Op 8 oktober 2018 opende de gemeente Sint-Lievens-Houtem officieel de Ivo Michielsweg, eksakt 6 jaar en één dag na het overlijden van de schrijver. Het was een eer die zijn geboortestad Mortsel hem niet gunde het jaar daarop. Blijkbaar gingen vrouwen voor. Of Alice Nahon beter schreef is bedenkelijk. Alice Vigoureux daarentegen was een logische keuze: zij had bij het vreselijke bombardement van de geallieerden, flink náást de Erlafabrieken die de hallen van Minerva had overgenomen, 26 kleuters gered uit de puinhopen van hun schooltje.

Dat bombardement op 5 april 1943, tachtig jaar geleden, is ook voor Ivo Michiels een onverteerbaar trauma gebleven: in het 4e deel van zijn Journal Brut, “Prima Materia”, beschrijft hij in één lange zin van vier bladzijden de luchtaanval vanuit het standpunt van een piloot:

F van Furioso

Dat ene ogenblik, dit ene ondeelbare lange ogenblik, krimpt de wereld, de niet-wereld, de niet-meer-wereld samen tot de nauwelijks in ’t oog springende stip op de kaart, de onbeduidende spetter (…) de onopvallende speldeknop tussen de speldeknoppen op de stedenwijzer van het kontinent, noornoordwest de letter s van schooltje staat geschreven en zuidzuidwest de letter a van (voormalige) automobielassemblageateliers en zuidzuidoost de letter f van fotochemische fabriek, en reeds is de escadrille het neusdeel van het eskader, doorgestoten naar de geïsoleerde daken van de spetter (…). Dan barsten hel en tragedie los.

De opening van de Ivo Michielsweg in Zonnegem belichtte al andere aspekten van het trauma. Ik zag vooral de troosteloze omgeving: er staat geen gebenedijd huis langs de Ivo Michielsweg. Op een droge dag zoals toen in oktober was de koets met zijn witte weduwe aandoenlijk. Maar bij ontij kunnen de kale velden snel in modderpoelen veranderen. Daar weten ze in de Westhoek alles van. Ook de schildwacht in Het Boek Alfa trappelt ter plaatse in slijk en smodder. De tragedie van de Westhoek is zeer herkenbaar.

Een man als Ivo Michiels, die zoveel spoken uit zijn verleden te bestrijden had, was thuisgekomen. Zonnegem bood hem een rust die hij later met Christiane in Le Barroux bij de Ventoux zou vinden. Rust en tijd om al zijn twijfels te ordenen, te herhalen, te ontleden, te dissekteren, te toetsen aan moraal en macht, aan liefde en dood. Het indrukwekkende oeuvre van Michiels kun je zien als een boetetocht naar Canossa. Zijn aflaat: hij heeft de spijt en het schuldgevoel overwonnen, hij stierf vol levensdrift.

Maar hoe komt het dan dat Michiels – maar ook zijn tijdgenoten Hugo Claus, Paul de Wispelaere, Louis Paul Boon, Albert Bontridder, Maurice D’haese, Hubert Lampo, Ward Ruyslinck, Hugo Raes – zoniet vergeten zijn, dan toch nog amper gelezen worden ? Daar spelen de vervreemding van de akademici een nefaste rol in. Zij trekken, net als dokters of juristen, een onneembaar taalstaketsel op. Ze teoretiseren hem kapot. Bij de gewone lezer klinkt het anders. Hij is te moeilijk. Hij vertelt geen klassiek verhaal. (Nochtans hanteert hij het populaire feuilleton, onder één koepel natuurlijk). Het Afscheid was verplichte lektuur op school. Het is voor ons te hoog gegrepen. Want zegt Peter Verhelst niet: “‘Als iemand er in de Nederlandse letteren in geslaagd is Van Ostaijen, Beckett, Joyce, Nabokov en Borges met elkaar te verbinden, dan is het Michiels”. Zware kost dus.

