Vandaag is het al 55 jaar geleden dat Gene Vincent is gestorven. Hij zorgde voor één van de grootste hits in 1956: het fameuze “Be-bop-a-lula”. Veel geïmiteerd, zelfs geridiculiseerd, maar nooit geëvenaard.

Gene Vincent werd geboren in Norfolk, Virginia, op 11 februari 1935 als Vincent Eugene Craddock. In 1950 loog hij over zijn leeftijd om als marinier naar Korea te “mogen”. In 1953 had hij echter een zwaar motorongeluk waardoor hij een jaar lang in het ziekenhuis belandde en uit het leger werd ontslagen. Hij kon zich echter maar moeilijk aan het burgerleven aanpassen en begon als country-muzikant. Toch nam hij deel aan een wedstrijd van Capitole om “een nieuwe Elvis Presley” te ontdekken en toen hij won was het resultaat “Be-bop-a-lula”.

Een jaar later vormde hij zijn begeleidingsgroep The Bluecaps (Cliff Gallup, leadgitaar; Willie Williams, ritmegitaar; Jack Neal, bas, en Dickie Harrell, drums), die de geschiedenis zijn ingegaan, niet omwille van hun onnozele petjes, maar omdat ze de eerste volledig elektrische groep waren. Zij waren echter c&w-muzikanten die dat rocken snel beu waren. Voor de tweede elpee diende Williams reeds te worden vervangen door Paul Peek, terwijl ook Russell Wilford reeds op de hoes staat, al verving hij Cliff Gallup pas nà de opnamen. Wilford is wel te zien in de film “The girl can’t help it”, maar heeft eigenlijk nooit platen opgenomen met The Bluecaps.

In 1957 moest Vincent opnieuw voor drie maanden het ziekenhuis in wegens een auto-ongeluk. Als gevolg daarvan zal hij altijd blijven manken, zodat hij niet over het podium kon bewegen. Daarom maakte hij maar ophitsende heupbewegingen aan de micro. Dat werd zijn redding. De Engelse producer Jack Good herinnert zich de periode dat hij werd gevraagd om rock’n’rollshows te komen maken voor de Amerikaanse televisie: “In Amerika (…) waren de artiesten die de beste vroege rockplaten maakten – met slechts enkele duidelijke uitzonderingen (Elvis uiteraard, maar ook Jerry Lee Lewis en Little Richard en Chuck Berry, RDS) – saaie artiesten en niet bepaald aantrekkelijk. Buddy Holly had gebroken tanden en een bril met draadmontuur. Haley was dik en van middelbare leeftijd. (…) Gene Vincent (…) klonk daarentegen als een zuidelijke scheermesjongen die een man van oor tot oor kon opensnijden zonder met zijn ogen te knipperen of een noot van Be bop a lula te missen .” Maar toen Good hem overhaalde naar Groot-Brittannië te komen (…), was hij geschokt. Toen de vliegtuigdeur openging, kwam er een stille, beleefde zuiderling de trap af. (…) Good herinnert zich dat hij dacht: “O jee, dit gaat niet. (…) Gelukkig (…) had Vincent een slecht been (…) en droeg hij beenijzers. Dit gaf me de aanwijzing. Terwijl hij mank liep, zag ik dat hij een Richard III-figuur moest worden, volledig in het zwart gekleed, inclusief zwarte handschoenen. Hij moest zijn schouders optrekken en op een sinistere manier naar de camera waggelen voordat hij ging zingen. (…) Ik gaf hem ook een medaillon om rond zijn nek te dragen om hem er meer Shakespeareaans uit te laten zien.” (Tony Palmer, All you need is love, p. 217)

Toen hij overigens weer kon optreden, waren enkel Harrell en Peek Vincent trouw gebleven. Van zijn derde elpee had hij bassist Bobby Jones overgehouden, maar de befaamde gitarist Buck Owens ging uiteraard niet mee op tournee. Daarom werd Johnny Meeks ingehuurd. Ook deze samenstelling duurde niet lang en in 1958 hief Vincent The Bluecaps dan maar helemààl op. Op zijn platen werd hij bijgestaan door bekende studiomuzikanten, zoals Plas Johnson voor “Say Mama”. Hij is gestorven op 12 oktober 1971.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.