Het is vandaag al 25 jaar geleden dat de Engelse vioolbouwer David Rubio op 66-jarige leeftijd is overleden in Cambridge (foto Jim Woodhouse via Wikipedia).

David Rubio  werd geboren als David Joseph Spinks in Londen en kreeg zijn nieuwe achternaam toen hij in zijn twintiger jaren professioneel flamencogitaar speelde, wat hij had geleerd in Sevilla bij onder andere gitarist Pepe Martínez. Begin jaren zestig reisde hij van Spanje naar New York als begeleider van het 
flamencodansgezelschap Rafael de Cordoba. Terwijl hij in New York was, gaf Rubio het spelen op ten gunste van de bouw van gitaren en vestigde hij zijn eerste werkplaats op Carmine Street in Greenwich Village in New York. Uiteindelijk keerde hij terug naar Engeland en zette een werkplaats op in de buurt van Oxford, die hij later verplaatste naar Cambridge. Na verloop van tijd breidde hij zijn repertoire uit met verschillende andere snaarinstrumenten (maar ook klavecimbels!).

Rubio onderzocht veel aspecten van de technologie van het maken van instrumenten, in zijn poging om het klassieke geluid en uiterlijk van de oude Cremonese instrumenten opnieuw te creëren. Een deel van dit werk werd gepubliceerd in Nature, na een samenwerking met professor Ralph Raphael en andere  wetenschappers van de Universiteit van Cambridge: ze identificeerden componenten die werden gebruikt bij de oppervlaktebehandeling van het hout van instrumenten die door Stradivarius werden gemaakt  en toonden aan dat een versie van deze stoffen kon worden gebruikt om de toon van moderne instrumenten te verbeteren.

Tijdens zijn 40-jarige carrière creëerde Rubio meer dan duizend instrumenten, die door spelers en verzamelaars over de hele wereld worden begeerd. Hij deelde zijn expertise en kennis ook met jongere gitaarbouwers. Zijn instrumenten werden tijdens zijn leven gewaardeerd door veel goede muzikanten, waaronder de Engelse luitist en gitarist Julian Bream.

Marc Sonnaert is de “administratieve” leider van het Rubio Kwartet (de geestelijke leider is stichter Dirk Van de Velde), die onrechtstreeks ook de naam gaf aan het kwartet. In het atelier van de “Spaans-joodse” (dat heeft hij zich dus laten wijsmaken want dat blijkt niet zo te zijn) vioolbouwer David Rubio in Cambridge kwam hij zo onder de indruk van een kopie die deze had gemaakt van een viool van Nigel Kennedy, dat hij meteen een viool bestelde. Later volgden ook de drie andere leden van het kwartet dat op die manier het Rubio Kwartet werd. Later schakelde Sonnaert overigens over op de altviool, aangezien zijn lijf “te groot” was voor een gewone viool. Dit verhaal komt van Sus Verleyen in Knack 4/6/97, dat als reactie is geschreven tegen het feit dat de Raad heeft geweigerd dit kwartet te ondersteunen. Daarvóór hadden ze enkel eens 40.000 fr. gehad op aandringen van Walter Boeykens, wiens dochter met hen het klarinetkwintet van Mozart heeft opgenomen. Ik zeg dit vooral omdat dit verhaal ergens niet klopt: wie speelde dan immers (de rest van de tekst ontbreekt, juist op het moment dat het spannend begint te worden!)

Ronny De Schepper

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.