Op 9 februari 1931 werd Sanctuary gepubliceerd door Jonathan Cape en Harrison Smith. In 1932 werd een goedkopere hardcover-editie gepubliceerd door Modern Library. Deze tweede editie is opmerkelijk omdat ze een inleiding door William Faulkner bevat waarin hij zijn bedoelingen bij het schrijven van het boek uitlegt, en een korte geschiedenis van het ontstaan ervan.
Daarin legt Faulkner uit dat hij geld wilde verdienen door een sensationeel boek te schrijven. Zijn eerdere boeken waren niet zo succesvol als hij had gehoopt. Nadat hij het manuscript in 1929 had ingediend, legde zijn uitgever echter uit dat ze allebei naar de gevangenis zouden worden gestuurd als het verhaal ooit zou worden gepubliceerd. Faulkner vergat het manuscript. Twee jaar later ontving Faulkner, verrast, de galei-exemplaren (proefdrukken) en besloot prompt het manuscript te herschrijven, omdat hij er niet tevreden mee was.
In 1958 werd door Random House met medewerking van Faulkner een nieuwe editie gepubliceerd, waarbij de volledige tekst opnieuw werd ingesteld en fouten werden gecorrigeerd. Het copyrightjaar wordt in deze editie vermeld als “1931, 1958”. Dat is ook het geval bij de Nederlandse vertaling (door Han B.Aalberse en Mar van Keulen) die ik heb gelezen en die in 1979 werd uitgegeven door Omega Boek B.V. uit Amsterdam onder de titel “Het gangstermeisje Temple Drake”. De cover (met een half zichtbare tepel) mikt duidelijk op een publiek dat niet op de eerste plaats uit literatuurliefhebbers bestaat. Dat komt min of meer overeen met wat Gene D.Phillips van de Loyola Universiteit van Chicago schreef, namelijk dat, omdat het publiek vooral geïnteresseerd was in de lugubere scènes in plaats van met de morele filosofie, zodat het boek een “bestseller was om alle verkeerde redenen”. De meeste recensies beschreven het boek dan ook als gruwelijk, al erkenden ze tegelijk dat Faulkner een zeer getalenteerde schrijver was. Sommige critici vonden ook dat hij eens “iets leuks” moest schrijven. In juni 1932 werd de invoer van Sanctuary in Canada dan ook door het Canadese Department of National Revenue verboden en Faulkner leidde ooit een troep scouts, maar de beheerders ontsloegen hem uit zijn functie na de publicatie van het boek. André Malraux daarentegen typeerde het als “een detectiveverhaal met een ondertoon van Griekse tragedie“.
In 1933 werd Sanctuary aangepast tot de film The Story of Temple Drake met Miriam Hopkins in de hoofdrol, waarbij het verkrachterpersonage “Popeye” om auteursrechtelijke redenen omgedoopt werd tot “Trigger”. Volgens filmhistoricus William K.Everson was de film grotendeels verantwoordelijk voor het harde optreden van de Motion Picture Production Code tegen risicovolle en controversiële onderwerpen. De roman was later een co-bron, met het vervolg Requiem for a Nun (1951), voor de film Sanctuary uit 1961, met Lee Remick als Temple en Yves Montand als haar verkrachter, nu omgedoopt tot “Candy Man”.
Het is een feit dat James Hadley Chase’s lugubere roman No Orchids for Miss Blandish veel dank verschuldigd was aan Sanctuary vanwege zijn verhaallijn.
Faulkner ontving later een Pulitzer-prijs voor A Fable en won een Nationale Boekenprijs voor zijn Collected Stories. Hij werd zelfs winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur in 1949. Het lezen van het werk van Faulkner vergt doorgaans veel inspanning, o.m. door de schrijverstechniek van de stream of consciousness.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)
