In 1933 liet Gombrowicz een bundel van zijn eerste verhalen verschijnen waarbij hij noteerde: “De welwillende lezer zal echter opmerken dat de titel van dit werk ‘Memoires uit de rijpingsjaren’ luidt en niet ‘Dagboek van de rijpingsjaren’. Daaruit volgt dat mijn ziel intussen (al geruime tijd) haar hoofd boven dit moeras heeft verheven en in de wereld is gaan rondkijken”. Hij is dus inmiddels gegroeid tot wat hij noemt ‘volheid van harmonie en psychische stabilisering’. Alle verhalen, deze en de teksten uit de bundel ‘Bakakaj’ (1957), aangevuld met enkele die alleen in tijdschriften verschenen en deze die later opgenomen werden in de roman ‘Ferdydurke’, vinden we verzameld terug onder de veelzeggende titel ‘Verhalen’ (Polak & Van Gennep, 1989; heruitgave samen met vier romans bij uitg. IJzer, Utrecht, 2018).

‘De memoires…’ bevat zeven verhalen. De twee eerste werden geschreven in 1926. In ‘De danser van Mr. Kraykowski’ wordt de verteller beledigd door de advocaat Kraykowski. Gezien hij vanuit zijn positie en karakter geen genoegdoening kan eisen rest hem slechts één oplossing: zijn identiteit t.o.v. de man bevestigen door zich in zijn leven op te dringen. Hij zal alles doen voor de advocaat, anoniem weliswaar voor zover mogelijk: hij betaalt zijn restaurant, zijn boodschappen; hij voorkomt al zijn wensen tot het absurde, zelfs gaat hij op zoek naar een geschikte minnares. De underdog tracht op groteske wijze de touwtjes in handen te krijgen – uit frustratie. ‘Memoires van Stefan Czarniecki’ (1926) heeft als thema het rassenprobleem waarmee de hoofdpersoon geconfronteerd wordt. Zijn moeder is van joodse herkomst, wordt daarom door zijn vader gehaat terwijl hijzelf nergens geaccepteerd wordt. Tot hij in het leger gaat. Waar hij kennis maakt met de verschrikking en de gruwel van het bestaan. Hij wordt communist, pacifist. De afwijzing van de moeder en van Stefan door de maatschappij wordt scherp neergezet; een sterke aanklacht.

In ‘Moord met voorbedachten rade’ belandt een rechter om beroepsredenen bij een gezin waar vorige nacht de vader overleden is, een hartaanval. Meer dan een mens is de rechter een functie, een rol. Maar misschien zijn ook de familieleden niet echt mensen, vertolken ook zij hun rol als familielid? De rechter is ervan overtuigd dat de vader vermoord werd al is er geen materieel bewijs; integendeel, alles bewijst de hartaanval. Maar door zijn gedrag en ondervraging zal iedereen zich verdachter gedragen, komen toevallige ‘bezwarende’ feiten aan het licht. Tot de zoon dermate gemanipuleerd wordt dat hij zich op het lijk stort en het alsnog wurgt! De niet begane misdaad is bewezen, de zoon zal veroordeeld worden. In deze tekst uit 1928 speelt vooral de dubbelzinnigheid van emoties een rol, en het manipuleren ervan. De twee volgende verhalen werden in hetzelfde jaar geschreven. ‘Het feestmaal bij gravin van Teuperen’ is wat het belooft voor de verteller: hij mag dagelijks bij de aristocratie en de high society aanschuiven om de meest uitgelezen gerechten te savoureren. Alleen op vrijdag is het menu vegetarisch, wat niet betekent dat het minder goed zijn. Tot die ene, laatste dag. Er is een buurjongetje verdwenen genaamd Bloemkool. En net deze dag zijn de gerechten smakeloos, inclusief de geserveerde bloemkool, volgens de verteller – het gezelschap oordeelt dat net die bloemkool het toppunt van verfijning is. Een conflict waarbij iedereen uitzinnig lijkt te worden, de draak steekt met de ik-figuur, het etentje ontaardt – de lezer zijn twijfels heeft over ‘de bloemkool’ (dacht Gombrowwicz hier aan het essay ‘A modest proposal’ van Jonathan Swift uit 1729 waar deze sarcastisch suggereerde dat de Ieren uit de armoede konden geraken door hun kinderen als voedsel te verkopen aan de Engelsen?). Ten onrechte want het ongeschonden lijk van het jongetje zal tenslotte gevonden worden. Maar inmiddels heeft de beaumonde wel zijn ware gelaat getoond.

