Philip Roth liet zijn alter ego, de joodse auteur Nathan Zuckerman het levenslicht zien in zijn roman ‘My life as a man’ (1974) als de creatie van de schrijver Peter Tarnopol waar hij hem reeds een volledige identiteit meegaf. Die zou dan toch afwijken van de definitieve versie zoals die aan bod zou komen in negen romans! Een ‘autobiografie’, geschreven tussen 1979 en 2009, om u tegen te zeggen…

De eerste vier romans werden gebundeld onder de titel ‘Zuckerman Bound’ en ik neem ze hier graag onder de loep. Daarna verschenen nog ‘The Counterlife’, ‘American Pastoral’, ‘I married a Communist’, ‘The Human Stain’ en ‘Exit Ghost’ terwijl hij Zuckerman nog liet opdraven in drie historische romans: in één als toeschouwer, in de twee andere als de auteur. En waar mocht ik het personage Nathan Zuckerman tot mijn verrassing nog tegen het lijf lopen? Bij Salman Rushdie, in diens roman ‘The ground beneath her feet’ kwam hij plots een rolletje spelen.

Een autobiografie? Maar Zuckerman is Philip Roth niet, wat hij beleeft, het verhaal, de plot… we moeten dit alles niet ophangen aan de persoon, aan de schrijver Roth. Wat hij denkt, zijn filosofie, zijn houding tegenover de Joden, zijn opvattingen over het schrijven, zijn strijd, zijn pijn, zijn wanhoop, zijn geluk… die lijnen mogen we volgen. Het zou te gek zijn om in deze werken een puzzel te zoeken die de realiteit zou moeten blootleggen – zo werkt het niet.   

The Ghost Writer

Nathan Zuckerman is 23 en heeft vier verhalen gepubliceerd in tijdschriften, zo maken we kennis met hem in ‘The Ghost Writer’ (1979). Zijn vader is chiropodist. Hij woont momenteel na zijn universitaire studies, financieel stoelend op allerlei weinig lucratieve baantjes, in de Quahsay Colony, een soort retraiteoord voor kunstenaars nabij New York. In het eerste hoofdstuk bezoekt hij zijn idool, de beroemde schrijver Lonoff (herkennen we in hem Isaac Singer?) die teruggetrokken woont met zijn echtgenote Hope en – tijdelijk – met een jongedame die zijn archief ordent, Amy Bellette. Een boeiende dialoog over literatuur, het schrijven… Het blijkt dat Lonoff het talent van Zuckerman in diens verhalen ontdekte en hem daarom tot zijn woning toeliet, zelfs laat logeren. We zijn getuige van de spanning tussen de auteur en zijn echtgenote, van de verliefdheid van Zuckerman op Amy… Het tweede hoofdstuk behandelt een thema dat een rode draad zal blijken in de romans, in het leven van Zuckerman. Het gaat over de discussie, de breuk zelfs, met zijn vader over een verhaal dat handelt over een gebeurtenis binnen de familie. Volgens zijn vader heeft hij de Joden afgeschilderd als hebzuchtig en bekrompen. Het is beledigend voor de familie en de ganse gemeenschap. Zuckerman wil weg van die clichés, van de krampachtigheid waarmee ze – de smouzen – zich menen te moeten verdedigen, zich bevestigen tegenover de maatschappij, de gojim. Ze moeten zich ontdoen van die vooroordelen, er zelf mee lachen. Veel jaren later zal dit conflict nog pijnlijker en scherper worden wanneer hij met zijn vierde roman wereldberoemd en schatrijk zal worden – dan zullen daar dezelfde pijnpunten verhevigd opduiken. 

