In april van dit jaar heb ik voor mijn tweede keer naar “Along came a spider” (2001) gekeken van Lee Tamahori, een thriller, waarbij toch wel erg veel gevraagd wordt van “the suspension of disbelief”. Maar het was wel de aanleiding om eindelijk eens iets over Morgan Freeman te schrijven (foto Georges Biard via Wikipedia).

Morgan Porterfield Freeman Jr. werd geboren in Memphis (Tennessee) op 1 juni 1937 als zoon van een onderwijzeres en een herenkapper die in 1961 overleed aan levercirrose. Morgan was het vierde kind. Toen hij nog heel jong was verhuisden zijn vader en moeder, zoals zoveel arbeiders in het Zuiden van de Verenigde Staten, naar Chicago, op zoek naar werk in de fabrieken. Morgan ging bij zijn grootouders van vaderskant wonen in Charleston. Daar heeft hij nog steeds een huis.

Freeman speelde op negenjarige leeftijd de hoofdrol in een schooltoneelstuk. Op twaalfjarige leeftijd won hij een “nation wide” toneelwedstrijd. In 1955 deed hij examen op Broad Street High School, maar sloeg een gedeeltelijke toneelbeurs van Jackson State University af en koos er in plaats daarvan voor te werken als monteur in de luchtmacht.

Freeman verhuisde naar Los Angeles in de vroege jaren zestig. In deze periode woonde hij ook in New York waar hij werkte als danser op de Wereldtentoonstelling van 1964, en in San Francisco, waar hij lid was van de Opera Ring muziekgroep. In 1967 was hij Viveca Lindfors‘ tegenspeler in The Nigger Lovers (over de Amerikaanse burgerrechtenbeweging (1955-1968), en debuteerde vervolgens op Broadway in 1968 in de zwarte versie van Hello, Dolly!, met Pearl Bailey en Cab Calloway.

Van 1971 tot 1976 was Freeman te zien op het Amerikaanse televisiestation PBS in het educatieve kinderprogramma The Electric Company. Van 1982 tot 1984 speelde hij in de soapserie Another World. Vanaf de jaren tachtig was hij meer in films te zien. Zo speelde hij in 1980 tegenover Robert Redford in het gevangenisdrama Brubaker, waarvoor hij goede kritieken kreeg.

Zijn volgende films waren minder opvallend, tot Street Smart uit 1987, zijn grote doorbraak. Voor zijn rol als pooier kreeg Freeman zijn eerste Oscarnominatie en hij kreeg steeds meer rollen aangeboden. Freeman is een van een selecte groep Afro-Amerikaanse acteurs die ook rollen krijgt aangeboden die niet specifiek voor Afro-Amerikaanse acteurs zijn geschreven

1989 was een goed jaar voor Freeman. Hij was te zien in de Oscar winnende film Driving Miss Daisy, waarvoor hij zijn tweede Oscarnominatie kreeg. Naast de problematiek van het ouder worden, komt ook het rassenprobleem aan de orde. Men zou kunnen stellen dat in het levensverhaal van deze beide mensen tegelijk ook de rassenrelaties worden geschetst in de staat Georgia, waar dergelijke problematiek steeds van prominent belang is geweest, en dat in de periode 1948-1973. Regisseur Spike Lee vindt dat de anti-racistische boodschap in deze film (de vriendschap tussen een oude joodse dame en haar zwarte chauffeur) eigenlijk precies een latent racisme verbergt: de nostalgie naar de goede oude tijd toen de zwarte zich nog lijdzaam aan de blanke onderwierp.
Misschien dat het door deze kritiek is dat Morgan Freeman zich een beetje in een egelstelling heeft gewrongen. Zo zegt hij onder meer: “Volgens het politiek correcte taalgebruik ben ik een Afro-Amerikaan. Maar ik ben een Amerikaan en daarmee basta. Ik ben blij dat mijn voorouders naar hier kwamen. Op welke manier dan ook. Ik ben tenminste in New York, zit in een voortreffelijk hotel en niet in de Rwandese brousse krijgertje te spelen.” (De Standaard, 25/2/1998)
Freeman deed deze uitspraak naar aanleiding van zijn rol in “Amistad” van Steven Spielberg. Als naar gewoonte is Morgan Freeman een rots van integriteit, maar veel vangt Spielberg niet aan met zijn personage van woordvoerder van de abolitionisten. Zoals zovele figuren in “Amistad” is hij vooral een historisch klankbord voor het ene of andere standpunt in het conflict. Hij speelde ook in Glory en Lean on Me, twee zeer uiteenlopende rollen, die alle twee goede kritieken kregen.