De titel ‘Maagdelijkheid’ zegt precies waar het in het volgende verhaal over gaat. Binnen de relatie van het jeugdige koppeltje is dit begrip primordiaal. De jongen ziet zijn verloofde als het toonbeeld van het zuivere, pure. Zij is ook de onschuld in persoon. Tot iemand een steen op haar gooit. Kan dit haar bezoedelen, haar onschuld wegnemen? Langzaam ziet zij zich geconfronteerd met fenomenen als lelijkheid, geweld, honger en verliest zij haar frisse jeugdigheid, haar onbevangenheid. Een groteske met uitvergrote vergelijkingen, exuberant en bombastisch, maar wel overtuigend. In ‘Avonturen’ (1930) noteerde Gombrowicz naar eigen zeggen enkele dromen uit zijn jongelingsjaren. Grillige fantasieën waarin een ‘witte neger’ een hoofdrol speelt, een schrikwekkende figuur die de knaap o.m. jarenlang in een glazen ei over de oceanen laat zwalpen, hen in een stalen bol naar de bodem van de oceaan laat zinken. Of hij landt met een ballon op een eiland van leprozen die hem belagen… Het zijn hallucinerende nachtmerrieachtige schetsen, spannend. Of we hier moeten zoeken naar de oorsprong? De onrust van de dromende knaap, seksuele connotaties…? In 1932 schreef hij het lange verhaal ‘Voorvallen op de schoener Banburry’. De verteller reist als enige passagier met dit schip richting Valparaiso. Hij wordt geconfronteerd met de verveling die zo’n overtocht kenmerkt – vooral voor de bizarre bemanning. De verhoudingen tussen de bemanning, en van deze tot hem… een steeds wisselend spel. Tegen de achtergrond van weersomstandigheden, fauna (in zee en op het schip: ratten, spinnen, schorpioen). De reis is een chaos wat de menselijke relaties betreft. Dan besluit de verteller zijn relaas – zo zelf de sleutel tot de tekst aanreikend: “Vanaf het begin behoorde alles aan mij, en ik was volstrekt gelijk aan alles – het uiterlijke is een spiegel waarin het innerlijke zich beschouwt.”

