Paolo Cognetti verhaalt in “De acht bergen” over de vriendschap tussen Pietro, een jongen uit Milaan, en Bruno, een jongen uit de bergen die voor de koeien zorgt.
Pietro’s ouders wonen weliswaar in de stad, maar hebben een voorliefde voor de bergen waar ze elkaar voor het eerst ontmoetten. Hun vakanties brengen ze in de bergen door, meer bepaald in een bergdorp van de Val d’Aosta. Pietro en Bruno worden goede vrienden, ook al zijn ze erg verschillend door hun milieu. Het boek vertelt over hun levenslange vriendschap, maar ook over de relatie tussen Pietro en zijn vader en moeder. Op een dag in zijn puberteit stopt Pietro met de bergwandelingen met zijn vader. Een grotere afstand ontstaat tussen hen. Later trekt Pietro naar Turijn en raakt hij het contact met Bruno een tijdlang kwijt. Wanneer Pietro’s vader schielijk overlijdt en hij aan zijn zoon een hutje in de bergen achterlaat, neemt Pietro de draad weer op en krijgt de oude vriendschap een nieuwe kans.
Dit boek gaat vooral over de relatie tussen mensen en de bergen, over onderlinge relaties ook, over liefde en dood.
‘De acht bergen’ is meesterlijk geschreven (voor zover je dat kunt beoordelen op basis van een vertaling) en is ook poëtisch en licht filosofisch. Ik kan de lectuur ervan aan iedereen aanbevelen.
Fons Mariën, 08/05/2018