Voorlopig echter is dat verre toekomst; het volgend hoofdstuk is gewijd aan de figuur van Amy Bellette op wie Zuckerman verliefd geworden was bij Lonoff. Een wel heel vreemd verhaal. Zij zou Bergen-Belsen overleefd hebben, drie jaren in Engeland opgevangen zijn en dan naar de US uitgeweken waar zij aan de univ kon studeren. Maar Amy Bellette is een fictieve naam die zij zich heeft toegeëigend, om haar verleden achter zich te laten. Wanneer op Broadway een voorstelling van het toneelstuk gebaseerd op het dagboek van Anne Frank in première gaat, ziet zij in de krant een foto van vader Otto Frank – hààr vader! Zij immers is Anne Frank die samen met haar zus Margot eerst naar Auschwitz, dan naar B-B werd gedeporteerd. Herinneringen… Zij bestelt een exemplaar van het ‘Dagboek’ in het Nederlands en herleest haar zinnen, dus… is zij werkelijk Anne Frank? Alles duidt er op dat het haar ware identiteit is. Die zij niet zal onthullen want een nu levende Anne dat zou betekenen dat het dagboek gewoon een verslag van een puber is. Terwijl de dode Anne hiermee ogen opent: dat een gewoon gezin dat nauwelijks één keer per jaar enkele Hebreeuwse rituelen uitvoert maar verder in de maatschappij als iedereen functioneert toch voor sommigen vervloekt was en vernietigd moest worden. Anderzijds twijfelt Zuckerman wanneer hij op haar arm geen spoor van enige tatoeage bespeurt, geen kampnummer…

Het vierde, laatste hoofdstuk speelt grotendeels aan de ontbijttafel van de schrijver Lonoff met een hevige discussie waaruit moet blijken hoe moeilijk het samenleven met een auteur/kunstenaar wel is. Zo zwaar dat zijn echtgenote ruziënd de woning verlaat; definitief? Terwijl de jonge Amy/Anne wegdroomt: een leven aan de zijde van Lonoff in Italië, dat zou dé toekomst zijn. En Zuckerman: hij is wanhopig verliefd op Amy…

Zuckerman Unbound

In ‘Zuckerman Unbound’ (1981) bevindt het hoofdpersonage zich in het jaar 1969 en heeft hij zijn vierde roman gepubliceerd. Deze heeft hem wereldfaam en een immens fortuin opgeleverd, en tevens de woede, de haat van zijn familie. Dit boek, ‘Carnovsky’, is vooral een uitvergroting van de clichés over de Joden, een satire – net als het ooit gewraakte verhaal dat een breuk met zijn vader betekende. De humor wordt niet door iedereen in de joodse gemeenschap gesmaakt, wat hem zijn ganse leven zal blijven achtervolgen. Terwijl hij gewoon zijn leven, zijn ervaringen in Newark uittekende met een monkellach. Geld, roem – hij wordt overal herkend. Met de nadelen vandien. Zo ontmoet hij ene Alvin Pepler die hij niet meer van zich weet af te schudden. Ook deze was ooit gedurende drie weken beroemd toen hij opdraafde in een televisiequiz en alle vragen beantwoordde. Om daarna een schandaal aan het licht te brengen, hoe er met andere deelnemers bedrog gepleegd werd. Roth verwijst hiermee naar de opwinding rond een aantal van dergelijke programma’s in de 50-er en 60-er jaren toen bleek dat vervalsing schering en inslag was. Deze Pepler, oprecht, werd het slachtoffer, werd verguisd – en vecht al jarenlang voor eerherstel. Naast bladzijden vol humor is het ook een schrijnend relaas over wanhoop.

Ook in het tweede hoofdstuk wordt Zuckerman verder geconfronteerd met de gevolgen van zijn beroemdheid. Stalking, bedreiging, opdringerige journalisten, vragen om geld, afpersing, zelfs dreiging tot ontvoering van zijn moeder. Er wordt gerecapituleerd: zijn liefdesleven; inmiddels was hij reeds tweemaal gehuwd en gescheiden. In 1960 van Betsy, in 1965 van Virginia. En nu, in 1969, is hij net weggegaan van Laura met wie hij drie jaren samenwoonde – zij zal een rol blijven spelen in zijn leven. Momenteel heeft hij een relatie met een actrice die de rol van Anne Frank vertolkte op Broadway… Het vervolg: blijkt dat hij tegenover een begrafenisonderneming woont. Laat hij nu belanden in een plechtigheid voor een notoire gangster terwijl quizwonder Pepler hem op de hielen zit. Hilarisch. In schrille tegenstelling tot het verdere relaas dat hoofdstukken drie en vier verbindt: het lijdensbed en de dood van zijn vader. Met een ontroerende, warme scène: hij verhaalt aan de stervende man over de Big Bang. Helaas resulteert daarna alles pijnlijk opnieuw in het relaas over de breuk met de familie met vooral de bewering van zijn jongere broer Henry dat het laatste woord van vader Victor gericht tot Nathan “bastaard” zou geweest zijn. Pijnlijk. De roman besluit met een rondrit in de wijk waar hij als achtjarige opgroeide – de vaststelling dat alles veranderd is, dat hij niets herkent.    

