Precies tachtig jaar geleden had er uiteraard ook een oscarceremonie plaats. De film “Casablanca” was de grote winnaar met ook nog een extra-prijs voor regisseur Michael Curtiz.

Vijf jaar geleden heb ik nog één van zijn eerste films “A tolonc” gezien. Het was een stomme film uit 1915 en hij werkte toen nog in zijn geboorteland Hongarije als Kertesz Mihaly. De titel werd in het Frans “vertaald” als “L’indésirable” (als het al een aangepaste titel zou zijn, dan is het in het Engels toch ook “The undesirable one”) en dat sloeg dan op de meid Angyel Liszka (de Hongaren zetten net als de West-Vlamingen de familienaam vóór de voornaam, wat dan meteen geen vóórnaam meer is natuurlijk), in het Frans was dat Betty geworden, en de rol werd gespeeld door Lily Berky. En die zàg er alleszins niet “indésirable” uit, dus dààrop kon de titel alvast niet slaan. Nee, het gaat over het feit dat ze als meid op een bepaald moment ervan verdacht wordt de familiejuwelen te hebben gestolen en daarom is ze “indésirable” geworden in het huishouden en wordt ze door de politie opnieuw naar haar geboortedorp geëscorteerd. Daar loopt ze niet enkel haar moeder (Mari Jaszai) tegen het lijf, die na vijftien jaar pas vrij is gekomen omdat ze haar echtgenoot en dus de vader van Liszka/Betty had vermoord omdat het een bruut was (lang zal het weerzien niet duren, want beiden drinken per ongeluk van een gifdrank die Betty had bereid om zelfmoord te plegen; zijzelf zal het overleven, haar moeder niet), maar ook de echte dief, zodat ze op de valreep nog in eer hersteld wordt en zelfs met de zoon des huizes mag huwen.
Daarna heb ik nog eens naar een video van “Casablanca” gekeken. Alhoewel het voor de zoveelste maal was (tiende? vijftiende?) leek het wel een film die ik nog nooit eerder had gezien. Het ging immers om de ingekleurde versie. Nu moeten we dat allemaal verwerpelijk vinden (het was trouwens geen band van mij, maar van mijn vader), maar om eerlijk te zijn: dat viel best mee. Het was uiteraard veel minder een “film noir” geworden, maar Casablanca ligt toch niet voor niets in Noord-Afrika, hé? En ook “Rick’s Café Américain” was toch eerst en vooral een plaats waar de mensen kwamen om zich te amuseren. Bovendien bleven de echt “donkere” fragmenten wel hun karakter behouden (“from all the ginjoints in the world, she walks into mine”, het ophalen van de visa, het vertrek op het vliegveld…). Er is me (wellicht mede door die kleurrijke versie) wel een fout opgevallen: het regent pijpestelen in de Gare de Lyon als Bogart en Bergman uit Parijs willen ontvluchten (“the Germans wore grey, you wore blue”), maar als hij uiteindelijk door Sam op de trein wordt geduwd, zijn z’n kleren en hoed plotseling kurkdroog. En wat me ook is opgevallen (maar dat heeft dan weer niets met die kleuren te maken): alhoewel de Hays Code ervoor zorgt dat er niets te zien valt, wordt er toch wel ontzettend veel gesuggereerd. Zo vraagt Viktor Laszlo aan Ilsa of zij hem iets moet vertellen over Parijs. “Nee,” antwoordt ze, maar dat gelooft toch geen kat. In de flashback zien we dat ze van ’s morgens tot ’s avonds samen zijn en dat de champagne voortdurend rijkelijk vloeit. Dan zal hij haar ’s avonds toch niet aan haar hotelletje hebben afgezet met een “see you tomorrow, darling”, zeker? Nog straffer is de scène waarbij Ilsa de visa in haar bezit wil krijgen. Daarbij zegt ze tegen Rick dat ze nog altijd van hem houdt. Ze kussen en dan wordt er uitgeblend. Bij het volgende beeld staat Rick voor het raam een sigaret te roken. Akkoord, zijn witte jasje zit nog altijd even keurig, maar het uitblenden suggereert toch wel duidelijk dat er na die kus wat méér is gevolgd, nietwaar?

“Casablanca” (1942) is natuurlijk een absolute klassieker, misschien zelfs de klassieker der klassiekers, maar of het écht een film noir is… daarover zijn de meningen verdeeld, en daar zit juist de charme.

De feiten:

  • Casablanca bevat veel film noir-elementen: zwart-wit, schaduwwerking, moreel complexe personages, oorlog als achtergrond, cynisme, een zekere fatalistische sfeer.
  • Humphrey Bogart als Rick Blaine is een typisch noir-achtig personage: de harde man met een verleden, ogenschijnlijk onverschillig maar met een gouden hart onder de ruwe bolster.
  • Ingrid Bergman als Ilsa heeft iets van een femme fatale, al is ze veel onschuldiger dan de klassieke noir-verleidster.

Maar…

Puristen zeggen vaak dat film noir eigenlijk pas begon rond 1944 met films als Double Indemnity en Murder, My Sweet, en dat Casablanca eerder een romantisch drama met thriller-invloeden is dan een échte noir.

Toch ademt Casablanca noir in toon, stijl en moraal — én, laten we eerlijk zijn, de combinatie van scherpe dialogen, melancholie en morele keuzes past perfect in het noir-universum. Bovendien: If it walks like a noir and talks like a noir… En bovendien: een film waarin iemand zegt “I stick my neck out for nobody” kan niet anders dan tot het noir-pantheon behoren.

Ronny De Schepper (with a little help from chatgpt)

Een gedachte over “Tachtig jaar geleden: “Casablanca” grote oscarwinnaar

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.