Eleanor “Tussy” Marx pleegde zelfmoord op 31 maart 1898 in Londen. Ze was toen 43 jaar oud en haar vader Karl was zelf al vijftien jaar eerder overleden. (Eleanor Marx in het midden met Wilhelm Liebknecht links en Edward Aveling rechts gefotografeerd in New York tijdens hun reis naar Amerika in 1886.)
Haar dood kwam als een schok binnen de socialistische beweging. Hoewel haar overlijden officieel als zelfmoord werd geregistreerd (ze had cyanide ingenomen), zijn er sindsdien ook twijfels gerezen of ze daartoe volledig in vrijheid besliste. Haar partner Edward Aveling, met wie ze een jarenlange relatie had, stond bekend als manipulatief, ontrouw en financieel onbetrouwbaar. In de laatste jaren van hun relatie had hij een affaire met een jonge actrice genaamd Eva Frye. Deze ontdekking — gecombineerd met jarenlange spanningen en emotionele uitputting — zou een doorslaggevende rol hebben gespeeld in haar besluit tot zelfmoord. Het huwelijk tussen Aveling en Frye vond evenwel pas plaats later in 1898, na de dood van Eleanor. Dat feit voedde de woede van Eleanor’s vrienden en leidde tot blijvende verachting voor Aveling in socialistische kringen.
Er bestaat tegenstrijdige informatie over de aanwezigheid van Edward Aveling op de begrafenis van Eleanor Marx, en dat is al langer een twistpunt onder historici. Sommige primaire en secundaire bronnen (zoals Florence Kelley, een vriendin van Eleanor) vermelden dat Aveling afwezig was op de begrafenis, en dat dit verontwaardiging veroorzaakte bij haar vrienden en partijgenoten. Dat beeld is ook blijven hangen in veel biografieën. Andere bronnen, waaronder het artikel op Wikipedia (en vermoedelijk gebaseerd op officiële registers of verslagen van de plechtigheid), vermelden dat Aveling wel degelijk aanwezig was en zelfs een toespraak hield, net als andere socialistische leiders. Er zijn een paar mogelijke verklaringen voor die tegenstelling. Het is mogelijk dat Aveling aanwezig was bij een voorafgaande plechtigheid (zoals bij de crematie in Woking) maar afwezig bij de latere urnbijzetting of andere herdenkingsmomenten.
De uitvaartdienst vond plaats in een zaal van het London Necropolis Railway Station bij Waterloo. Na de plechtigheid werd haar lichaam per trein naar Woking vervoerd, waar ze werd gecremeerd. Haar as werd aanvankelijk bewaard door verschillende linkse organisaties, waaronder de Social Democratic Federation, de British Socialist Party en de Communist Party of Great Britain. Pas in 1956 werd haar urn bijgezet in het graf van haar vader Karl Marx op Highgate Cemetery in Londen, samen met andere familieleden.
Eleanor was zeer intelligent en cultureel ontwikkeld. Ze sprak meerdere talen vloeiend, waaronder Duits, Frans en Engels, en werkte als vertaler, schrijfster en journaliste. Ze vertaalde onder meer Flauberts “Madame Bovary” en Henrik Ibsens toneelstukken naar het Engels, waarbij ze ook aandacht had voor de feministische dimensie van zijn werk. Ze was ook de eerste die “Das Kapital” van haar vader naar het Engels vertaalde (gedeelten), en hielp bij het redigeren van zijn manuscripten.
Ze was een actief lid van de Social Democratic Federation (SDF) en later medeoprichter van de Socialist League, samen met o.a. William Morris. Ze verzette zich niet alleen tegen het kapitalisme maar ook tegen seksuele ongelijkheid en was een uitgesproken voorvechter van vrouwenrechten binnen de arbeidersbeweging — een zeldzaamheid in die tijd. Eleanor trok ook op met socialistische denkers en activisten zoals Friedrich Engels, met wie ze een nauwe band had.
Ronny De Schepper (gebaseerd op chatgpt)