The Anatomy Lesson

In ‘The Anatomy Lesson’ (1983) treffen we Zuckerman aan in een beklagenswaardige toestand. Hij lijdt ondraaglijke pijnen in de hals en schouders die hem beletten te schrijven, die hem verhinderen te leven. Ze vergallen zijn dagen en nachten, zijn contacten, zijn gedachten. Hij holt – sleept zich – van dokter naar ziekenhuis, probeert alle therapieën die hem gesuggereerd worden. Niets helpt. En dit zal zo anderhalf jaar zijn bestaan, de roman lang, zijn leven domineren. Hoofdstuk twee behelst de herinnering aan het overlijden van zijn moeder. Hij beseft hoe hij haar beeld benadeelde in zijn succesroman die hem miljonair maakte ‘Carnovsky’ terwijl hij haar tot zijn twaalfde zo liefhad, haar adoreerde. Daarna werd de relatie met zijn ouders moeilijker. En helemaal verziekelijkt na de publicatie van het door zijn vader zo gehate verhaal. Zijn zo bejubelde roman werd door een criticus, Appel, neergesabeld – een kritiek die hem fel aangreep omdat hij ook weer over zijn houding tegenover de Joden handelt, en sindsdien beschouwt hij de betrokkene als een vijand. Uitgerekend deze heeft via via de boodschap gegeven dat Zuckerman publiek een standpunt zou moeten verkondigen nu Egypte en Syrië in oorlog zijn met Israël. Er komt een interessante discussie, een polemiek op gang: moet hij zich als auteur engageren, hij weet zich in deze totaal onbevoegd.

Het derde hoofdstuk. Hij is verslaafd aan medicatie en drugs – hij ontmoet mensen die hem ondanks zijn deplorabele toestand interesseren. En die, zoals ook verspreid over de romans, alweer sterke portretten opleveren waarin Roth een meester blijkt, sterke psychologische tekeningen. Zo daagt hier een dokter Kotler op met wie hij herinneringen ophaalt uit de periode van zijn leven in Newark uit zijn roman. En de Poolse Jaga die vluchtte uit Warschau en hem in dronken monologen haar verdrieten openbaart. Terwijl hij zijn dagen en nachten hoofdzakelijk liggend doorbrengt om de pijn ietwat te bestrijden, wordt hij verzorgd door vrouwen als Diana Rutherford die hij ooit leerde kennen toen zij nog studeerde en zijn leven binnendrong met het excuus een interview voor het studentenblad te willen (in ‘The Ghost Writer’) – nu fungeert zij als secretaresse. Of Gloria Galanter die hem in alle opzichten het leven ietwat draaglijk wil maken. Het zijn sterke tekeningen, boeiende gedachtewisselingen… Met tot slot een lang uitgewerkt telefoongesprek met criticus Appel waarin hij (Zuckerman/Roth) zijn standpunt verduidelijkt hoe hij het jood zijn beleeft, of niet beleeft; en wat zijn boek werkelijk inhoudt – hoe de humor over de joodse identiteit moet geïnterpreteerd worden. In de loop van dit alles heeft zich, onder invloed van pijn en medicatie?, een plan gevormd in het brein van Zuckerman: hij wil het schrijven opgeven en medicijnen studeren, dokter worden!

Zodat hij in het laatste hoofdstuk richting Chicago vliegt, naar de universiteit waar hij zich wil laten inschrijven. Onder invloed van medicatie handelt en denkt hij allesbehalve normaal. Zo meet hij zich in het vliegtuig voor een medepassagier en ook tegenover de chauffeuse van de taxi de identiteit aan van de uitgever van een pornotijdschrift. Dit biedt wel de kans om te spreken over uitbuiting in de sector van de porno, het pro en contra, de seksindustrie, het feminisme. In Chicago ontmoet hij een vroegere studievriend Bobby Freytag, nu docent aan de universiteit en anesthesist. Met de vader van deze Bobby, een weduwnaar, rijdt hij naar het joods kerkhof. Waar hij in een groteske scène – medicatie en drugs nemen het nu helemaal over – zijn woede uitschreeuwt over de verwrongen ideeën van de Joden, over hun egotripperij, hun zelfmedelijden, hun zwelgen in het verleden en in oude dromen. En over het feit dat wanneer hij hen met humor/ironie benadert, hij dadelijk hun doodsvijand wordt, een antisemiet, een tweede Goebbels. Het lijkt een delirium en het eindigt ermee dat hij zich ernstig verwondt en in het ziekenhuis belandt onder de hoede van zijn vriend. Herstellend zal hij zijn dwaze droom niet opgeven al zwalpt zijn voornemen van de ene specialisatie naar de andere, afhankelijk van welke geneesheer hij ontmoet… een kinderlijk dwaas gedoe. En de schrijver, de auteur Zuckerman waar is hij gebleven in dit alles? “Terwijl het leven van een schrijver voor de helft uit twijfels bestaat. Voor twee derde. Negen tiende. Elke dag weer andere twijfels. Het enige wat ik nooit in twijfel getrokken heb is mijn getwijfel.”

