Het is vandaag al zestig jaar geleden dat het ultieme sekssymbool Marilyn Monroe overleden is. Zij viel voor het eerst op in “Love happy” (David Miller, 1949), maar Marilyns (liefdes)leven was helemaal niet zo “happy”.
Biograaf Donald Spoto heeft uitgevist dat Grace McKee, één van de elf (!) pleegmoeders die Marilyn naar eigen zeggen heeft gehad, ervoor heeft gezorgd dat haar echte moeder (Gladys Pearl Baker Monroe) in een gesticht werd opgesloten, ook al was ze mentaal gezond (Spoto is wel de enige om dat te geloven), omdat ze (McKee dus) van Norma Jean Baker de nieuwe Jean Harlow wou maken (*). Daartoe moest ze dan wel haar piepstem kwijtraken en dat deed ze naar verluidt door haar “persona” op de stripper Lili St.Cyr te enten. Toen ze haar grote voorbeeld in levende lijve ontmoette, mondde dit trouwens uit in een lesbische verhouding, al was St.Cyr op dat moment gehuwd met de acteur Ted Jordan en Marilyn (toen nog Norma Jean) met een jeugdliefde, Jim Dougherty.
Hoe dan ook, blijkbaar is ze in haar opzet geslaagd (en ik laat met opzet in het midden wie “ze” is), want toen Ben Lyon haar foto uit een collectie van David Conover koos (die had tijdens de oorlog “de meisjes van de vliegtuigfabriek” gefotografeerd), dan was dat precies omwille van de gelijkenis met Jean Harlow. Toen ze samen aan tafel gingen zitten om een artiestennaam te zoeken, stond Norma Jean erop de naam van haar moeder (Monroe dus) te dragen. Lyon vond dat de voornaam dan best allitereerde en kwam zo bij Marilyn terecht, ook al omdat ze (naast Jean Harlow) nog het meest op een andere overleden actrice, Marilyn Miller (1898-1936), leek. (Grappig is wel dat toen Marilyn later met de auteur Arthur Miller huwde, ze dus in zekere zin ook Marilyn Miller werd.)
Door haar chaotische jeugd heeft ze niet echt veel scholing gehad en ze schaamt zich over het feit dat ze een gebrek heeft aan culturele bagage. Daarom besluit ze allerlei opleidingen te volgen, zowel acteerlessen bij Lee Strasberg van de Actor’s Studio als literatuurgeschiedenis aan de universiteit van Los Angeles. Ze mag dan nog als fotomodel wat geld verdienen, dat is lang niet genoeg om al deze cursussen te betalen. Daarom slaapt ze maar met personen die haar cultureel hogerop kunnen brengen. Ziehier dus het antwoord op de veel gestelde vraag: “Kan cultuur de wereld verbeteren?”
Na “Love happy” met The Marx Brothers krijgt Marilyn in 195O een betere kans tot acteren, al is het dan in een klein rolletje. Ze is immers het liefje van Louis Calhern in de klassieke gangsterfilm “The Asphalt Jungle” van John Huston. Daarna is ze te zien in “All about Eve”, de weergaloze vrouwenfilm van Joe Mankiewicz. Deze verklaarde over Marilyn: “She had this absolute unerring touch with comedy. In real life she didn’t seem funny, but she had this touch. She acted as if she didn’t quite understand why it was so funny, which is what made it so funny.”
Mede-acteur Gary Merrill vertelt een ander verhaal in zijn autobiografie. He describes a dinner party that Bette Davis hosted the night before she and Monroe were to shoot a scene together. “The party went on quite late,” he recalls, “but Marilyn excused herself early because she had to work the next morning. We all knew the scene Marilyn had to work on the next morning was really Bette’s scene and that Marilyn had only a few lines… Bette had more, but she was an experienced actress and accomplished the scene with little bother. It had to be done in ten takes, however, Marilyn kept forgetting her lines.”