In 1957 verscheen te Krakau ‘Bakakaj’ dat voormelde verhalen bevatte, enigszins stilistisch bewerkt, plus vijf nieuwe waarvan twee uit de roman ‘Ferdydurke’. De titel verwijst naar de straat in Buenos Aires waar Gombrowicz in 1940 woonde, Bacacay. Met ‘Op de diensttrap’ (1929) pikte hij dus nog op uit wat hij in Polen schreef. De verteller, een ambtenaar, heeft een voorkeur, is gefixeerd op lelijke dienstbodes die hij overal onder valse voorwendsels aanspreekt. Hij houdt van het lelijke, vuile, slonzige, domme… Als ‘therapie’ huwt hij een mooie verfijnde jongedame. En engageert een dienstbode met dezelfde allure die hij na een hele poos het hof maakt. Jaloezie is het gevolg, en zij wordt vervangen – ook deze valt hij lastig net als haar opvolgster tot zijn echtgenote besluit een onaantrekkelijke, afstotelijke vrouw in huis te halen. Helaas begint deze, samenzwerend met collega’s uit de buurt, door ordinair gedrag en vervuiling, haar werkgeefster te terroriseren onder het welwillend, goedkeurend oog van de man. Ieders identiteit respecteren, de waarde van het echte en ongekunstelde erkennen – maar hoe verhouden zich cultuur, verfijning en het platvloerse wanneer van beide de schil wordt verwijderd? In ‘De rat’ (1948) moeten we wel sympathie voelen voor de bandiet Houligan die brullend, plunderend, rovend en moordend door het land trekt. Hij kan niet gevat worden; bovendien: wil de bevolking dat wel? Hij lijkt deel uit te maken van het landschap met zijn luide schreeuwen, en soms zijn melancholische roep om zin geliefde Maria – hij is een onmisbaar item van het patrimonium! Niet zo voor de rechter die hem tenslotte in de val lokt en opsluit, die hem klein wil krijgen. Hij knevelt hem – gedaan met de luide schreeuw. Hij verzint allerlei fijne kwellingen om hem onder de knoet te krijgen geholpen door zijn knecht, maanden- enkele jarenlang. Vergeefs. Tot het toeval ter hulp komt in de vorm van een rat! Dit blijkt het enige zwakke punt van Houligan te zijn, hij is doodsbang voor de rat en zo weet de rechter hem tenslotte te domineren. Door een domme val komt deze samen met zijn knecht om het leven, de bandiet bevrijdt zich van zijn banden en slaat panisch op de vlucht… om te ontkomen aan de rat die hem lijkt te achtervolgen tot in een schuur. Waar hij zijn geliefde Maria aantreft, slapend. Zij wordt belaagd door de rat; dit is hem te veel en hij overwint zijn afkeer, stormt op de rat af die vlucht in de open mond van het meisje. Deze, geschrokken, sluit haar mond en bijt zo de kop van de rat. Afgrijzen! Houligan gaat er vandoor, zijn bekende kreet is nu een dwaas liedje geworden dat verhaalt over “de rattedood in Marietjes mondholte”. 

Tenslotte – want de twee teksten die in ‘Ferdyduke’ voorkomen horen daar thuis – is er ‘Het banket’ (1951). Hier gaan de machthebbers voor de bijl. De leden van de Grote Raad vergaderen een dag, zelfs een nacht lang – telkens vraagt iedereen beurtelings het woord om dan te zwijgen; uiteraard: ze hebben niets te zeggen! De volgende dag zal de koning in het huwelijk treden. Maar schandaal, hij heeft steekpenningen aanvaard. Men vindt een oplossing: hem ontdubbelen in enerzijds de koning, anderzijds de mens achter het koningschap. We beleven het grootse banket mee waar de toekomstige bruid vol afgrijzen naar haar bruidegom staart, een afstotelijk, wansmakelijk individu. Ergens klinkt steeds gerinkel van kleingeld; in de zak van een ambassadeur? Werd iemand omgekocht? Iedere beweging van de koning wordt door alle gasten onmiddellijk geïmiteerd. Neemt hij zijn vork, dan grijpen alle aanwezigen hun vork, raakt hij zijn glas aan, allen beroeren hun glas, wrijft hij over zijn neus, iedereen… Bovendien wordt dit alles honderdvoudig weerkaatst door de spiegels. Dit irriteert hem zo dat hij, een zenuwcrisis nabij, zich op zijn verloofde stort en haar wurgt. De mannelijke gasten imiteren prompt zijn voorbeeld, en alle dames worden vermoord. Waarna de koning ijlings het paleis ontvlucht aan het hoofd van de stoet: “En aartsattaquerend aan het hoofd van zijn aartsheerschaar verdween de aartskoning in het duister van de nacht”.

