In oktober 1791 componeerde Mozart zijn klarinetconcerto in A (KV.622), dat als hét meesterwerk voor dit instrument staat aangeschreven (*).
Dit concerto was evenwel bedoeld voor een bassetklarinet, een instrument dat overigens voor en door Anton Stadler werd ontworpen (vermoedelijk met technisch advies van de instrumentenbouwer Lotz). De bassetklarinet is in essentie een kruising tussen een ‘gewone’ (sopraan-)klarinet en een bassethoorn: ze ziet eruit als een klarinet, maar ze heeft het toonbereik van een bassethoorn (die een grote terts dieper kan dan de sopraanklarinet). Terwijl de bassethoorn zijn bereik uitbreidt met behulp van zijn bredere boring, zijn kromme vorm en enkele bijkomende bochten in het buizenwerk (net voor de metalen klankbeker), heeft de bassetklarinet haar lager register te danken aan haar langere windkolom.
De verlenging van het instrument noopt de uitvoerder echter tot een andere en niet altijd even handige vingerzetting, wat meteen de beperkte en kortstondige populariteit van het instrument verklaart. Met het verdwijnen van Stadler verdween ook de originele partituur van het klarinetconcerto. Om het op een gewone klarinet te kunnen uitvoeren werden grote delen van de solopartij immers een octaaf hoger getransponeerd. Toen in 1951, opnieuw voor een uitvoering van Mozarts concerto, in Praag opnieuw een bassetklarinet werd gefabriceerd, ontstond er bijgevolg discussie hoe de originele versie er dan wel zou hebben uitgezien. Ondertussen is daarover toch min of meer overeenstemming bereikt.
Ronny De Schepper
(*) De laatste tijd is er nog sprake van een concerto in Es, dat eveneens op het repertoire van Stadler stond en dat ook van Mozart zou zijn.