De eerste Nederlandse Hitparade (*) dateert van 2 januari 1965. Na een moeizaam begin was deze hitlijst uitgegroeid tot dé toonaangevende hitparade van het land.



Het was de hitparade die het langst bestond, als enige erkend door de NVGD (de Nederlandse Vereniging van Grammofoonplaten Detailhandelaren) en waarmee men nog steeds de meeste rekening hield.

Door de officiële erkenning van deze brancheorganisatie voor platenzaken, werd de Top 40 breed gedragen als de belangrijkste maatstaf voor de platenverkoop.

De Nederlandse detaillist beschouwde deze lijst dan ook als een vast baken in de wirwar van nationale en Europese hitparades.

Dat veranderde niet, ondanks het feit dat de Nederlandse Top 40 op dat moment niet meer in zijn geheel op de radio te beluisteren was.

Die tegenslag had gelukkig geen enkele invloed op het vertrouwen dat de hitlijst bij de Nederlandse handel genoot.

Hiermee zette de Top 40 de ruim zestien jaar oude traditie van Radio Veronica als belangrijkste trendsetter voor muziekminnend Nederland onverminderd voort.

Toen Radio Veronica in 1960 met haar uitzendingen begon, was er nog maar weinig muziek op de zender te horen die men vandaag de dag als popmuziek zou bestempelen.

Er waren alleen Hilversum 1 en Hilversum 2, en die brachten, behoudens een enkel uurtje per week, geen enkel popprogramma. Het was dan ook geen wonder dat Veronica zich in dat schrale aanbod al spoedig wist te ontwikkelen tot de absolute nummer één smaakmaker.

De kiem voor het succes werd gelegd toen Joost den Draayer in 1964 op studiereis naar Amerika ging en dolenthousiast terugkeerde over de daar opererende Top 40-stations.

Dat waren lokale zenders die hun programma volledig opbouwden rond de veertig populairste platen.

In de Verenigde Staten was dit een beproefd systeem, want uit de luistercijfers bleek dat dit type programmering de hoogste waardering bij de luisteraars haalde.

Naar dit Amerikaanse voorbeeld introduceerde Joost de Top 40 in Nederland.

Daarvoor had hij al gepionierd met een andere, niet erg officiële hitlijst, het voorlopig Nederlandse platenelftal.

Den Draayer herinnerde zich later nog dat het moment ineens daar was en dat hij van de directie toestemming kreeg om met een Top 40 te mogen beginnen.

Hij liet toen krantjes uit Amerika overkomen, vol met hitparades en foto’s van de diskjockeys.

Hij gaf ruiterlijk toe dat hij het format niet zelf had verzonnen; in plaats daarvan had hij de Amerikaanse concepten gewoon overgezet en aangepast.

Op 2 januari was de eerste Top 40 een feit.

Deze werd destijds nog niet als gedrukt exemplaar verspreid, maar wel uitgezonden.

Ter gelegenheid van de zeshonderdste editie werd de allereerste lijst alsnog afgedrukt, voor het eerst in gedrukte vorm en in de oorspronkelijke uitvoering.

Die allereerste lijst werd, net als alle 599 volgende lijsten, samengesteld op basis van gegevens uit de detailhandel.

Volgens Den Draayer vergde het maanden van voorbereiding om in overleg met de platenmaatschappijen een systeem uit te dokteren.

Omdat daar in eerste instantie niets van terechtkwam, besloot hij het maar gewoon zelf te gaan doen.

Hij begon te vragen naar de A-handelaren, belde ze op en schreef briefjes met de vraag of ze eventueel mee wilden doen, want ze hadden uiteraard nog nooit van zoiets gehoord.

Tot zijn vreugde wilden ze dat wel. De respons was redelijk groot en vanaf het eerste ogenblik liep het project op rolletjes.

Een volgende belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van de hitlijst was de invoering van de Alarmschijf en de Tipparade.

Er werd toen al enige tijd op zaterdagmiddag, na de uitzending van de Top 40, een programma gemaakt met kanshebbers voor de lijst.

Dat soort tipprogramma werd langzamerhand geïnstitutionaliseerd tot een lijst van dertig platen die een goede kans maakten op een notering.

De nummer één uit die bewuste lijst werd de Alarmschijf, een plaat die elk uur na het nieuws gedraaid zou worden.

Hiervoor koos men de plaat met de hoogste hitkansen, of de plaat waarvan de diskjockeys van Veronica vonden dat hij absoluut een kans moest krijgen.

Op 8 november 1969 werd de allereerste Alarmschijf uitgeroepen: ‘Oh Well’ van Fleetwood Mac.

Zowel de Alarmschijf als de Tipparade werden, in tegenstelling tot de op verkoopgegevens gebaseerde Top 40, gekozen door de diskjockeys van Veronica.

De Alarmschijf was in de zomer van 1976 nog steeds de meest begeerde betiteling die een plaat zich kon wensen en men was op dat moment over enkele weken alweer toe aan de 350e editie.

Toch leek het bestaan van de Top 40 even in gevaar te komen toen minister Harry van Doorn zijn plannen doorzette en ervoor zorgde dat Veronica niet meer kon uitzenden.

Men besloot echter stug door te gaan met de uitgave van het gedrukte exemplaar, dat werd omgedoopt van Veronica Top 40 naar Nederlandse Top 40.

Binnen enkele weken besloot de Tros om de uitzending van zowel de Top 40 als de Tipparade op zich te nemen.

Deze programma’s gingen vanaf eind september 1974 als de Nationale donderdagmiddaggebeurtenis de lucht in.

Inmiddels had Veronica rond juli 1976 zelf weer zendtijd gekregen en was de omroep in staat de lijst zelf weer op vrijdagavond van zeven tot acht uit te zenden.

Dat was toen nog niet in zijn geheel, maar het plan was dat zodra er voldoende zendtijd was, de vertrouwde hitlijst weer als vanouds te beluisteren zou zijn.

Patrick De Graeve

(*) Zoals men kan zien, gebruikte Radio Veronica deze benaming. Dat betekent uiteraard niet dat er daarvóór geen andere hitlijsten bestonden in Nederland. (RDS)

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.