Mag je een racistische jongen met fascistische voorkeuren zo maar neerschieten? Jazeker, lijkt Tim Krabbé ons te vertellen in “Een goede dag voor de ezel” uit 2005. (Het slachtoffer zal achteraf ook echte misdaden blijken te hebben begaan, maar dat is slechts een zalfje voor de ziel, want dat wist de moordenaar op dat moment niet.) Rare jongens, die politiek correcten. Of zou Tim Krabbé dan toch niet tot die categorie behoren? (*)
De recensent in Humo (JDM, whoever that may be) moest net als ikzelf aan het magistrale “Gouden ei” (zie verder) denken, toen hij (zij?) dit boek las (correctie: dit verhaal las, de uitgeverij tracht het als een boek te verkopen door een extreem groot lettertype te gebruiken en veel wit tussen de hoofdstukken, maar het is en blijft gewoon een verhaal), zij het dat hij (zij?) net als ikzelf vind dat “Krabbé er niet in (slaagt)even trefzeker naar een climax toe te werken, al is het uitgangspunt origineel. (…) Helaas kunnen alleen de eerste twee hoofdstukken overtuigen. De ontknoping is onwaarschijnlijk, en matig uitgewerkt bovendien.”
Maar waarom wilde ik nu juist de recensie in Humo lezen? Omdat dit de politiek correcten bij uitstek zijn natuurlijk. En daarom leest zijn (haar?) conclusie dan ook enigszins anders:“Krabbé laat de lezer bijna geloven dat de dood van de scheldende jongen gerechtvaardigd was.”
Nou, laat die “bijna” maar gerust weg, maar met het slotzinnetje kan ik het dan weer volkomen eens zijn:“Ondanks die flauwe tweede helft maakt Een goede dag voor de ezel zeker kans om, naast Het gouden ei, een ereplaats te versieren op menig schools leeslijstje: helder geschreven, spannend en vooral kort.”
Ronny De Schepper
(*) In “Humo” verklaarde Krabbé ooit: “Mijn boeken zijn absoluut en totaal zonder enige maatschappelijke relevantie. En daar ben ik heel erg trots op.”
