De naam van de roos is de Nederlandse vertaling van het in september 1980 door de Italiaanse schrijver Umberto Eco geschreven boek Il nome della rosa. De vertaling uit het Italiaans is van Jenny Tuin en Pietha de Voogd. In 1986 is het verhaal verfilmd als The Name of the Rose door Jean-Jacques Annaud met Sean Connery en Christian Slater in de hoofdrollen. In 1999 werd het boek verkozen in Le Mondes 100 boeken van de eeuw.
De roman “De naam van de roos” speelt zich af in de middeleeuwen. Het boek heeft de vorm van een misdaadroman, gesitueerd binnen de muren van een Benedictijner abdij. Als zodanig is het gemakkelijk toegankelijk voor de lezer, maar, zoals gebruikelijk bij Umberto Eco, bevat het boek onder het oppervlak van het “detectiveverhaal” tal van diepere lagen en literaire verwijzingen.
In de namen van William van Baskerville en Adson zit een hommage aan Sherlock Holmes, hoofdpersoon uit de “The Hound of the Baskervilles”, tevens is zijn naam gebaseerd op William of Ockham, een middeleeuwse franciscaner monnik en logicus die onder andere naamgever is van Ockhams scheermes. De naam Adson doet denken aan die van Watson, maar ook aan Adso van Montier-en-Der, een monnik uit de tiende eeuw die een Libro de antichristo schreef. De naam van de blinde ziener Jorge van Burgos is een allusie op de Argentijnse auteur Jorge Luis Borges, die ook blind werd op latere leeftijd en een verhaal schreef over een labyrintische bibliotheek, De bibliotheek van Babel (La biblioteca de Babel), waarop Eco zich gebaseerd heeft.
“In het begin was het Woord” (Joh. 1:1) lezen we in de eerste regels van “De naam van de roos” en inderdaad lijkt het spel van namen, woorden en betekenissen het centrale thema van het boek te zijn. Dat uit zich enerzijds in de versregel waarmee de roman eindigt en waaraan hij zijn naam ontleent: Stat rosa pristina nomine, nomina nuda tenemus (De roos van voorheen bestaat als naam, naakte namen houden wij over).
In november van het jaar 1327 wordt de franciscaner monnik William van Baskerville door de Duitse keizer, Lodewijk van Beieren, naar een benedictijner abdij in Noord-Italië gestuurd. Hij heeft als opdracht een congres voor te bereiden waaraan benedictijnen en franciscanen zullen meewerken. Er moet daar een oplossing worden gevonden voor het voortslepende conflict over de armoede tussen de franciscaanse minderbroeders en paus Johannes XXII. Het verhaal wordt aan het eind van zijn leven verteld door de destijds jonge benedictijnse novice Adson van Melk, die destijds als leerling-secretaris met William meereisde.
Het boek is een illustratie van de scholastische manier van denken die zich vanaf de dertiende eeuw ontwikkelde. Deze manier van denken staat in contrast met het mystiek-religieuze wereldbeeld dat door veel van de monniken in het klooster wordt aangehangen. Zij geloven dat de golf van moorden toe te schrijven is aan duivelse krachten. William van Baskerville weigert genoegen te nemen met hun bijgeloof en probeert het mysterie op te lossen door te redeneren en zijn gezond verstand te gebruiken.
Het boek sluit met een Spaans gedicht van Juana Inés de la Cruz: “Rosa que al prado, encarnada,/te ostentas presuntuosa/de grana y carmín bañada:/campa lozana y gustosa,/pero no, que siendo hermosa/también serás desdichada” (Roos die in de weide, karmozijnrood,/je loopt arrogant te pronken/bedekt met karmijnrood en rood:/weelderig en aangenaam veld,/Maar nee, want ze is mooi./Ook jij zult ongelukkig zijn).
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)

Deel 1 van de verstripping van De naam van de roos eindigde met een meisje dat zich ontkleedde voor Adson, het hulpje van de franciscaner monnik William van Baskerville die in een klooster te maken krijgt met diverse moorden. Deel 2 begint dus met een erotische scène, daar draait tekenaar Milo Manara zijn hand niet voor om. Gelukkig blijft het bij die scène. De rest volgt meer de lijn van het oorspronkelijke verhaal van Umberto Eco. Het is overigens niet toevallig dat juist deze strip bij uitgeverij Prometheus verschijnt, want directeur Mai Spijkers (toen nog werkend voor Bert Bakker) introduceerde dit boek in Nederland waar het een gigantische bestseller werd. (Coen Peppelenbos van Tzum)
