De roman Nana van Émile Zola begon als feuilleton in de krant Le Voltaire op 16 oktober 1879. De controverse was zo snel en zo fel dat Zola zelf al op 28 oktober 1879 in Le Voltaire een artikel schreef om kritiek te beantwoorden. De eerste boekeditie verscheen later, op 14 februari 1880, bij Georges Charpentier in Parijs.

Nana is het negende deel van Zola’s grote romancyclus Les Rougon-Macquart, waarin hij het Franse leven onder het Napoleon III-regime analyseert. De roman volgt de opkomst en ondergang van de courtisane Nana en werd meteen een groot succes (maar ook controversieel).
Ch.1: Na een grote reclamecampagne pakt het theater (“Noem het bordeel”) van Bordenave uit met “De Blonde Venus”, een stuk met in de hoofdrol Nana, achttien jaar en al ex-prostituée! Zij treedt bijna naakt op de scène en alhoewel zij niet kan acteren of zingen, slaat het hoofd op hol bij alle mannen. En dat zijn dan: haar pooier, en verder Fauchery en zijn neef La Faloise, de achttienjarige knaap Daguenet, een Joodse bankier (Steiner) en de man van de actrice Rose Mignon. Enkel graaf Muffat blijft onbewogen.
Ch.2: “A day in the life of Nana” met haar minnaars, haar “beroep” en haar kind Louiset (verkleinwoord voor Louis) dat ondertussen reeds twee jaar oud is.
Ch.3: Salon bij gravin Sabine. De meeste (mannelijke) aanwezigen zullen ’s anderendaags aanwezig zijn op een diner bij Nana. Muffat, echtgenoot van Sabine, die echter niet het echtelijke bed met haar deelt, is de enige die weigert.
Ch.4: Het diner bij Nana wordt een braspartij met de adel van Parijs en enkele lichtekooien.
Ch.5: Een prins woont de vertoning bij (ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling) en troont Nana met zich mee, dit tot grote spijt van graaf Muffat, die ondertussen totaal in haar ban is geraakt. Hij kan zich troosten met de gedachte dat Nana binnenkort zijn buur zal worden, want Steiner heeft haar een buitenhuis gekocht.
Ch.6: Zizi (troetelnaam voor Georges Hugon) wordt de minnaar van Nana, maar zij behandelt hem eerder als een kind. Fauchery is tuk op gravin Muffat, terwijl Daguenet eerder haar dochter (en vooral haar erfenis) op het oog heeft. De graaf zelf houdt het niet meer uit en gaat met Nana naar bed. Deze beleeft er echter geen plezier aan omdat het zien van een negentigjarige ex-prostituée haar tot nadenken heeft gestemd.
Ch.7: Nana gooit Steiner en Muffat op een brutale manier aan de deur, nu ze smoorverliefd is op Fontan, een collega toneelspeler.
Ch.8: Fontan en Nana gaan samenwonen. De vrek Fontan slaat haar en geeft haar bijna geen geld. Uit liefde voor hem prostitueert Nana zich weer. Tenslotte schopt hij haar toch de deur uit. Zij gaat bij een “collega” wonen, Satin, maar die wordt juist door de politie opgepikt.
Ch.9: Nana gaat terug naar het theater (er wordt een stuk gespeeld van Fauchery) en naar Muffat. Ze eist de rol op van een gedistingeerde dame, die oorspronkelijk voor Rose Mignon (de vroegere minnares van Muffat) was bestemd. Ze krijgt de rol, dankzij het geld van Muffat en het feit Fauchery met de gravin slaapt, maar het wordt een flop.
Ch.10: Nana krijgt nu de allures van een “dame du monde” en bewoont een duur appartement (op kosten van Muffat) waarin ze haar minnaars (Vandeuvres, Georges Hugon en zijn broer luitenant Philippe) ontvangt. Ze heeft ook een dubieuze verhouding met Satin, die ze met moeite van het tippelen weghoudt. Nana heeft Muffat overhaald zijn dochter Estelle uit te huwelijken aan Daguenet. Ze had dit met deze laatste afgesproken op voorwaarde dat hij op zijn trouwdag met hààr (Nana dus) naar bed zou gaan.
Ch.11: We vinden iedereen terug op de hippodroom, waar Vandeuvres zijn laatste troef uitspeelt. Hij heeft al zijn geld gezet op Lusignan. De winnaar is echter Nana, een ander paard uit zijn stal. Het wordt een triomf voor de “echte” Nana, waarin zelfs de dood van Vandeuvres (hij heeft zichzelf en zijn paarden in brand gestoken, zoals hij had voorspeld) tot een fait divers wordt.