The Prague Orgy

‘The Prague Orgy’ (1985) werd in 2019 door Irena Pavlaskova verfilmd. Logisch want deze roman leende zich uitstekend als een thriller over achtervolging, dreiging, afluisteren… Hij laat zich perfect als een zelfstandige roman lezen. Met weliswaar Zuckerman in de hoofdrol. Op vraag van ene Sisovsky reist hij naar Praag om daar de manuscripten te halen van zo’n honderd verhalen, geschreven door diens vader. De man was een Jiddisch schrijver maar zijn werken werden verboden. Hij werd in 1941 door de Russen vermoord. De teksten die zijn zoon in de US wil publiceren zijn in het bezit van diens ex-echtgenote Olga. Hij hoopt dat Zuckerman hen als bemiddelaar in handen kan krijgen. Zo bevindt deze zich op 4 februari 1976 in Praag, in een totalitaire staat, tussen een gedemoraliseerde bevolking. Al belandt hij dadelijk op een mondain feest waar hij naast Olga ook een voormalig theaterdirecteur ontmoet. Hij vergezelt deze naar zijn woning en komt zo heel wat te weten over het leven onder de verdrukking. Hoe er geklikt en gespioneerd wordt. Een verhaal over dreiging en onderdrukking, gelardeerd met humor toch als de man vertelt hoe hij de verslagen die een vriend (!) over hem moet maken voor de politie zelf schrijft omdat die vriend over een volgens hem te slechte stijl en geringe woordkeuze beschikt. De volgende dag gaat Zuckerman ontbijten met Olga, in moeilijke omstandigheden. Overal is afluisterapparatuur: in zijn hotel, in het restaurant; ze worden geschaduwd. Een student spreekt hem aan, onder het mom een interview te willen, maar fluistert hem toe dat hij gevaar loopt… de gevangenis of zelfs moord dreigen. En Olga: zij weigert de manuscripten te overhandigen. Dat haar ex nog financieel voordeel zou halen uit de geschriften van zijn vader, dat gunt zij hem niet! 

We lezen mooie bladzijden over Praag. Voor Zuckerman dé thuishaven, hét land der Joden. De stad zelf, rommelig, de nauwe donkere steegjes. De verhalen ermee verbonden, het vertellen en het luisteren. En de humor, de zelfspot die hij er overal ontmoet. Hij dwaalt door de stad, geschaduwd – soms slaagt hij er in de politie af te schudden. Maar ze blijven alomtegenwoordig, waar hij ook komt.  Om dan opnieuw, een tweede poging, Olga te ontmoeten. Deze keer weet hij haar te overtuigen: zij geeft hem de bundel manuscripten. Helaas, enkele minuten later stappen agenten zijn kamer binnen, nemen de teksten in beslag en delen hem mee dat hij het land wordt uitgezet. In de auto richting luchthaven blijkt hij naast de minister van cultuur te zitten, deze doet hem uitgeleide! Meteen krijgt hij een les over cultuur en politiek: “Mensen moeten zich onderwerpen aan hun historisch ongeluk”… Is Masaryk de baas, prijs Masaryk, is het Hitler, prijs Hitler, Stalin, dan Stalin, Dubcek… Dubcek. Tenslotte zal hij zonder de manuscripten naar de US terugkeren, gedwongen. ‘The Prague Orgy’ is beklemmend hoewel de humor niet ontbreekt. Vooral schetst het de benauwende sfeer van een land waar de bewoners af te rekenen hebben met een bezetter en leven in een sfeer van wantrouwen waar ook een vriend of een familielid een spion, een verklikker kan zijn. Waar een woord, een idee voldoende is om je in de gevangenis te laten belanden – of erger. Deze roman sluit niet echt aan bij de drie vorige. Gepresenteerd als notities van Zuckerman is het een apart verhaal, een episode uit zijn leven.

