Het is vandaag al vijftien jaar geleden dat de Brits-Amerikaanse actrice Elizabeth Taylor in Los Angeles is overleden aan de gevolgen van een hartkwaal. Ze is 79 jaar geworden. Ze heeft in meer dan vijftig films gespeeld en won twee Oscars (voor haar rollen in “Butterfield 8” en “Who’s afraid of Virginia Woolf?”). Ze was acht keer getrouwd.
Elizabeth Rosemond Taylor werd geboren in Hampstead (Londen) op 27 februari 1932 uit Amerikaanse ouders. Hoewel ze vaak “Liz” genoemd werd, hield ze niet van deze bijnaam. Op de leeftijd van drie, kreeg Taylor haar eerste balletlessen. Kort nadat Groot-Brittannië betrokken was geraakt bij de Tweede Wereldoorlog, besloten haar ouders terug te keren naar de Verenigde Staten. Het gezin vestigde zich in Los Angeles, waar de moeder van Taylor familie had wonen.
Toen Taylor negen jaar oud was, debuteerde ze op het witte doek in “There’s One Born Every Minute” (1942). Universal Studios verlengde haar contract niet en ze stapte over naar Metro-Goldwyn-Mayer (MGM). Haar eerste film bij deze studio was “Lassie Come Home” uit 1943. Door deze film vestigde de jonge Taylor de aandacht op zich en kon ze in meer films spelen. Toch werd ze volgens de producers te jong bevonden werd om na “Lassie” ook de hoofdrol te vertolken in “National Velvet”. “Maak u maar geen zorgen. U krijgt uw borsten,” sprak ze tot de filmbonzen en negentig dagen later kwam ze terug met een B-cup. Hoe ze het geflikt had? Een nepcrème “om borsten sneller te doen groeien”, spierversterkende oefeningen en een vetrijk dieet. De film bracht meer dan vier miljoen dollar op. Taylor kreeg een langetermijncontract aangeboden. Naast het acteren volgde ze onderwijs en studeerde ze aan de University High School in Los Angeles. In 1950 haalde ze haar diploma.
Toch moest ze twee jaar later in “Ivanhoe” van Richard Thorpe nog de duimen leggen voor de vijftien jaar oudere Joan Fontaine voor wat de held (Robert Taylor) “binnendoen” betreft. Akkoord, het feit dat ze de rol van een jodin speelde, had er zeker iets mee te maken ondanks het feit dat de film tegelijkertijd tolerantie tegenover joden wil prediken… Niet te verwonderen dat Elizabeth Taylor zichzelf niet geschikt vond voor de rol van Rebecca, en tijdens de opnames werd er gesproken over haar te vervangen door Deborah Kerr, de tegenspeelster van Robert Taylor in Quo Vadis (1951).
Ivanhoe, uitgebracht in de zomer van 1952, was MGM’s meest succesvolle film van dat jaar en een van de vier meest winstgevende films van 1952, met een opbrengst van meer dan $ 6,2 miljoen. De film had in 39 dagen van beperkte release $ 1.310.590 opgebracht aan de kassa, een record voor een MGM-film. Volgens de Motion Picture Almanac was de film de op één na meest winstgevende film van 1952, met een opbrengst van meer dan $ 7.000.000. Scenarioschrijfster Marguerite Roberts was lid van de Amerikaanse Communistische Partij en werd in 1951 opgeroepen om te verschijnen voor de House of Un-American Activities Committee. Roberts en haar echtgenoot John Sanford weigerden namen van partijgenoten te noemen en werden beiden op een zwarte lijst geplaatst. MGM kreeg toestemming van de SWG (Screen Writers’ Guild) om Roberts’ naam van de film te verwijderen nadat ze had geweigerd te getuigen voor de HUAC.
Liz Taylor is ook berucht voor haar vele huwelijken. Het is me dan ook niet echt duidelijk met wie ze in die tijd was getrouwd, maar het moment waarop Esthers weduwensluier door een fan van haar gezicht wordt gerukt tijdens de begrafenis van haar man (in “A Star Is Born” uit 1954), werd in 1958 in het echt nagebootst. Tijdens de plechtigheid bij het graf van haar man Mike Todd (die was omgekomen bij een vliegtuigongeluk) raakte Elizabeth Taylor getraumatiseerd toen een van haar fans achteloos de weduwensluier van Taylors gezicht rukte.
In 1958 schitterde Liz Taylor in “Cat on a hot tin roof” met Paul Newman, al had schrijver Tennessee Williams een grondige hekel aan deze film, maar dat zal dan allicht toch niet aan haar hebben gelegen, want een jaar later kreeg ze van hem opnieuw een kans om te schitteren als de “procuror” van jonge jongens voor de mythologische Sebastian in “Suddenly last summer” van Joe Mankiewicz.
