De Britse wielrenner Arthur Stanley Brittain viert vandaag zijn 95ste verjaardag. Hij won een zilveren medaille op de Olympische Spelen van 1956 in Melbourne, werd derde in de Vredeskoers van 1955 en eindigde als 68e in de Ronde van Frankrijk van 1958. Op de foto zien we hem echter aan de start van de Tour in 1960 als tweede van links, naast Norman Sheil. Links van hem (dus rechts op de foto) herkennen we nog Tom Simpson, Brian Robinson, Harry Reynolds, John Kennedy, Vic Sutton en John Andrews.
Brittain werd geboren in Liverpool en sloot zich aan bij de Woolton Wheelers. Hij werd geselecteerd om voor Groot-Brittannië te rijden op de UCI wereldkampioenschappen wielrennen op de weg in 1954 in Solingen, nabij Keulen, Duitsland, samen met Bill Baty, Ray Booty, John Perks, Bernard Pusey en Don Sanderson. Brittain kwam in de zevende ronde ten val en eindigde twaalf minuten achter de leiders.

In 1955 werd Stan Brittain door Groot-Brittannië geselecteerd om deel te nemen aan de Vredeskoers. Hij werd tweede op de eerste dag (op bovenstaande foto zien we hem rechts, naast de ritwinnaar, onze landgenoot Maurice Boeckx; of Brittain als liefhebber reeds werd gesponsord door Huret of dat hij “zo maar” een petje heeft opgezet, is niet helemaal duidelijk) en de volgende dag nam hij de leiding. Hij behield die tot de zevende etappe, toen hij hem verloor aan Gustav Schur uit Oost-Duitsland. Brittain zakte op de negende dag naar de derde plaats. Schur won en Brittain werd derde.
In 1956 werd Brittain opnieuw geselecteerd om Groot-Brittannië te vertegenwoordigen. Hij werd negende op de eerste dag, maar zakte daarna verder terug en gaf op aan het begin van de zesde etappe.
Brittain vertegenwoordigde Groot-Brittannië ook op de Olympische Zomerspelen van 1956 in Melbourne (onderstaande foto). Hij nam deel aan de individuele wegwedstrijd voor mannen, waar hij als zesde eindigde. Hier was ook een ploegenrangschikking verbonden, waarin Groot-Brittannië tweede werd en hij dus een zilveren medaille won.

In 1957 won hij twee etappes in de Vredeskoers en in 1958 eindigde hij als negende. Hij werd vervolgens door Jacques Goddet, organisator van de Tour de France, uitgenodigd om deel uit te maken van een internationaal team met landgenoten Brian Robinson en Ron Coe, Shay Elliott uit Ierland, de Oostenrijkers Adolf Christian en Rudolph Maresch, de Denen Hans Andresen, Eluf Dalgaard, Kaj-Allan Olsen en Fritz Ravn, en twee Portugese renners, Antonino Baptista en Antonio Barbosa Alves. Brittain reed op een fiets van Witcombe Cycles. De Britten en Elliott vormden een team binnen een team. Robinson won de etappe naar Brest en Brittain eindigde als 68e in drie uur, drie minuten en vijf seconden. In een interview met Cycling zei hij: “Er was een groot verschil tussen de Ronde van Groot-Brittannië (die als selectiewedstrijd werd gebruikt) en de Vredeskoers, vergeleken met de Ronde van Frankrijk. Het was niet verstandig om in zulke korte tijdspanne van de ene naar de andere over te stappen. Hoewel ik 68e werd, deed ik nooit mee voor de overwinning. De Ronde is een wedstrijd van formaat. Dat was toen zo en is nu nog steeds zo. Het is het niveau van de renners dat de wedstrijd maakt, en het landschap waar je doorheen rijdt: de Alpen en de Pyreneeën – de zwaarste ter wereld – dat maakt het tot een harde wielerwedstrijd. Ik deed niet echt mee aan de race. Die werd vooraan gespeeld door de grote namen. Alleen al de Alpen en de Pyreneeën doorkomen was een prestatie op zich. Ik was mijn klimvermogen kwijt, maar zelfs in mijn beste klimjaren zou ik die bergen, van zo’n negentien kilometer lang, nooit hebben kunnen beklimmen. Ik was ruim 1,80 meter lang en woog 78 kilo, wat het lastig maakte om de heuvels en bergen te bedwingen.” (Op onderstaande foto’s kan men hem aan het werk zien op de Col de l’Izoard.)

Brittain was eigenlijk een onafhankelijke, een semi-professionele renner. Hij reed de eerste maanden van 1959 voor Viking Cycles in Groot-Brittannië, waarna hij vertrok om te leven van de prijzen die hij in België kon winnen. Hij kon de Tour de France niet rijden vanwege een gebroken pols. Het jaar daarop bleef hij op het continent fietsen en startte hij opnieuw in de Tour de France: “Alles ging goed en ik begon de Tour met meer zelfvertrouwen dan in 1958. Na zeven dagen kreeg ik echter een buikgriep. Het gebeurde tijdens de etappe van Limoges naar Bordeaux – ik had twee dagen niet gegeten – en mijn benen waren op. De lichte heuvels maakten me kapot. Ik zou de Tour met glans hebben uitgereden als ik dat niet had meegemaakt.”
Hij bleef in België en reed criteriums, lokale wedstrijden waarvoor hij inschrijfgeld moest betalen, tot het einde van de zomer.
Hij verliet de Tour de France opnieuw in 1961, toen de route de bergen bereikte, en keerde terug naar Engeland om daar te fietsen tot eind 1964, toen hij op 33-jarige leeftijd stopte met koersen (zie onderstaande foto): “Het werd zwaarder en het enthousiasme verdween. Ik had zoveel jaren getraind en mijn beste jaren waren voorbij. Ik had nog wel een paar wedstrijden kunnen rijden, maar ik besloot dat het genoeg was. Ik zou niet meer beter worden en ik was niet meer zo goed als vroeger.”
Ronny De Schepper [op basis van Wikipedia]