Daarna volgt “Clash by night” van Fritz Lang naar een scenario van Clifford Odets (de hoofdrol wordt vertolkt door Barbara Stanwyck). Een iets grotere rol is voor haar in 1952 weggelegd in “Monkey business” van Howard Hawks en in “Don’t bother to knock” van Roy Ward Baker. Hierin maakt ze indruk op tegenspeelster Anne Bancroft. Het mag dan ook geen verwondering wekken dat Marilyn datzelfde jaar nog doorbreekt met “Niagara” (Henry Hathaway). The New York Herald Tribune schreef: “Ze draagt een jurk die zo laag uitgesneden is dat je haar knieën kan zien. Het is een prachtige rode jurk en het zijn ook prachtige knieën.”
Het is echter niet door die rode jurk (noch door haar “knieën”) dat ex-baseball-speler Joe DiMaggio zich tot haar aangetrokken voelt. Nee, dat had te maken met een foto van haar in baseball-uitrusting. Als ze mekaar echter ontmoeten, blijkt Marilyn niks van baseball te kennen. Alhoewel ze elkaar niks te vertellen hebben (het doet een beetje denken aan Marilyns eerste huwelijk), blijven ze toch elkaar zien.
Daarna kwam “Gentlemen prefer blondes” (opnieuw van Howard Hawks). Hiervoor incasseerde ze oorspronkelijk een veel kleiner cachet dan tegenspeelster Jane Russell, maar op basis van de titel kreeg ze opslag. Het is zo dat het sekssymbool Marilyn Monroe is ontstaan, zij het dat Marilyn op de vraag hoe ze het vond “a sex symbol” te zijn het onvergetelijke antwoord gaf: “A sex symbol? I thought that symbols were those things in an orchestra…”
Echte naïviteit of voorgewende? Wie zal het zeggen? Fotografe Eve Arnold vertelt b.v. dat Marilyn Monroe in haar bijzijn eens werd geïnterviewd door een vrouwelijke journaliste. Marilyn had de deur geopend in een zwarte négligé met niks eronder aan en een kam in haar hand. Terwijl de journaliste zich bukte om uit haar tas pen en notaboekje te nemen (ja, we zitten nog in de jaren vijftig, nietwaar?), vroeg Marilyn quasi achteloos of zij er iets op tegenhad dat ze d’r haar zou kammen. Uiteraard niet, antwoordde de journaliste, waarna Marilyn doodgemoedereerd haar schaamhaar begon te kammen… Volgens Arnold vluchtte de journaliste na drie obligate vraagjes angstig de kamer uit. “Waarom overkomt mij zoiets niet?” zou ik kunnen zeggen, maar om eerlijk te zijn, ik vluchtte zelfs buiten toen Nora Tilley haar baby de borst wou geven!
In december 1953 laat Hugh Hefner zijn eerste “Playboy” verschijnen. In zijn eerste nummer brengt Hefner een naaktfoto die Marilyn Monroe in haar “onbekende” tijd had laten maken voor een bedrijfskalender: zijn blad is meteen een succes. Alhoewel Joe DiMaggio vreselijk jaloers is (en haar er soms slagen voor geeft), huwen ze op 14 januari 1954. Het huwelijk zal niet lang duren, want na “Bus stop” (Joshua Logan, 1956) is Marilyn Monroe te zien in “The seven year itch” en DiMaggio is buiten zichzelf van woede omwille van de fameuze scène waarin ze haar rokken laat opwaaien. Veertien dagen na de opname vraagt Marilyn de scheiding aan, nadat Joe weer eens wapperende handjes had.
In de film van Billy Wilder is ze te zien naast Tom Ewell (1909-1994), die ook al op Broadway de hoofdrol vertolkte in dit stuk van George Axelrod en juist omwille van zijn “alledaagsheid” werd verkozen boven meer glamoureuze kandidaten als William Holden of Gary Cooper. Tom Ewell verklaarde nadien over Marilyn: “I’ve never met a sweeter, nicer person than Marilyn – or one easier to work with.”