Onterecht, laat u het leesplezier niet afnemen. Voor de goede orde: niemand is verplicht te lezen. Of te sporten. Of te werken in de tuin. Maar lezen laaft zich aan de zuiverste bron: verwondering. Verwondering is der kinderen, bewondering een massarefleks. Om kind te blijven beschouw je Michiels het best als een Rubik-kubus of als een smartphonespel. Michiels is aktueler dan ooit, en wel mede hierom:

Eén: We leven opnieuw in barre tijden. Het gemeenschapsgevoel is verschrompeld, digitalisering werpt het individu nog meer op zichzelf terug, kerk en staat hebben hun moreel gezag en betrouwbaarheid verloren, kapitalisme denkt uitsluitend in ekonomisch belang. Krisissen – de financiële kater van 2008, de pandemie, de nieuwe oorlogen in Europa van Joegoslavië tot Oekraine – krisissen veroorzaken niet alleen vertwijfeling, ze leiden steevast naar meer autoritaire politiek. Informatie wordt met de dag minder geloofwaardig. Michiels had dat al onderkend in de nasleep van de oorlog: als informatie nep of vervalsend of sloganesk wordt, moet de taal van die informatie geëlimineerd worden. Hij kwam tot het inzicht dat de uiterlijkheden en het taalgebruik in Vlaanderen amper verschilden van wat in Duitsland of Italië aan de gang was. Dat is waar de Alfacyklus om draait. Vijf boeken, die één strategie bepalen: Onze omgang valt uiteen door onmogelijke keuzes (Het Boek Alfa). Woorden verliezen zin en betekenis door ideologische verrotting en militarisering der woorden (Orchis Militaris, de kern van de cyklus). Het spreken verbrokkelt, woorden spatten uiteen en blijven als morenen ongeordend achter na de oorlogsvloed, tot het nulpunt van het schrijven wordt bereikt (de o van Exit). Dan is het eindeloos wachten zoals Beckett op wat nooit komt (Samuel O Samuel, een radeloos SOS). En ten slotte het stamelen, opnieuw leren spreken (Dixit). Die bevrijding, dat voelt aan als toen alle schotten wegvielen in de jaren 1950. Michiels: “Die Grote Jeuk, daar maakten wij deel van uit. En we wisten niet waar eerst te beginnen”. Dat geldt ook voor de nieuwe lezers van vandaag.

Twee. Taal bedriegt, het is een waarschuwing tegen indoktrinatie. Lang voor semiotikus Roland Barthes zijn inaugurale rede aan het Collège de France hield in januari 1977, had Michiels dat thema al grondig uitgewerkt. Barthes stelt dat niet het spraakvermogen in se macht schept, maar wel het spraakvermogen in zover het verstart tot een orde, een systeem van regels, de taal. Die taal, ik citeer hem, “is noch reaktionair noch progressief, zij is doodgewoon fascistisch, want het fascisme bestaat er niét in het spreken te beletten, maar tot spreken te dwingen”. Zwijgen is toestemmen, spreken censuur en vaak onbewuste zelfcensuur.

Dat kan de lezer leren van Michiels: vermijd de pasvormen, wantrouw modieuze begrippen en tendenzen, mijd de taalvoorschriften. Michiels husselt alle taallagen door elkaar, vooral in zijn postuum boekje Maya Maya, dat inderdaad een handleiding is tot zinvolle lektuur. Na de taalafbraak – die merkwaardig heel dicht staat bij de zapkultuur van het kijken en de twitterschriftuur van de jongeren – volgt de revalidatie. Opnieuw bewegen, hoe moeizaam ook: “Dat noem ik opschieten! De hoorn nu op de haak gelegd en de kruk van de deur in je hand genomen, de stappen gericht. Klaar ?” En zo komen werelden uiteindelijk schoorvoetend bij elkaar, Antwerpen en Iqualuit, Caroline en Vinnie.