In 1963 werd ze de best betaalde actrice ooit tot die tijd, toen ze een contract tekende om Cleopatra te spelen in de gelijknamige film. Ze ontving hiervoor een miljoen dollar en droeg een pakje van 25,6 miljoen frank. Het was dan ook de duurste spektakelfilm tot dan toe vooral omwille van problemen bij het draaien. Regisseur Rouben Mamoulian werd vervangen door Joseph L.Manciewicz en de locatie ging van Londen (waar Liz Taylor zwaar ziek werd, ze moest zelfs een tracheotomie ondergaan) naar Rome, waar ze haar beroemde affaire met Richard Burton begon (*), maar de kosten blijven de pan uitswingen. Het succes van “Cleopatra” was uiteindelijk kleiner dan verwacht en de rage van de spektakelfilms was meteen over.
Met Richard Burton speelde ze nog in tien andere films, waaronder “Who’s afraid of Virginia Woolf” (1966) en “The taming of the shrew” (1967). Zowel aan hun verhouding als aan hun beider carrière kwam een einde door drankproblemen, zoals goed wordt geïllustreerd door de TV-film “Burton and Taylor” van Richard Laxton uit 2013. Haar rol wordt hierin vertolkt door Helena Bonham Carter en die van Richard Burton door Dominic West.
In 1977 stopte Elizabeth Taylor tijdelijk met acteren, na haar hoofdrol in de beruchte flop “A Little Night Music”.
“The mirror crack’d” van Guy Hamilton uit 1980 naar de gelijknamige detectiveroman van Agatha Christie was haar laatste hoofdrol. Volgens de publiciteit voor deze film was dit Taylor’s eerste grote rol in een speelfilm in vier jaar tijd. In deze tijd van haar carrière bevond de carrière van Elizabeth Taylor zich immers in het slop. Ze was nu 48 jaar oud, had al jaren geen fatsoenlijke hitfilm meer gehad, haar huwelijk met de Amerikaanse politicus John Warner had het moeilijk, ze slikte antidepressiva en was aangekomen. Toen Rock Hudson werd benaderd om de film te maken, zei hij dat hij dit alleen zou doen als “zijn oude vriendin” Taylor ook zou kunnen worden gecast. De producenten waren ervan uitgegaan dat Taylor’s salariseisen de film ruim boven het budget zouden brengen en mikten reeds op Donald Pleasance als mogelijk alternatief voor Hudson. Hudson zei echter dat hij Taylor zover kon krijgen dat zij ermee zou instemmen om met hem te spelen voor hetzelfde salaris dat hem werd aangeboden. Hudson overtuigde Taylor inderdaad ervan dat een paar weken naar Engeland gaan om een film te maken met hem, Angela Lansbury en Tony Curtis (mensen die Taylor al dertig jaar kende) gunstig zou zijn voor haar geestelijke gezondheid en haar de kans zou geven om bij te praten met vrienden die daar woonden. En zo herenigde deze film Elizabeth Taylor en Rock Hudson als getrouwd stel na Giant (1956).
Haar laatste filmrol was in “The Flintstones”, veertien jaar na haar rol in “The mirror crack’d”. Hierin portretteert ze als Pearl Slaghoople de ultieme karikatuur van de onuitstaanbare schoonmoeder. Dat is wel grappig omdat het min of meer een parodie is op haar rol in “Who’s afraid of Virginia Woolf”, maar toch… Positief is wel dat het aids-onderzoek hiermee met 35 miljoen is vooruitgeholpen. Taylor heeft haar gage immers integraal hieraan overgemaakt.
Taylor stak immers veel tijd en energie in liefdadigheid, vooral met betrekking tot aids. Na de dood van haar vriend Rock Hudson hielp ze met het oprichten van de American Foundation for AIDS Research (amfAR). Naar schatting verzamelde ze in 1999 50 miljoen dollar voor de bestrijding van aids.
Taylor had ze de laatste jaren te lijden onder haar gezondheid. Ze leed aan hartfalen, een aandoening waarbij het hart onvoldoende bloed door het lichaam pompt. Daarnaast had ze vijfmaal haar rug gebroken, een hersentumor overleefd en tweemaal een levensbedreigende longontsteking gehad. In de ochtend van 23 maart 2011 is Taylor overleden in Los Angeles aan een hartverlamming.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)
Referentie
Jimmy Vanrumste, Liz Taylor was seksueel onverzadigbaar, Het Laatste Nieuws, 11 mei 1993
(*) Ze was op dat moment nog getrouwd met Eddie Fisher. Voor dit huwelijk had ze zich tot de joodse godsdienst laten bekeren, waardoor ze oorspronkelijk Egypte niet binnen mocht, maar de regering kapseisde uiteindelijk omwille van de opbrengsten die de film met zich mee zou brengen. Ik vond haar overigens verschrikkelijk sexy in deze film, vooral in de scène waarbij ze Julius Caesar (Rex Harrison) ontving in haar vrouwenvertrekken, omringd door allerlei eveneens sexy hofdames.
