Eén van de doelstellingen van Jean-Pierre De Decker voor zijn Publiekstheater was “professioneel volkstheater” brengen. Waarmee hij uiteraard zowel Arne Sierens en C° als de amateurs van het Gentse volkstoneel tegen zich in het harnas joeg. Op basis van “Dahlia’s en gladiolen” in 1999 in de Minardschouwburg kon ik daar zeker inkomen. Toen liet Guy Van Sande de regie nog over aan zijn toenmalige vriendin Mimi De Wilde. In februari 2000 nam hij zelf het heft in handen bij “De reis naar Lourdes”: “Wat we zelf doen, dat doen we beter…”

De voorstelling werd voorafgegaan door een flauwe soap in de sponsorende krant (De Gentenaar) en ook tijdens het nieuwjaarsconcert konden we al een voorproefje meemaken waarbij Mathias Sercu in de huid kroop van Elvis Presley. Maar de meest hilarische momenten vloeiden voort uit de interactie tussen gefilmde scènes en het reële acteren. Het “naspelen” van een dansscène uit “The Sound of Music” behoorde zeker tot één van de komische hoogtepunten, die voor de rest nochtans ook kwistig waren rondgestrooid.
Dat die passages vaak helemaal los stonden van de gang van het verhaal, stoorde ons minder dan bij de “reflectieve” passages, die even overbodig werden ingelast. Het was duidelijk dat men hiermee het verwijt van een gewone “deurenkomedie” te brengen wilde ondervangen. Maar daarvoor was een dergelijk schaamlapje onvoldoende. En dat was dan ook onze fundamentele kritiek: is dit nu de functie van een repertoiretheater? Dient gemeenschapsgeld dààrvoor? Is dit niet eerder een lucratieve “vrije productie”?

Ronny De Schepper

(foto Emmanuel Brunner via Wikipedia)

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.