en het spreekt vanzelf dat wij dan — met alle respect voor grote kampioenen als Albert Van Damme of Bert Vermeire — de mening van Erik De Vlaeminck bijtreden. Cyclo-cross is nog altijd een onderdeel van de wielersporten niet van de atletiek, zelfs al stelt Fred Vandervennet (vroeger marathonloper en nu « physical coach » van de wielerploeg Sigma) dat het lopen met een fiets zo een specifieke discipline is dat « Hennie Stamsnijder Vincent Rousseau zou voorbijlopen ». Dit kan misschien wel zijn, maar dat geldt dan voor lopen met eender welke last op de schouders en is bijgevolg geen argument om teveel lopen bij cyclo-cross goed te praten. Of zoals iemand anders het uitdrukte : zou men zich kunnen voorstellen dat Eric Geboers de helft van het circuit zijn machine zou moeten voortduwen omdat de omloop niet berijdbaar is?
Vandervennet is ook slechts in bescheiden mate er voorstander van dat veldrijders hun seizoen op de weg zouden voorbereiden. Bovendien beveelt hij dan nog wel het gebruik van hun crossfiets aan (gehoord, Liboton ?), omdat door de verschillende houding bepaalde spieren anders werken. Anderzijds vindt hij uiteraard wel dat de basisconditie tijdens de zomer dient te worden onderhouden en wijst hij juist daarom met een beschuldigende vinger in de richting van Liboton (ze zijn streekgenoten). Een stapje verder gaande voegt hij eraan toe dat een goede middenmoter op de weg misschien meer kans maakt in het veld — wat ons inziens dan weer in tegenspraak is met de door hemzelf geprezen « specificiteit » van het veldrijden, maar wie zijn wij om de woorden van een specialist in twijfel te trekken.
Alleszins zouden wij precies omwille van dat specifieke karakter niet graag zien dat een « zuivere » wegrenner in Pontchâteau zou zegevieren. Zowel in Frankrijk (Système U tegen Toshiba) als in België (Liboton en Messelis bij ADR tegen De Brauwer en Danny De Bie bij SEFB) hebben wij dit jaar kunnen vaststellen dat de ploegentaktiek ook in het veld een rol is beginnen spelen. Als de sponsors trouwens net zoals wij om minder slijk vragen, is dat niet om sportieve redenen, maar wel opdat men de publiciteit op de truien beter zou kunnen lezen… Nu, voor dat soort invloeden uit de wegwielrennerij bedanken we uiteraard. De dégoutante nummertjes die regerend wereldkampioen Pascal Richard dit seizoen heeft opgevoerd (take the money and run) mogen niet voor herhaling vatbaar zijn.
Nee, een omloop die een specifieke veldrijder bekroont, dat is het beste argument tegen de moddercrossen hier te lande. Dus geen gebuisde wegrenner — en uiteraard zeker geen gebuisde veldloper, waarvoor men in Frankrijk echter geen schrik hoeft te hebben. Waarom zou b.v. een Danny De Bie niet eens voor een verrassing kunnen zorgen ? Terwijl bij de liefhebbers de West-Duitser Mike Kluge precies op tijd in vorm is. Want dat is dan weer een ander aspect : de drie ereplaatsen voor wegrenners waren vorig jaar zeker niet aan het parcours te wijden, maar veel meer aan het feit dat zij volop aan het pieken waren naar hun vorm voor het wegseizoen, terwijl de « echte » veldrijders hun kruit reeds hadden verschoten in de lucratieve SP-crossen. Een probleem waarmee Roland Liboton in het verleden ook steeds heeft af te rekenen gehad. Dit jaar kwam hij er echter niet aan te pas. Wordt juist dit falen nu zijn sterkste troef?

Lees verder “Dertig jaar geleden: rijden of ploeteren?”

Kampioenschap van Nederland

Kampioenschap van Nederland

Het Nederlands kampioenschap wielrennen vindt jaarlijks plaats in het weekeinde vóór de start van de Ronde van Frankrijk. De eerste editie vond reeds plaats in 1888 in Groningen. Toen was er nog geen Ronde van Frankrijk en het kampioenschap had dan ook plaats op 23 september. De overwinning ging naar H.W.van Raden. Hij versloeg zowaar een baron: T. Baron Van Pallandt…

Lees verder “Kampioenschap van Nederland”