De jaren negentig brachten nog meer succes voor Freeman. Zo was hij te zien in Robin Hood: Prince of Thieves van Kevin Costner. Daarvoor heeft regisseur Kevin Reynolds een inleiding aan het verhaal laten breien die, merkwaardig genoeg, de legende ten goede komt: in de kerkers van het (eigenlijk allesbehalve) Heilig Land wacht Robin met zijn kameraden kruisvaarders op een onafwendbare dood als hij plotseling toch een onverhoopte kans op ontsnappen krijgt. Dat gebeurt dankzij de hulp van een Moor, die ter dood veroordeeld werd omwille van een liefdesgeschiedenis die de sultan niet welgevallig was. Die Moor (Freeman dus) staat nu volgens zijn mohammedaans geloof bij Robin in het krijt en moet op zijn beurt diens leven redden vooraleer hij opnieuw vrijuit zijn gang kan gaan. Deze ingreep is ongetwijfeld ingegeven door de hetze van de “political correctness” die in die jaren (en nu nog steeds) de filmindustrie in zijn macht heeft. Toch dient opgemerkt dat er zélfs aan de Ronde Tafel van Koning Arthur reeds een zwarte ridder zat, Moriaen. De naam is uiteraard een toespeling op zijn Moorse afkomst.

Hij speelt ook in Unforgiven van Clint Eastwood. In 1993 kwam zijn regiedebuut Bopha! uit. Films als The Shawshank Redemption en Se7en worden tot de beste en meest geliefde Amerikaanse films van de jaren negentig gerekend. Voor Shawshank kreeg hij zijn derde Oscarnominatie. In 1995 was er Outbreak. Buiten het feit dat deze film erg “Amerikaans” is (al werd-ie dan gedraaid door Wolfgang Petersen), zij het wel met kritiek op de legerleiding die dit virus poogt aan te wenden in biologische oorlogsvoering, is het wel een spannende “action-movie”. Zelfs Dustin Hoffman heeft zich tot dit genre bekeerd. Renée Russo zorgt voor de voorspelbare “love story”, terwijl Morgan Freeman een goede slechte is en Donald Sutherland uiteraard een slechte slechte.

In 1997 speelde hij detective Alex Cross in Kiss the Girls, een rol die hij in 2001 nog een keer zou overdoen in Along Came a SpiderTyler Perry would later take over the role in Alex Cross (2012). The sexually explicit details of James Patterson’s novel are toned down considerably in Kiss the Girls (1997), as are the scenes of violence in Along Came A Spider. As a matter of fact Along Came a Spider bears very little resemblance to the novel on which it’s supposedly based, aside from the main characters Alex Cross, Soneji, and Jezzie. And even there, for the most part these characters resemble their novel counterparts in name only. It is almost an entirely different story. E.g. there is a scene where Alex Cross pays the kidnapper by throwing a thermos containing the ransom from the window of a transit train. This is actually taken from James Patterson’s novel “Roses Are Red” (6th in Cross series), in which Alex Cross investigates another of his “best enemies”, the man known as “The Mastermind”. The film’s title is taken from a nursery rhyme “Little Miss Muffet”. The early Cross novels were all named after nursery rhymes (Jack and Jill, Pop Goes the Weasel, etc.), while the later ones used Cross’ name in the title, either in a punning context (Cross Fire, Double Cross, etc.) or a matter-of-fact one (The Trial of Alex Cross, The People vs. Alex Cross, etc.) Lee Tamahori had never read a James Patterson novel when he took on the directing gig. (IMDb)

Voor zijn rol in Clint Eastwoods Million Dollar Baby uit 2004 kreeg Morgan Freeman zijn eerste Oscar. Net zoals hij met “Unforgiven” de clichés van het western-genre onderuit haalde, draaide Clint Eastwood in 2004 met “Million Dollar Baby” een subtiele reflectie op het genre “boksfilms”. Geheel terecht vertrekt hij daarbij van het boksen voor vrouwen dat op dat moment nog altijd een soort “novelty” was met o.a. de dochter van Mohammed Ali als publiekstrekker. In de film van Eastwood wordt dat dan Hilary Swank die als Maggie Fitzgerald de gymzaal binnenstapt die door bokscoach Frankie Dunn (Eastwood zelf) en de oude bokser Eddie Scrap-Iron Dupris (Morgan Freeman) wordt gerund…