Dat is dus helemaal iets ander dan Tony Curtis, die haar tegenspeler was in haar volgende film “Some like it hot” (opnieuw van Billy Wilder, deze keer in 1959) en die achteraf verklaarde dat “kissing Marilyn Monroe was like kissing Hitler”. (**)
Het is ook een bekend feit dat Billy Wilder de kriebels kreeg van het feit dat Marilyn voortdurend te laat verscheen op de set en dat ze meestal haar tekst niet kende. Toch beweert Billy in een interview met Paris Match dat hij vindt dat Marilyn écht talent had. “Heb je dan ooit iets gepland met haar dat uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden?” vraagt de reporter en het antwoord is op z’n minst dubbelzinnig: “Jazeker, ik wou haar de hoofdrol geven in een film over een bloedmooie vrouw die door de Russen wordt gekidnapt. Men doet een poging om haar te brainwashen, maar na verloop van tijd laten ze haar gewoon vrij. De ‘brainwashers’ zijn allemaal op van de zenuwen en komen tot het besluit dat ze helemaal geen brain heeft om te washen.”
“En ging ze daarmee akkoord?” vraagt de verbouwereerde reporter. “Jazeker,” beweert Billy en als dat de waarheid is, dan is meteen ook zijn stelling bewezen natuurlijk…
Een ander voorbeeld is dat hij om zich af te reageren overduidelijk een parodie op Marilyn in “The Apartment” had gestoken. Toch kwam zij hem achteraf vertellen dat ze graag de rol van Shirley MacLaine had vertolkt.
Ondertussen zat Marilyn niet stil op amoureus vlak. Ze begon een verhouding met Frank Sinatra, die nooit in een huwelijk zou uitmonden, maar wel zou blijven duren tot haar dood. In die tijd ging ze ook naar Korea om “de troepen te entertainen”. Daar zingt ze o.a. “My heart belongs to daddy”, dat ze ook brengt in “Let’s make love” van George Cukor. Dat mocht dan al zo zijn, maar op dat moment her heart didn’t belong to Arthur Miller anymore. Zij was heel toevallig met hem in contact gekomen, omdat Elia Kazan, die haar mee zou nemen naar een party, die avond belet was en vroeg of hij niet voor hem wou inspringen. Kazan was al langer een minnaar van Marilyn. Toen ze baseball-speler Joe DiMaggio leerde kennen, heeft ze de nacht dat ze Kazan kwam melden dat ze ermee zou trouwen zelfs nog eens gevrijd. Miller was toen met Kazan aan het werken aan “The Hook”, maar hij liet het project vallen toen op aandringen van Roy Brewer, de voorzitter van de International Alliance of Theatrical and Stage Employees, er een anticommunistische ondertoon in dit syndicalistisch drama diende te worden aangebracht.
Toen Miller huwde met Monroe werd deze door de democraat Bob Kennedy, als lid van de Commissie van Anti-Amerikaanse Activiteiten, daarvoor gewaarschuwd. Over dat voorval vertelt Marilyn Monroe in Life, twee dagen voor haar dood: “Op een dag liet men mij verstaan dat het gedaan was met mij, dat mijn carrière afgelopen was. Toen Arthur vervolgd werd wegens smaad aan het Congres omdat hij weigerde te getuigen, heeft een bepaalde studiodirecteur mij gezegd dat indien hij geen namen gaf of indien ik hem er niet kon toe brengen er te geven, dat het dan afgelopen zou zijn voor mij. Ik heb hem geantwoord: ‘Ik ben fier op de houding van mijn echtgenoot en ik steun hem volledig’.”