Drie. Iqualuit ligt in Nunavut, het enorme gebied dat in Canada is toegewezen aan de oorspronkelijke eskimobewoners, inuit. Dat is geen globalisering. Die is uitverkocht aan het laagste ekonomisme, konsumentisme en de ideologie van de algoritmendiktatuur. Wel is het bevruchtende internationalisering (vandaag zou men kribbig poneren: dat is kulturele toeëigening). Tegen die taalkorruptie is maar één kruit gewassen: de kunst. Kunst kan niet de wereld redden, maar wel de mens. Reeds van in zijn recensieperiode bij Het Handelsblad zag Michiels verder dan het alfabet. Hij zocht in Italië toenadering tot avantgardistische kunstenaars, schilders als Wifredo Lam die hem leerde met La Jongla slavernij en ontvoogding te begrijpen. Het vrij kubistische werk toont vooral een veelheid aan invalshoeken, aan perspektief, aan vervorming. Waaruit Michiels begrijpt dat ook hij bestaat uit vele personen, miriaden gedachten, data, atomen, en dat eenheid subjektief is. Daarom wil hij abstraheren, het kunstwerk losmaken uit de beredeneerdheid, het zelfstandig maken – zoals Fontana met inkervingen en Yves Klein met blauw naar monochromen en driedimensionaliteit toewerkten; zoals Crippa en Appel action painting beoefenden; zoals de kinderlijke spontaneïteit van het Deense Cobralid Asger Jorn; zoals zijn filmwerk (invloed Godard, doceert aan het HRITCS; werkt met Roland Verhavert); zoals de Nouveau Roman van Robbe-Grillet, Boris Vian, Michel Butor; zoals de jazz harmonie en melodie inruilde voor ritme en klankkleur. Uiteindelijk belandt Michiels bij de elektronische, atonale en minimalistische muziek, die opvallend blijft doormeanderen bij hedendaagse komponisten. Karel Goeyvaerts, Karlheinz Stockhausen, John Cage, Brion Gysin met zijn cut up techniek, ze waren de inspiratiebronnen van Philip Glass, Terry Riley, Louis Andriessen, Brian Eno, Pink Floyd. Hoezo Michiels niet aktueel?

En vier. Ten slotte heeft Michiels ook de autobiografie, de schoolopleiding, en de filosofie een nieuwe impuls gegeven. Autobiografie: geen heldhaftig verhaal over grootse daden, meer een genadeloze dissektie van de eigen inhibities en oordelen. Schoolopleiding: Vlaams minister van onderwijs Ben Weyts klaagt steen en been over ontlezing op school. Als autodidakt maakt Michiels komaf met dat achterhaalde onderwijssysteem dat de kloof tussen elitaire en beroepsscholen in stand houdt. Als Ruth Lasters nu de verdediging opneemt van het beroepsonderwijs, dan zit zij op de lijn van Michiels: laat de kinderen zelf ontdekken, solfer ze geen Kanon op. En wijsbegeerte: Michiels’ hele oeuvre is doortrokken van water. Tweederde van het menselijk lichaam bestaat uit water. Het is dus logisch dat Michiels’ schrijven eindigt in Iqualuit – helemaal omringd door de zee, luchtvochtigheid dik 75 %. “Maya Maya” betekent trouwens in het Kiswahili – Maji, Maj, Maja – water. Thales van Milete wist het al in de zesde eeuw voor Kristus: “Alles is water”, het begin van de oerelementen; waar Michiels’ werk van doortrokken is.

Waar wacht u dan op om Michiels te ontdekken of te herontdekken  ? Dat het oeuvre zichzelf schept, is een nogal overtrokken gedachte. Dat abstrahering waardenvrij is eveneens. Maar dat zijn werk toegankelijk is, leesbaar, werkzaam en uitdagend, dat staat buiten kijf. Lees het alleen in kleine brokjes, neem je tijd. Altijd goed voor uw ontwikkeling. En de onze.

Lukas DE VOS, HOU HET KORT. IVO MICHIELS EN DE TAALWORM, Beauvoorde, KANTL, 5 juli 2023

Foto Michiel Hendryckx via Wikipedia

Een gedachte over “Het Evangelie volgens de Lukas (20): Ivo Michiels en de taalworm

  1. Heerlijk dat hier de aandacht nog eens gevestigd wordt op een onterecht vergeten zeer goede auteur die inderdaad een interessant oeuvre naliet. En bovendien een beminnelijk man en zeer goed docent (aan het RITCS) was.

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.