In februari 2002 maakte ik kennis met “Extension du domaine de la lutte”, de debuutroman van Michel Houellebecq (spreek uit “Wellbeck”, zoals op zijn website staat) uit 1994. Nog voor hij uit was, schreef ik dat het toen al duidelijk mocht zijn dat het nooit wat zou worden tussen Houellebecq en mij. “De man is duidelijk zo rechts als de pest,” schreef ik toen plichtsgetrouw (politically correct). “Dat blijkt eerder uit kleine, haast onopgemerkte tussenzinnetjes dan uit de overkoepelende idee.”
Bovendien kon zijn visie op seksualiteit, die me op basis van de recensies op zijn minst ‘interessant’ leek, me ook maar matig boeien, ook al omdat dit werk daar weliswaar mee opende, maar verder kwam er eigenlijk nog weinig seks in voor. “En van erotiek spreken we helemaal al niet!” voegde ik er strijdlustig aan toe. Nochtans is de titel een verwijzing naar dit aspect, namelijk naar het feit dat hij “vrije seksualiteit” als een uitbreiding van de economische “vrije markt” ziet: “In een economisch systeem waarin onrechtvaardig ontslag is verboden, slaagt vrijwel iedereen er min of meer in zijn eigen plaats te vinden. In een seksueel systeem waarin overspel verboden is, slaagt iedereen er min of meer in een bedgenoot te vinden. In een volkomen liberaal economisch systeem vergaren bepaalde mensen een aanzienlijk fortuin; anderen stagneren in werkloosheid en ellende. In een volkomen liberaal seksueel systeem kunnen bepaalde mensen een gevarieerd en spannend erotisch leven leiden; anderen zijn veroordeeld tot masturbatie en eenzaamheid.” (p.100)
Aangezien ik hierop veel afkeurende reacties kreeg, ben ik er in april na lezing van “Elementaire deeltjes” nogmaals op teruggekeerd. Want ik heb inderdaad de fout gemaakt op basis van de lectuur van “Extension du domaine de la lutte” een beetje voorbarig te concluderen dat ik wel nooit van Houellebecq zou kunnen houden. Of laat ik dat anders formuleren: dat ik wel nooit werk van hem zou kunnen appreciëren.
Maar de kritikasters hebben evenzeer een fout gemaakt. Zij wreven mij deze conclusie (terecht) aan, maar waren zich helemaal niet bewust hoe ik ertoe gekomen was. Met andere woorden, voor zover ik weet had geen van hen het debuut van Houellebecq gelezen. Welnu, dit debuut laat in niks, maar dan ook helemaal niks, noppes, “Elementaire deeltjes” vermoeden. “Extension” is een typische roman in de Franse existentialistische traditie (later zal “Platform” reeds in de openingszin maar ook later expliciet naar “L’étranger” verwijzen, zegt Julian Barnes en ik ben geneigd hem te geloven), maar dan wel even verwaterd als dat het geval is (op een heel ander vlak) met de romannetjes van Françoise Sagan bijvoorbeeld. Zoals hijzelf ergens zegt (ik las het boek in het vliegtuig, je kunt er je kont niet keren, dus nota’s nemen was er niet bij): “De roman is geen geschikt medium om ‘le néant’ te beschrijven.” Inderdaad, maar hij doet het toch.
In 1999 werd het werk verfilmd door ene Philippe Harel, die ook de rol van het hoofdpersonage voor zijn rekening neemt (hij heeft een frappante fysieke gelijkenis met Houellebecq). Merkwaardig is dat de film het boek bijna letterlijk volgt (de racistische opmerkingen worden wel weggelaten, wat geen tegenspraak is, aangezien ze inderdaad in “kleine, haast onopgemerkte tussenzinnetjes” zitten en geen deel uitmaken van het eigenlijke plot), behalve dan op het einde waar (in de film) “notre héros” (zoals hij heel de tijd – ongetwijfeld ironisch – wordt genoemd) dansles gaat volgen. In die les wordt hij gekoppeld aan een vrouw, die door haar grote gestalte door niemand anders als partner wordt gekozen. Zij geeft hem als slotbeeld een innemende glimlach, ook al brengt hij er als danser niets van terecht. Dit positieve open einde contrasteert toch wel heel erg met het boek, dat weliswaar ook wel eindigt met een vakantietrip na zijn internering in een psychiatrische instelling, maar waarbij de ik-persoon vaststelt: “Je ressens ma peau comme une frontière, et le monde extérieur comme un écrasement. L’impression de séparation est totale; je suis désormais prisonnier en moi-même. Elle n’aura pas lieu, la fusion sublime; le but de la vie est manqué.” (p.156)
Ook nog deze opmerking: in deze voor de rest vrij saaie film (ook op dat vlak volgt hij dus goed het boek) komen enkele pure pornoscènes voor. Het zijn inderdaad ook scènes uit “echte” pornofilms, waarnaar de hoofdfiguur zit te kijken en die hij zich later herinnert, maar het is toch wel merkwaardig dat dit “kan”. Blijkbaar wilde de regisseur op die manier een “shockeffect” bereiken dat gelijkaardig is aan de publicatie van de roman. Alhoewel men er tegelijk van op aan kan dat hierdoor een ruime distributie van de film wel zo goed als uitgesloten is. En de fragmenten zijn anderzijds zo kort (en de rest van de film zo saai) dat een alternatieve distributie in de pornosector eveneens uitgesloten is.
Ronny De Schepper

Ik heb al veel van Michel Houellebecq gelezen, maar zijn debuut uit 1994 De wereld als markt en strijd (Extension du domaine de la lutte) niet. Nu is er het eindelijk van gekomen. De wereld als markt en strijd is onmiskenbaar een boek van Houellebecq met de typische ingrediënten, maar het is duidelijk ook een debuut. Ik ben blij dat ik eerst Elementaire deeltjes gelezen heb zodat ik kon kennis maken met een grootser werk van deze omstreden auteur. De wereld als markt en strijd is vrij somber en bevat nog te weinig de vlijmscherpe maatschappij- en cultuurkritiek waarvoor hij zo bekend is. Ik vond het enkel zinvol als aanvulling op het werk dat ik al ken.
Fons Mariën, 20/08/2015
LikeGeliked door 1 persoon