Het is vandaag ook al 55 jaar geleden dat de Jamaicaanse fluitist Harold McNair is gestorven.

Harold McNair werd geboren in Kingston, Jamaica. Zijn vroege opnames waren voornamelijk in Caribische muziekstijlen, waarbij hij zong en zowel alt- als tenorsaxofoon speelde. Hij speelde ook een calypsozanger in de film “Island Women” uit 1958. In 1960 ging hij naar Miami om zijn eerste album op te nemen, een mix van jazz- en calypsonummers getiteld “Bahama Bash”. Rond deze tijd begon hij fluit te spelen, wat uiteindelijk zijn kenmerkende instrument zou worden.
Later in 1960 vertrok hij naar Londen, waar hij een vaste artiest werd in nachtclub Ronnie Scott’s. Zijn spel wekte de bewondering op van bassist Charles Mingus, die in Londen was voor de opnames van de film “All Night Long” uit 1961. McNair maakte deel uit van een kwartet dat Mingus had opgericht om mee te repeteren tijdens zijn verblijf in Groot-Brittannië. De band trad echter nooit op voor een betalend publiek, vanwege een verbod van de Musicians’ Union op Amerikaanse muzikanten in Britse nachtclubs. Er bestaat een opname van de band, waarop de vroegst opgenomen versie van de inmiddels beroemde Mingus-compositie “Peggy’s Blue Skylight” te horen is, maar deze is nooit uitgebracht, ondanks dat het nummer in de film zelf voorkomt.
Het verbod van de Musician’s Union werd in 1961 opgeheven, wat leidde tot een vaste reeks optredens van de Amerikaanse tenorsaxofonist Zoot Sims in Ronnie Scott’s Club. Ironisch genoeg stond McNairs eigen kwartet ook op het programma, waardoor twee van zijn optredens te horen zijn op het album dat ter herdenking van de concerten werd uitgebracht, “Zoot Live at Ronnie Scott’s”.
Voor verdere informatie over zijn eigen jazz-albums verwijs ik u naar Wikipedia, want die platen ken ik eigenlijk niet. Zijn fluitspel was prominent aanwezig op de soundtrack van Ken Loachs film “Kes” uit 1969, met muziek geschreven door John Cameron, een vaste samenwerker van McNair. Een andere opmerkelijke bijdrage aan soundtracks was zijn tenorsaxofoon op het originele themalied van “Dr. No” uit 1962. Zijn bekendste rol als sideman was zijn deelname (met Cameron) aan de opnamesessies van Donovan in het midden en eind van de jaren zestig (bijvoorbeeld de albums “Sunshine Superman”, “Mellow Yellow”, “Hurdy Gurdy Man” en “Barabajagal”, hoewel ik niet zeker weet of hij ook op de hitsingles te horen is) en als lid van Donovans tourband. McNair arrangeerde de hit “There Is a Mountain” (1967) en speelde de fluitriff. Op Donovans livealbum “Donovan in Concert” is McNairs fluit- en tenorsaxofoonspel uitgebreid te horen en is een aantal van zijn beste opnames te beluisteren. Alhoewel ikzelf als Donovan-fan “There is a mountain” in huis had, heb ik McNair toch pas echt leren kennen op de elpee van Ginger Baker’s Air Force (Polydor, 1970) en ook (al wordt dit niet bevestigd door Wikipedia) op een elpee van Melanie Safka uit die periode. Een jaar later stierf hij echter al aan longkanker. Hij was amper 39 jaar oud.
Hij was ook de solist op de versie van “Whole lotta love” door de groep CCS van Alexis Korner en speelde ook nog op interessante platen als die van Lionel Bart (de componist van de musical “Oliver” en “Living doll”) en van Shadows-drummer Brian Bennett, naast folkplaten van Nick Drake, Magna Carta, Davy Graham en John Martyn. Postuum leverde hij ook nog een bijdrage aan een elpee van Caetano Veloso uit 1972.

Ronny De Schepper

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.