Toch was het huwelijk geen succes. Ook al omdat Marilyn twee miskramen had. Tijdens de opnames van “Let’s make love” ging het al mis. Regisseur George Cukor had er al geen goed oog in en ook Simone Signoret (pas oscarwinnares voor “Room at the top”) zei het al: de titel van de film was een “omen”. Het was nochtans via haar vriendschap met Miller (zij had “Les sorcières de Salem” gecreëerd in Parijs en de hoofdrol gespeeld in de film die Raymond Rouleau ervan gemaakt heeft) dat haar man Yves Montand de rol van “millardaire” (zoals de film in Frankrijk zou heten) had binnengehaald. Tegen zijn zin (maar goed betaald) wordt Miller binnengehaald om het krakkemikkige scenario wat op te vijzelen. Op de koop toe doorbreekt hij daarmee een staking van de scenaristen, wat Marilyn niet zint. Het verhaal gaat dat ze daarom hem bedroog met de mannelijke hoofdrolspeler Yves Montand, die op zijn beurt hiermee Simone Signoret bedroog, maar als je’t mij vraagt: “Les excuses sont faites pour s’en servir.” George Cukor van zijn kant vond dat Yves Montand vreselijk acteerde (zijn Engels was alleszins abominabel) en dat Marilyn Monroe onuitstaanbaar, zo niet gewoon krankzinnig was. Het zal dus ook in zijn ogen wel niet z’n beste film zijn. Yves Montand van zijn kant verklaarde: “Marilyn was een uitzonderlijke vrouw. Ze straalde iets uit wat haar op een filmset deed opvallen. Ze werd voor een onevenwichtig persoontje versleten, maar daar heb ik al die tijd niets van gemerkt.”
Daarna volgde nog ‘The Misfits’ (1961), een film van John Huston, die zowel voor Clark Gable, als voor Montgomery Clift en Marilyn Monroe de laatste zou zijn. ‘Misfits’ zijn kleine wilde paarden, die worden gevangen en verwerkt tot hondenvlees. De titel slaat niet alleen op de dieren, maar ook op de hoofdpersonages van de film. Drie ouder wordende cowboys (Clark Gable, Montgomery Clift en Eli Wallach) schrapen een karig bestaan bijeen met het vangen van de paarden. In Reno ontmoeten ze een andere misfit, de pas gescheiden Marilyn Monroe…
Toneelschrijver Arthur Miller, op dat moment getrouwd met Monroe, schreef het scenario voor deze film over gedesillusioneerde mensen. ‘The Misfits’ kreeg snel een grote sentimentele waarde. Het was zoals gezegd de laatste film van Gable en Monroe. Clift overleed niet lang daarna, na wat sommigen “de langste zelfmoord in de Amerikaanse filmgeschiedenis” hebben genoemd.
Na de opname van “The Misfits” gaan Miller en Monroe uit elkaar. Ze scheidden op de dag van Kennedy’s inauguratie (19 januari 1961) om op die manier minder de aandacht van de pers te trekken. Marilyn keerde terug naar DiMaggio en ging in New York les volgen in de “Actor’s Studio”. Een jaar later wordt ze dood gevonden (op 5 augustus 1962), kort na het derde huwelijk van Miller met de Oostenrijkse fotografe Inge Morath. Volgens Spoto was de doodsoorzaak een overdosis slaaptabletten die haar psychiater Dr.Ralph Greenson haar al te gemakkelijk had voorgeschreven, zodat hij eigenlijk aansprakelijk is voor haar dood (cfr. Elvis Presley). Hij werd trouwens eerst ook aangehouden op verdenking van moord, maar nadien weer vrijgelaten.
Op het moment van haar dood was ze aan de film “Something’s got to give” aan het werken van George Cukor, die dan ook niet werd afgemaakt. Het zou nochtans de enige film geworden zijn waarin ze helemaal naakt te zien was. Ongevraagd draaide ze de scène in het zwembad immers zonder badpak. Dat was wel de enige dag van de voorziene veertien dat ze was komen opdagen, waardoor twee miljoen dollar aan draaidagen was verloren gegaan. Cukor (die haar – zie hoger – niet kon uitstaan) en de bazen van Fox konden er dan ook niet mee lachen en dreigden haar te ontslaan. Die waren immers nog niet bekomen van het débâcle van “Cleopatra”. De Griekse directeur van 20th Century-Fox Spyros Skouras begint te panikeren en ontslaat ze, de film wordt nooit afgemaakt en Monroe overlijdt een maand later. Volgens sommigen heeft dit bijgedragen tot haar zelfmoord. Volgens anderen is ze echter vermoord.
