Mathieu van der Poel wint de Ronde van Groot-Brittannië

Mathieu van der Poel wint de Ronde van Groot-Brittannië

Mathieu van der Poel (foto Erik Westerlinck) heeft gisteren de slotrit in de Ronde van Groot-Brittannië gewonnen, zijn derde zege al deze week. Hij haalde het in een massasprint voor Cees Bol en Matteo Trentin. Ook in het eindklassement pronkt Van der Poel bovenaan.

Lees verder “Mathieu van der Poel wint de Ronde van Groot-Brittannië”

Dertig jaar geleden: rijden of ploeteren?

Dertig jaar geleden: rijden of ploeteren?

Volgend weekend worden in het Deense Bogense de wereldkampioenschappen veldrijden betwist. Dertig jaar geleden was dat niet anders, zij het dat ze toen plaats hadden in Pontchâteau, waar vorige week nog de wereldbeker werd betwist. In de sportrubriek van De Rode Vaan gaf ik een vooruitblik onder de titel “rijden of ploeteren?” Zo zie je maar weer dat de discussie over de staat van de omlopen bij het veldrijden van alle tijden is…
Zondag worden in het Franse Pontchâteau de wereldkampioenschappen veldrijden betwist. Traditiegetrouw (voor Frankrijk) wordt een erg berijdbare omloop in het vooruitzicht gesteld. Aangezien vorig jaar reeds drie wegrenners op het ereschavot mochten plaatsnemen (Pascal Richard, Adri Van der Poel en Beat Breu), staat het uitstippelen van een veldritparcours dan ook meer en meer ter discussie. Hier te lande stelde de BWB een commissie samen, waarin men water en vuur probeerde te verzoenen : « krachtpatsers » Albert Van Damme en Bert Vermeire moesten samen met « acrobaat » Erik De Vlaeminck de omlopen keuren. Zelfs een klein kind kon voorspellen dat dit op herrie zou uitdraaien. Het conflict kende zijn hoogtepunt n.a.v. de Belgische titelstrijd in Bioul, waar met Roland Liboton (foto) ondanks de modderpoel toch de beste veldrijder won. Is dit nu koren op de molen van de « modderploeteraars » ?