Ch.12: Nana heeft een miskraam (zij was reeds drie maanden zwanger). Rose Mignon heeft uit afgunst op haar en ook op Fauchery, die ze echt bemint, een brief van Gravin Sabine naar Graaf Muffat gestuurd, waarin deze over haar verhouding met Fauchery schrijft. Daguenet huwt met Estelle. Hij biedt zich na de kerkdienst bij Nana aan, zoals was afgesproken. De graaf en de gravin verzoenen zich, omdat ze beiden geld nodig hebben, maar ze komen overeen dat ze elk hun vrijheid zullen behouden.
Ch.13: Nana drijft haar genotzucht dermate ten top dat, na Vandeuvres, ook de anderen moeten begeven. Philippe Hugo geraakt in de gevangenis wegens diefstal uit de regimentskas. Georges pleegt zelfmoord, omdat Nana toegeeft van zijn broer te houden. Dan ruïneert ze achtereenvolgens Foucarmont (een marine-officier), Steiner, La Faloise en Fauchery. Graaf Muffat verlaat haar, nadat hij zijn oom, de markies de Chouard, in haar bed heeft aangetroffen. De gravin van haar kant, die door Fauchery in de steek was gelaten, vlucht eerst met een handelaar, maar wordt onder invloed van de jezuïet Venot weer diep christelijk. Satin tenslotte ligt in doodstrijd wegens een “beroepsziekte”.
Ch.14: Na nog een laatste optreden in het theater verdwijnt Nana plotseling naar Kaïro en vandaar naar Rusland. Zij treedt bijna binnen in het legendarische en er gaan allerlei geruchten de ronde over haar fabuleuze rijkdom, maar de auteur insinueert dat ze zich heeft geruïneerd met een passie voor een neger. Ze keert terug, net op het moment dat haar kleine Louiset sterft aan de pokken. Zij wordt zelf ook door deze vreselijke ziekte aangetast en het is niemand minder dan Rose Mignon die ervoor zorgt dat ze toch in min of meer menselijke omstandigheden kan sterven. Dat gebeurt uiteindelijk op dezelfde dag dat Frankrijk de oorlog heeft verklaard aan Bismarck en de Pruisen. De auteur viert zijn cynisme bot tijdens het laatste bezoek dat alle personages nog eens aan de dode brengen. De vrouwen bespreken haar erfenis, de mannen de komende oorlog. Enkel Rose Mignon en Muffat zijn echt onder de indruk. Nana sterft afzichtelijk, zij die eens zo geschitterd heeft, enkel en alleen door haar schoonheid.
In tegenstelling met de “klassieke” naturalistische romans, die een “tranche de vie” tonen, eindigt “Nana” dus op de traditionele manier met de dood van het hoofdpersonage. Dit is een tekortkoming t.o.v. Zola’s eigen strenge eisen, maar ze wordt ten dele goedgemaakt door de schitterende sarcastische contrastwerking: tijdens haar leven was ze ongelooflijk mooi, maar in de dood is ze afzichtelijk lelijk; tijdens haar leven werd ze door iedereen benaderd, bij haar dood wordt ze door iedereen gemeden (wegens het besmettingsgevaar).
Verder komen er in dit laatste hoofdstuk nog enkele filosofische opvattingen naar voren: “Wij zullen haar altijd herinneren als de Blonde Venus,” laat Zola door haar collega’s zeggen, maar tegelijk ridiculiseert hij dit gezegde, zodat hij zich misschien wel aansluit bij het gezegde: “Slechts de dood zal over je goede of slechte faam beslissen.” (Ik verwijs hierbij naar “Easy rider”, een film die ik toen pas had gezien, maar nu kan ik me niet meer herinneren wat ik daarmee precies bedoel.)
Een ander opvallend gegeven is dat degenen die het meest door Nana werden vernederd, nog het beste met haar begaan zijn in haar doodstrijd (met name Rose Mignon en Muffat).
En tenslotte: het feit dat men aan haar doodsbed reeds hevig discussieert over de oorlog contrasteert sterk met de periode van haar glorietijd, wanneer zij het onderwerp van ieder gesprek was. Men leest hier tussen de regels ook de opvatting over de “absurditeit” van het leven (natuurlijk nog niet op te vatten in de strikte zin, zoals Sartre en de existentialisten dat later zouden doen): de dood van de eens zo geroemde Nana wordt al tot een fait divers, terwijl ze nog opgebaard ligt.

Ronny De Schepper

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.