Ik kijk nooit naar “Beverly Hills 90210” (alhoewel daar blijkens foto’s een meisken in meespeelt dat ook wel eens mijn dromen zou kunnen bevolken, nl.Shannon Doherty) en dus weet ik er niet veel over te zeggen, maar twee “helden” daaruit, Luke Perry en Jason Priestley, zijn ook elk aan een film toe. Perry speelt in “Eighth seconds” een kampioen stierenvechten, terwijl Jason Priestley is te zien in “Calendar girl” van John Whitesell, een jongerenfilm naar een scenario van Paul Shapiro dat zich afspeelt in de jaren vijftig, begin jaren zestig en waarbij Priestley als ene Roy op zoek gaat naar zijn grote idool, Marilyn Monroe, samen met zijn vrienden Scott (Jerry O’Connell) en Ned (Gabriel Olds). Om de trip te kunnen maken heeft Roy echter niet enkel de wagen van zijn vader “geleend”, maar ook wat geld dat hij voor een woekeraar had moeten innen. Die stuurt dan ook twee gangsters, Arturo (Kurt Fuller) en Antonio Gallo (Stephen Tobolowsky), achter hen aan. De jongeren verschuilen zich bij Roy’s Uncle Harvey (Joe Pantoliano), maar als de eenzame Marilyn Monroe, die net de laan is uitgestuurd bij “Something’s got to give”, ook instemt met een avondje uit met Roy, dan verliest de film helemaal de pedalen (zeker als men nog wat met een koe gaat rotzooien, “omdat Marilyn van beesten houdt“).
Ex-radio-d.j. (“West side, west end”) en huidig buitenlandcommentator van de Standaard, Hans Muys, vatte het niveauverschil van de dagbladverslaggeving en de reactie erop door het grote publiek uitstekend samen door de volgende vergelijking: “Zo’n kwarteeuw geleden,” schrijft Muys, “in 1962 om precies te zijn kreeg een Amerikaans journalist opdracht om post te vatten in een Newyorks hotel waar John F. Kennedy verbleef en te kijken welke politici hem daar opzochten. De verslaggever zag geen politici maar wel een bekende filmactrice op bezoek gaan. Toen hij dat op de redactie vertelde kreeg hij te horen dat zoiets geen nieuws was en er verscheen geen woord over.”
Hoe die verandering in de politieke zeden dan wel heeft kunnen plaatsgrijpen, daarover heeft Muys zo zijn eigen idee. Volgens hem had het verzwijgen van het seksleven van de Kennedy’s (typisch is dat dit later wel in het lang en het breed werd uitgesmeerd) eerder te maken met de gezagsgetrouwheid van de Amerikaanse pers. Het is dus maar één stap om te verklaren dat het openbaar maken van het privé-leven van politici daarentegen een “rebelse” of “progressieve” daad zou zijn. Op het eerste gezicht een merkwaardige stelling, maar Muys weet ze toch enigszins hard te maken. “Tot voor kort was de gezagsgetrouwheid,” zo schrijft hij, “zo diep ingebakken dat ervan uitgegaan werd dat leiders mannen van formaat waren, maar ook mensen die recht hadden op privacy en een eigen leven. Ze werden beschouwd als eerbaar tot het tegenovergestelde werd bewezen, maar naar die bewijzen moest zeker niet worden gezocht door middel van valstrikken. Toen kwamen de roemruchte trauma’s van de jaren zestig en zeventig. President Johnson bleek het Congres te hebben bedrogen om de oorlog in Vietnam te kunnen opvoeren. President Nixon bleek complotten tegen en inbraken bij tegenstanders actief te hebben aangemoedigd en het bewijsmateriaal daarover te hebben vernietigd (…) Al die voorvallen hebben de figuur van de president van het voetstuk gehaald waarop hij zolang vertoefde.“
Het levensverhaal van Marilyn Monroe heeft al aanleiding gegeven tot tientallen films. Eén van de meest originele aanwendingen gebeurt in de Franse misdaadfilm “Poupoupidou” van Gérald Hustache-Mathieu uit 2011.
