In “La déesse n’est pas morte” van André De Smet, beter bekend als le père Julien, lezen we een pleidooi voor de herwaardering van de vrouw én dus van de seksualiteit in het christendom. Hij was tot deze vaststelling gekomen toen hij tijdens zijn missiewerk in het toenmalige Belgisch Congo ondervond hoe die natuurvolkeren zo ongedwongen met seksualiteit omgingen en dat dit juist het eerste was dat de katholieke kerk probeerde te onderdrukken. Hij wijst ook op het spirituele van het genot. “Een dier kent immers geen genot,” zegt hij.

De vermenging van SM met religie, ja zelfs het gebruik van het Latijn, vinden we terug in de filosofische roman “Ave Verum Corpus”, het debuut uit 1994 van de 24-jarige Nederlandse schrijfster Désanne van Brederode, dochter van een voormalige jezuïet en priester, die daarmee opzettelijk teruggrijpt naar de tijd van de mystiek. In de inleiding spreekt ze de lezer zelfs als meesteres toe. De lezer moet zich aan allerlei eisen van haar onderwerpen. “Misschien doet het zelfs pijn. Laten we dat hopen.” (p.7) Zelf ontdekt ze pas écht de liefde (het genot?) na een reeks mannen (je vindt iets dergelijks ook een beetje in “De wetten” van Connie Palmen) bij een vrouw en dan nog in een onderdanige situatie.
Ook ene Marie L. beschrijft in “Confessée” haar fascinatie voor het lijden sinds haar prille jeugd. Het is meer martelaarschap dan SM, al zit er ook een scheut “Crash” in; als ze volwassen wordt, koppelt ze haar extatisch genot bij pijn immers aan religieuze en erotische gevoelens – daarbij is het opmerkelijk dat ze a-religieus is opgevoed; vgl. op dat vlak ook de boeken van Kathryn Harrison.
Een sadomasochistische incestueuze verhouding tussen vader en dochter vinden we ook bij Kirsty Gunn (“Het aandenken”, De Bezige Bij, Amsterdam, 199 blz.). In al deze gevallen zitten we dicht bij de autobiografie. Ook Sarrah Verroen wijdt in haar boek “Het seks-complex” (Uitgeverij Atlas, 183 blz.) een volledig hoofdstuk aan SM, al vindt ze het zelf “vervelend en saai” omdat het “allemaal volgens regels en wetten vastligt”.
In 1994 was er ook nog Pierre Bourgeade die met zijn “Boekenparadijs” herinneringen oproept aan “Histoire d’O”. Al gaat de voorkeur voor een mengeling van katholieke rituelen met zwarte magie ook terug op Georges Bataille (1897-1963) natuurlijk, vooral dan met de echo van oeroude erotisch-perverse driften (de kruisdood, het eten van het vlees, het drinken van het bloed). Het ontbreken van rituelen is voor mij echter wel een afknapper om van SM te kunnen spreken.

Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)

De Nederlandse schrijfster Désanne van Brederode na een lezing in de openbare bibliotheek van Wageningen. (Foto Pimvantend – Eigen werk)

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.