Dan resten er nog enkele verhalen die niet eerder in een boek gepubliceerd werden maar wel in tijdschriften in de beginjaren van zijn literaire carrière. Zoals ‘Het drama van de baron en de barones’ (1933) – een rollercoaster van aantrekken en afstoten. Het zeer geslaagde huwelijk van de titelpersonages wordt bedreigd wanneer een jongeman verliefd wordt op de beeldschone barones. Zij wijst de knaap af, die aan liefdesverdriet ten onder gaat – bijna sterft. Het echtpaar wil dit niet op hun geweten en besluit dat de barones de minnares moet worden om het leven te redden. Maar nu gaat zij gebukt onder schuldgevoelens. Een oplossing? Zij moet lelijk worden en zo de verliefdheid smoren; de baron zal, solidair, zich ook verminken. Het plan slaagt. De barones is zo afstotelijk dat zij bij niemand meer geliefd is en uit wanhoop sterft. Moet de jongeman, oorzaak van het drama, zijn geliefde niet een laatste eer bewijzen vraagt de baron. “Het is uw vrouw, uw lijk, zei de jongeman”. Twee teksten van nauwelijks één pagina gaan onder de titel ‘Opmerkingen’, dateren van 1935. De eerste ‘Het mechanisme van het leven’ toont een reeks gebeurtenissen die allen, opklimmend, steeds absurder het gevolg zijn van de voorgaande en dit is dan wat de titel belooft te zijn, hoe het leven werkt. De tweede ‘De bureaucraat’ analyseert dit individu, “een schepsel dat nooit fris van de lever praat en wiens hart onwrikbaar vastzit in een klem van wetsartikelen”. Gombrowicz heeft geen hoge pet op van de administratie en haar dienaren…

Uit hetzelfde jaar 1935 dateert een groteske ‘De bron’ met Bikle als centrale figuur, die na negen maanden huwelijk vader wordt. Zo verandert zijn status in de maatschappij onherroepelijk: wat hij ook betekende, nu is hij plots nog uitsluitend ‘vader’ van een kind en dat wordt hem kwalijk genomen door iedereen; door zijn werkgever, zin vrienden, zijn zuster, de cafébaas; of men vindt het komisch zoals een groep jonge meisjes. Zelfs dat er borstvoeding gegeven wordt neemt rekent men hem aan – er komt een voedster. Het zal hem overweldigen en hij begeeft zich met het kind naar de rivier… Maar dan daagt ook daar plots weer een bende meisjes op die hem giechelend en roepend achtervolgt “Bikle met kind, Bikle met kind…”. De bundel sluit tenslotte af, benevens nog vier teksten die ook voor ‘Ferdydurke’ bedoeld waren maar reeds in tijdschriften verschenen, met ‘Pampelan in de luidspreker’ (1937), een langer verhaal over het geslacht der Draga’s. Een geslacht dat eeuwenlang onberispelijk door het leven ging, in alle verschijningsvormen: uiterlijk, geen puist, zweer noch rimpel ontsierde hun uiterlijk; innerlijk waren ze allen zielsrein, onberispelijk. Ook wat ze verkondigen is zuiver: veilig, nietszeggend. Heden telt het gezin drie zonen. Jammer, de jongste, Maciej, beantwoordt niet aan het geërfd ideaal, hij vertoont kwaaltjes, is verlegen. De ene broer is handig met wapens, de andere in sport – hij Maciej knutselt een beetje aan radio’s. Wanneer in het buurland een generaal huwt – een grootse plechtigheid die via de radio wordt uitgezonden – nodigt graaf Draga gasten uit om het gebeuren zo bij hem te volgen. Maciej staat in voor de techniek! Op het cruciale ogenblik is er een conflict waarbij Maciej de ware aard van de gezinsleden aan het licht brengt: de ene broer is een losbol en lafbek, de andere is gemeen en onhandig… De gasten verlaten het kasteel, de vader ontkent dat Maciej zijn zoon is, wat hij even later wil herroepen maar dan weigert deze zelf nog zich als familielid te beschouwen. Het kasteel takelt af, de materie desintegreert… en bevestigt zo dat alles oppervlakkige schijn was.

In deze verzameling ontmoeten we de Gombrowicz van de belangrijke romans. Ook hier lezen we over de condition humaine, over angsten, terreur; over schijnheiligheid. Hij hekelt het would-be, is scherp voor adel, politiek, en komt op voor de underdog. Hij neemt de lezer mee in vaak hallucinante taferelen, nachtmerries. Terwijl hij in een commentaar duidt dat men niet naar symbolen moet zoeken: “Hier zijn geen symbolen, alleen maar associaties. Het verhaal moet letterlijk zo begrepen worden als het geschreven is. Ik ben trouwens nooit symbolisch…”. Een idee om te onthouden bij lezing van zijn werk.

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.