Uitsmijter: bij leven en welzijn bracht ene Dixie Evans een striptease-versie van Marilyn Monroe. Al de films van Marilyn gaven daarbij aanleiding tot een speciale show. Met de dood van Monroe was uiteraard ook hààr carrière afgelopen. Maar geen nood: het Tsjechische porno-sterretje Olivia Link heeft ondertussen een euh… link gelegd naar het verleden.
Ronny De Schepper
(*) Dit verhaal lijkt in tegenspraak met een ànder verhaal, namelijk dat Norma Jean op elfjarige leeftijd zou verkracht zijn door een minnaar van Grace. Als we aannemen dat die “career move” ten vroegste op vijftienjarige leeftijd is begonnen, dan zou Norma Jean immers veel langer bij Grace McKee hebben verbleven dan mogelijk is om aan elf pleegmoeders te komen! Maar het ware verhaal zou als volgt in mekaar steken: Norma Jean was reeds uitbesteed aan pleegmoeder vijf of zes (een 62-jarige tante), toen Grace haar nog altijd bleef bezoeken. En dàn zou het Jean Harlow-plannetje ontstaan zijn. Toch blijven elf pleegmoeders wel een hele boel, als je rekent dat Norma Jean niet veel later (namelijk op 19 juni 1942) reeds huwde met de 21-jarige zoon van de buren, Jim Dougherty dus. (Ook dit was naar verluidt een “beslissing” van Grace, Marilyn zelf zag het alleszins niet zitten: “Ons huwelijk is nooit gelukkig of ongelukkig geweest. We hadden elkaar gewoon niets te zeggen.”)
(**) Vijftig jaar later klinkt het helemaal anders in zijn boek “The making of ‘Some like it hot'”. Daarin beschrijft Curtis dat hij tijdens het draaien met Monroe naar bed is geweest. En alhoewel “als we in bed lagen, wist ik nooit waar haar gedachten waren”, dan besluit Curtis toch: “Ze kon een man geven wat ze dacht dat hij nodig had.” Hij kon haar blijkbaar ook iets geven: een kind. De miskraam die Marilyn even later heeft gehad, daarvan beweert Curtis een halve eeuw later dat het van zijn kind was.
Selectieve bibliografie
Berniece Baker Miracle & Mona Rae Miracle, Mijn zus Marilyn, uitg.De Kern/Standaard.
Alva Bessie, The Sex Symbol, 1965.
Frank A.Capell, The strange death of Marilyn Monroe, 1964.
Tony Curtis, The making of ‘Some like it hot’, 2009.
Ted Jordan, A Hollywood love story.
Fred Lawrence Guiles, Norma Jean, 1968.
Norman Mailer, Marilyn, 1968.
André Mommen, Marilyn Monroe: meer dan een lijf, De Rode Vaan 27/12/1985.
Norman Rosten, Marilyn: an untold story.
Tony Sciacca (Anthony Scaduto), Who killed Marilyn?
James Spada, Peter Lawford: the man who kept the secrets, 1991.
Donald Spoto, Marilyn Monroe: de biografie, Standaard Uitgeverij, 1993.
Susan Strasberg, Marilyn and me, 1992.
Anthony Summers, Goddess: the secret lives of Marilyn Monroe, Londen, Victor Gollancz, 1985.