Zuckerman… Philip Roth geeft niet zomaar een verkapte autobiografie mee die minder op realia stoelt maar wel zijn strijd als auteur en zijn ideeën weergeeft. Wat we krijgen is een tijdsbeeld in de vorm van meeslepende, boeiende verhalen. Met sterke portretten van de vele mensen die zijn leven bevolkten. De sfeer van de stad waar hij leefde. De evoluerende gemeenschap. En natuurlijk de joodse identiteit. Dit alles overgoten met de nodige humor. 

Jersey-boys…

Philip Roth… de man zelf? Hij werd geboren te Newark op 19.03.1933 en overleed in Washington op 22.05.2018. Zijn ouders waren beide afkomstig uit het huidige Oekraïne, zijn vader uit Lviv. Zoals ten overvloede bleek uit de romans stamt hij uit een joods gezin. Roth studeerde Engels en literatuur en zou dat aan meerdere universiteiten doceren. In 1959 debuteerde hij met de verhalenbundel ‘Goodbye Columbus’ waarvoor hij al dadelijk de National Book Award ontving. ‘Letting go’ was in 1962 zijn eerste roman – er zouden er nog zo’n dertig volgen waarvan er acht verfilmd werden terwijl naar ‘The Plot Against America’ (2004) door NBO een zesdelige serie gemaakt werd. De lijst onderscheidingen die zijn boeken te beurt viel is ellenlang – ook joodse prijzen zoals driemaal de Jewish National Book Award. Alleen de Nobelprijs ontbreekt, ondanks nominatie, wat hem blijkbaar een doorn in het oog was. Misschien was de National Humanities Medal, hem in 2010 overhandigd door Obama, wegens betrokkenheid bij de gemeenschap, een voldoende compensatie?

Zijn liefdesleven was allicht minder turbulent dan dit van zijn poulain Zuckerman. Na de scheiding in 1963 uit zijn eerste huwelijk (met Margaret Martinson, er was een dochter Anna uit dit huweljk) huwde hij in 1990 de actrice Claire Bloom. Dit huwelijk hield stand tot 1994. Bloom was/is een gevierde actrice die op de planken opmerkelijk debuteerde in ‘A streetcar named desire’ van Tennessee Wiliams en daarna te zien was in zo’n tachtig rollen in films en televisieproducties, vrij recent in ‘Sophie’s War’ en in 2010 als Queen Mary in ‘The King’s Speech’. Zij schreef in 1996 haar autobiografisch ‘Leaving a Doll’s House’: A Memoir’ waarin zij vertelt over haar relaties met Richard Burton, Laurence Olivier en Yul Brynner, en… over haar huwelijk met Philip Roth. Dat schoot hem duidelijk in het verkeerde keelgat en als reactie kwam er twee jaren later zijn roman ‘I married a communist’. In het personage van de antisemitische Eve Frame is makkelijk Claire Bloom te herkennen, een manipulatieve vrouw met wie samenleven onmogelijk is vooral wegens haar onverdraagzaamheid tegenover haar stiefdochter Ira (Roth’s dochter Anna).

Philip Roth werd begraven, niet zoals hij eerst wou bij zijn familie in Newark, maar naar een gewijzigd verzoek op de begraafplaats van Annondale-on-Hudson waar hij ooit doceerde, nabij het graf van zijn vriend de auteur Norman Manca. Op zijn uitdrukkelijke wil zonder rituelen.

Ik geef nog mee dat Bruce Springsteen hem tot zijn favoriete auteur koos. Na lezing van ‘I married a communist’, ‘The Human Stain’ en ‘Exit Ghost’ zei hij: “Toen ik deze drie boeken gelezen had was ik van mijn sokken geblazen. Om in je 60-er jaren zo’n sterke werken te schrijven, zo vol revelaties over liefde en emotionele pijn, dat is hoe je een kunstenaarsleven leidt. Sustain. Sustain. Sustain.” De ‘Jersey-boys’… zo worden beide trouwens ook wel in één adem genoemd. Gedrevenheid, emotionaliteit, en hun herkomst… het blijkt iets dat Roth en Springsteen linkt!   

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.