Daarna was hij te zien in “An unfinished life”, een regelrechte smartlap (maar niet negatief bedoeld) uit 2005 van Lasse Hallström. Robert Redford speelt hierin de rol van Einar Gilkyson, een verbitterde, oude boer die zichzelf en zijn ranch heeft laten verloederen na de dood van zijn zoon, tien jaar eerder. Het enige waar Einar nog tijd en energie in stopt, is zijn beste vriend Mitch (prachtige rol van Morgan Freeman), die na een confrontatie met een beer gehandicapt is geraakt. Maar dan komt zijn schoondochter (Jennifer Lopez) weer op de proppen. Ze heeft een dochtertje mee (Becca Gardner) waarvan hij geen weet had. Einar geeft Jean (Lopez dus) de schuld voor de dood van zijn zoon (zij zat aan het stuur van de verongelukte wagen) en reageert eerst afwerend. Maar door de kleindochter komt het natuurlijk toch tot een toenadering. En ook door het feit dat de vrijer waarvoor Jean op de loop is, een wife-beater is. En zelfs de beer speelt er een rol in. Een rol die onweerstaanbaar doet denken aan het oeuvre van John Irving

In 2007 was er het ontroerende “The Bucket List” van Rob Reiner, waarin twee kankerpatiënten (Morgan Freeman en Jack Nicholson) een “bucket list” (*) afwerken vooraleer te sterven. Er wordt op een enorm hoog peil geacteerd (vooral door Freeman moet ik toegeven), maar het is wel jammer dat Rob Reiner (of eigenlijk scenarist Justin Zackham) er typische Hollywood-kloterijen in heeft gestoken. Zo krijgt de gelovige Freeman veel meer kansen dan de atheïst Jack Nicholson (nochtans is Freeman in de realiteit ook een agnosticus). 

Ook voor zijn rol als Nelson Mandela in de film Invictus (2009) kreeg Morgan Freeman tal van prijzen.
In “R.E.D.” van Robert Schwentke uit 2010 speelt hij een retired and extremely dangerous CIA-agent, die dankzij de steun van andere oudjes als John Malkovich, Bruce Willis, Helen Mirren én een ex-KGB-agent de vicepresident kan beletten verder te gaan met politieke moorden, die daarna dienen te worden toegedekt door CIA-agenten. Ondanks het feit dat het een zogenaamde “actiekomedie” is, toch een verhelderende blik achter de schermen van de Amerikaanse politiek…

Freeman presenteert sinds 9 juni 2010 ook Through the Wormhole, een natuurwetenschappelijke documentaireserie op Discovery Science. In 2016 werd hij ook de presentator van de documentairereeks The Story of God with Morgan Freeman op National Geographic Channel.

In 2017 “Going in Style” was a remake of the 1979 film with George Burns, though there is no direct allusion to it, aside from the “Story By” credit. The speech Joe (Michael Caine) gives after Willie (Morgan Freeman) and Al’s (Alan Arkin) kidney transplant that appears, at first, as a funeral speech (revealed to actually be a wedding speech) is a reference to the original Going in Style, where the characters Willie and Al die of natural causes not long after the robbery. 

Freeman is twee keer getrouwd, van 1967 tot 1979 met Jeanette Adair Bradshaw en sinds 1984 met Myrna Colley-Lee. Met beiden heeft hij twee kinderen. Op de avond van 3 augustus 2008 raakte Freeman gewond bij een auto-ongeluk in de buurt van Memphis (Mississippi). Op 7 augustus werd hij echter al uit het ziekenhuis ontslagen. Op diezelfde dag werd bekend dat hij na 24 jaar huwelijk zou gaan scheiden. (Wikipedia)

Ronny De Schepper

(*) Volgens de IMDb zou de film aan de oorsprong liggen van de populaire verspreiding van de uitdrukking. (When a person dies or “kicks the bucket”, he might have a “list” including a number of experiences or achievements that a person hopes to have or accomplish before death.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.