Net zoals bij het wielrennen op de weg is België zijn dominantie in het veld reeds lang kwijt. Op het jaarlijkse internationale titeltreffen wordt ons land sedert enkele jaren steevast in de hoek gedrumd door Zwitserland (bij de profs) en door Tsjechoslovakije (bij de amateurs), terwijl in de Super Prestige-wedstrijden het onze noorderburen zijn die de plak zwaaien. Toch bezitten wij nog altijd wellicht de intrinsiek beste veldrijder, Roland Liboton. Dat is ongetwijfeld in tegenspraak mei zijn uitslagen (ondanks het record dat hij vestigde met zijn tiende Belgische titel op rij), maar het beantwoordt veeleer aan het beeld dat wij ons vormen van « de » veldrijder: een compleet atleet, dus zeker een getraind loper maar meer nog een sterk wielrenner, daarnaast begiftigd met een flinke dosis techniek en acrobatie. Juist wegens dat evenwicht zouden wij aan Roel de voorkeur geven boven Hennie Stamsnijder en Adri Van der Poel, die elk op hun manier toch een klein beetje naar één van de twee uitersten overhellen.
Maar zoals gezegd, daarmee schuiven wij Liboton nog niet als voornaamste titelkandidaat vooruit voor zondag. Daarvoor komt Adri Van der Poel nog het meest in aanmerking, al werd hij vorige zondag in Wetzikon verslagen door een opnieuw sterk op dreef zijnde Hennie Stamsnijder. In Pontcháteau dient er echter veel geklommen (op de fiets wel te verstaan) en dat zou wel eens het verschil tussen beide Nederlanders kunnen maken. Anderzijds mogen we veronderstellen dat het toch nog genoeg veldrit zal zijn, opdat de Franse wegrenners Lavainne, Arnould en de gebroeders Madiot te kort zouden schieten.
Indien dit niet het geval zou zijn, dan zouden de « ploeteraars » (de supporters noemen hen « krachtpatsers ») misschien weer wind in de zeilen krijgen. Maar niet door Bioul. Daar kende de moreel onberekenbare Liboton immers gewoon weer eens een uitzonderlijk dagje en dan rijdt (of « loopt » desnoods) hij iedereen naar huis. Voor hetzelfde geld laat hij het echter afweten en spreekt banbliksems uit over de omloop. Hij had dit trouwens vooraf nu ook gedaan. En terecht. Het refreintje is reeds zo goed gekend dat we ons afvragen of het nog wel zin heeft het nog eens op te dreunen: de toewijzingscommissie die in de zomer, als alles droog ligt, vlug even komt kijken om daarna de beentjes onder tafel te strekken; het afwezig zijn van een alternatief parcours ingeval van slechte weersomstandigheden; meerdere wedstrijden op één dag zodat de eventueel toch nog berijdbare stukken volledig « omgeploegd » zijn als de profs aan de beurt zijn enz.
Het is dan ook een uitstekend idee geweest van de BWB om een paar legendarische veldrijders uit te nodigen samen in een keuringscommissie te stappen. Alleen getuigde het niet erg van grote moed om beide extremen, zeg maar Erik De Vlaeminck en Albert Van Damme, te proberen verzoenen. Men had beter een resolute keuze gemaakt en het spreekt vanzelf dat wij dan — met alle respect voor grote kampioenen als Albert Van Damme of Bert Vermeire — de mening van Erik De Vlaeminck bijtreden. Cyclo-cross is nog altijd een onderdeel van de wielersporten niet van de atletiek, zelfs al stelt Fred Vandervennet (vroeger marathonloper en nu « physical coach » van de wielerploeg Sigma) dat het lopen met een fiets zo een specifieke discipline is dat « Hennie Stamsnijder Vincent Rousseau zou voorbijlopen ». Dit kan misschien wel zijn, maar dat geldt dan voor lopen met eender welke last op de schouders en is bijgevolg geen argument om teveel lopen bij cyclo-cross goed te praten. Of zoals iemand anders het uitdrukte : zou men zich kunnen voorstellen dat Eric Geboers de helft van het circuit zijn machine zou moeten voortduwen omdat de omloop niet berijdbaar is?
Vandervennet is ook slechts in bescheiden mate er voorstander van dat veldrijders hun seizoen op de weg zouden voorbereiden. Bovendien beveelt hij dan nog wel het gebruik van hun crossfiets aan (gehoord, Liboton ?), omdat door de verschillende houding bepaalde spieren anders werken. Anderzijds vindt hij uiteraard wel dat de basisconditie tijdens de zomer dient te worden onderhouden en wijst hij juist daarom met een beschuldigende vinger in de richting van Liboton (ze zijn streekgenoten). Een stapje verder gaande voegt hij eraan toe dat een goede middenmoter op de weg misschien meer kans maakt in het veld — wat ons inziens dan weer in tegenspraak is met de door hemzelf geprezen « specificiteit » van het veldrijden, maar wie zijn wij om de woorden van een specialist in twijfel te trekken.
Alleszins zouden wij precies omwille van dat specifieke karakter niet graag zien dat een « zuivere » wegrenner in Pontchâteau zou zegevieren. Zowel in Frankrijk (Système U tegen Toshiba) als in België (Liboton en Messelis bij ADR tegen De Brauwer en Danny De Bie bij SEFB) hebben wij dit jaar kunnen vaststellen dat de ploegentaktiek ook in het veld een rol is beginnen spelen. Als de sponsors trouwens net zoals wij om minder slijk vragen, is dat niet om sportieve redenen, maar wel opdat men de publiciteit op de truien beter zou kunnen lezen… Nu, voor dat soort invloeden uit de wegwielrennerij bedanken we uiteraard. De dégoutante nummertjes die regerend wereldkampioen Pascal Richard dit seizoen heeft opgevoerd (take the money and run) mogen niet voor herhaling vatbaar zijn.
Nee, een omloop die een specifieke veldrijder bekroont, dat is het beste argument tegen de moddercrossen hier te lande. Dus geen gebuisde wegrenner — en uiteraard zeker geen gebuisde veldloper, waarvoor men in Frankrijk echter geen schrik hoeft te hebben. Waarom zou b.v. een Danny De Bie niet eens voor een verrassing kunnen zorgen ? Terwijl bij de liefhebbers de West-Duitser Mike Kluge precies op tijd in vorm is. Want dat is dan weer een ander aspect : de drie ereplaatsen voor wegrenners waren vorig jaar zeker niet aan het parcours te wijden, maar veel meer aan het feit dat zij volop aan het pieken waren naar hun vorm voor het wegseizoen, terwijl de « echte » veldrijders hun kruit reeds hadden verschoten in de lucratieve SP-crossen. Een probleem waarmee Roland Liboton in het verleden ook steeds heeft af te rekenen gehad. Dit jaar kwam hij er echter niet aan te pas. Wordt juist dit falen nu zijn sterkste troef?

Lees verder “Dertig jaar geleden: rijden of ploeteren?”

Raymond Poulidor wordt tachtig…

Raymond Poulidor wordt tachtig…

Raymond Poulidor is wellicht de populairste Franse wielrenner aller tijden. Dat werd hij mede door zijn underdog-positie ten opzichte van Jacques Anquetil, die hem vijf maal te vlug af was in de Ronde van Frankrijk. Niet dat ze daardoor ook vijanden waren in het dagelijkse leven. Integendeel. Toen bij Anquetil kanker werd vastgesteld, belde hij Poulidor op om hem te melden “dat hij wéér tweede zou worden”. Gevoel voor (zwarte) humor had hij dus wel, maître Anquetil.b.v.
Lees verder “Raymond Poulidor wordt tachtig…”

Marc Dierickx wordt zestig…

40 marc dierickxMarc Dierickx, de voormalige profwielrenner uit Temse, viert vandaag zijn zestigste verjaardag. Marc Dierickx heeft bijna zijn hele carrière in dienst gereden van Adri Van der Poel. Ook na zijn actieve loopbaan bleef hij de familie Van der Poel bijstaan in het uitbouwen van een veldrit-dynastie. Hijzelf werd, ondanks het feit dat hij zelf nooit aan veldrijden heeft gedaan, trouwens een veel gevraagd parcoursbouwer.
Lees verder “Marc Dierickx wordt zestig…”